maandag 17 juli 2017

De lessen, Michela Murgia

Eleonora is een actrice. In haar vak geeft ze alles en is ze bereid om risico’s te nemen en daarom is ze gevierd op de podia in Italië en het buitenland.

Daarnaast neemt ze soms een leerling aan. Niet om te leren acteren, maar om die voor te bereiden op het leven in de grote wereld. 

Ze leert hen om kwaliteit te herkennen, mensen in te schatten, kunst te waarderen. 

Ze leert hen tafelmanieren als het nodig is, en hoe je je moet kleden. 

Bovendien leert ze hen zich te bewegen in grote gezelschappen en conversaties te voeren met iedereen daar aanwezig. 
Haar opleiding is een soort privé -finishing school.

Eleonora heeft haar leven goed voor elkaar. Ze is succesvol en heeft goede vrienden en een mooi appartement. Ze laat op deze paar zeer selecte vrienden na, niemand al te dicht bij komen. Zeker haar leerlingen niet, die goed moeten beseffen dat hun leertijd een zakelijke overeenkomst is en niks anders. 

Dit zijn lessen die Eleonora zichzelf heeft moeten leren, na haar jeugd met een tirannieke vader en een zwakke moeder en een broer die haar, als het hem uitkwam, kon verraden.

Als er een nieuwe leerling komt, moet Eleonora die lessen opnieuw tegen het licht houden. 

Chirú is een jonge violist die aan Eleonora vraagt hem onder haar hoede te nemen. Ondanks haar eigen twijfels en de twijfels van de mensen die haar na staan, neemt zij hem inderdaad als leerling aan. Maar waar ze bij de eerste lessen nog degene is die weet in welke richting het gaat, blijkt al snel dat Chirú zich ontwikkelt in een richting die Eleonora niet had voorzien.

Michela Murgia (1972)
Michela Murgia is niet de eerste de beste. Zij heeft een boekenprogramma op de Italiaanse televisie en is theoloog, schrijfster en criticus. 

Ik vond De lessen een prachtige roman. Het eerste dat opvalt is het ontzettend mooie en beheerste taalgebruik. Michela Murgia is in staat om filosofische ideeën en bijzondere gedachtewisselingen in een bijna moeiteloos proza te beschrijven, dat het bijna poëtisch wordt.

De herinneringen aan Eleonora’s kindertijd, een belangrijke factor in de vrouw die ze is geworden, zijn schrijnend, zonder dat ze dik aangezet worden. In een paar scene’s, in een aantal beschrijvingen komt de gezinsleden naar voren, ieder in de eigen rol die ze gespeeld hebben.

De lessen gaat over volwassen worden, wat je meeneemt uit je kindertijd, keuzes maken en loslaten. En gaat vooral over transformatie. Je kunt een bepaalde richting kiezen en jezelf vertellen dat dit is wat je wilde, maar dat wil niet zeggen dat je daaraan vast moet blijven houden.

Mooi vond ik ook dat het verhaal nergens ontspoorde in een cliché en niet de richting op gaat die je misschien in het begin denkt. Heel knap laat De lessen zien hoe Eleonora de waarheden die ze zelf heeft geleerd los moet laten en het leven opnieuw moet leren bekijken.

Een schitterend boek.

Originele Italiaanse uitgave: Chirú (2015)
Nederlandse uitgave: 2017 door uitgeverij Wereldbibliotheek
Nederlandse vertaling: Manon Smits
Bladzijdes: 220

vrijdag 14 juli 2017

Santo Stefano in Bologna

De Santo Stefano vanaf het plein.
Links zie je de ronde 'Heilige graf kerk'
Een van de meest bijzondere kerken die ik ooit heb bezocht, is de Santo Stefano in Bologna. Dit is namelijk een complex van zeven kerken, waarvan de oudste al in de 4e eeuw is gebouwd.

Oudste kerk
De oudste kerk zou gebouwd zijn op het amfitheater waar twee van de eerste Bolgonese martelaren, Vitale en Agricola, rond het jaar 304 zijn gestorven omwille van hun geloof.

Oorspronkelijk heette deze kerk de Sint Pieter, omdat er een inscriptie was gevonden met de naam Symon, de naam van de latere apostel Petrus. Men dacht op dat moment dat Petrus in Bologna begraven was en niet in Rome. 

De bisschop van Rome kon dat natuurlijk niet over zijn kant laten gaan, want er kon tenslotte maar één echt graf van Sint Pieter zijn! Hij liet het dak van de kerk in Bologna halen en vulde de kerk met aarde, tot ze in Bologna toegaven en de kerk de naam van de Heilige Vitale en Agricola gaven. 
Het kerkje van Vitale en Agricola
Jeruzalem
Bisschop Petronius van Bologna (later ook de beschermheilige van de stad) liet een eeuw later naast de kerk van Vitale en Agricola een nieuwe kerk bouwen, boven op een tempel van Isis. Deze kerk heeft een kenmerkende hoekige ronde vorm, een verwijzing naar de Heilige Grafkerk in Jeruzalem.

In de eeuwen erna kwamen er nog een aantal kerken bij, verbonden aan elkaar met binnenpleintjes. Tegenwoordig zijn er trouwens nog maar vier kerken over, maar het staat nog altijd bekend als ‘le sette chiese’.
Mooie fresco's
De zeven kerken stonden ook symbool voor de verschillende momenten uit het leven en de dood van Jezus Christus. Zo is er dus een kerk die verwijst naar zijn dood, maar er is ook de San Stefano van het Kruis, het binnenplein van Pilatus en de Kapel van de rouwsluier van Maria. 
Dit haantje in de binnenplaats van Pilatus verwijst naar de haan van Petrus.

Dante, Maria en monniken
Het schijnt dat Dante hier lange tijd heeft verbleven en geïnspireerd raakte door de beeldhouwwerken op het binnenplein en hier een paar kwellingen uit de hel op heeft gebaseerd.

Tot 2000 lag in dit complex het lichaam van de Heilige Petronius, maar dat is daarna verhuisd naar de San Petronio, de grote kathedraal van Bologna.

Het complex van Santo Stefano huist ook een Benedictijns klooster en een klein museum waar voorwerpen uit de rijke geschiedenis te zien zijn.

Hier wordt ook een doek bewaard die aan Maria zou hebben toebehoord en een keer per jaar wordt deze doek rondgedragen in een processie door de wijk. Volgens de traditie moeten de prostituees van Bologna dan wel uit de buurt blijven.

In dit bijzondere gebouw heb je tientallen eeuwen geschiedenis bij elkaar. Voeg daarbij dat het driehoekige plein voor de kerken ontzettend gezellig is, en dan begrijp je dat wanneer je Bologna bezoekt, je de Santo Stefano zeker niet mag overslaan!

maandag 10 juli 2017

Open zee, Catherine Poulain

Lily is net aangekomen in Alaska en wil per se mee op een van de vissersboten waarbij gevist wordt op heilbot, koolvis en kabeljauw. Ze is niet de meest voor de hand liggende kandidaat, aangezien ze een kleine en frêle Française is.

Toch is er een schipper die het met haar aandurft, maar Lily zal moeten bewijzen dat de schipper geen vergissing heeft gemaakt door haar aan te nemen. Ze moet even hard werken als de mannen en krijgt niets cadeau, maar haar doorzettingsvermogen en taaiheid winnen het respect van de andere zeelui aan boord.

Voor wie nog romantische illusies over het zeemansleven koestert, opent deze roman de ogen. Er is geen romantiek in de visserij. Het rauwe leven wordt indringend beschreven en als lezer wordt je meegezogen in de hectiek als de lijnen met aas moeten worden binnengehaald en alle vissen ter plekke moeten worden schoongemaakt om opgeslagen te worden in het ruim. Hierbij wordt er soms vierentwintig uur achter elkaar gewerkt.

De kans op ongelukken aan boord is bijzonder groot en ook Lily ontspringt die dans niet, een stekel van een vis in haar hand zorgt voor een ontsteking die fataal had kunnen worden en verder zijn er allerlei ongelukken en ongemakken.

Tegelijkertijd is er de eenheid van de bemanning aan boord die samen naar één doel werken en de ultieme vrijheid van de zee. Niet voor niets eist Lily dat zij ook zij wordt ingedeeld om wacht te houden in het midden van de nacht, als de stuurhut en de zee alleen voor háár zijn.

Voor Lily is dit alles wat ze wilde en ze is er volkomen op gericht. Hoewel zeeman Jude met wie ze een korte affaire heeft met haar naar Hawaï wil en daar wil settelen, kiest Lily voor haar eigen vrijheid.

In haar toekomst lonkt het vissen op de Bering zee en vooral de ultieme proef waar veel ervaren vissers voor terug deinzen; het vissen op krab. Of ze daar daadwerkelijk uitkomt weten we niet, maar als er iemand een kans heeft om die droom te verwezenlijken, is het Lily.

Ik vond het echter jammer dat we nooit meer over Lily zelf te weten komen. Ze is gevlucht uit Frankrijk, maar dat is alles, van haar achtergrond en de redenen om te vluchten horen we niks. De enige aanwijzing die wordt gegeven is dat de plaats waar zij vandaan komt wordt verbasterd tot ‘messentrekkers’, en daar blijft het bij.

Ik had graag beter willen begrijpen waar haar enorme drive vandaan kwam en dat kan alleen als je iemand beweegredenen kunt doorgronden, maar bij Lily is daar geen sprake van.

Catherine Poulain (1960)
Aan de andere kant kan dat ook net de bedoeling zijn geweest. Tenslotte heeft iedereen die Lily daar bij de Final Frontier leert kennen een verleden waar hij of zij liever niet aan denkt en iedereen is wel voor iets op de vlucht. Daar, in de armoedige kroegen waar iedereen probeert zijn pijn te verdrinken of met drugs te verdoven, is iemands verleden niet zo belangrijk. Het gaat erom dat je vist.

De meeste nieuwelingen in Alaska hebben nog de droom dat ze met vissen geld genoeg zullen verdienen om een nieuw en beter leven op te bouwen, ver bij de kou en de zee vandaan. De oudgedienden weten dat dit ijdele hoop is en dat voor de meesten hier het eindstation is en dat er niets anders wacht dan zee, vis en drank. 

En voor sommigen, zoals Lily, is deze plek de enige plek waar ze volkomen zichzelf kunnen zijn. Onder de eindeloze hemel en in de peilloze zee  is iedereen gelijk en valt al het andere weg.

Open zee is daarmee geen opgewekt of optimistisch boek, maar wel een die het lezen meer dan waard is, omdat het je niet loslaat. Een volkomen onbekende wereld ging voor me open en de obsessie van Lily sloeg een beetje over, waardoor ik het boek niet weg wilde leggen.

Wat ik helemaal bijzonder vind is dat de schrijfster, Catherine Poulain zelf jarenlang in Alaska heeft gewoond en op vis heeft gevist. Zij heeft haar eigen ervaringen gebruikt in deze debuut roman. Ze had echter geen verblijfs- of werkvergunning en is op een gegeven moment Alaska weer uitgezet. 
Tegenwoordig is ze schaapherder in Frankrijk.

Als je haar hoort praten, kun je je bijna niet voorstellen dat dit frêle vrouwtje met de zachte en verlegen stem zo volstrekt buiten alle begaande paden heeft geleefd, maar blijkbaar is zij een van die mensen met een ijzeren kern die in staat is volkomen haar eigen gang te gaan en niet terugschrikt voor ongemak of eenzaamheid. Iemand die juist dat ongemak en die eenzaamheid nodig heeft om bij zichzelf te komen. 

Ik vind haar in ieder geval een bijzondere vrouw die ook nog een heel mooi boek heeft geschreven. heel mooie boeken kan schrijven.

Originele Franse uitgave: Le grand marin (2016)
Nederlandse uitgave: 2017 door uitgeverij Cossee
Nederlandse vertaling: Prescilla van Zoest
Bladzijdes: 348

zondag 9 juli 2017

Foto op zondag (6)

Donderdag jl. na de diploma-uitreiking kwam ik thuis met een tas vol cadeautjes en een arm vol bloemen, maar vooral met een hart vol lieve woorden van waardering van mijn leerlingen en hun ouders. Zo ontzettend lief, het was om stil van te worden.
Ik heb het mooiste beroep ter wereld.

vrijdag 7 juli 2017

Tentoonstelling: Cuban Art Now

Augustusregen op een januaridag
Alejandro Campins
In het Singer museum in Laren is op dit moment de tentoonstelling Cuban Art Now te zien, waar belangrijke contemporaine kunstenaars uit Cuba verzameld zijn.

Een Nederlands echtpaar dat op Cuba woonde, maakte hier kennis met de nieuwste stromingen in de Cubaanse kunst en besloten om een aantal werken te kopen. Deze verzameling breidde zich uit en de tentoonstelling die nu te zien is, is het grootste overzicht van hedendaagse Cubaanse kunst.

In de vaak kleurrijke werken van de Cubaanse kunstenaars zie je dat ze geïnspireerd worden door het Cubaanse landschap. Maar ook de cultuur, de geschiedenis en natuurlijk de politieke situatie komen op verschillende manieren terug.

Ondanks deze overeenkomsten vond ik het heel bijzonder om te zien dat elke kunstenaar een volkomen andere aanpak en stijl van schilderen heeft.
Zo zijn de werken van  JEFF (José Emilio Fuentes Fonseca) onmiddellijk te herkennen aan de kinderlijke stijl en de vrolijkheid die eruit spreekt, ondanks dat de onderwerpen niet altijd heel vrolijk zijn.
De visser, JEFF

Mannen met baarden, JEFF
Het mooist vond ik persoonlijk de schilderijen van Alejandro Campins. Bijna alle schilderijen uit zijn zaal spraken me aan en ik zou ze zo bij mij thuis aan de muur hangen. Zijn manier van schilderen en het kleurgebruik vond ik prachtig.

Vraag het me, Alejandro Campins

Stad der doden, Alejandro Campins
Heel erg vrolijk werd ik ook van de schilderijen van Flavio Garciandia, die met zijn schilderijen van bonen ook een dikke knipoog geeft aan collega kunstenaars als Malevich of Ad Reinhardt.
Witte bonen, of Malevich en Reyman in Havanna, 
Er waren niet alleen schilderijen, maar ook een paar objecten (olifantjes!!) die ik bijzonder leuk vond.
Olifanten van JEFF

Zelfportret, Weerbericht en Zonder titel, Eduardo Ponjuan
Cuban Art Now is geen heel grote, maar wel een mooie en gevarieerde tentoonstelling, waar heel veel valt te genieten. Ik vind het vooral bijzonder dat je werken van deze kunstenaars niet zo snel hier in Europa ziet en zeker niet in zo'n hoeveelheid bij elkaar.
Cuban Art Now is nog tot 24 september 2017 te zien in het Singer museum in Laren.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...