zondag 21 januari 2018

Boekentip op zondag (2/18)

Met de Kerst heb ik dit prachtige boek gekregen; A day with Claude Monet at Giverny door Adrien Goetz.
Het boek en de cassette waar het boek in zit. 
Het gaat over het huis met de magnifieke tuin die Claude Monet in Giverny had aangelegd en waar hij het laatste deel van zijn leven heeft gewoond. Dit boek vertelt over het dorp, de tuin, de vrienden van Monet die er op bezoek kwamen en de manier van leven in het huis.

Dit alles is prachtig geïllustreerd met foto's van toen en nu, tekeningen en schilderijen. Bovendien is deze uitvoering werkelijk schitterend, met zowel de cover als de cassette waar het boek in zit bedrukt met de prachtige kleuren van Monet.

Met dit boek waan je je even op bezoek bij Claude Monet en kun je genieten van de pracht in Giverny. Ik ben hier zó blij mee!

vrijdag 19 januari 2018

Viceroy's house (2017)

In 1947 kwam er een einde aan een paar honderd jaar koloniale overheersing van India door het Britse rijk. De taak om deze machtsoverdracht tot een goed einde te brengen kwam op de schouders van Lord Mountbatten, Hij kwam als de nieuwe onderkoning in India aan en moest ervoor zorgen dat de verschillende partijen in India, de Hindoes onder leiding van Nehru en de Moslims onder leiding van Jinnah tevreden waren over de uitkomst.

Viceroy's house gaat over deze periode in de geschiedenis van India. Het verhaal begint als Lord en lady Mountbatten (Hugh Bonneville en Gillian Anderson) naar India komen. Zij hebben slechts een korte tijd om zich bekend te maken met de gebruiken en de cultuur van het immense land en de verschillende belangrijke groepen.

Lady Mountbatten doet haar best om in het gigantische paleis van de onderkoning de verschillende bedienden zoveel mogelijk tegemoet te komen. Zij wil de Engelse overheersing met een positieve erfenis laten eindigen.

Lord Mountbatten besluit om de onafhankelijkheid naar voren te schuiven om verder geweld te voorkomen. Hij moet kiezen of er één ongedeeld India komt zoals de Hindoes willen, of een India voor de Hindoes en een onafhankelijke staat Pakistan voor de Moslims. Uiteindelijk wordt er gekozen voor deze tweede optie, met verschrikkelijk geweld tot gevolg. In het hele land komen er volksverhuizingen op gang en waar de grens komt te lopen vinden vreselijke slachtpartijen plaats.

Er is veel te genieten in deze film, het is namelijk een heel degelijke Britse kostuumfilm. Hugh Bonneville heeft het verwijt gekregen dat hij in deze rol gewoon weer de graaf van Grantham speelt (Downton in de Punjab), maar ik vind hem een goede acteur en hij zet een sympathieke Mountbatten neer. Een man die zijn best doet onder moeilijke omstandigheden.

Gillian Anderson ken ik vooral van The X-files en hoewel ik wist dat ze vaker in Engelse series en films speelt, zo was ze een excellente Mrs Haversham in Great expectations, had ik haar hier bijna niet herkend.
Gillian Anderson en Hugh Bonneville als Lady en Lord Mountbatten
Het onderliggende liefdesverhaal van twee werknemers in het paleis van de onderkoning, Jeet Kumar (Hindoe) en Aalia Noor (moslim) geeft een extra dimensie. In hun verhaal kun je zien wat de gevolgen van de deling zijn voor de gewone bevolking van India. Manish Dayal speelt Jeet met overtuiging als de jongeman die bereid is om op zijn geliefde te wachten en Huma Qureshi is zeer goed als een jonge vrouw die moet kiezen tussen de liefde en de plicht.

Helaas is er historisch gezien wel heel wat af te dingen op deze film.
Dat de affaire tussen lady Mountbatten en Nehru niet wordt gebruikt is nog tot daar aan toe, maar deze film laat lord Mountbatten wel in een heel gunstig licht zien. Een stuk gunstiger dan de meeste historici denken dat zijn rol was.

Zo heeft hij er geen goed aan gedaan om de onafhankelijkheid naar voren te schuiven, is hij halverwege de onderhandelingen teruggegaan naar Engeland voor het huwelijk van zijn neef Philip met prinses Elizabeth en had hij een deel van de gewelddadigheden kunnen voorkomen als hij niet al een groot deel van de Britse legermacht weg had gestuurd.

In deze film wordt gedaan alsof Mountbatten van goede wil was, maar eigenlijk werd verraden door de leider van de Moslimpartij Jinnah en de oud-premier van Engeland, Churchill. Deze zienswijze is niet verwonderlijk, aangezien de film voornamelijk is gebaseerd op de memoires van Lady Pamela, de dochter van Mountbatten. De gang van zaken in de film waarbij Churchill en Jinnah al een overeenkomst hadden gesloten over de stichting van Pakistan, is gebaseerd op het werk van één persoon, andere historici verwerpen deze kijk op de zaak.

Viceroy's house is een fijne Engelse kostuumfilm met goede acteurs en een paar goede verhaallijnen, maar als je meer wilt weten over de onafhankelijkheid van India, moet dit niet je enige bron zijn.

woensdag 17 januari 2018

maandag 15 januari 2018

Davita's harp, Chaim Potok

Ilana Davita groeit op bij haar intellectuele en politiek betrokken ouders. Haar moeder is Joods en haar vader is Christelijk, maar nu zijn ze beiden communisten en overtuigde leden van de Amerikaanse communistische partij. 

De situatie in de wereld is niet heel erg rooskleurig, de economische crisis van 1929 heeft diepe sporen achtergelaten en in Europa krijgen de fascisten in verschillende landen steeds meer invloed.

Het communisme is in Amerika niet erg populair en het gezin moet vaak verhuizen, de enige constante is de deurharp die in elk appartement aan de voordeur komt te hangen en die Davita een gevoel van thuis geeft.

Michael, haar vader, is journalist en gaat naar Spanje om de Spaanse burgeroorlog te verslaan, maar zal hier niet van terugkomen.

Annie, haar moeder moet proberen door te gaan zonder haar echtgenoot, maar stort pas echt in als Hitler en Stalin in 1939 een niet-aanvalsverdrag sluiten. Alles waar ze in had geloofd en wat haar nog op de been hield, is nu ook kapot gemaakt. In een laatste poging om weer een leven op te bouwen keert ze terug naar de Joodse gemeenschap, ondanks de bedenkingen die ze daarbij heeft.

Ilana Davita is een zeer intelligent meisje dat meer te horen krijgt dan misschien verstandig is voor haar leeftijd, en die haar best doet de moeizame wereld om haar heen te begrijpen.

Van haar ouders krijgt ze heel veel kennis mee, maar niets over het geloof waar haar moeder in op is gevoed. Uit eigen beweging zoekt ze hier naar zingeving, en gaat ze naar de sjoel en zal uiteindelijk zelfs op de Hebreeuwse school plaatsnemen. Waar ze echter steeds tegenaan loopt is dat vrouwen in het orthodoxe Jodendom een zeer achtergestelde plaats hebben en haar onafhankelijke manier van denken haar niet in dank wordt afgenomen. En waar het communisme haar geen troost bood, voelt ze zich uiteindelijk verraden door de manier waarop ze in het Jodendom wordt behandeld.

Chaim Potok heb ik zo’n twintig jaar geleden veel gelezen, hij was behoorlijk populair in Nederland in de jaren ’80 en begin jaren ’90, maar op de een of andere manier heb ik al jarenlang zijn boeken niet opnieuw gepakt.

Chaim Potok (1929-2002) is zelf opgegroeid in een orthodox-Joods gezin en dit milieu komt vaak terug in zijn boeken. Een belangrijk thema is de spanning tussen orthodoxe opvattingen en de individuele vrijheid van mensen. Wat is belangrijker, de geest of de letter van de wet?

In Davita’s harp gaat het ook over de problemen waar Ilana Davita in het religieuze milieu tegenaan loopt. Als meisje wordt ze niet geacht Kaddiesj (gebed voor de doden) te zeggen voor haar vader en krijgt ze, ondanks de hoogste cijfers, niet de belangrijkste prijs op school, omdat sommigen niet willen erkennen dat een meisje hogere cijfers kon halen dan de jongens van de klas. 

Omdat ze niet is opgevoed in het Joodse geloof, is ze echter in staat om hierin haar eigen weg te zoeken. Ze heeft geen vooropgezette ideeën over wat wel en niet zou mogen en en begrijpt bijvoorbeeld niet waarom zij geen Kaddiesj zou kunnen zeggen. 

Ook de verhalen die haar vader en een vriend van haar ouders haar vertelden, helpen haar op een andere manier naar de verhalen van de Thora te kijken. Iets dat op de school ook niet gewaardeerd wordt, want als je ervanuit gaat dat mensen de Thora hebben geschreven, wat voor waarde zou het dan nog hebben? 

Heel knap weet Chaim Potok de verschillen tussen de milieus duidelijk te maken. In de communistische partij waar Annie geldt als een erkende specialiste op het gebied van Marx en Engels en een belangrijke plaats inneemt in de partij, terwijl ze in het Joodse geloof achter een gordijn moet plaatsnemen omdat ze tijdens de dienst niet gezien mag worden.

Tegelijkertijd zijn er ook veel overeenkomsten tussen de orthodoxe Joden en de communisten duidelijk; in beide gevallen is er een strikte doctrine waar men zich aan moet houden en is er maar één waarheid mogelijk. De leer, of dat nu Marx of de Thora is, moet constant bestudeerd en becommentarieerd worden. En waar de orthodoxe Joden niets weten van de gewone wereld en de politieke situatie, zo wijzen de communisten alles af dat niet in hun straatje past.

De ommezwaai van haar moeder is daarom misschien ook weer niet zó vreemd als het op het eerste gezicht lijkt.

Ondanks de onrechtvaardigheid van sommige situaties, het leven is nu eenmaal niet eerlijk, heeft Davita genoeg bagage meegekregen om het beste van twee werelden te kunnen verenigen en haar eigen weg te gaan. 

Davita’s harp is een bijzonder boek waarvan ik blij ben dat ik het weer herlezen heb.

Originele Engelse titel: Davita’s harp (1985)
Nederlandse uitgave 1986 door uitgeverij BZZTôH
Nederlandse vertaling: Peter Sollet
Bladzijdes: 354

vrijdag 12 januari 2018

Tentoonstelling: Jongkind en vrienden

Haven van Honfleur 1876
Johan Jongkind werd in 1819 geboren en deed zijn opleiding aan de Teekenschool in Den Haag. Zijn leermeester Aert Schelfhout bracht hem onder de aandacht van de Franse schilder Eúgene Isabey, die onder de indruk was en Jongkind uitnodigde om naar Parijs te komen. 

Jongkind kreeg zelfs een koninklijke beurs om in Parijs te studeren en leerde hier verschillende schilders van de Barbizon school kennen. Zijn manier om landschappen te schilderen op een zeer Nederlandse manier, zelfs al was het onderwerp Frans, sloeg erg aan in Parijs en verschillende malen werd Jongkind op de Salon beloond.

De Franse schilders bewonderden zijn stijl en iemand als Claude Monet beschouwde hem als een leermeester. Monet schijnt zelfs gezegd te hebben dat Jongkind zijn oog heeft leren kijken.

Net als de nieuwe generatie schilders vond Jongkind de nieuwe tijd interessant en schilderde hij het moderne stadsleven, zoals de spoorbruggen die werden aangelegd of de verbouwingen en veranderingen in Parijs. 
Le Canal St. Martin á Paris, 1875
Maar ook trok hij naar de Normandische kust om daar in de buitenlucht te schilderen. Zijn manier van schilderen was niet romantisch, maar probeerde juist de moderne feitelijkheid weer te geven.  

Toen in 1855 zijn schilderijen echter geweigerd werden op de Salon, keerde hij failliet terug in Nederland. In Rotterdam en Dordrecht legde hij zich toe op havengezichten en vooral op havens in het maanlicht.

Zijn vrienden in Frankrijk waren hem echter niet vergeten en hebben in 1860 zelfs een veiling gehouden om geld in te zamelen om Jongkind weer naar Parijs te halen. Tot zijn dood in 1891 zou hij in Frankrijk wonen en hier veel bekendheid genieten, vooral zijn ‘Hollandse landschappen’ vielen erg in de smaak. 
Le Rue Faubourg St. Jacques á Paris 1879
Johan Jongkind deed niet mee aan de eerste Impressionistische tentoonstelling van Monet en zijn vrienden en is dus nooit tot de Impressionisten gerekend, al kun je wel zeggen dat hij aan de wieg van deze stroming heeft gestaan.

In het Dordrechts museum is er op dit moment een zeer mooie tentoonstelling over Johan Jongkind te zien. Zijn ontwikkeling van beginnende schilder in Den Haag tot gevierd schilder in Frankrijk is te volgen, en de invloed die hij had op anderen. Er hangen dus niet alleen werken van Jongkind zelf, maar ook van de Franse schilders met wie hij samenwerkte. 

Ik was onder de indruk van de grootte van deze tentoonstelling en ik was verbaasd over hoe mooi ik de schilderijen van Jongkind vond. Hij kreeg een losse manier van schilderen die erg op die van de Impressionisten lijkt, maar toch heel Nederlands is in de manier waarop hij landschappen doet. 
Jongkind was een originele schilder die niemand na-aapte, maar zijn eigen weg ging, met prachtige schilderijen tot gevolg. 
Stadgezicht Rotterdam 1873
De tentoonstelling is erg de moeite waard, het is dan ook beslist geen kleine tentoonstelling, maar er zijn veel werken verzameld en ze zijn bijna allemaal even mooi.

De tentoonstelling Jongkind en vrienden is nog tot 27 mei 2018 in Dordrecht te zien. 

maandag 8 januari 2018

Het Noordwater, Ian McGuire

In het midden van de 19e eeuw is de walvisvaart op haar retour, er is weinig vraag meer naar walvistraan en er is geen geld meer in te verdienen. Toch gaan er nog een aantal schepen naar het noorden, en een ervan is de Volunteer

De kapitein, Brownlee, is echter iemand met een ongelukkig verleden, zijn vorige schip is met man en muis vergaan en het ongeluk lijkt hem te achtervolgen.

Maar ook de andere leden van de bemanning voorspellen niet veel goeds. Zo is daar Patrick Sumner, een Ierse arts die in India heeft gewerkt als legerarts en nu de scheepsdokter wordt. Zogenaamd omdat een paar maanden moet overbruggen tot hij een erfenis krijgt, maar zijn werkelijke achtergrond is een stuk grimmiger en schimmiger.

En daar is ook nog Henry Dax, van wie wij in het begin al meteen te weten komen dat hij een verkrachter en een moordenaar is.

Het schip gaat via Shetland om nog wat bemanningsleden op te pikken en vertrekt dan naar de ijzige zeeen van het noorden op zoek naar walvissen. Helaas gaat het volkomen mis, een van de scheepsjongens wordt vermoord teruggevonden in een vat, er ontstaat nog meer moord en doodslag en tot overmaat van ramp loopt het schip vast in het ijs. 

De overgebleven mannen hebben geen enkele keuze dan te moeten overleven in de kou, terwijl de moordenaar zijn eigen plan trekt.

Het Noordwater is mijn eerste kennismaking met Ian McGuire, en er waren een aantal zaken die me goed bevielen. De historische details worden moeiteloos in het verhaal vervlochten zonder dit op een hinderlijke manier te onderbreken. De rauwheid van het leven op een walvisvaarder en de hardheid van het bestaan worden levendig beschreven en het is duidelijk dat in zulke omstandigheden fijngevoeligheden en moraal weinig meer te zeggen hebben.

Dit boek is geen thriller, hoewel we vanaf de eerste pagina’s weten dat we met een moordenaar te maken hebben. Het verhaal wil laten zien hoe mensen op elkaar reageren als ze in benarde omstandigheden met elkaar moeten zien te overleven en er tegelijkertijd dingen gebeuren die hun bevattingsvermogen te boven gaan.

Tegelijkertijd wordt het na een tijdje wel heel erg veel met al het bloed, de stront, de pus en het geweld en kreeg ik daar een beetje genoeg van. Op een gegeven moment weet je het wel en hoef je niet elke keer de details te weten als iemand zichzelf onderschijt.

Wat me ook tegenviel was dat er weinig ontwikkeling zit in de personages. Henry Drax is een gewetenloos mens die het niet uitmaakt of hij nu eet, zijn kont afveegt of een moord pleegt, voor hem staan al die zaken op hetzelfde niveau. We komen verder niets over hem of zijn achtergrond te weten. Hij duikt onder en duikt weer op als een vast gegeven, als een uiting van pure slechtheid, een personificatie van Het Kwaad.

Ik kan best geloven dat zulke mensen bestaan, maar tegelijkertijd ergert het me dat wel helemaal niets te weten komen over de manier waarop Dax weer terechtkomt in Engeland. Het lijkt alsof Ian McGuire Dax bijna bovennatuurlijke gaven heeft meegegeven waarbij niets hem raakt en niets hem kan verslaan en hij elk willekeurig moment weer in het verhaal kan komen zonder dat we weten hoe en waarom.

Patrick Sumner had een interessante man kunnen zijn, maar hij is tegelijkertijd gebroken door de gebeurtenissen in India en zijn ervaringen op de Noordpool transformeren hem op geen enkele manier. Hij neemt uiteindelijk een nieuwe identiteit aan, maar dit is alleen een andere jas. Zijn leven is en blijft leeg en hij is er uiteindelijk niet veel beter aan toe dan een trieste ijsbeer in een dierentuin.

Ik had Het Noordwater heel graag heel mooi willen vinden, want ik houd van historische romans en het uitgangspunt leek me interessant. Maar hoewel er een aantal goede dingen inzaten en ik het ook niet met heel veel moeite heb uitgelezen, heb ik er ook niet zo van genoten als ik had gehoopt. 
Kort gezegd: te weinig psychologische diepgang, te veel stront. 

Ik had meer verwacht, zeker omdat dit boek op de shortlist van de Man Booker Prize stond. (maar ja, literaire nominaties zeggen natuurlijk niet alles).

Als Ian McGuire echter heeft bedoeld een boek te schrijven over de absolute triestheid en leegheid van het bestaan, zonder dat hier een lichtpuntje van hoop in te vinden is, dan is hij daar wel in geslaagd.

Originele titel: The North water (2016)
Nederlandse uitgave 2017 door uitgeverij Cargo
Nederlandse vertaling: Luud Dorresteyn en Otto Biersma
Bladzijdes: 316
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...