woensdag 22 november 2017

maandag 20 november 2017

Notes from an exhibition, Patrick Gale

Iedereen heeft herinneringen aan vroeger, dingen die je meeneemt, karaktertrekken die je van je vader of moeder hebt gekregen. Maar sommige families zitten wat ingewikkelder in elkaar dan anderen en is de erfenis wat moeizamer. 

De jonge Anthony ontmoet de fascinerende Rachel Kelly in de jaren ’60 in Londen. Hij komt uit een quakerfamilie uit Cornwall, zij is een kunstenares die echter niets loslaat over haar verleden. Ze trouwen en gaan wonen in Penzance, waar Rachel steeds meer bekendheid krijgt als schilderes.

Rachel is echter manisch depressief en dit drukt haar stempel op het gezin. Als het goed met haar ging, was er geen leukere moeder denkbaar. 

Maar aan de andere kant waren ze altijd op hun hoede, want Rachel was ook onberekenbaar. Ze kon scherp als een mes uit de hoek komen en haar kinderen verbaal om de oren slaan en als de depressie toesloeg was er geen zwarter gat en draaide alles daarom.

Gelukkig was Anthony de stabiele factor in het gezin, die met zijn eenvoudige en volstrekt eerlijke kijk op het leven de broodnodige rust bracht. Een quaker zijn is echter ook streven naar hoge idealen en dit kan soms ook weer een worsteling met zich meebrengen. Altijd denken dat je niet genoeg je best doet en teleurstelt.

Garfield, Morwenna, Hedley en Petroc krijgen van deze twee uitersten elk wat mee en ieder van hen gaat hier op zijn of haar eigen manier mee om.

Als Rachel overlijdt, moet iedereen in het reine zien te komen met het verleden en de demonen van vroeger onder ogen zien, terwijl eindelijk ook het verleden van Rachel zelf bekend wordt.

Notes from an exhibition is de tweede roman van Patrick Gale die ik las na A place called Winter en ik vond het een opnieuw een heel mooi boek. Heel bijzonder vind ik namelijk dat je merkt dat 
Patrick Gale groot mededogen heeft voor zijn personages. Hij is er een meester in om een situatie te beschrijven zodat je volkomen begrijpt waarom dit zo gebeurde en welke gevoelens de betrokkenen hierbij hadden.

Heel mooi gedaan is vooral de stem die hij aan de kinderen geeft. Die is anders dan die van de volwassenen, maar het verschil hoe een kind kijkt en dingen ervaart is volkomen natuurlijk beschreven. Bovendien weet hij zelfs de leeftijden van kinderen hierin goed weer te geven, een kind van vijf ziet de zaken anders dan een kind van tien.

De hoofdstukken worden verteld uit het gezichtspunt van verschillende personages en springen door de tijd heen, zodat je langzamerhand de diepere lagen ziet en steeds meer duidelijk wordt. Heel mooi worden de hoofdstukken ingeleid door bijschriften bij de schilderijen van Rachel, waardoor je net even iets meer te weten komt, of alvast een bepaald gezichtspunt hebt bij een hoofdstuk.

Knap komt naar voren hoe het quakerschap de gezinsleden steun geeft, maar ook zijn eigen eisen en verwachtingen stelt, terwijl de geestgesteldheid van Rachel een grote invloed heeft en niet gemakkelijk is voor het gezin, maar dit ook goede momenten opleverde.

Wat ik dus zo mooi vind, is de nuance die Patrick Gale aanbrengt. Niemand is zwart-wit, en een situatie heeft altijd twee kanten. Of zelfs meer. Het is gemakkelijk om Rachel een enorm kreng te vinden in de manier waarop zij soms volkomen aan anderen en hun gevoelens voorbij gaat, maar dit is ze niet. Net zoals haar ziekte geen excuus is voor de manier waarop ze soms anderen kwetst. 
Patrick Gale kiest geen kant, maar laat vol begrip zien hoe een familie kan werken en welke factoren daar allemaal invloed op hebben.

Langzamerhand wordt in Notes from an exhibition de complexe familiegeschiedenis duidelijk en de relaties die de familieleden onderling hebben, met al hun gekkigheden, bondgenootschappen, teleurstellingen en gevoel van eenheid. Een prachtige roman en erg de moeite waard.

Uitgegeven in 2008
Vertaald in het Nederlands als: Bijschriften

vrijdag 17 november 2017

Russen in Nice

Er is een heel sterke connectie tussen Nice en Rusland, zoals ik merkte toen ik daar een paar dagen doorbracht.
In het midden van de 19e eeuw werd Nice bekend en geliefd als een badplaats. Eerst kwamen de Engelsen er in groten getale, maar al snel volgden ook de Russen. Ook zij wilden de strenge winters ontsnappen en genieten van het milde klimaat aan de Middellandse Zee. Tot op de dag van vandaag is er in Nice een sterke Russische connectie zichtbaar en voelbaar.

Anton Tsjechov
Het klimaat was ook gunstig voor ziekten, vooral mensen met tuberculose werd aangeraden om een zacht klimaat op te zoeken.
De Russische schrijver Anton Tsjechov verbleef in 1897 enige tijd in Nice, in de hoop op herstel.
In dit pension heeft hij toen gelogeerd. Het staat in de Rue Gounoud, een zijstraat van de Rue de la Buffa.

Ter nagedachtenis is tegenover dat pension een straat naar hem genoemd.

Marc Chagall
In wat recentere tijden kwam de Russische kunstenaar Marc Chagall naar Nice. In 1948 vestigde hij zich hier, waar ook andere kunstenaars als Henri Matisse en Pablo Picasso in de buurt woonden. In 1973 werd in Nice het Marc Chagall museum geopend, waarin de prachtige werken te zien zijn geïnspireerd op de Bijbel boeken Genesis, Exodus en het Hooglied, en die hij in 1966 aan de Franse staat had geschonken.

Tsarenfamilie in Nice
Ook de Russische keizerlijke familie kwam graag in Nice.
Keizerin Alexandra, de weduwe van tsaar Nicolaas I kwam hier regelmatig, ook vanwege haar slechte gezondheid. Zij zamelde geld in zodat er in 1859 een Russische-orthodoxe kerk in Nice gebouwd kon worden, voor de groeiende Russische gemeenschap.

Haar zoon tsaar Alexander II vond het heerlijk om de trein te pakken naar Nice en kwam regelmatig. Zijn zoon, de tsarevich Nicolaas, bezocht Nice in 1865, maar vanwege een minder fijne reden. Hij was ziek geworden tijdens een reis door Italie en ging naar Nice om daar te herstellen. Helaas zou hij hier niet beter worden, maar overlijden. Zijn ouders waren door verdriet overmand en lieten op de plek waar Nicolaas was gestorven een kapel oprichten.
De kapel
Naast deze kapel is in 1912 een nieuwe, grote kathedraal gebouwd met de financiële steun van tsaar Nicolaas II. Deze kerk is nu de grootste Russische orthodoxe kerk buiten Rusland. Het is een typisch Russische kerk met de befaamde 'uienkoepels'. Heel bijzonder om zoiets opeens midden in een Franse stad te zien staan!

Tijdens de Russische Revolutie nam de Russische kerk in ballingschap in Parijs het zeggenschap over de kerk in Nice over zij hadden geen banden met Moskou, zowel niet politiek als religieus.

In 2010 bepaalde een Franse rechter echter dat de kerk toch onder de jurisdictie van het patriarchaat van Moskou valt, iets waar niet iedereen het mee eens is. Maar de kerk en het stuk grond waar de kerk op staat vallen officieel onder de Russische staat.

De kerk is in de afgelopen jaren gerestaureerd en opgeknapt en is een bezoek meer dan waard. Zowel van buiten als van binnen is het een prachtig gebouw. Binnen zijn een schitterende iconostase te zien en prachtige iconen. Hier heb ik natuurlijk geen foto's van!

Let op: tijdens een viering is het niet toegestaan om de kerk te betreden en buiten vieringen is gepaste kleding natuurlijk verplicht.
De kerk is te vinden aan, jawel, de Boulevard Tsarevich, ter herinnering aan tsarevich Nicolaas die hier is overleden.

woensdag 15 november 2017

Sint Joris


Dit monument om de Tweede Wereldoorlog te gedenken staat in Groningen, op het Martinikerkhof. Het beeld stelt Sint Joris voor, die de draak heeft verslagen. Het monument is in 1959 onthuld.

maandag 13 november 2017

Het geluk, Angelo Di Berardino

Ieder mens wil graag gelukkig zijn of in ieder geval enig geluk ervaren in het leven. Voor Wolf lijkt het geluk hem te hebben verlaten. Na een lang en goed huwelijk is zijn Miriam plotseling overleden. 

Ze hadden elkaar ontmoet in de jaren ’60, overtuigd van hun idealen. Maar in de jaren die volgden, moesten hun idealen het veld ruimen. De haren werden geknipt en de hippiekleren werden ingeruild voor de stropdas, de carrière en de Porsche.

Maar nu is Miriam er niet meer en Wolf weet niet wat hij moet doen. Hij besluit hun appartement in Antwerpen te verkopen en onderneemt een lange autorit naar Nice, waar hij zich voorgoed wil vestigen. 

Maar de rit is niet bepaald zonder problemen. En langzamerhand begin je als lezer je ook af te vragen waarom Wolf zoveel ongeluk heeft, is het karma en wat is er werkelijk gebeurd in die seconden voordat Miriam uit het raam viel?

Afgewisseld met de letterlijke reis van Wolf, volgen we Magnolia, die ook haar idealen had in de jaren ’60 voor een nieuwe en betere wereld. Maar ook zij heeft die ingeruild voor een burgerlijk bestaan dat haar weinig vreugde bracht. Nu, in de nieuwe fase van haar leven, is er misschien toch nog een kans op geluk.

Het geluk is het debuut van Angelo di Berardino, hoewel hij geen nieuwe schrijver is, hij heeft al verschillende dichtbundels op zijn naam.

Het verhaal is, ondanks de afwisseling tussen beide personen, behoorlijk rechttoe-rechtaan. Er is weinig verrassing te vinden in de lineair verlopende verhaallijnen. Leuk vond ik af en toe dat er af en toe informatie gegeven werd die de hoofdpersoon niet kon weten en ook geen weet van kreeg. Dat waren grappige terzijdes. Verder bood het verhaal, zowel dat van Wolf of van Magnolia, weinig spannends of onverwachts.

Op een gegeven moment duikt er echter een nieuw personage op, De Schrijver. Ook hij zoekt het geluk. Hij wil schrijven als zijn helden, maar op een gegeven moment gaan de door hem geschapen personages er met het verhaal vandoor. 

De schrijver probeert nog van alles om de regie terug te pakken, maar dit lukt hem niet helemaal. Magnolia en Wolf blijken weerbarstiger dan gedacht en het door de schrijver gedroomde einde, waarbij hij als het ware het verhaal in zou stappen, mislukt door de eigenwijzigheid van zijn eigen scheppingen.

Het geluk maakt wat mij betreft daarom de verwachtingen niet helemaal waar. Op zich vond ik de reis van Wolf en het leven van Magnolia prettig beschreven, het las lekker weg en het was interessant genoeg om te blijven lezen. Bovendien was ik heel benieuwd hoe de levens van Wolf en Magnolia elkaar eindelijk zouden kruisen.

Het optreden van De Schrijver vond ik op zich aardig gevonden. Het werkte een beetje bevreemdend en dat vond ik interessant, hoewel de noodgreep op het einde gekunsteld aan doet. Ik had denk ik gehoopt op iets meer; op een interessantere plotwending of daadwerkelijk nieuwe inzichten bij de personages. 

Bovendien vond ik de schrijfwijze soms wel heel erg simpel worden. Dat lag niet aan het Vlaams, want verloren gelopen is toch veel mooier dan verdwaald zijn, maar aan de soms wel heel korte zinnen en simpele inzichten die nooit verder lijken gaan dan de oppervlakte.

Kortom Het geluk is geen slecht boek en goed te lezen, maar werkelijk diepgaand wordt het eigenlijk nooit. Het blijft dus bij een aardig boek, en daar is ook niks mis mee op zijn tijd.

Uitgegeven in 2017 door uitgeverij Lannoo
Bladzijdes: 307

vrijdag 10 november 2017

Tentoonstelling: Nederlanders in Parijs in het Van Gogh museum

Parijs was in de 18e en 19e het middelpunt van de kunst. Van heinde en verre kwamen kunstenaars naar Parijs om nieuwe technieken te leren in de ateliers en academies en om meer bekendheid en succes te krijgen dan in hun eigen land. In Parijs waren de verkoopmogelijkheden van kunst nu eenmaal groter door de Salon, waar werken tentoongesteld werden om bekendheid te krijgen.

De Nederlandse kunstenaars waren geen uitzondering. Al vroeg in de 18e eeuw kwamen er schilders uit de lage landen naar Parijs toe.

De eersten waren Gerard van Spaendonck wiens bloemstillevens erg populair werden en Ary Scheffer, die als jongeman naar Parijs kwam en nooit meer zou vertrekken. Beiden maakten furore in Frankrijk en waren niet alleen geliefd bij het Franse publiek, maar zelfs aan het Franse hof.  

Ook in de latere jaren komen er kunstenaars naar de lichtstad, zoals Johan Jongkind, George Breitner, Vincent van Gogh, Kees Van Dongen en Piet Mondriaan, om er maar een paar te noemen. 

Zij verbleven voor korte of langere tijd in Parijs, maar de invloed van Parijs in hun werk was altijd onmiskenbaar. Ze huurden een studio of een kamer waar ze ook konden schilderen.
Notre Dame de Paris, vue de quai de la Tournelle, Johan Jongkind 1852
Montmartre was natuurlijk geliefd, niet alleen om te wonen , maar ook om te schilderen. De landelijke omgeving daar met de wijngaarden en molens vormden een bron van inspiratie. Maar alle aspecten van Parijs leverden inspiratie op, of het nu om de vele paarden, het uitgaansleven, het stadsgewoel of de obscure nachtclubs ging. Parijs had het allemaal en de Nederlandse kunstenaars zogen het op als een spons.

In de tentoonstelling in het Van Gogh museum, Nederlanders in Parijs 1789-1914 is de kruisbestuiving heel mooi te zien die er ontstond tussen de Nederlandse en Franse kunstenaars. 

Johan Jongkind raakte bevriend met Claude Monet en inspireerde hem om losser te schilderen en lichtere kleuren te gebruiken, terwijl Van Gogh vervolgens weer inspiratie bij Monet haalde. Breitner leerde de danseresjes van Edgar Degas kennen en introduceerde dit onderwerp weer in Nederland met zijn eigen schilderijen. 
Ballerina, George Breitner 1884
De verschillende schilders hangen naast elkaar zodat je de overeenkomsten kunt zien, in onderwerp, schilderstijl of kleurgebruik.

De tentoonstelling is mooi chronologisch ingedeeld. Op de onderste verdieping begint het met onder andere Van Spaendonck en Scheffer, op de tweede verdieping zijn onder andere Breitner, Van Gogh, Van Dongen en Mondriaan te bewonderen. Op de bovenste verdieping is nog een mooie collectie prenten te zien die een goed beeld geven van het landelijke Montmartre.
Boulevard de Clichy, Vincent van Gogh 1887
Door deze opzet zijn de doorgaande lijnen en de wederzijdse inspiratie heel goed te volgen.
De tentoonstelling laat niet alleen de zich ontwikkelende technieken en kleurgebruik zien, maar de 
verschillende Parijse onderwerpen geven ook een mooi beeld van Parijs in de 19e eeuw, net zoals de schitterende foto's die Breitner maakte van Parijse straatscenes.

Een stad die op alle gebieden vol in ontwikkeling was en die met recht de hoofdstad van de kunst was.

Bij de tentoonstelling is ook een prachtige catalogus verschenen, maar voor de bespreking daarvan  en voor nog meer achtergrond verwijs ik graag naar het mooie artikel van Koen (HIER)

De tentoonstelling Nederlanders in Parijs 1789-1914 is nog tot 7 januari 2018 te zien in het Van Gogh museum in Amsterdam. 
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...