maandag 31 oktober 2011

Een mooie dag om te sterven, R.J. Ellory

John Costello wordt als hij zestien is verliefd op de mooie Nadia, maar het ondenkbare gebeurt: als zij op een bankje in het park zitten slaat de ‘Hamer van God’ toe. Een seriemoordenaar die stelletjes vermoord met een hamer. Nadia sterft, John overleeft de aanval.
 
Jaren later woont John in New York en werkt hij als onderzoeker bij een grote krant. Hij is lid van een groepje overlevenden van seriemoordenaars en probeert zijn leven zo geregeld en onopvallend mogelijk te leiden.
Het blijkt dat er in New York een seriemoordenaar aan het werk is die beroemde seriemoorden imiteert. Omdat ze in verschillende districten zijn gepleegd en door  verschillende rechercheurs onderzocht worden, ziet niemand het verband, behalve John.
 
Rechercheur Ray Irving wordt degene die de zaak op zijn bordje krijgt en de moordenaar moet vinden. Gelukkig krijgt hij de hulp van John Costello, wiens kennis van seriemoorden van onschatbare waarde is. Omdat het verkiezingstijd is en de burgermeester veel blauw op straat wil zien, zijn de middelen voor Ray beperkt, eigenlijk is de hulp van John de enige die hij heeft.
 
Pas als ze langzaam de moordenaar inhalen en steeds dichterbij komen krijgt Ray de hulp die hij nodig heeft. Ze hebben een idee welke moord de moordenaar zal imiteren, maar om dat tegen te houden moeten ze een bijna onmogelijke operatie opzetten. De finale is ontzettend spannend.

R.J. Ellory heeft het met ‘Een mooie dag om te sterven’ opnieuw gedaan, een boek geschreven dat spannend is én erg mooi geschreven. Ik vind het knap hoe hij ook voor mensen die maar een kleine rol spelen, toch een achtergrond en een geschiedenis kan vertellen, zonder daar bladzijdes over door te gaan.
 
Het enige minpuntje dat ik heb is de situatie van Ray, zou een politiecorps werkelijk maar één rechercheur op een meervoudige moordzaak zetten? Verkiezingen of niet, het lijkt me dat er meerdere rechercheurs en geüniformeerde agenten aan zo’n zaak zouden werken.
Maar of dat nu realistisch is of niet, het levert wel een spannend verhaal op waarin je voelt hoe moe en gefrustreerd Ray is, en hoe moeizaam zijn opdracht.
Eén advies bij de boeken van R.J. Ellory; begin pas met lezen als je tijd hebt, want je wil zijn boeken namelijk niet wegleggen.

zondag 30 oktober 2011

Augustinus

Liefdadigheid betekent niets als er geen rechtvaardigheid is.

Augustinus, bisschop, theoloog, filosoof en kerkvader, 354-430)

vrijdag 28 oktober 2011

Badass, Shannen Doherty

Shannen Doherty signeert haar boek
Shannen Doherty is de actrice die veel mensen zullen kennen uit de jaren ’90 serie Beverly Hills 90210 of uit de serie begin 21e eeuw ‘Charmed’.  Ze heeft lange tijd een reputatie gehad van onrust stookster en iemand die zich slecht gedroeg op de set en daarbuiten. Maar dat was vooral toen ze jonger was, de laatste jaren is ze niet meer op een slechte manier in het nieuws gekomen.
Ik moet bekennen: ik mag Shannen Doherty wel. Ik vind het een leuk mens, een vrij goede actrice en een plezierig iemand om naar te kijken.
Ze heeft een boek geschreven ‘Badass’ waarin ze alle vrouwen oproept een ‘Badass’ te worden. Een dat is iets anders dan een Bitch of een Bad Girl. Een vrije vertaling van Badass zou waarschijnlijk kunnen zijn; ‘een tof wijf’. Een Badass is iemand die haar leven leidt met integriteit en die staat voor waar ze in gelooft, en die dat uitdraagt in haar leven, haar relaties en werk. Ken jezelf, ken je valkuilen, heb zelfvertrouwen en wees integer.
Shannen geeft eerlijk toe dat ze niet altijd de juiste keuzes heeft gemaakt en dat het haar veel tijd heeft gekost voor ze zover was dat ze meer zichzelf kon zijn.
Het boek is niet bedoeld als autobiografie, hoewel ze wel dingen over zichzelf, haar jeugd en privéleven vertelt en er ook veel leuke foto’s in staan die duidelijk uit de privé collectie komen (van haar jeugd, haar huis etc). Het boek is ook niet bedoeld om af te rekenen met allerlei mensen en ze geeft ook geen sappige roddels. (een echte Badass houdt zich daar namelijk niet mee bezig, die weet wel beter dan energie te besteden aan negatieve en vervelende mensen)
Het boek is verdeeld in drie delen, in het eerste deel legt Shannen uit wat ze bedoelt  met de term ‘Badass’, en hoe je er één kunt worden. In het tweede deel komt de uitleg over hoe je om kunt gaan met vrienden, familie, relatie, werk, kortom, alles en iedereen om je heen. Het derde deel bestaat uit tips, van de beste manier om kip te roosteren tot hoe je leuke feestjes geeft of je eigen stijl vindt.
Het is een gebonden boek met mooie foto’s, leuke lijstjes, een mooie lay-out, dus de buitenkant is in orde, maar gelukkig de inhoud ook. Shannen schrijft grappig, maar ook inspirerend en wat mij betreft is verdient zij de kwalificatie ‘tof wijf’ zeker.

dinsdag 25 oktober 2011

Vlaamse meesters in de Hermitage in Amsterdam

Vittorio Caesarini door
Anthony van Dyck
Er is een nieuwe tentoonstelling in de Hermitage in Amsterdam. Werken van de beroemde Vlaamse schilders uit eind 16e en de 17e eeuw, Peter Paul Rubens, Anthony van Dyck en Jacob Jordaens, en van nog een aantal minder bekende schilders, zijn hier tentoongesteld.
 
Nu zijn dat niet echt de schilders waar ik veel van houd, maar ik ben afgelopen zondag wel naar de tentoonstelling toe geweest en er zijn een paar heel mooie schilderijen te zien. En al is het onderwerp niet altijd even interessant, het vakmanschap van deze schilders is ontegenzeggelijk.

Ik vond de kruisafname van Rubens mooi en een paar van zijn stillevens vond ik erg knap gedaan. Zo zie je op het schilderij met de vechtende honden hoe zacht de vacht is van de honden. Ook zijn er soms grappige dingen te zien, op een stilleven met de gebruikelijke stapel dode hazen en vogels zie je onder de tafel een kat zitten die een vogel gesnaaid heeft en een hond die achter de kat aanzit.

Van van Dyck vond ik zijn portretten echt heel erg mooi, zoals dat van Karel I van Engeland of van de Franciscaanse monnik. Het portret van Vittorio Caesarini vond ik heel ontroerend, maar je zal altijd zien dat er van dat schilderij net geen ansichtkaart is gemaakt.

Rubens, Van Dyck en Jordaen zijn tot 16 maart 2012 te vinden in de Hermitage.

maandag 24 oktober 2011

De zomergodin, Carol Goodman

Meg Rosenthal is net weduwe geworden en heeft een baan nodig. Ze kan docente worden aan de kostschool Arcadia. Een school die is begonnen als kunstenaarskolonie maar al snel een school werd voor kinderen met een artistieke gave, waar kunst en alle aanverwante vakken belangrijk zijn.
Meg en haar dochter Sally verhuizen naar het terrein van de Arcadia school en hopen op een nieuwe start, maar dat blijkt nog niet zo gemakkelijk. Op een van de eerste dagen sterft er al een leerling tijdens een ritueel om de zomer uit te luiden en de herfst te beginnen.

Ondanks die tragedie probeert de school door te gaan. Meg geeft haar lessen, probeert haar puberende dochter in het gareel te houden en wil er ondertussen achter komen wat er eigenlijk is gebeurd tussen de twee oprichters van de kunstenaarskolonie, Vera en Lily. Lily is omgekomen tijdens een grote sneeuwstorm, maar de omstandigheden zijn onbekend.

Al snel blijken de gebeurtenissen uit het verleden gevolgen voor het heden te hebben en er volgen nog meer angstige gebeurtenissen. Wie is wie, en zijn de doden die vallen het gevolg van zelfmoorden, ongelukken of moorden? Welke rol speelt de rectrix Ivy St Claire en hoe staat het met de kunstdocente Shelley Drake?
Carol Goodman heeft al eerder ‘Het meer van de meisjes’ geschreven en ‘De verborgen orchidee’ een eerlijk gezegd lijkt dit boek ‘De zomergodin’ een beetje een mengeling van die twee te zijn. Een kostschool met vreemde gebruiken en wat aangepaste heidense rituelen, een paar sterfgevallen en een mysterie in het verleden. Een nieuwe docente die met haar dochter arriveert en een oud raadsel op wil lossen, en daar ook bijvoorbeeld een dagboek voor ontdekt dat eerder nog niet ontdekt is.

Dat is ook een beetje het probleem, dit boek brengt niet zo heel veel nieuws, we hebben het al eens gelezen. Dat Meg ongeveer binnen een dag het verloren gewaande dagboek van Lily weet te vinden, vind ik altijd zo’n slappe truc van auteurs; verzin eens iets beters. Hoe het afloopt met de sheriff en Meg is voor elke lezer ook al binnen twee zinnen duidelijk (ja lezer, ze krijgen elkaar)

Aan de andere kant is het wel een heel fijn boek om te lezen, zeker als je wel iets spannends wil, maar niet echt de concentratie kunt opbrengen voor iets heel ingewikkelds. De hele situatie met de adopties is nog wel een interessant gegeven en vooral omdat hier een twist inzat die ik nog niet meteen zag aankomen. Kortom, niet wereldschokkend, maar zeker niet slecht. 

zondag 23 oktober 2011

Wennen

Als ik eerlijk ben, heb ik een voorkeur voor oude kerkgebouwen. Middeleeuwse kerkjes met van die dikke muren, of prachtige barokkerken vol grandeur en kunstwerken en tien soorten marmer. (ik heb een behoorlijke liefde voor barokkerken opgevat, geloof ik. Geef de schuld maar aan Rome en Bernini)
De parochiekerk waar ik in Rotterdam altijd naar toe ging was wat betreft even wennen. Een kerkje, gebouwd in de jaren 60, zonder duidelijke hoofdingang. De eerste keer dat ik er kwam vond ik het klein en gek. Maar langzamerhand vond ik veel dingen mooi worden; het dak dat gemaakt was in de vorm van een tent, het middeleeuwse Maria beeld, de twee prachtige kruisbeelden. Ik voelde me thuis in dat kerkje en dit was dan ook één van de dingen die ik vreselijk vond om achter te laten.

De parochiekerk waar ik nu naar toe moet is weer wennen. Ik moet toegeven dat het een paar mooie dingen heeft. Zo is het plafond prachtig. Dat is gemaakt van hout, gevormd als een scheepswand en het ziet eruit alsof het van tentdoek is gemaakt, golvend naar boven. Heel bijzonder.

Helaas is de rest van het gebouw minder. Gebouwd in de jaren 70 is al erg genoeg, maar waarom kom je binnen in de koffiezaal? Het is net alsof je in een buurthuis terecht komt waar toevallig ook nog een kerkzaal bij zit. En het gebouw wordt gedeeld met de protestanten. Ik heb weinig tegen protestanten op zich, maar van kerken hebben ze naar mijn idee weinig verstand (ik vind nog altijd dat die beeldenstormers veel te verantwoorden hebben) en dat is hier duidelijk te zien.

Geen kruisbeeld, geen tabernakel, geen Mariabeeld, kale muren met af en toe een verdwaald schilderijtje waarvan ik niet weet wat het moet voorstellen of wat het met elkaar te maken heeft, die bovendien ook nog eens op ongelijke hoogtes hangen. En  een onduidelijk wandkleed aan de achtermuur (3 engelen met een strandbal = Bijbels beachvolley?) Ik vind het kaal, erg kaal. Ik mis de sfeer in dat opzicht.

Naar de Mis gaan is voor mij niet alleen een religieuze ervaring, maar voor een deel ook een esthetische. Ik geniet van de muziek, de bloemen, de kaarsen, de symbolen van de liturgie, de vaste momenten in de Mis. Dat alles bij elkaar geeft mij voldoening.

Er is wel een mooi (modern) kruisbeeld en een mooi (oud) Mariabeeld; maar die staan verstopt in de kapel, waar ik een aantal keren op zondag na de Mis niet terecht kan, omdat dan de Lutheranen daar hun dienst hebben. En als ik er wel kan dan is het duidelijk te zien dat de kapel er een beetje bijhangt. Er staat nog net geen stofzuiger in de hoek, maar het scheelt niet veel. Er is nog wel een plek om een kaars op te steken, maar dat is bij een Maria icoon die ik niet echt mooi vind en waar ik niet heel vrolijk van word.

Het zal vast heel praktisch zijn, dat delen van het kerkgebouw met de protestanten en de Lutheranen, maar ik vind er persoonlijk ook nadelen aan zitten. En dan heb ik het nog niet eens gehad over die rampzalige behoefte om constant oecumenische diensten te houden, maar dat maakt het nog erger.

Na een jaar ben ik er nog niet aan gewend, en ik weet niet of dat ook wel gaat gebeuren. En dat stemt me treurig.

vrijdag 21 oktober 2011

De zeven levens van Rome, Robert Hughes


In ‘De zeven levens van Rome’ beschrijft Robert Hughes de cultuurgeschiedenis van Rome. De titel is een verwijzing van de Nederlandse uitgever naar de zeven heuvels waar Rome op gebouwd is, want in het boek komen ze nergens voor, het is niet verdeeld in zeven periodes of iets dergelijks. De oorspronkelijke titel is dan ook gewoon ‘Rome’, maar dat terzijde.
In mei 1959 komt Robert Hughes er voor de eerste keer en wordt meteen gegrepen door deze ongrijpbare stad. De stad waar het leven zich afspeelt op de markten en de pleinen, waar op elke straathoek de geschiedenis van eeuwen te vinden is, de stad die invloed heeft gehad en nog steeds heeft op landen en levens.
Hughes beschrijft de stichting van de stad, de Etruskische invloed op de Romeinen, de opkomst van het christendom en hoe Rome in de middeleeuwen bijna synoniem werd met de pausen (hoewel die ook heel vaak niet in Rome te vinden waren) de bouwkunst uit de Renaissance die het voorbeeld vond in de oudheid. Het hoofdstuk over de barok is een lofzang op Bernini waar ik het alleen maar mee eens kan zijn.

De laatste hoofdstukken gaan over de invloed die Rome heeft op de kunst in Europa in de 18e eeuw als Rome het eindpunt is van de Grand-Tour, en vele kunstenaars hun inspiratie halen uit de voorbeelden die in Rome overal te vinden zijn.

In de 19e eeuw zie je dat de moderne ontwikkelingen te snel gingen voor de pausen die hun rol van kerkelijk én wereldlijk leider wilden behouden en weigerden in te zien dat hun macht en de pauselijke staten niet meer bestonden en als reactie een conservatisme in het leven riepen, door bijvoorbeeld de syllabus van dwalingen of de index van verboden boeken, dat ervoor zorgde dat de kerk nog altijd een beetje achteraan loopt als het om moderne ontwikkelingen gaat.

Tot slot vertelt Hughes over de twintigste eeuw, als het futurisme opkomt en natuurlijk het fascisme en hij laat zien hoe hij de stad nu ziet, nu hij er niet meer als naïeve Australiër, vers van de boot om maar te zeggen, voor het eerst is, maar beter weet hoe de stad in elkaar zit.

Robert Hughes beschrijft de veranderingen in de stad, de mensen die een rol speelden in haar geschiedenis en haar gevormd hebben. Hij vertelt de anekdotes en de weetjes en stopt er af en toe een heel leuke vergelijking in, zo zegt hij dat de zoektochten van Brunelleschi en Donatello die samen de ruines in Rome onderzoeken, een soort buddymovie van het Quattrocento geweest moeten zijn. Het leest geweldig, en je merkt dat
Robert Hughes van deze verwarrende, grootse en meeslepende stad houdt, hoewel hij niet blind is voor de fouten, de verschrikkelijke dingen en de rampen die er hebben plaatsgevonden, veroorzaakt door mensen, organisaties of bewegingen.
Piazza Navona, Rome
Foto door mij gemaakt in 2011
Robert Hughes houdt van de persoonlijke anekdotes, de dramatische gebeurtenissen en het grote verhaal. Dit was al te merken in een van zijn vorige boeken ‘De fatale kust’, waarin hij de geschiedenis van de Engelse kolonisten in Australië vertelt.

De zeven levens van Rome’ is geen erg objectieve geschiedenis, Hughes geeft duidelijk zijn mening, hij overdrijft en slaat dingen over. Dat is logisch, want uit 3000 jaar geschiedenis moet je keuzes maken en dingen benadrukken en andere weglaten. Bovendien gaat het hem er niet om een volledige geschiedenis te vertellen, hij wil de invloed van Rome laten zien, de mentaliteit en de ideeën die een rol speelden in Rome en daarmee in Europa.

Dit is zijn persoonlijke kijk op Rome. Alleen als hij het over de kruistochten heeft slaat hij een beetje door, het lijkt erop dat hij dan wat onverwerkte katholieke frustratie van zijn jeugd moet afreageren, en het heeft niet zoveel meer met de geschiedenis van de stad te maken.
Maar als je dit in je achterhoofd houdt, is ‘De zeven levens van Rome’ een must voor elke Rome liefhebber.

zondag 16 oktober 2011

Marcus Martialis

Wie ook van het verleden geniet, leeft dubbel
(Marcus Martialis, Romeins schrijver, 40-103)
Porta San Sebastiano, Rome, foto door mij gemaakt in 2009

zaterdag 15 oktober 2011

Een bezoekje aan de rechtbank

Afgelopen donderdag was ik bij de rechtbank in Amsterdam. Niet als beklaagde, gelukkig, ook niet als slachtoffer. Ik zat met mijn hele mentorklas (3 mavo) op de publieke tribune bij de politierechter.
Voor maatschappijleer moeten de leerlingen een rechtszaak meemaken en daar een verslag over schrijven.

Het lastige is dat je totaal niet weet waar je in terecht komt, het is maar afwachten wat er op dat moment gebeurd. Je weet niet of er een zaak is, of je naar binnen kunt, waar de zaak over gaat of hoe lang het duurt. Mijn collega, ik en de klas werden eerst naar de ene balie gestuurd, maar daar waren geen zaken. De verdachte was namelijk niet op komen dagen. Wij moesten dus nog heel snel naar een ander balie waar we gelukkig nog naar binnen konden.

De leerlingen hadden al te horen gekregen dat ze zich keurig moesten gedragen en dat fluisteren, giechelen of wat dan ook niet toegestaan was. (met enige fijne maatregelen in het vooruitzicht als ze het wel zouden doen; zoals nooit meer mee met een excursie, nablijven en een één voor de opdracht die meetelt voor het eindexamen) We wilden absoluut niet dat de rechter een reden zou hebben om ons tot de orde te roepen of zelfs te verwijderen. 

Waarschijnlijk was de entourage al genoeg om de leerlingen onder de indruk te krijgen, want ze waren voorbeeldig stil. Mijn collega en ik zaten elk aan een kant van de zaal en konden op die manier de hele klas goed in de gaten houden, maar het enige dat we hoorden was het geritsel van papier en het gekras van pennen.

Het was de zaak van een illegale taxichauffeur (snorder)  en de leerlingen vonden het best interessant. Een aantal leerlingen wilde ook de tweede zaak wel bijwonen en twee hebben zelfs nog een derde zaak bijgewoond. Heel erg leuk vond ik het dat de rechter de tijd nam om na afloop vragen te beantwoorden van de leerlingen, hen op dingen te wijzen en uitleg te geven. Misschien als preventieve maatregel, misschien ook omdat hij het gewoon leuk vond om een stel 3e klassers wat te vertellen. Die hebben ze tenslotte niet elke dag in de zaal zitten en misschien was het een leuke afwisseling.
Het was voor mij in ieder geval ook een hele belevenis.

vrijdag 14 oktober 2011

Walter, Daniel Rovers

Walter groeit op in de jaren ’50 in Noord Brabant en komt uit een groot katholiek gezin. Hij is degene uit het gezin die naar het klein seminarie gaat om uiteindelijk priester te worden. Het zijn de laatste jaren van het ‘Rijke Roomsche leven’ en de wereld verandert snel.
Op het Klein Seminarie (de middelbare school geleid door priesters, met de bedoeling de leerlingen al voor te bereiden op het Groot Seminarie, de priesteropleiding) gaat alles de eerste jaren goed. Walter vindt vriendschap bij de andere jongens en hoewel de docenten soms behoorlijk excentriek kunnen zijn, is het geen slecht leven.

Tijdens een klassenuitje naar de Biesbos verdrinkt echter Walter’s beste vriend en dat is een soort keerpunt. Vriendschap voor één iemand in het bijzonder is namelijk op het seminarie een beetje verdacht, en Walter was al gewaarschuwd dat als priester je alle mensen lief moet hebben, niet vooral één persoon. Deze waarschuwing zorgde ervoor dat hij al afstand begon te nemen van zijn vriend en als die dan verdrinkt kan hij dat verdriet niet verwerken, hij stopt het weg.

Op het Groot Seminarie heeft Walter moeite zich aan te passen, hij wil niet te veel betrokken raken en het lijkt erop dat hij moeite heeft om te beseffen wat hij zelf wil en wat hij alleen doet omdat het van hem verwacht wordt.

Tijdens een wandeltocht ontmoet hij Dymph, een uitgetreden non. Walter raakt met haar aan de praat en zij vindt dat hij beter naar alles moet kijken, de essentie moet zien en niet alleen aan de oppervlakte blijven. Hij voert daarna een briefwisseling met haar. Zij wordt verliefd op hem, maar hij niet op haar. Walter wil zich verder gaan met zijn opleiding. Toch zal hij zich uiteindelijk niet tot priester laten wijden, alleen tot diaken.

Hoewel de opleiding van de priesters erop gericht was om de studenten zo veel mogelijk kennis mee te geven, ook van de moderne wereld bijvoorbeeld door ze les te geven over moderne filosofen, is een opleiding op een kostschool waar je alleen maar mannen en jongens tegenkomt natuurlijk niet de meest geschikte plek om je voor te bereiden op de echte wereld.

Walter komt als diaken te werken in Breda, maar hij komt steeds meer met zichzelf in de knoop. Als diaken kan hij eigenlijk niet veel uitrichten om de mensen te helpen. En de moderne ideeën die in de kerk een plek veroveren zorgen voor een splitsing tussen parochianen die niets van die nieuwe ideeën willen weten en zij die er wel voor open staan. Voor Walter is het schipperen.

Walter besluit de kerk te verlaten en gaat werken bij het maatschappelijk werk in Rotterdam. Daar komt hij Joke tegen op wie hij verliefd wordt en zij op hem.  Uiteindelijk verbreekt zij het contact, omdat ze vindt dat hij niet precies weet wat hij wil, nog altijd aan de oppervlakte blijft. Ik vond Joke in haar volstrekte onwil om begrip te hebben voor Walter en alles af te wijzen waar hij voor stond trouwens een vervelend mens.  

Daniel Rovers heeft met ‘Walter’ een bijzonder boek geschreven. In vierentwintig hoofdstukken geeft hij steeds een momentopname van Walters leven. Elk hoofdstuk heeft een bijpassende foto en wordt afgesloten met een krantenartikeltje oid waarin de gebeurtenissen in Walter’s wereld of de grote wereld nog eens naar voren komt.
Ik vind het mooi hoe Walter’s gedachten worden beschreven en zijn altijd wat afstandelijke reactie op de gebeurtenissen om hem heen. De sfeer van het katholieke gezin in het zuiden, de sfeer in het seminarie en de mentaliteit vond ik erg boeiend en mooi verwoord. Het hoofdstuk waarin vooral de docent filosofie aan het woord is vond ik wat minder interessant, dat had van mij een stuk korter gemogen. Maar misschien vonden zijn leerlingen dat ook wel.
Het einde vond ik een beetje verwarrend, is het nu helemaal mis gegaan of is er toch nog hoop? Misschien was dat ook wel de bedoeling van Daniel Rovers. Ik kies voor de hoopvolle interpretatie.

maandag 10 oktober 2011

De affaire, Lee Child

De boeken van Lee Child over Jack Reacher hebben een behoorlijke trouwe schare fans. Jack Reacher is een voormalige majoor van de militaire politie, die nu uit het leger is en rondreist door de Verenigde Staten, met alleen een bankpas en een opvouwbare tandenborstel bij zich en tegenwoordig ook een identiteitsbewijs. Hij heeft geen andere bezittingen. Hij reist zonder reisplan, maar gaat daar waar het lot hem brengt, of gewoon zijn eigen nieuwsgierigheid. En natuurlijk lost hij tijdens zijn trip alle moeilijkheden op die hij tegenkomt.
Jack Reacher houdt van koffie, en heeft het vermogen heel snel situaties in te schatten, snel te rekenen en snel te reageren. En hij weet altijd hoe laat het is, letterlijk.
Het een-na-laatste boek van Lee Child ‘Tegenspel’ was eerlijk gezegd een beetje over the top, hierin werd alles zo ongeloofwaardig dat het er voor mij op leek dat Reacher een beetje over zijn hoogtepunt heen was. Maar gelukkig is er nu ‘De affaire’. En dit is gewoon weer ouderwets goed.
Het is de laatste zaak van Reacher terwijl hij nog in het leger zit. Het blijkt dat er vlak bij een basis een meisje is vermoord. Of de dader uit het dorp of van de basis komt is niet duidelijk, en het leger stuurt iemand naar de basis toe voor onderzoek en Jack Reacher als ondercover naar het dorp. Daar komt Reacher al snel de sheriff tegen, die hem meteen doorheeft, ook omdat ze zelf in het leger heeft gezeten. Het blijkt dat de zaak nog een stuk ingewikkelder ligt dan Reacher in de eerste instantie dacht. Er zijn eerder nog twee meisjes vermoord, het lijkt alsof er een veiligheidscordon om het legerkamp is gelegd, die vervolgens ontkend wordt en welke rol speelt de verbindingsofficier in het Pentagon eigenlijk? Bovendien krijgt Reacher vanuit het leger de indruk dat de sheriff niet helemaal zuiver op de graat is en dat hij vooral als taak heeft het leger buiten de de ware toedracht van de moorden te houden.
Reacher zou Reacher niet zijn als hij de wensen van het leger om de waarheid onder het tapijt te vegen niet compleet negeert, en achter de waarheid aangaat.
De affaire’ is een superspannende, vlotlezende, geweldige Reacher, vol humor en de speciale trekjes van Reacher komen hier weer volop aan bod.  Een absolute must voor elke Reacher fan.

zondag 9 oktober 2011

Quintus Ennius (239-169)

Verwacht niet dat vreemden voor je doen wat je zelf kunt doen.
Tuin in Venetie, foto door mij gemaakt in 2011

vrijdag 7 oktober 2011

De afrekening, Michael Robotham


Michael Robotham
In ‘De afrekening’ begint het allemaal in Bagdad. Luca Terracini is daar journalist en komt er achter dat er enorme sommen geld weggesluisd worden. Geld dat bedoeld is voor de wederopbouw van Irak verdwijnt. Hij besluit dit te onderzoeken, zeker als hem duidelijk gemaakt wordt dat zijn onderzoek niet op prijs wordt gesteld en hij Irak moet verlaten.
 
In Londen wordt oud politieman Vincent Ruiz die we kennen uit de eerdere boeken van Michael Robotham beroofd door Holly en haar vriend Zac. Helaas hebben ze spullen meegenomen van Vincents overleden vrouw. Spullen die hij aan zijn dochter wil geven omdat ze gaat trouwen en daarom gaat hij Holly en Zac achterna. Hij weet ze op te sporen, maar dan wordt Zac vermoord en Holly weet ternauwernood te ontkomen met de hulp van Vincent.

Een bankier verdwijnt en zijn vrouw Elizabeth heeft geen idee wat er aan de hand is, maar probeert om de laatste gangen van haar man na te gaan. Een moordenaar probeert alle losse eindjes weg te werken. Geheime diensten; de Amerikanen en de Engelsen proberen zoveel mogelijk informatie te krijgen. En iedereen probeert een opschrijfboekje in handen te krijgen. Het boekje van de verdwenen bankier dat door Holly is gestolen.
 
Vincent probeert Holly te beschermen en krijgt daarbij de hulp van Joe O’Loughlin. Vincent ontmoet Elizabeth en later ook Luca, die naar Londen is gekomen om te zien waar het verdwenen geld naar toe is gegaan. Samen komen zij tot de oplossing van het raadsel, maar de moordenaar van Zac en de bankier is er ook nog.
De ontknoping is spannend en de laatste wending voor mij ook nog onverwacht.

Michael Robotham schrijft altijd spannend en dit nieuwste boek ‘De afrekening’ is daar geen uitzondering op. Afwisselende hoofdstukken vertellen de verhaallijnen van Luca, Vincent, Holly en Elizabeth en uiteindelijk komen ze allemaal bij elkaar. Hoewel ik weinig afweet van financiële zaken en daar ook snel de kluts in kwijt raak, gaat het in dit boek wel om geld, maar niet zo in detail dat het niet te volgen is of oninteressant wordt.

Vincent is een fijne hoofdpersoon die we al in eerder boeken hebben leren kennen, en ik vind het leuk dat Joe O’Loughlin ook weer even langs komt. Ik vind het leuk dat Robotham Ruiz en O’Loughlin in elkaars boeken laat langskomen, ze zijn tenslotte ook vrienden. Ik vond het ontluisterend te lezen hoever geheime diensten bereid zijn te gaan om de ‘war om terror’ te winnen en het ergste is dat ik er geen enkele moeite mee heb om te geloven dat zoiets zou kunnen gebeuren. Een geweldig spannend boek dat ik in één adem heb uitgelezen.

woensdag 5 oktober 2011

Sword of Honour (2001)

In ‘Sword of Honour’ de verfilming van de trilogie over de Tweede Wereldoorlog van Evelyn Waugh (bekend van Brideshead revisited) draait het om Guy Crouchback, gespeeld door Daniel Craig.

Guy komt uit een oude katholieke familie die nu een beetje in verval is geraakt. Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt besluit Guy het huis van de familie in Italië te verlaten om dienst te nemen in het Engelse leger. Hij wil vechten tegen het kwaad van het fascisme en ziet deze oorlog als een rechtvaardige oorlog.

Omdat hij al vijfendertig is, willen de meeste regimenten hem niet meer hebben, maar uiteindelijk vindt hij onderdak bij de Halbardiers. (een regiment dat Waugh verzonnen heeft).

Voordat Guy naar de opleiding gaat, gaat hij langs bij Virginia, de vrouw waar Guy mee getrouwd was. Zij heeft hem verlaten om met Tommy Blackhouse  te trouwen, en is ondertussen al aan haar derde echtgenoot bezig. Voor Guy is zij echter nog zijn vrouw en hij blijft hopen dat ze bij hem terugkomt.

Na de opleiding gaan de nieuwe soldaten op hun eerste missie en Guy heeft de leiding. Helaas komt brigadier Ritchie-Hook ertussen door met een spectaculaire solo actie en de missie eindigt in een puinhoop. Guy krijgt de schuld en wordt het korps uitgegooid en teruggestuurd naar Engeland, waar hij bij de commando’s terecht komt. Hier ontmoet hij Tommy Blackhouse weer die zijn nieuwe commandant is. Ook ontmoet Guy Ivor Claire, een soldaat die zijn charme gebruikt om de kantjes ervan af te lopen.
Guy met achter hem majoor Hound
op Kreta

De commando’s gaan naar Kreta, waar Guy dient onder majoor Hound, een volslagen onbenul die geen idee heeft wat voor beslissingen hij moet nemen. Sergeant Ludovic lijkt dan uit beter hout te zijn gesneden en Guy kan met hem best opschieten. De missie in Kreta mislukt volkomen en de Engelse soldaten moeten zich terugtrekken. Majoor Hound draait door en wordt uiteindelijk in de bergen neergeschoten door sergeant Ludovic.

Tijdens de terugtocht waagt een aantal soldaten het om met een boot te ontsnappen. Geen gemakkelijke tocht over de Middellandse Zee en velen sterven. Ludovic en Guy komen samen in Egypte aan. Guy is de hele reis verward geweest door de dorst en de koorts en kan zich niets herinneren. Ook niet dat Ludovic een van de andere soldaten in de boot ook heeft vermoord. Ludovic probeert de rest van de oorlog Guy te ontlopen omdat hij bang is dat Guy hem zal aangeven.

In Egypte blijkt dat oude bekende Ivar Claire nog een stukje verder is gegaan dan de kantjes eraf lopen en dat hij zelfs is gedeserteerd. Guy gaat met enige desillusie terug naar Engeland, hoewel hij liever weer uitgezonden wil worden.

Virginia krijgt het tijdens de oorlog steeds moeilijker en moet op een gegeven moment zelfs haar jurken en bontmantels verkopen. Ze krijgt een verhouding met Trimmer McTavish, een eenvoudige soldaat, die door het leger wordt aangeprezen als ‘the working men's hero’. Ze raakt in verwachting, maar Trimmer wil er niets van weten. Virginia gaat terug naar Guy, die op dat moment thuis is met een gebroken been dat hij opliep toen hij parachutespringen oefende.

Guy en Virginia verzoenen zich en hoewel Guy de hele situatie kent, Virginia liegt hem niet voor, besluit hij opnieuw met haar te trouwen. Of liever, het huwelijk te vernieuwen aangezien ze volgens de regels van de Katholieke kerk nog altijd getrouwd zijn. Veel mensen verslijten hem voor gek, maar hij vindt dat nu hij werkelijk iemand kan helpen, hij dat moet doen.

Guy wordt uitgezonden naar Joegoslavië, om daar als verbindingsofficier tussen de partizanen en het geallieerde leger te functioneren. Er is een grote groep Joodse vluchtelingen aangekomen uit Italië, en Guy maakt zich er sterk voor om hen terug te laten keren naar Italië. Dit lukt hem ook.

In Londen is Virginia bevallen van haar zoontje, maar tijdens een luchtaanval op Londen wordt Virginia’s flat getroffen en zij is dood. Haar zoontje was bij Guy’s zuster en wordt voor de duur van de oorlog liefdevol door haar opgevangen.
Als de oorlog is afgelopen keert Guy terug naar het huis van zijn familie, dat nu van hem is en waar Virginia’s jochie op hem wacht.

In het boek trouwt hij nog opnieuw, maar dat komt in de film niet meer naar voren.
Guy wordt vanwege zijn afkomst, leeftijd en opleiding kapitein, maar hij krijgt nooit een hogere rang. Dat terwijl allerlei andere mensen, zoals Ludovic of McTavish, die een stuk minder scrupules hebben flink promotie maken en Guy aan alle kanten voorbij streven. Guy probeert het beste te doen, maar zijn goede bedoelingen pakken niet altijd goed uit, juist door Guy’s naïviteit.
Guy’s geloof is kenmerkend voor hem, veel dingen die hij doet; dienst nemen, trouwen met Virginia en haar kind opvoeden, komen hier uit voort. Veel mensen vinden hem hierin belachelijk, maar hij kan niet anders dan zijn eigen principes volgen. Voor de niet-katholiek is het echter niet zo opvallend in de film dat het ergerlijk wordt, voor de wel-katholiek zijn er een paar mooie herkenningsmomenten.

Voor Evelyn Waugh was Guy de verpersoonlijking van het oude Engeland, het betere Engeland. Het Engeland waar eer en trouw en principes nog een rol spelen. Het England dat na de oorlog nooit meer is teruggekeerd.
Types als McTavish, of Ludovic die een fortuin verdient met het schrijven van een roman, staan voor het nieuwe Engeland dat Waugh verachtte.

Deze constatering, dat Guy een Engeland vertegenwoordigt dat op het punt staat te verdwijnen, maakt ‘Sword of Honour’ aan de ene kant een beetje triest. Je ziet namelijk dat Guy’s daden weinig effect hebben, zeker niet in de oorlog. Aan de andere kant zijn sommige stukken echt ongelofelijk hilarisch. Het gedeelte over de opleiding die de nieuwe soldaten krijgen onder leiding van brigadier Ritchie-Hook heeft me hardop doen lachen. De volstrekte zinloosheid van de oorlog, de ineffectiviteit van wat mensen doen, afdelingen die langs elkaar heen werken en mensen die eigenlijk geen idee hebben waar ze mee bezig zijn worden allemaal treffend en vaak grappig beschreven.

Sommige stukken zijn ontroerend, het gesprek dat Guy met zijn vader heeft net voordat hij sterft, is heel erg mooi. Deze gebeurtenis sterkt Guy in het idee dat hij iets moet doen, dat hij zijn doel moet vervullen.

Ik heb deze mini serie (2 films van elk 1 ½ uur) gezien en ervan genoten. Daniel Craig is geweldig in zijn rol als Guy Crouchback en je ziet een aantal goede Engelse acteurs om hem heen.
Ik heb zelfs meteen het boek besteld omdat ik dat ook wilde lezen.

dinsdag 4 oktober 2011

Fans zijn er nog altijd, en overal!

Steve McQueen
Je bent nooit alleen, waar je je ook mee bezighoudt, wat je hobby’s ook zijn, er zijn altijd mensen die dat met je delen.
Zo heb ik sinds een paar maanden een behoorlijke fascinatie voor Steve McQueen opgevat. Geweldige man, geweldige filmster, kortom; ik wil van alles over hem lezen en al zijn films zien. Ik begin al een aardige collectie films en boeken op te bouwen. En sinds die tijd kom ik Steve McQueen en mensen die hem ook geweldig vinden constant tegen.

In het laatste boek van John ConnollyStille handel  kwam ik een leuke verwijzing tegen. Iemand zegt dan zoiets tegen Charlie Parker als ‘ik heb gehoord dat je in een Ford Mustang rijdt, alsof je Steve McQueen bent’. (kan de precieze zin even niet terugvinden) Over zoiets had ik vroeger heen gelezen, nu valt me dit meteen op.

Als de postbode mij soms niet thuis treft als hij een pakje moet bezorgen, geeft hij het meestal af bij de kapper die hier beneden zit. Voor de zomervakantie had ik mezelf oa getrakteerd op een dik (en duur) fotoboek over Steve McQueen en ook deze kon ik ophalen bij de kapper.

‘Jullie hebben een pakje voor me’ zei ik ‘Goh, alweer?’ vroeg de kapper een beetje plagend, want het was niet de eerste keer. ‘Dit zijn mijn nieuwe boeken over Steve McQueen’,  gaf ik als verklaring. Waarop de man helemaal enthousiast werd, zijn klant in de steek liet, tegen de balie leunde  en uitriep ‘Oh, Steve McQueen, wat geweldig. Hoe kom jij bij Steve McQueen?’ Waarop we heel gezellig het even over zijn films hebben gehad, tot de conclusie kwamen dat we beiden Papillon één van zijn beste films vinden en dat Steve daar eigenlijk een Oscar voor had moeten krijgen. We waren het erg eens. ‘Je hebt goede smaak’ besloot de kapper toen ik afscheid nam. Ik vond dat we dat beiden hadden.

Een tijdje geleden was ik in Waterstone’s, de Engelse boekhandel in de Kalverstraat in Amsterdam. Altijd fijn om daar rond te kijken. En warempel, ik vond daar een boek over Steve McQueen dat ik nog niet in mijn bezit had. Toen ik wilde afrekenen keek de assistente naar het boek en zei waarderend;  ‘Dit is echt een leuke foto van hem.’ Ze riep er een collega bij ‘Kijk, wat een leuke foto van hem, vind je ook niet, echt heel erg cool’. De collega kwam er meteen bij, hield ook het boek in handen en was het eens met het oordeel. 

Dit was een erg leuke foto van Steve McQueen. Ik was perplex, ze herkenden hem meteen en het leek net of zij in hun koffiepauze de hele tijd over Steve McQueen hadden gesproken. Maar leuk was het wel. Ik was het namelijk ook met hen eens, het was een leuke foto.

Steve McQueen op onverwachte plekken tegenkomen, en merken dat 31 jaar na zijn dood er nog altijd mensen zijn die de ‘The king of cool’ kennen en zijn herinnering hoog houden, daar word ik blij van.

maandag 3 oktober 2011

Italiaanse kookboeken

Vorige week moest ik naar de tandarts en omdat ik wat vroeg was, ben ik even het winkelcentrum in gelopen. Daar vond ik een kookwinkel (erg leuk) maar in plaats van met die pastapan waar ik eigenlijk naar wilde kijken, kwam ik met twee kookboeken naar buiten. Twee Italiaanse kookboeken.
Het eerste is ‘Mijn little Italy’ van Laura Zavan. Een heerlijk boek met eerst allerlei uitleg over verschillende producten en etenswaren, maar daarna heerlijke recepten. Het boek is onderverdeeld met hoofdstukken over antipasti, kazen, vleeswaren, verse pasta, droge pasta, gnocci, groenten, risotto en nog een aantal categorieën.  De recepten geven duidelijk aan voor hoeveel personen ze zijn, wat de ingrediënten en de bereidingswijze is. Duidelijke foto’s van de gerechten, maar ook prachtige sfeerfoto’s maken dit boek helemaal af. Je proeft de sfeer van Italië en je wilt meteen zelf gerolde lasagne met artisjokken maken, of risotto met prosecco en pistachenoten, of gegrilde aubergines met mozarella en tomaat. Kortom, genoeg om uit te proberen, maar ook om te lezen is dit een heerlijk boek.
 
Ook heerlijk om van alles uit te maken, maar zeker ook om te lezen is ‘Vinazza, de maan, het land en het leven’ van Diane Lensink. Diane leeft de droom: wonen in een dorpje in Italië, vrienden zijn met de lokale bevolking en met alle producten van het land kunnen koken. Ze schrijft aanstekelijk en de recepten zijn duidelijk en klinken erg lekker. Ook hier weer van die mooie foto’s, van de gerechten, het dorp, de producten.
Kortom, twee kookboeken waar ik heerlijk van ga genieten, niet alleen in de keuken, maar zeker ook terwijl ik op de bank zit en me in Italië waan.

zondag 2 oktober 2011

Augustinus

In elke bewondering steekt een huiveren.
(Augustinus, Romeins filosoof en kerkleraar, 354-430)

zaterdag 1 oktober 2011

Italiaanse les

Balkon in Venetie, foto door mij
gemaakt in 2011
Het is weer even wennen voor me, zittend in de schoolbanken en niet voor het bord staan om de uitleg te geven. Een keer per week ben ik weer ‘leerling’ en niet de ‘juf’. Eén keer per week volg ik de Italiaanse les bij de volksuniversiteit. Ik vind het leuk. Ik vind het zo heerlijk om iets te doen dat helemaal niets met school of met mijn vak te maken heeft, maar puur met iets waar ik ontzettend van geniet. Ik neem elke dag de onregelmatige werkwoorden door (herhaling is het belangrijkste) en maak keurig de oefeningen in het werkboek.

Ook verder probeer ik te oefenen. Spreken is een probleem, vooral omdat ik hiervoor een schriftelijke cursus heb gedaan, waar spreken natuurlijk helemaal niet zo aan bod kwam. Dus waar ik meestal hele conversaties in het Engels in mijn hoofd heb, probeer ik nu dingen tegen mezelf in het Italiaans te zeggen. Niet dat dat al erg goed gaat, maar je komt er zo wel een beetje beter in. Het is ook een goed excuus om  die Italiaanse films te kijken. Dat is zeker geen straf voor mij, omdat ik die meestal erg mooi vind.

Om mijn leesvaardigheid en woordenschat op te bouwen koop ik af en toe de krant. ‘Corriere della sera’ of ‘La Republicca’ zijn hier in Nederland te verkrijgen. De ‘Gazetta della sport’ ook, maar dat vind ik niet interessant, zelfs niet in het Italiaans. Al heb ik ooit mijn leerlingen wijs gemaakt dat ik fan ben van Juventus, en dat geloofden ze ook nog. Dus sindsdien houd ik dat vol, al kan ik geen speler of wedstrijd opnoemen. (maar het zorgde ervoor dat ik tenminste geen keuze tussen Feyenoord of Ajax hoefde te maken :-) )

Leuk is dat ik nu echt serieus aan de gang ben gegaan met ‘Le streghe’ van Roald Dahl. Die had ik een paar jaar geleden al gekocht in Italië, maar ik was er toen niet aan begonnen. Nu lees ik het echt, één bladzijde in het Italiaans, dan de bladzijde in het Nederlands. Ik zoek niet elk woord op, maar kijk daarna wel weer naar bepaalde grappige gezegden of knappe bedenksels van Roald Dahl en dan zie ik hoe ze dat vertaald hebben in het Italiaans. Erg apart. 
Er een gevoel voor krijgen, voor de zinnen, de woorden, de klanken, daar gaat het me om.
Om het helemaal leuk te maken heb ik ‘mio telefonino’ ingesteld in het Italiaans, ik krijg dus geen berichtjes meer, maar ‘messagi’ en de datum is in het Italiaans en elke keer als ik dat zie, word ik ontzettend vrolijk.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...