maandag 28 november 2011

Stille zaterdag, Désanne van Brederode

Van Désanne van Brederode had ik nog nooit iets gelezen, maar ik werd aangetrokken door de titel. Stille zaterdag is namelijk de zaterdag voor Pasen. Het is dan ook een roman waarin geloof een grote rol speelt.
Maurice Benders, katholiek, ontmoet Sara Mijland, protestant. Zij, afkomstig uit een streng gereformeerd gezin en getrouwd met een Lutheraanse dominee,  is nu  burgermeester van Amsterdam en Maurice is kunstenaar. Hij komt op haar kantoor om over kunst te adviseren en ze raken aan de praat. Sara moet een toespraak houden bij een stille tocht voor een jongen die aan drugs is overleden en Maurice kende deze jongen. Dat was namelijk jarenlang een vriendje van zijn zoon.

Maurice en Sara worden vrienden, bellen, sms’en, mailen en ontmoeten elkaar regelmatig. Beiden moeten toegeven dat ze meer voor elkaar voelen dan alleen vriendschap, maar dat komt er nooit uit. Beiden zijn getrouwd, en hoewel Sara niet echt gelukkig getrouwd is, is Maurice dat wel.

Dat het niet goed gaat komen met hun verhouding, als je wat zij samen hebben al zo noemen kunt, weten we vanaf het begin. Vanaf het eerste hoofdstuk, de eerste bladzijde weten we namelijk dat Sara op Stille Zaterdag verongelukt. De vriendschap was al maanden voor deze dag verbroken en toevallig is dit de dag waarop zij beiden hun relatie overdenken. Maurice is alleen thuis want zijn vrouw en zoon zitten voor de paasdagen lekker in Rome en Sara is bezig met de paasmaaltijd, omdat haar kinderen met aanhang komen eten. Maar dan gaat het mis, Sara komt onder een auto zij het paasbrood op gaat halen.

In de rest van het boek komen we erachter wat er tussen hen gebeurd is en wat de band tussen hen beiden was. Daarnaast loopt het verhaal van Marlon, het vriendje van de zoon van Maurice, die enorm opkeek tegen Maurice, terwijl Maurice stiekem een enorme hekel aan die jongen had.

Kleuren spelen een belangrijke rol in dit boek. Er komen allerlei beschrijvingen van kleuren in voor, en het is verdeeld in gedeeltes die de namen van kleuren hebben. En nu weet ik eerlijk gezegd niet helemaal wat daar de betekenis van is. Desanne van Brederode is filosofe en ik heb daardoor het gevoel dat er een betekenis in moet zitten, maar ik zie die niet zo goed.

Het deel purper&oranje is wel duidelijk, oranje is de protestantse kleur bij uitstek en purper/paars is een kleur die in de Katholieke liturgie een grote rol speelt, dit is dan ook het gedeelte waarin Sara en Maurice elkaar tegenkomen en leren kennen. 

Het stuk dat wit&zwart heet gaat misschien over tegenstellingen. Tegenstellingen tussen katholiek en protestant, tussen Sara’s huwelijk en dat van Maurice, tussen de opvattingen van Sara en die van haar man, tussen de aanhankelijkheid van Marlon en de gevoelens van Maurice naar die jongen toe. En als je zwart en wit mengt krijgt je grijs. Misschien is alles wel niet zo duidelijk en zo afgebakend. Zo neigt Sara in haar geloof richting het katholicisme.

Maar dan het stuk dat rood&groen heet. Ik dacht zelf uiteindelijk aan de liturgische kleuren. Groen is de kleur in de kerk als er niets bijzonders aan de hand is, rood is de kleur van de bijzondere dagen van Heiligen en de Heilige Geest. 

Het is ook het gedeelte waarin Maurice en Sara worstelen met hun gevoelens voor elkaar en met hun eigen huwelijken. Er lijkt even een moment te komen dat ze een stap verder gaan zetten in hun relatie, maar dan blijkt dat Sara Maurice alleen had uitgenodigd in haar tweede huisje om hem om raad te vragen. Worstelen met gevoelens en in gedachten opgeven, en uiteindelijk blijkt het allemaal veel gewoner te zijn dan aarzelend gehoopt en bedacht.

Ik heb ’Stille Zaterdag’ met plezier uitgelezen en ik wilde ook weten hoe het afliep. De verschillende (kunstzinnige) referenties aan de het katholicisme vond ik soms een beetje ver gezocht, maar soms ook heel mooi.

Maar mijn probleem met dit boek is niet zozeer dat gedoe met die kleuren (waar ik misschien teveel achter zoek, dat kan best) mijn probleem is dat ik na afloop eigenlijk nog niet zoveel weet van Sara en Maurice, en ze er ook niet echt sympathieker op vond worden. Het is niet een groots liefdesverhaal, daardoor gebeurt er te weinig tussen hen. Het is ook geen prachtig verhaal over de verdieping van het geloof, daardoor komt dat gedeelte te weinig uit de verf. Eigenlijk was het verhaal van beiden nét niet genoeg.

Ik vond het een mooi boek, maar ik had er uiteindelijk meer van verwacht.

zondag 27 november 2011

Een nieuw gezichtspunt

Soms zit je vast en moet je een zaak even van een andere kant bekijken. Dat is niet altijd gemakkelijk, maar het volgende verhaal helpt mij daar bij.
Er was eens een man die woonde in een klein huisje in het dorp met zijn vrouw, zes kinderen, schoonmoeder, een koe en een stuk of wat kippen. Het was een enorme herrie, iedereen had wat te zeggen of wilde iets kwijt en de man werd er gek van. Hij ging naar de pastoor en vroeg wat hij kon doen en de oplossing van de pastoor was heel simpel: ‘Koop een geit.’ De man was opgelucht en ging meteen naar de markt om een geit te kopen.
Nu had hij in huis zijn vrouw, zes kinderen, zijn schoonmoeder, een koe, een stel kippen en een geit. Er was nog meer herrie dan daarvoor en de man werd er gek van. In wanhoop ging hij opnieuw naar de pastoor en beschreef de chaos bij hem thuis. De pastoor hoorde het aan en zei ‘De oplossing is simpel; verkoop de geit.’ De man ging naar de markt en verkocht de geit. En toen hij thuis kwam, merkte hij hoe heerlijk rustig het thuis was, met alleen maar zijn vrouw, zes kinderen, schoonmoeder, de koe en de kippen, maar in ieder geval zónder het gemekker van die geit.
Af en toe moet je jezelf eraan herinneren dat je de geit moet verkopen.

Dit verhaal, met een kleine aanpassing van mij, komt uit Judith Lasater, ‘Living your yoga’, pagina 37.

vrijdag 25 november 2011

Twee nieuwe boeken over Steve McQueen

Ik heb op dit moment de belangrijkste boeken over Steve McQueen wel in de kast staan en het is nu een kwestie van bijhouden als er weer iets nieuws verschijnt. En deze maand zijn er maar liefst twee nieuwe boeken verschenen. (leuk voor mij, minder voor mijn creditcard)
Eén van die nieuwe boeken is de heerlijke afgewogen en goed geschreven biografie ‘Steve McQueen, a biography’, van Marc Eliot, die al eerder biografieën schreef over oa Clint Eastwood en Gary Grant.
Is dat al fijn, bijna nog leuker is het boek dat net vorige week is uitgekomen;  Steve McQueen, the actor and his films’ van Andrew Antoniades en Mike Siegel. In dit prachtige boek staan alle films waarin Steve heeft meegespeeld. Elke film heeft een eigen hoofdstuk met eerst de feitelijke gegevens, en daarna allerlei achtergrondinformatie, details, analyses van de belangrijkste scene uit de film, besprekingen van de kritieken en het succes van de films, en vooral: heel veel mooie foto’s. Het boek is gebonden en mooi uitgevoerd en met bijna 500 pagina’s weetjes, feitjes en verhalen en vooral dus die vele mooie foto’s, waarvan ik er vele nog niet eerder had gezien, is dit prachtige boek een must-have voor elke Steve McQueen fan. Het ligt op dit moment bij mij op tafel, zodat ik er regelmatig in kan bladeren en kan genieten.

donderdag 24 november 2011

Yoga 'doen'

Een lastig punt, wanneer ben je ergens mee bezig? Wanneer kun je stellen dat je ergens een beoefenaar van bent, of dat je erbij hoort? Vaak ben je verbonden met een groep, een club, een gedachtengoed, een overtuiging, een levensbeschouwing, een hobby of een interesse en ben je daarmee bezig. Maar wanneer geldt het? Als je er elke dag ‘aan doet’, erover leest, er elke week naar toe gaat? En als ik het dan over iets specifieks voor mezelf heb, heb ik het over yoga.   
Ik beschouw mezelf als iemand die aan yoga doet. Maar sinds ik uit Rotterdam ben verhuisd, doe ik eerlijk gezegd niet zoveel meer aan yoga. Ik heb een bepaalde yogaschool geprobeerd, maar om verschillende redenen heb ik die weer afgezegd. Geen les, geen leraar die me elke week de inspiratie geeft en de discipline om asana’s te doen. Hoe blijf ik dan toch verbonden met de yoga wereld en andere yoga beoefenaars? Hoe blijf ik zelf een yoga beoefenaar?
Ten eerste zijn daar de boeken, ik heb ondertussen een metertje boeken over allerlei yoga onderwerpen en aanverwante zaken. Van boeken over soorten yoga, tot boeken over meditatie en allerlei boeken met houdingen. Inspiratie genoeg te vinden.
Een tweede manier om toch verbonden te zijn is door middel van tijdschriften, van het Nederlandse Yoga magazine, tot het Amerikaanse Yoga Journal, dat ook een uitstekende website heeft. Op deze website kun je ook blogs vinden en nieuwtjes uit de yogawereld. Als ik de boeken, de tijdschriften en de blogs lees, voel ik me verbonden met alle andere yogi’s in de wereld. Yogi’s alle landen, verenigt u.
En tot slot, wat het gemakkelijkste zou moeten zijn, maar het moeilijkste is, oefenen. Want lezen over yoga is tenslotte iets heel anders dan yoga doen. En daar gaat het allemaal om. Maar voor ik het weet heb ik het excuus dat ik te weinig tijd heb, me niet lekker voel of dat mijn spieren te veel pijn doen door alle stress van dit moment.
Tsja. En dat alles is gewoon onzin. Het is een kwestie van discipline, en tijd maken. En de oefeningen uitzoeken die ik wel gewoon kan doen. Als ik de cobra niet red, dan wel de boom. Als een torsie (draaiing van het lichaam) niet goed lukt, wie zegt dat het niet voldoende is om de torsie korter aan te houden, of minder ver te draaien? Kortom, ik moet gewoon aan de slag.
Ik denk namelijk dat ik het op dit moment goed kan gebruiken, ik weet dat ik me altijd beter voel mét yoga dan zónder yoga. Er wordt gezegd dat iets na 100 dagen een gewoonte is. Dus vandaag gaan we beginnen. Elke dag yoga.
Mijn honderd dagen beginnen nu.

woensdag 23 november 2011

De mist, de kou en de duisternis

Een erg gezellige titel is het niet, als ik het zo overlees, maar ik vind titels in drieën zo leuk, dus ik laat het lekker staan. De afgelopen dagen is het zo koud en mistig geweest dat ik er bijna naar van werd. Wat heb je toch een klein wereldje als het zó mistig is. Ik kon hier aan de overkant de dijk niet eens zien en halverwege zondagmiddag kon ik zelfs de huizen aan de overkant niet meer zien. Het was ook kil en koud, goede redenen om lekker binnen te blijven. 

Dat heb ik dan ook gedaan, thuis, op de bank, met de verwarming aan, een grote beker thee en een goed boek of een aflevering van een fijne serie op DVD. Als het buiten koud en onaangenaam is, moet je het gezellig maken voor jezelf. Kaarsje aan, lampen aan. Komt er geen licht, dan màken we licht.

Na een paar dagen ga je wel een beetje bedenkelijk kijken, elke keer als je door het raam kijkt. Zal die mist nog wegtrekken? Zullen we de zon nog wel eens zien, of de overkant van de straat? Komt het ooit nog goed?

En dan opeens, voor je er erg in hebt, is de mist ook weer weg. Zonder aankondiging, op kousevoeten verdwijnt de mist en is weg voordat je het door hebt. Een moment is het nog mistig, en gisteren keek ik een een half uur later naar buiten en was er een blauwe lucht en een zonnetje zo stralend dat ik bijna mijn zonnebril nodig had. Het werd ook nog heerlijk warm, de sjaal kwam alweer wat losser en de handschoenen bleven in mijn zak. 

Het deed me even de kou en de kilte vergeten van de afgelopen dagen. Die kilte die overal doorheen dringt, en dan moet de echte winter nog komen. En dat die winter eraan komt merk je aan de duisternis. Het ‘mollenbestaan’,  zoals een collega het ooit eens noemde. De tijd waarin je naar je werk gaat als het donker is, en terugkomt als het alweer donker is. Die donkerte blijft ook nog wel even. Zo lang dat je op een gegeven moment ook denkt ‘Houdt het nog wel op, komt het wel weer goed?’ 

Zoals Ede Staal zo mooi bezingt ‘de winter was lang, en ik was bang, dat het nooit meer voorjaar worden zou, maar het komt altijd weer goed’. (heb het even uit het Gronings vertaald) Daar kunnen we ons aan vasthouden, als de winter echt losbarst.

maandag 21 november 2011

Het nachtcircus, Erin Morgenstern


Het bijzondere nachtcircus verschijnt op onverwachte momenten, zonder dat iemand het heeft zien aankomen. Een circus dat alleen ’s avonds open is, geheel in zwart en wit, met verschillende tenten waar je allerlei soorten acts kunt zien. Van een illusionist tot een waarzegster, een doolhof van wolken of een wensboom die echt wensen laat aankomen.

Het ‘Cirques des Reves’, het circus der dromen, is een circus dat bijzonder is en fantasievoller dan een gewoon circus, en de bezoekers verwonderen zich in elke tent opnieuw.
Maar wat het gewone publiek niet weet is dat het meer is dan alleen een illusie.  

Celia Bowen en Marco Alisdair strijden tegen elkaar in een magisch spel opgezet door hun leermeesters die al jarenlang bittere concurrenten zijn. Celia en Marco zijn hiervoor getraind sinds hun vroegste jeugd. Het circus is hun speelveld geworden en zij creëren de magie, die doorgaat voor illusie, in de hoop de ander te overtreffen en het spel te winnen.

Het circus wordt steeds groter en bekender en krijgt een grote groep volgelingen die zich de Reveurs noemen en herkenbaar zijn aan hun zwart witte kleding met een enkel helderrood accent.

Steeds meer mensen raken erbij betrokken en dat loopt niet altijd goed af. Hoe mooi het circus ook is, de magie heeft een prijs. En dan komen Celia en Marco erachter dat het spel maar op één manier kan aflopen. Een van hen zal sterven om het spel te beëindigen.

Celia en Marco weten ook dat het circus zonder hen niet kan bestaan, ze zijn er zo mee verweven dat hun leven ook het leven is van het circus en daarmee van alle mensen die erbij horen.

Hoeveel weet Isobel, wie is Tsukiko die meer van het spel lijkt te weten dan de anderen en welke cruciale rol zal Bailey voor het circus vervullen?

Celia en Marco weten ondertussen een manier te vinden om hun liefde te laten overwinnen en het spel te beëindigen zonder het circus of een van hen beiden eraan op te offeren.

‘Het nachtcircus’ van Erin Morgenstern is een prachtige en bijzondere roman over een magische 19e eeuwse wereld, beschreven met zoveel kleur dat je het gewoon voor je ziet. Het boek is mooi opgezet, met de verspringende jaren, en gebeurtenissen die in het begin nog niet veel betekenen, maar later op hun plek vallen. 

Ik vond het mooi dat het in de 19e eeuw speelde, een eeuw die ik mooier vind dan de huidige en waar magie beter bij past. De schrijfstijl is beeldend en kleurrijk, maar tegelijkertijd weet Erin Morgenstern in een paar woorden een situatie duidelijk te maken. Langdradig is het dus absoluut niet.

Ik was zelfs blij dat ik niet zo heel veel tijd had deze week om te lezen, zodat ik het boek niet in één keer kon uitlezen en dus voor mijn doen lang over het boek heb moeten doen. Maar daardoor kon ik wel des te langer genieten van ‘Het Nachtcircus’.

Dit is nog maar het eerste boek van deze schrijfster, en het is te hopen dat haar volgende boeken net zo geweldig zijn, want dan heb ik er een lievelingsschrijfster bij.

zondag 20 november 2011

De tijd



Voor alles wat gebeurt is er een uur,
een tijd voor alles wat er is onder de hemel.
Er is een tijd om te baren
en een tijd om te sterven,
een tijd om te planten
en een tijd om te rooien.
Er is een tijd om te doden
en een tijd om te helen,
een tijd om af te breken
en een tijd om op te bouwen.
Er is een tijd om te huilen
en een tijd om te lachen,
een tijd om te rouwen
en een tijd om te dansen.
Er is een tijd om te ontvlammen
en een tijd om te verkillen,
een tijd om te omhelzen
en een tijd om af te weren.
Er is een tijd om te zoeken
en een tijd om te verliezen,
een tijd om te bewaren
en een tijd om weg te gooien.
Er is een tijd om te scheuren
en een tijd om te herstellen,
een tijd om te zwijgen
en een tijd om te spreken.
Er is een tijd om lief te hebben
en een tijd om te haten.
Er is een tijd voor oorlog
en er is een tijd voor vrede.
(Prediker 3:1-8)

zaterdag 19 november 2011

Nieuwe winkels

In de beste omstandigheden zou het mij al een gevaarlijke zaak lijken om je eigen winkel of je eigen bedrijf te beginnen. Dat is dan ook precies de reden dat ik geen ondernemer ben, ik ben er te schijterig voor, ik mis die zorgeloosheid om met die onzekerheid om te gaan en dat allemaal te durven.

Met andere woorden, ik geniet van de zekerheid van loondienst, een vast contract en een keurig bedrag dat zonder mankeren elke maand op mijn bankrekening binnenkomt.

In goede tijden zou ik het al een hele onderneming vinden, laat staan in déze economische tijden. Ik zie regelmatig winkels waarvan ik denk ‘kan dat uit?’ Ik kan me van sommige winkels gewoon niet voorstellen dat ze genoeg omzet binnen krijgen om te blijven bestaan. Soms kun je het ook al een beetje aan zien komen. De delicatessenwinkel is hier na minder dan een jaar weer dicht, failliet. Als ik er langs kwam en de grote hoeveelheden exotisch fruit en groenten zag had ik al het idee dat ze die niet kwijt zouden raken die dag, of zelfs maar die week. Dat de winkel nu dicht is en dat er een bord van de makelaar hangt is triest, maar kwam niet onverwacht.

Onder mijn flat zijn een aantal winkels, en sommige daarvan lopen goed. De kledingzaak wordt zelfs op zondag druk bezocht en de scooterwinkel krijgt volgens mij klandizie uit heel Flevoland. Dat hoop ik tenminste maar wel.

Een van de winkels stond steeds leeg, maar nu komt er weer een nieuwe zaak. En als ik eerlijk ben denk ik dat dit geen lang leven beschoren zal zijn. Het wordt namelijk een taartenwinkel. Een winkel die inspeelt op de mode van cupcakes (van die kleine bolle cakejes die je zo leuk kunt versieren) Heel schattig. Maar zullen de taartjes en de cakejes genoeg opbrengen om deze winkel langer dan een jaar te laten bestaan? Ik vrees het niet. Ik ben geen Lord Alan Sugar, maar sommige dingen zijn volgens mij gewoon gezond verstand.

maandag 14 november 2011

Boeken

Wanneer je iemand een boek verkoopt, verkoop je hem niet zoveel ons papier en inkt en stijfsel, je verkoopt hem een heel nieuw leven.
(Christopher Morley)

zaterdag 12 november 2011

Een keukenmeidenroman, Kathryn Stockett

De Nederlandse titel is eigenlijk een beetje gek, want in het Engels is het gewoon The help. Het is het verhaal van de zwarte meiden in het zuiden van de Verenigde Staten, die werken als dienstmeisje bij de blanke mevrouwen.

Het is 1962 in Mississippi. Een tijd waarin er langzaam een begin wordt gemaakt met het einde van de segregatie en er aan de verhoudingen die al jarenlang vast liggen getornd wordt. 

De eerste zwarten worden toegelaten tot de blanke scholen en universiteiten, desnoods met bescherming van het leger en de burgerrechtenbeweging wordt steeds actiever. 

Voor de zwarte bevolking in de kleine stadjes in het zuiden veranderde er echter nog weinig. De ‘Jim Crow wetten’, de regels die erop gericht waren om de zwarte en de blanke bevolking van elkaar te scheiden, gelden nog steeds en de Klan trad hard op tegen zwarten die een grote mond hadden.  

Een keukenmeidenroman’ is het verhaal van Aibileen, Minny en Miss Skeeter. Aibileen is dienstmeisje bij Miss Leefold, Minny werkte bij de moeder van Miss Hilly, maar omdat deze dame naar een tehuis gaat, is Minny haar baan kwijt. Omdat zij iemand is die haar mond niet dicht kan houden, is het voor haar niet gemakkelijk om een nieuwe baan te vinden. Aibileen had er nooit veel moeite mee om haar mond dicht te houden, maar sinds haar zoon is verongelukt broeit het bij haar ook.

Miss Skeeter (letterlijk: langpootmug, haar bijnaam omdat ze zo onelegant lang is) is op school bevriend geweest met Miss Leefold en Miss Hilly, maar is nog niet getrouwd en wil graag journalist worden. Zij krijgt bij het plaatselijke sufferdje de column van huishoudelijk advies en aangezien zij daar helemaal niets vanaf weet, komt zij bij Aibileen voor tips.

Skeeter beseft dat als ze echt journalist wil worden en een boek wil schrijven, ze een onderwerp moet nemen dat haar na aan het hart ligt. Sinds ze een klein meisje was, was daar altijd hun zwarte hulp Constantina, door wie ze eigenlijk is opgevoed. Maar als Skeeter studeert, vertrekt Constantina. En niemand wil haar vertellen wat er is gebeurd of waar Constantina naar toe is gegaan.

Skeeter wil meer weten van de zwarte hulpen en de spagaat waarin zij zitten. Zwarte hulpen moeten de kinderen opvoeden, maar worden niet vertrouwd met het tafelzilver. Zwarte hulpen moeten gebruik maken van een aparte wc, hebben hun eigen bord en kopje, en kunnen elk moment ontslagen worden en als een mevrouw dan zegt dat ze oneerlijk is of niet goed werkt, krijgt ze nergens meer een baan.

Skeeter vraagt of Aibileen haar wil helpen en ondanks het gevaar stem Aibileen toe. Ook Minny wil helpen en later komen er ook andere hulpen om hun verhaal te doen.

Ik heb ‘Een keukenmeidenroman’ van Kathryn Stockett in één ruk uitgelezen, ik vond het een ontzettend mooi boek. Een klein minpuntje voor mij is dat de slechten zo echt slécht zijn. Miss Hilly is een ongelofelijk kreng, daarom is het erg gemakkelijk een hekel aan haar te hebben. Ik had het interessanter gevonden als zij ook een paar goede eigenschappen had gehad, maar daarbij toch die neerbuigende houding had ten opzichte van de zwarte hulpen. Maar dat is dan ook het enige waar ik kritiek op heb.

Het boek heeft humor, laat je meevoelen met Aibileen en Minny en de andere zwarte hulpen. Je ziet hoe Skeeter groeit en langzaam haar eigen weg vindt. Ook andere personages zoals Miss Celia worden zo beschreven dat je ze voor je ziet. 

Kathryn Stockett is opgegroeid in Mississippi en haar familie had ook een zwarte hulp.  Ze schrijft achterin dat ze het moeilijk vond om die relatie goed te beschrijven, omdat er zo’n fundamentele ongelijkheid was tussen de hulpen en hun mevrouwen dat er nooit sprake kon zijn van werkelijke vriendschap. Maar wat mij betreft is Kathryn Stockett er uitstekend in geslaagd om de situatie van zowel de zwarte hulpen als de verschillende houdingen van de blanken weer te geven. 

Oorspronkelijke titel: The help
Uitgegeven in: 2009
Nederlandse uitgave 2010 door uitgeverij Mistral
Nederlandse vertaling: Ineke van Bronswijk
Bladzijdes: 495

dinsdag 8 november 2011

Steve McQueen, deel II


Auto’s en motoren
Steve was niet alleen acteur, hij was ook motor- en autocoureur. Hij heeft aan allerlei races
meegedaan en deed het erg goed. In 1970 werd hij bijvoorbeeld in een motorrace 2e na Mario Andretti, terwijl Steve met een gebroken voet reed. In the Great Escape is het McQueen die al het motorracen zelf doet, al is de bekende sprong over het prikkeldraad een stuntman. In the Great Escape zat helemaal niet zo heel veel achtervolging op de motor, maar Steve stond erop dat dat erin geschreven werd. Ook in Bullit doet McQueen een deel van de grote achtervolgingsscene zelf.
Steve heeft antieke motoren verzameld en had een van de grootste collecties in de Verenigde Staten. Toen hij later het vliegen heeft ontdekt, heeft hij dat in minimale tijd onder de knie gekregen en voortaan kon hij ook in de lucht van de vrijheid genieten.
Steve had altijd de meeste lol als hij met de stuntmannen het gewoon gezellig kon hebben. Zo heeft  hij in 1976 meegedaan aan een film als stuntman, omdat hij die dag toch niets beters te doen had. Hij stond niet op de aftiteling en kreeg voor die dag het gewone loon dat de stuntmannen kregen. Steve wilde dit weigeren, maar volgens de voorschriften mocht hij niet onbetaald werken. Toen heeft hij het geld maar gebruikt om een rondje te geven. Dat Steve op een gegeven moment erelid werd van de Vereniging van Stuntmannen, betekende voor hem meer dan de Oscar die hij had gekregen.

Relaties met vrouwen.
Vrouwen hielden van Steve McQueen en Steve McQueen hield van vrouwen. Hij trouwde met Neile Adams en zij zouden zeventien jaar getrouwd blijven. Het huwelijk doorstond de eerste ups en downs van Steve’s carrière en en Steve’s vele ontrouw. Ze kregen twee kinderen waar Steve dol op was. Hij was vastbesloten zijn kinderen een beter leven te geven dan hijzelf als kind had gehad en de vader te zijn die hij niet had gekend. Hoewel het huwelijk geen stand hield, en de scheiding niet echt prettig verliep, konden ze na een aantal jaren weer goede vrienden zijn en volgens Neile zijn ze altijd van elkaar blijven houden.

Op de set van ‘The getaway’ in 1973 komen Steve McQueen en Ally MacGraw elkaar tegen en ze vallen als een blok voor elkaar. Hij had respect voor haar omdat ze uit een heel ander milieu kwam dan hij, hij beschouwde haar als een echte dame. Ally op haar beurt was door hem volkomen overdonderd. Zij was een pas beginnende actrice en hij was Steve McQueen. Het huwelijk begon vol passie en zou ook vijf jaar stormachtig zijn. Hun ruzies waren legendarisch, Ally gooide met het servies, Steve gooide met haar. Hij schijnt haar zelfs eens van het balkon op de eerste verdieping in het zwembad te hebben gegooid. Uiteindelijk zijn ze uit elkaar gegaan.

Barbara Minty was veel jonger dan Steve toen ze elkaar tegenkwamen, maar dat hield hen niet tegen. Ze kregen een relatie en hoewel Steve niet op een derde huwelijk zat te wachten, ging hij uiteindelijk overstag. ‘Het is vandaag of nooit’ zei hij tegen Barbara en zij begreep dat hij het meende. Ze zijn die dag getrouwd. 
Tijdens zijn ziekte was Barbara steeds bij hem en iedereen die hen samen zag merkte op dat Steve er veel rustiger en gelukkiger uitzag dan in de jaren ervoor.
Karakter
Steve McQueen was een mengeling in alle opzichten, geen gemakkelijke man om te begrijpen of mee om te gaan, maar toch door de mensen die hem kenden zo geliefd. In de relaties met vrouwen was hij moeilijk. Hij was een man met ouderwetse opvattingen, maar was niet van plan zich aan de regels te houden waarvan hij vond dat die voor zijn echtgenotes wel golden. Zo had hij de ene affaire na de ander (hoewel dat ook vaak een groot woord ervoor was) maar heeft hij zijn eerste echtgenote Neile haar korte verhouding met acteur Maximiliaan Schell nooit vergeven.
Steve stond erom bekend dat hij ontzettend gierig kon zijn, op de sets kon hij geld dat als rekwisiet diende meepikken, hij liet in restaurants vrienden met de rekening zitten en betaalde nooit iets.

Maar velen wisten niet dat Steve heel veel aan liefdadigheid deed. Regelmatig liet hij grote sommen geld overmaken naar allerlei verschillende liefdadige instellingen. Of hij reed ’s nachts met een vriend naar een jeugdclub in een arme wijk, en liet daar dan allerlei spullen achter zoals honkbalspullen en andere dingen die ze nodig hadden om de kinderen te laten spelen. Tijdens het filmen van ‘The sand pebbles’ waren ze in Thailand en Steve kwam erachter dat er een weeshuis was dat totaal niets had. Steve heeft nog jarenlang geld overgemaakt naar dit weeshuis. Bijna niemand wist hiervan af en Steve hing het niet aan de grote klok. Regelmatig ging hij terug naar de jeugdinstelling waar hij zelf was geweest ‘Boys Republic’ om daar met de jongens te praten, ze een hart onder de riem te steken en ze advies te geven. Dan zat hij tussen hen in op de slaapzaal, gewoon op de grond. Dan was hij één van hen en de jongens accepteerden hem en vroegen hem van alles, alsof hij hun grote broer was.

Aan de ene kant was hij een acteur die alle details van zijn personage perfect wilde hebben, aan de andere kant schaamde hij zich een beetje voor het feit dat hij acteur was. Steve wilde altijd het respect wilde hebben van mannen die ‘echt werk’ deden, die altijd het idee had dat wat hij zelf deed niet goed genoeg was, dat acteren niet echt werk was voor een man. Maar dat respect heeft hij gekregen, het respect van de stuntmannen, de coureurs, de mannen die op de set werkten. Zij wisten wat hij waard was. Zij wisten dat als je Steve met respect behandelde, maar niet over je liet lopen, en geen misbruik van hem maakte, je een levenslange trouwe vriend had.
Zijn dood
Tijdens zijn tijd in de marine was Steve blootgesteld aan asbest  en dit zou uiteindelijk zijn dood worden. Jaren van roken en stevig drugsgebruik hebben er natuurlijk ook geen goed aan gedaan en Steve kreeg longkanker. Hij wilde dit stilhouden, maar de kranten kregen er lucht van en het is gepubliceerd, iets waar Steve enorm van baalde.
Hij is naar een kliniek in Mexico gegaan waar ze bezig waren met experimentele geneeswijzen, maar een operatie mocht niet baten. In de vroege ochtend van 7 november 1980 overleed Steve McQueen aan een hartaanval. The king of cool was er niet meer. Hij is slechts vijftig jaar oud geworden.
Zijn as is verstrooid over zee, vanuit een vliegtuig, door zijn beste vrienden. Precies zoals hij het wilde.

maandag 7 november 2011

Steve McQueen, deel I

Het  7 november en vandaag 31 jaar geleden is de grote Steve McQueen overleden. ‘The king of cool’, de man die niet eens in zo heel veel films heeft gespeeld, maar wel de best betaalde filmster van zijn generatie was.
Terrence Steven McQueen is geboren in 1930. Zijn vader heeft hij nooit gekend en de relatie met zijn moeder was verre van ideaal.
Steve groeide op in een klein dorpje bij de familie van zijn moeder, aangezien zijn moeder hem daar zonder afscheid te nemen had achtergelaten. Toen ze hem eindelijk bij zich liet wonen was al snel duidelijk dat zij zich weinig aan hem gelegen liet liggen. Steve bracht heel wat avonden door in het portiek terwijl zijn moeder in de flat de klanten ontving.
Hij werd teruggestuurd naar de familie van zijn moeder, maar toen hij twaalf was, wilde zijn moeder hem weer bij zich hebben wonen. Helaas konden Steve en zijn nieuwe stiefvader het niet goed met elkaar vinden, en Steve werd weer weggestuurd. Nadat Steve was weggelopen om bij het circus te gaan, kwam hij weer bij zijn moeder terecht. De verhoudingen waren echter nog slechter en Steve was steeds meer op straat te vinden, waar hij zich met een groepje anderen bezighield met kleine criminaliteit.  

Zijn moeder en stiefvader vonden dat hij niet meer te handhaven was en hebben hem naar een jeugdgevangenis gestuurd, de ‘Boys Republic’. Voor Steve, die al jaren zijn eigen gang ging, was dit een moeizame overgang. Hij heeft een aantal keren geprobeerd om weg te lopen, maar werd elke keer weer teruggebracht. Uiteindelijk leerde hij omgaan met de regels en de verantwoordelijkheid die de jongens steeds meer konden krijgen.
Eenmaal weer thuis, wilde hij niet bij zijn moeder blijven. Hij liep weg en heeft allerlei baantjes gehad om het hoofd boven water te houden. In 1947 nam hij dienst bij de Marine. Toch bleef die rebelse karaktertrek een kenmerk van Steve McQueen. In de marine leverde het hem ook vaak problemen op, zo is hij een keer of zeven teruggezet in rang, en heeft hij een tijdje in het cachot gezeten omdat hij zonder toestemming was verdwenen. Maar hij toonde ook grote dapperheid, zo heeft zijn snelle optreden vijf anderen gered van de verdrinkingsdood. Hier heeft hij een onderscheiding voor gekregen.
Acteren
Na de Marine ging Steve terug naar New York en begon met acteren. Om geld te verdienen deed hij mee aan motorraces. Hij kreeg wat kleine rolletjes in films en toneelstukken, maar zijn grote doorbraak kwam met de serie voor de televisie, ‘Wanted dead or alive’ waarin hij een bounty hunter in het Wilde Westen speelde, iemand die criminelen opspoort. Frank Sinatra zag wat in hem en zorgde ervoor dat Steve in de film waarin ze samen speelden goede close-ups kreeg.

De eerste echte grote doorbraak was voor Steve McQueen de film ‘The maginificent seven’, waarin hij eigenlijk de show stal onder de neus van hoofdrolspeler Yul Brynner vandaan. 
Vanaf dat moment ging het goed met acteren, Steve kreeg veel aanbiedingen en hoewel hij lastig op de set was en de regisseurs en producers tot wanhoop dreef, kon hij eisen stellen omdat hij ontzettend geliefd was door het publiek.
Hij heeft rollen gespeeld die het publiek zijn bijgebleven, zoals de rechercheur Frank Bullit in de film Bullit, Doc McCoy in the Getaway, Thomas Crown, of Papillon. Op een gegeven moment was Steve McQueen de best betaalde acteur van zijn generatie. Maar na ‘The towering inferno’ verdween McQueen uit het filmwereldje, hij wilde met rust gelaten worden. Een aantal jaren wijdde hij zich vooral aan het racen.
Er is wel gezegd dat McQueen geen erg goede acteur was, maar wel een goede filmster. Tegenspeelsters hadden soms het idee dat er helemaal niets gebeurde, maar als ze het dan terugzagen op het witte doek, zag het er wel goed uit.
Steve was zeker geen slechte acteur, hij begreep de personages die hij speelde en kon ze daarom iets meegeven dat het grote publiek aansprak. Hij dacht ook na over de personages die hij speelde en lette op de kleinste details, alles moest kloppen en dat dreef tegenspeler, regisseurs, producenten en rekwisietenmensen tot wanhoop. De films werden er wel beter door.

Een van de vreemdste films waar Steve in heeft gespeeld was een stuk dat hem na aan het hart lag. Hij wilde per se een toneelstuk van Ibsen verfilmen. In ‘Enemy of the people’ speelde Steve de dokter die het hele dorp tegen zich krijgt. Zwaar-bebaard en onherkenbaar was dit het soort film dat niemand van Steve McQueen had verwacht. Hij was er zelf trots op, maar helaas kreeg de film slechte kritieken (hoewel niet van het publiek) en na enkele weken werd de film niet meer gedraaid.
In zijn laatste film speelde Steve de rol waarmee zijn carriere ook was begonnen, in ‘The hunter’ speelde hij een bounty hunter. Ouder en moeizamer, maar dat kwam ook omdat hij toen de film werd gemaakt al ziek was.

Morgen komt deel II

zondag 6 november 2011

Franciscus van Assisi (1181-1226)

Begin te doen wat nodig is, dan doe je wat mogelijk is en opeens merk je dat je het onmogelijke doet.

zaterdag 5 november 2011

Guy Fawkes

Remember, remember, the fifth of november,
gunpowder, treason and plot.
I can think of no reason
why the gunpowder treason
should ever be forgot.

Ter herinnering aan Guy Fawkes, die op 5 november 1605 betrokken was bij een plan om het parlement in Londen op te blazen en daarbij de protestantse koning Jacobus I.

dinsdag 1 november 2011

De jongen Mauro

Dit wordt een primeur, want ik heb het nog nooit gedaan; op dit blog mijn mening geven over een actuele of politieke kwestie. Soms omdat ik het niet interessant vind, soms omdat ik de situatie zelf niet goed begrijp en dus niet vind dat ik er een mening uit kan gooien en soms omdat ik de kwestie te heikel vind om er in het openbaar mijn mening over te geven. 
Maar in dit geval wil ik wel iets zeggen. Moet ik iets zeggen, want ik ben te boos om het niet te zeggen.
In de afgelopen dagen is 'de zaak' Mauro steeds in het nieuws geweest. De AMA (alleenstaande minderjarige asielzoeker) die hier is gekomen en nu, nu hij achttien is, het land uit moet. En waarom? Omdat Angola zo’n heerlijk veilig land is? Omdat er anders miljoenen kinderen in heel de wereld massaal het vliegtuig zullen pakken om hier te komen wonen? Nee, hij moet terug want zo zijn de regels.
Mauro is hier gekomen als kind, hij is hier in een pleeggezin gekomen, is hier naar school gegaan en is hier opgegroeid. Mauro is in alle opzichten een Nederlander.
Wat mij betreft is er in deze situatie maar één oplossing, want met kinderen is er maar één oplossing. Kinderen stuur je niet terug, zeker niet naar een land dat er zo aan toe is als Angola.
En als die kinderen dan hier jaren wonen, deel uitmaken van een gezin met een vader en moeder die van hen houden, als ze de taal perfect beheersen, hun vrienden hier hebben, hier zijn opgegroeid en naar school gegaan en in alle opzichten een aanwinst zijn voor de Nederlandse maatschappij, dan laat je ze blijven. 
Als ze dan hier volkomen zijn geïntegreerd (om die rotuitdrukking maar eens te gebruiken) dan pluk je ze niet uit hun vertrouwde omgeving vandaan om ze in een land in oorlog te dumpen. Want hoeveel kinderen als Mauro zijn er eigenlijk? Om hoeveel gaat het? Honderden, tientallen? Ik geloof dat het aantal tussen de twintig en de zeventig ligt. Waar hebben we het dan eigenlijk over? Al waren het er zevenhonderd. Niemand van ons zal daar een boterham minder om eten.
Ken ik alle feiten? Nee. Zitten er nog meer kanten aan dan ik nu belicht? Vast. Maar ik vind dat de mensen in een land als Nederland de morele plicht hebben om kinderen als Mauro zo goed mogelijk te helpen en een thuis te bieden. En ze niet op zo’n manier te behandelen.
Wat deze kwestie ook duidelijk maakt wat mij betreft is de volstrekte diskwalificatie van het CDA als partij die zich sociaal of barmhartig of rechtvaardig mag noemen. En ook de volkomen ongeloofwaardigheid van mensen als Leers, of Koppejan of Ferrier die eerst het een zeggen en dan het ander doen.
Ik heb niet de illusie dat dit blogje ook maar enig verschil zal maken, of dat minister Leers zich na het lezen snikkend in de armen van zijn vrouw zal werpen en de verblijfsvergunning alsnog aan Mauro zal geven, maar zoals men zegt: het kwaad blijft voortbestaan als goede mensen niets doen.
Het moet gezegd worden, Mauro en alle kinderen als hij moeten blijven.

Hardlopen, het begin

Ik wil mijn conditie een beetje op peil krijgen. Nu ben ik niet ’s werelds meest sportieve type, zeg liever dat ik helemaal niet sportief ben en de enige sport die ik regelmatig beoefen is yoga. Maar dit is misschien niet eens echt een sport.
Van teamsporten houd ik niet, van wedstrijden ook niet en het enige dat ik eigenlijk (behalve die yoga) nog wil doen, is hardlopen.
Voordelen zijn dat je er behalve schoenen, weinig voor nodig hebt, en je kunt gaan wanneer het je uitkomt en waar het je uitkomt. Je bent van niemand afhankelijk en dat vind ik erg prettig.  
Het nadeel is dat het begin zo lastig is. Nu is dat natuurlijk wel vaker het geval, maar bij hardlopen vind ik dat helemaal.

Ik heb ooit eens hardgelopen met een collega die zelf marathons liep en een groepjes collega’s hielp met het leren hardlopen. Op een gegeven moment was ik toen zover dat ik 40 minuten kon lopen. Het ging in een sukkeldrafje, maar ik hield het wel vol, die 40 minuten. Maar toen veranderde ik van school en voor ik het wist was ik tien jaar verder en nu wil ik weer beginnen. In die tien jaar heb ik wel eens eerder een poging gedaan, maar dat is nooit helemaal goed gelukt. Nu wil ik wel dat het lukt. Elke dag lopen is geen optie, en ook helemaal niet verstandig.

De truc (en ik hoop dat die voor mij ook werkt) is dat je de tijd vastlegt in je agenda en er ook voor zorgt dat je dan kunt lopen, door bijvoorbeeld je kleding en je schoenen klaar te leggen. Vol goede moed willen beginnen en dan eerst een half uur bezig zijn om een paar sokken te vinden is niet echt bevorderlijk.

Vorige week zondag ben ik al eens op pad geweest, maar dat heeft zich om allerlei redenen nog niet herhaald. Een tijdstip kiezen is lastig, ik ben op dit moment nog in de fase dat ik niet wil dat iemand me ziet. De enige loopoptie die ik heb is in de vroege morgen, en bovendien loop ik fijner in de ochtend.  Maar op een aantal dagen gaat de wekker al heel vroeg.

Nu heb ik het op de kalender gezet. Woensdagochtend ga ik als eerste weer een begin maken met hardlopen en dan ga ik zaterdag weer en dan maandag. Drie keer in de week is niet veel, maar het is vaker dan nooit. Ik hoef geen wedstrijden of marathons te lopen, als ik ooit weer op dat punt kom dat ik 40 minuten kan lopen zal ik heel tevreden zijn.
Ik ga alvast mijn kleding en schoenen bij elkaar zoeken.

(de afbeelding is afkomstig van shop.runnersworld.nl, ik heb er geen recht op en als ik de foto weg moet halen, laat het me maar weten)
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...