maandag 11 december 2017

Archivaris van de wereld, Lia Tilon

De rijke bankier Albert Kahn had een ideaal, hij wilde wereldvrede promoten door begrip tussen de volkeren te kweken. Zijn idee was om de wereldbevolking vast te leggen op de gevoelige plaat, zodat mensen elkaar konden leren kennen. Mensen die elkaar kennen, krijgen begrip voor elkaar en vervolgens zal de vrede prevaleren. 

Albert Kahn had de mogelijkheid om tientallen fotografen op reis te sturen, naar alle uithoeken van de aarde voor zijn grote project, een archief te maken van de planeet.

Zijn jonge chauffeur Alfred Dutertre wordt ook opgeleid als fotograaf, en leert op verzoek van zijn werkgever de nieuwe techniek van kleurenfotografie, het maken van autochromes. Gemakkelijk gaat hem dit niet af, Dutertre twijfelt aan het nut van de hele onderneming en hij worstelt met zijn nieuwe functie. 

Want Kahn is niet alleen zijn werkgever, maar soms ook zijn leermeester en heel af en toe benadert hun relatie die van afstandelijke oom met favoriet neefje. Zeker als ze beiden op wereldreis gaan in 1908 en ze noodgedwongen samen de vreemde werelden en nieuwe culturen zien.

Het idealisme van Kahn verlaat hem eigenlijk nooit, het geloof in vooruitgang en dat de techniek de vooruitgang kan helpen drijft hem voort. In zijn landhuis in Boulogne bij Parijs ontvangt hij schrijvers, kunstenaars, filosofen en geleerden en natuurlijk de vele fotografen die voor hem op reis gaan om het archief te vullen.

Voor Dutertre liggen de zaken anders, nadat hij in de loopgraven is geweest, gelooft hij niet meer zo in de onderneming. Maar zijn twijfel uit hij nooit, hij wil Kahn niet teleurstellen. En als Albert Kahn een oude man is geworden en de wereld op het punt staat zich in een nog grotere wereldbrand te storten, laat Dutertre hem alleen die foto’s zien die gelukkige herinneringen oproepen, in de hoop de oude man voor de waarheid te behoeden.

Soms lees je een boek waar eigenlijk niet zo heel veel in gebeurd, maar dat toch blijft boeien en dat ook nog lang in je hoofd blijft zitten.

Archivaris van de wereld is geen boek waarin er actie op actie volgt, waarin het plot erg spannend is of waarin je meegezogen wordt in de vaart van het verhaal. Als je dat allemaal zoekt in een boek, dan moet je dit boek niet lezen.

Als je echter een fijngevoelig en bijna weemoedig verhaal mooi vindt, dan moet je dit boek wel lezen. Als je kunt genieten van een ‘klein’ verhaal, dan is dit een boek voor jou. En het is niet klein omdat er niks gebeurd, maar omdat verhaal het bijna verstild wordt verteld, zonder dramatische plotwendingen of grote overgangen.

Albert Kahn heeft echt bestaan en zijn chauffeur ook. Lia Tilon kwam bij toeval iets ter weten over de verzameling autochromes die nog altijd bestaat en besloot de weinige gegevens te gebruiken als inspiratie. Zoals ze zelf zegt; ‘ik heb feiten gebruikt om fictie te schrijven.’

Archivaris van de wereld is een mooi verhaal vol genegenheid, herinneringen en verlies. Een boek waar ik van heb genoten.

Uitgegeven in 2017 door uitgeverij Cossee
Bladzijdes: 247

zondag 10 december 2017

Filmtip op zondag (17)

In deze koude, grauwe dagen is het heerlijk om naar de bioscoop te gaan. Op dit moment draait Murder on the Orient Express, naar het bekende boek van Agatha Christie. Een nieuwe versie van dit verhaal, na de verfilmingen met Albert Finney en David Suchet.

In deze nieuwe versie speelt Kenneth Brannagh de beroemde Belgische detective Hercule Poirot die een kwestie in Bagdad heeft opgelost en vervolgens de Orient Express terug zal nemen naar Europa. Het vinden van een slaapplek blijkt onverwacht moeilijk, want alle couchettes zijn geboekt, maar er is nog net één plek vrij voor Poirot.

Tijdens de rit komen ze vast te zitten in de sneeuw en dan blijkt één van de passagiers te zijn vermoord. De politie kan er niet bij gehaald worden en iedereen heeft een alibi, dus niemand kan de moord hebben gepleegd.
De enige die hier licht in de duisternis kan brengen is Hercule Poirot, die er al snel achterkomt dat de dode een heel verleden had en dat oude misdaden lange schaduwen hebben.

De nieuwe versie is heel erg leuk om te zien. Prachtige opnames van oa de trein in de bergen en de steden en schitterende aankleding. Verder een sterrencast om je vingers bij af te likken, met onder andere Judi Dench, Willem Dafoe, Derek Jacobi, Johnny Depp, Penelope Cruz en de onvolprezen Michelle Pfeiffer die het samen met nog een aantal anderen een feest maken om naar deze film te kijken.

Kenneth Brannagh is Hercule Poirot en doet dit vrij behoorlijk.  Het is even wennen na zolang David Suchet in deze rol te hebben gezien en voor mij is hij de enige echte Poirot, maar Brannagh is niet onverdienstelijk.

Natuurlijk zijn er wat dingen bij verzonnen om het verhaal wat aan te kleden en zijn er in de personages wat zaken veranderd, maar de essentie van het verhaal staat overeind, en dat is het allerbelangrijkste. Ik heb alleen bezwaar tegen Poirot die mensen achtervolgt en beschoten wordt enzovoort, dit past niet binnen het personage!

Maar verder is dit een heel fijne nieuwe versie, waar ik heel erg van genoten heb.
Alle passagiers van de Orient Express

vrijdag 8 december 2017

Twee musea in Nice

Tijdens mijn verblijf in Nice in oktober heb ik twee mooie musea bezocht, die alle twee helemaal anders van karakter waren, maar ik heb beide met heel veel plezier bekeken. 

Villa Massena
Vlak naast het beroemde hotel Negresco staat in Nice de Villa Massena. In dit mooie herenhuis, dat op zichzelf al een bezoek waard is, is een museum gevestigd dat voornamelijk de geschiedenis van Nice weergeeft.

Op de onderste verdieping wordt de geschiedenis van de familie van wie de villa was uitgelegd. Ook zijn er allerlei herinneringen aan en parafernalia van Napoleon te vinden. Zo is er zijn dodenmasker, maar ook persoonlijke brieven en kleding die door Josephine gedragen is.

Op de tweede verdieping wordt de geschiedenis van Nice verteld, van het vissersplaatsje dat uitgroeide tot een mondaine badplaats waar de haute monde de winter kwam doorbrengen. Prachtige oude foto’s uit het midden van de 19e eeuw laten een strand vol vissersboten zien, toen de promenade er nog niet was. 

Maar er zijn ook allerlei voorwerpen, zoals kleding, juwelen, serviezen, meubels en foto’s die een beeld geven van Nice in de afgelopen anderhalve eeuw. 

Een ietwat eclectisch, maar wel fijn museum waar ik me erg goed vermaakt heb.

Yves Klein
Museum van moderne en contemporaine kunst (MAMCA)
Vlak aan het Place Garribaldi staat het moderne gebouw dat het museum voor moderne kunst is. Nice was vooral in de jaren na de Tweede Wereldoorlog een belangrijke plek voor hedendaagse kunstenaars om zich te ontwikkelen. 

Het museum heeft schitterende werken van onder ander Yves Klein, van wie ik eerlijk gezegd nog nooit had gehoord maar wiens werk ik wel heel mooi vond. Vooral zijn blauwe kunstwerken vond ik prachtig.

Ook zijn er installaties van andere Franse kunstenaars te zien zoals bijvoorbeeld Niki de Saint-Phalle. Niet alles is mooi, er is natuurlijk ook kunst te zien waar ik alleen maar mijn schouders over op kan halen, zo lelijk en stom is het (sorry). Maar heel veel is wél heel erg mooi of in ieder geval interessant!

Op het dak kun je genieten van schitterend uitzicht, maar ook van de tuin en de kunstwerken van Yves Klein die een bijzondere eenheid vormen. Ik heb hoogtevrees en de ronde ijzeren trappen vormden een beetje een uitdaging, maar ik heb het hele rondje gemaakt! 



Dit zijn natuurlijk niet de enige musea in Nice, deze stad herbergt er nog veel meer, die ik helaas deze keer niet heb kunnen bezoeken. Maar dat is een goede reden om nog eens terug te gaan.

woensdag 6 december 2017

maandag 4 december 2017

The beguiled, Thomas Cullinan

Het is 1864 en de Amerikaanse burgeroorlog is al drie jaar aan de gang. In het zuidelijke Virginia waar ook hard gevochten wordt, vindt een jonge pupil van een meisjesschool een noordelijke soldaat in het bos. Hij is zwaargewond en ze neemt hem mee naar de meisjesschool van Miss Martha en Miss Harriet Farnsworth.

Hier wordt korporaal John McBurney verzorgd en hij probeert hen voor zich te winnen, in de hoop dat hij langer kan blijven. Voor elk heeft hij een vriendelijk woord en bij iedereen probeert hij de juiste snaar te treffen. 

Miss Martha prijst hij om haar moed en eerlijkheid, bij Miss Harriet doet hij alsof hij net als zij de mooie dingen in het leven apprecieert. Bovendien probeert hij zich nuttig te maken door de verwaarloosde tuin op te knappen. 

Ook de studentes zijn niet veilig voor zijn vleierijen. De jongere meisjes zweert hij eeuwige vriendschap, en de oudere meisjes probeert hij te verleiden. Eerst met mooie woorden en beloftes, maar al snel met daden. 

Hierbij wedt hij op verschillende paarden, maar als Edwina Morrow erachter komt dat McBurney haar trouw heeft beloofd, maar een ander ’s nachts opzoekt in haar slaapkamer, kan ze zich niet beheersen en duwt hem van de trap, met uiteindelijk verschrikkelijke gevolgen voor iedereen.

Ik zal hier niet meer vertellen over het verhaal zelf, om niet te veel weg te geven, maar wat ik wel kan zeggen is dat The beguiled een zeer intrigerend verhaal is. 

Heel knap wordt de claustrofobische sfeer van een afgesloten huis weergegeven, waar de spanning steeds hoger op loopt. Er waren al grote verschillen tussen de overgebleven studentes, maar door de komst van de buitenstaander worden die op scherp gezet. Oude geheimen komen naar boven en worden tegen mensen gebruikt, en nieuwe onzekerheden steken de kop op met grote gevolgen.

Heel knap weet Thomas Cullinan aannemelijk te maken hoe de verhouding tussen McBurney en de vrouwen in de school verandert en waarom uiteindelijk iedereen tegen de indringer samenwerkt. Iedereen heeft haar eigen redenen hiervoor en doordat het verhaal vanuit verschillende gezichtspunten wordt verteld, krijg je langzaam het plaatje compleet. Het gevoel van naderend onheil wordt steeds sterker en tijdens het lezen krijg je al af en toe de aanwijzing dat er iets groots zal gebeuren.

Alle leerlingen en Miss Martha bij elkaar
The beguiled (2017)
Dit verhaal is nu twee keer verfilmd. In 1971 met Clint Eastwood in de rol van korporaal McBurney en dit jaar geregisseerd door Sophia Ford Coppola, met Nicole Kidman en Colin Farrell in de hoofdrollen.

Ik heb de versie van 1971 niet gezien, maar ik heb vorige week zowel het boek gelezen als de nieuwe versie gezien. En moet je misschien niet doen.

Eerst de positieve punten, want die zijn er zeker. Ik vond Nicole Kidman en Colin Farrell bijzonder goed in hun rollen. Het broeierige zuidelijke sfeertje wordt ook heel goed getroffen, met een groot afgelegen huis omringd door bomen vol mos. Het plot wordt vrij goed aangehouden en dat is fijn.

Maar er zijn echter ook een aantal zaken die ik beslist niet goed vind. Zo heeft Sofia Ford Coppola ervoor gekozen om de raciale verhoudingen er volkomen uit te halen. In het boek spelen die een grote rol, in de houding van de studentes en de aanwezigheid van de zwarte slavin Mattie. 

In de film is Mattie verdwenen en een bepaalde plotlijn waarin de rassenongelijkheid naar voren kwam, en die niet onbelangrijk is voor het verloop en de uitkomst van het verhaal, is ook geschrapt.

Sofia Ford Coppola heeft hiervoor de verklaring gegeven dat zij liever de hele raciale verhaallijn schrapte, dan hier te weinig aandacht aan te besteden. Dit is wel te begrijpen, (want dan was daar hoogstwaarschijnlijk ook kritiek op gekomen) maar de Amerikaanse burgeroorlog werd voor een groot deel over de afschaffing van slavernij gevoerd, dus het voelt niet correct om dit er helemaal uit te halen.

Verder waren er wat wisselingen met de personages. Miss Harriet was verdwenen en de oudste studente Edwina Morrow was nu een soort hulpdocente. Dit is volkomen in tegenspraak met haar karakter en haar situatie zoals die in het boek beschreven wordt. Verder is Kirsten Dunst een uitstekende actrice, maar als Edwina Morrow was zij volkomen verkeerd gecast, zoals iedereen die het boek kent zal begrijpen.

Om de school niet te klein te laten worden, is er nog een nieuwe studente, Jane, bij verzonnen, maar die had volstrekt geen enkele toegevoegde waarde, dus wat mij betreft hadden ze die weg kunnen laten.
Nicole Kidman als Miss Martha
Ik denk dat als ik het boek niet had gelezen, of langer geleden had gelezen, ik de film spannend en boeiend had gevonden en had genoten van de sfeer. Maar nu had ik het boek één dag voordat ik de film keek, uitgelezen en het lag nog te vers in mijn geheugen.
De verschillen tussen film en boek en vooral die punten die ik hierin niet goed vond, vielen me hierdoor te zeer op.

Kortom, een goede film met een sterke Nicole Kidman, maar het boek is beter.

Originele uitgave in 1966
Geen Nederlandse vertaling

vrijdag 1 december 2017

Tentoonstelling: De mooiste modernisten

Jan Altink, De haan bij het Blauwborgje, 1927/28
De Nederlandse meesters uit de 17e eeuw zijn wereldberoemd, maar in de periode 1870-1940 had de Nederlandse kunst een tweede Gouden Eeuw. 

In deze periode zie je veel schilders die bekendheid krijgen in binnen- en buitenland, die nieuwe inspiratie opdoen in het buitenland of juist in de natuur en die op geheel eigen manier de Nederlandse kunst weer op de kaart zetten.

In het Singer museum in Laren is er nu een tentoonstelling die deze ontwikkeling in de Nederlandse schilderkunst laat zien. 

De mooiste modernisten begint in 1870, als schilders als Anton Mauve de stad uitgaan en naar het platteland trekken. 
Anton Mauve,
Sneeuwlandschap bij ondergaande zon 
In Gelderland en rond Den Haag schilderen zij het landschap, zoals de Franse schilders van Barbizon ook doen. In hun steeds lossere manier van schilderen wordt de invloed van het Impressionisme ook steeds duidelijker.

Schilders als George Breitner of Isaac Israels verblijven in Parijs, en gebruiken weer thuis hun Impressionistische manier van schilderen juist om de stad, in alle drukte en levendigheid weer te geven. Vooral Amsterdam is hierbij een geliefd onderwerp, daarom worden deze schilders ook wel de Amsterdamse Impressionisten genoemd.
George Breitner, De dam, 1891

Willem Witsen, Wintergezicht op het Oosterpark 1900
Daarna zie je het Pointilisme opkomen, waarbij men probeert om het licht te vangen door een schilderij op te bouwen uit duizenden puntjes lichte kleur, die samen een geheel vormen. Als ik eerlijk ben, is dit niet mijn meest favoriete stijl, er is iets vlaks en glads aan deze schilderijen die mij niet heel erg aanspreekt.
Ferdinand Hart Nibbrig, Gezicht op Zoutelande, 1910-1915
Aan het begin van de 20e eeuw zie je echter weer nieuwe stijlen opkomen, zoals Fauvisme, Kubisme en Expressionisme, waarin kleur en licht op een andere manier worden gebruikt. Ongemengde kleuren geven aan het Fauvisme bijvoorbeeld iets sterks en vrolijks. Vooral de schilderijen van Jan Sluijters vond ik zeer aansprekend en mooi. Mooi ook vond ik dat veel schilders een ontwikkeling doormaken en soms beginnen in een bepaalde stijl, maar later doorgaan in een andere stijl.
Jan Sluijters, Spaanse danseres, 1906

Elsa Berg, Mallorca, 1914
Tussen de beide wereldoorlogen zie je groepen schilders en kunstenaars die elkaar inspireren en helpen, zo ontstaan bijvoorbeeld de Larense school en de Bergense school. In een overzicht van de Nederlandse kunst mag daarin de Groninger school van De ploeg niet ontbreken en mijn hart maakte een sprongetje toen ik niet alleen een werk van Hendrik Werkman, maar ook mijn geliefde Jan Altink zag hangen in dit overzicht.
Hendrik Werkman, Ochtendwandeling in de herfst, 1922
De tentoonstelling in het Singer museum in Laren is absoluut de moeite waard. Het neemt je niet alleen mee door een periode van bijna ongekende bloei in de Nederlandse kunst, het laat ook de verscheidenheid aan stijlen zien waar de Nederlandse kunstenaars goed in waren. En wat hadden wij goede kunstenaars in die periode!

Ik heb oude bekenden gezien en nieuwe kunstenaars ontdekt, en al die tijd was ik ook onder de indruk van de hoeveelheid schilderijen in deze tentoonstelling. 
Jan Altink, Haan bij het blauwborgje (detail)
De mooiste modernisten zijn nog t/m 7 januari 2018 te bewonderen in Laren, dus ga dat zien!

woensdag 29 november 2017

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...