donderdag 31 oktober 2013

Diplomaat van de tsaar, Angela Dekker

De relatie tussen Nederland en Rusland gaat al eeuwen terug. Of het nu gaat om Peter de Grote die hier in de 17e eeuw kwam kwam om allerlei ambachten te leren, of om de Russische kozakken die een rol speelden in de bevrijding van Nederland na de Franse bezetting of het huwelijk tussen Willem II en Anna Paulowna in 1816, er is altijd sprake geweest van een speciale band. (vrees dus niet, de meest recente ontwikkelingen komen we ook wel te boven)

In Den Haag was het Russische gezantschap gevestigd, de vertegenwoordiging van de Russische tsaar en het aanspreekpunt van de Russen in Nederland.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was dit nodig, want omdat Nederland neutraal was, zochten veel gevluchte Russische krijgsgevangenen hier hun heil. Voor zo’n vijfduizend soldaten moest onderdak geregeld worden.

Nadat in 1917 echter in maart de tsaar aftrad en in oktober de Bolsjewistische revolutie uitbrak, raakten de medewerkers van het gezantschap statenloos. Het oude Rusland was voorbij, de nieuwe Sovjet Unie was hun land niet. ‘Russische strandgoed’ werden ze genoemd. Ze moesten verder, maar gemakkelijk was dit niet. Sommigen konden het beter aan dan anderen. De Russische gezant Swetchine stortte in en de tweede secretaris Paul Poustochkine was nu het hoogste Russische gezag in Nederland. (de eerste secretaris was naar Amerika vertrokken om te proberen de Amerikanen over te halen om militair in te grijpen in Rusland)

Het statenloos zijn leverde veel onzekerheid op, men wist nooit of men nog lang welkom zou blijven in het gastland. Van het thuisfront kwam er van familie geen bericht, of slechte berichten. Financiële moeilijkheden waren er ook, een tijdje konden de diplomaten nog betaald worden uit de schatkist van de tsaar die zich in Parijs bevond, maar op een gegeven moment hield dit ook op. Sommige Russen werkten in de havens, in drukkerijen en anderen openden een tearoom, een kunsthandel of een naaiatelier.


Tsaar Nicolaas II.
Lang was er niets bekend
 over het lot van de keizerlijke familie.
Innig werd de band met Nederland nooit, de meesten bleven heimwee houden naar Rusland en hun oude manier van leven. Zij hoopten eens terug te keren. ‘Het leven is hier oneindig droefgeestig’, schreef Paul Poustochkine.

Natuurlijk waren er onder de Russen ook communisten die de gebeurtenissen in Rusland toejuichten en hoopten dat de revolutie zich zou verspreiden. Zij werden door de geheime dienst echter goed in de gaten gehouden, zeker toen inderdaad de revolutie even heel dichtbij leek te komen nadat Troelstra hier de revolutie uitriep. Degenen die terugkeerden naar de Sovjet Unie merkten dat het leven hier niet was zoals verwacht en dat ze door de communistische overheid als spionnen en buitenlanders beschouwd werden. Niet bepaald het arbeiders paradijs zoals ze zich hadden voorgesteld. Sommigen keerden dan ook weer terug naar Nederland.

Tot op de dag van vandaag is het centrum van de Haagse-Russische kring de Russisch orthodoxe kerk, die er gekomen is met Anna Paulowna. Mensen hier kennen elkaar en kennen elkaars geschiedenis, ondanks het feit dat de wegen van iedereen zo uiteen zijn gelopen in de loop der jaren.

Restanten van het Russische strandgoed is op allerlei plekken terug te vinden, op de zolders van mensen, in brieven, foto’s, dagboeken, zaken als meubels en servies en de memoires van Paul Poustochkine. Journaliste Angela Dekker is hierin gedoken, heeft allerlei nazaten gesproken en heeft met Diplomaat van de tsaar een uitermate boeiend portret weten te schetsen van de mensen die dit interessante stukje Nederlands-Russische geschiedenis maken.

Uitgegeven in 2013, uitgeverij Atlas contact
Bladzijdes: 185

dinsdag 29 oktober 2013

De Malevich tentoontstelling

Kazimir Malevich is hét grote voorbeeld van de Russische Avant-Garde. Hij werd geboren in 1878 in Kiev. In Moskou kreeg hij zijn schildersopleiding, maar hij ontwikkelde zich steeds verder. Hij begon figuratief, de invloed van Monet is dan bijvoorbeeld zichtbaar. Maar zijn werken werden steeds meer beïnvloed door nieuwe ideeen en nieuwe stromingen, die Malevich zelf verder uitwerkte tot er uiteindelijk weinig meer te zien was. Zijn wit op wit werken zijn hierin het hoogtepunt. Malevich tekende en schilderde, maar hield zich ook bezig met het ontwerpen van decors, kostuums en serviezen. Verder was hij een gedreven leraar die veel volgelingen om zich heen verzamelde en veel mensen beïnvloedde.
In de laatste jaren van zijn leven ging Malevich terug naar het figuratieve werk, de cirkel daarmee rondmakend.

In het kader van het Rusland jaar is er nu in het Stedelijk Museum in Amsterdam een prachtige tentoonstelling met zo’n 500 werken van Malevich, maar ook van tijdgenoten. Buiten Rusland heeft het Stedelijk Museum al de grootste collectie Malevich werken, maar nu zijn er ook allerlei schilderijen, tekeningen en objecten in bruikleen van onder andere het Tate modern in Londen of het Museum voor Hedendaagse Kunst in Thessaloniki in Griekenland.

Vorige week heb ik, samen met mijn moeder, deze tentoonstelling bezocht en die was absoluut prachtig. Ik word blij van Malevich, anders kan ik het niet omschrijven. Mijn grote favorieten waren ‘Het leven in Grande Hotel’ en een werk in de Wit op Wit serie. De manier waarop de schilderijen en tekeningen waren opgehangen was ook heel mooi, hier was overduidelijk heel goed over nagedacht. Als je de tentoonstelling doorloopt, zie je de ontwikkeling die Malevich heeft gemaakt en het is bijna niet te geloven dat één schilder al deze werken heeft gemaakt, zo verschilden ze van elkaar.

Een absolute aanrader voor iedereen die van Malevich houdt. De tentoonstelling is nog tot februari in het Stedelijk te zien. (de toeslag is wel 5 euro)

maandag 28 oktober 2013

Een inktzwart hart, R.J. Ellory

Inspecteur Vincent Madigan heeft grote problemen. Geen van zijn huwelijken heeft stand gehouden, de relatie met zijn kinderen gaat slecht en op het werk gaat het ook niet geweldig. Vincent is verslaafd aan de drank en de pillen en hij staat op de loonlijst van Sandía, één van de grootste drugsbarons van de stad, bij wie hij ook nog een schuld heeft.
Vincent denkt een geweldig plan te hebben waarmee hij in één klap van alles af is; hij wil geld stelen bij Sandía en met dat geld zijn schuld afbetalen. Jammer genoeg loopt de overval mis en raakt er zelfs een kind gewond.
Vincent is de inspecteur die de overval moet onderzoeken, terwijl Sandía hem in de nek hijgt omdat hij de dader wil hebben en ook Interne Zaken zit er bovenop, want het gerucht gaat al snel dat er een politieman bij de overval betrokken is.

R.J. Ellory kan als geen ander de duistere kant van de menselijke aard aan het licht brengen. De kant vol fouten en goede bedoelingen die op niets uitliepen, of zelfs al niet eens zo goed waren vanaf het begin. Vincent Madigan zit diep in de nesten en het kost hem heel wat moeite eruit te komen, en de verschillende wendingen die het verhaal neemt, houden je als lezer op het puntje van je stoel.
Het taalgebruik is, zoals ook in de eerdere boeken van R.J. Ellory, indringend. Sommige stukjes in de laatste scenes met Sandía heb ik wat sneller doorgelezen, omdat ik dit wel héél goed voor me kon zien.
Knap wordt beschreven hoe Vincent in de penarie zit en steeds verder afglijdt. Hoewel hij zijn uiterste best doet om het tij te keren kan het best zo zijn dat hij te diep is gezonken om er nog uit te komen. Het einde is niet fijn, maar misschien wel rechtvaardig.
Een inktzwart hart is geen boek over aardige mensen, maar wel een heel spannende thriller.

Originele titel: A dark and broken heart
uitgegeven in 2012
Nederlandse uitgave: 2013 door uitgeverij De Fontein
Vertaling: Kris Eikelenboom
bladzijdes: 383

zondag 27 oktober 2013

Citaat: anoniem

Je moet de leegte eerst voelen, voordat je de leegte kunt vullen.
Zwart vierkant, Kazimir Malevich

vrijdag 25 oktober 2013

Een graf op het Ereveld

Wie hij is geweest is niet bekend, zijn naam, leeftijd of de stad waarin hij geboren is weten we niet. Onbekende Sovjet-soldaat staat er op zijn graf. Een keurige witte grafsteen te midden van lange, rechte rijen witte grafstenen. Een graf dat ik deze week heb bezocht omdat ik zijn graf geadopteerd heb.

Enige weken geleden heb ik geschreven over het boek Kind van het Ereveld van Remco Reiding (Hier), over de Russische soldaten die begraven liggen op het Ereveld in Leusden. Dit boek maakte op mij heel veel indruk en als iets je zó raakt, dan moet je daar iets mee doen. Gelukkig kan dat dan ook. De Stichting Russisch Ereveld biedt de mogelijkheid om een graf te adopteren. Met dat geld wordt onderzoek naar nabestaanden gefinancierd en wordt de reis betaald van nabestaanden zodat zij het graf van hun vader, broer of opa kunnen bezoeken. Voor slechts 50 euro per jaar (nog aftrekbaar van de belasting ook J) steun je dit doel.

Van ‘mijn soldaat’ is vrij weinig bekend, behalve dat hij een krijgsgevangene was die omstreeks 6 mei 1945 is overleden. Wel in vrijheid dus, maar het einde van de oorlog kwam voor hem te laat om te kunnen blijven leven. Via de begraafplaats Margraten is deze soldaat in Leusden terecht gekomen. De enige andere gegevens over hem zijn dat hij bruin haar had en 1.73 was. Als bijzonderheid is nog vermeld dat hij geen schoenen had. Dit detail vind ik hartbrekend, heeft hij misschien al weken of zelfs maanden zonder schoenen moeten doen, of zijn die pas verdwenen toen hij naar het ziekenhuis ging? Ik weet het niet en er is geen enkele mogelijkheid om daar nog achter te komen.

De toegang naar het Ereveld

Aan beide kanten vijf rijen met graven. Aan het einde van het pad het monument.
Het enige dat ik kan doen is elk jaar geld overmaken én mijn respect betuigen. Iets dat ik deze week gedaan heb. Ik wilde het graf graag zelf zien en gelukkig is dit goed mogelijk, het Ereveld is dagelijks toegankelijk. Het is een heel mooi en rustig gelegen stuk naast het gewone kerkhof, ommuurd door een lage muur. Het was een uitgelezen dag  en het was op het Ereveld zelf heel erg rustig, iets dat bijdroeg aan de speciale sfeer. Elk kerkhof of begraafplaats heeft iets triests, maar oorlogsgraven zijn extra triest. De lange rijen met identieke graven, de simpele grafstenen. Tussen de rijen door een lang pad naar het einde van de begraafplaats, waar een monument staat waar bij herdenkingen kransen geplaatst worden. Het is niet supergroot, maar mooi overzichtelijk en ik vond het eigenlijk wel een heel mooi idee dat alle Russische soldaten hier bij elkaar liggen.
Het zal denk ik niet de enige keer zijn geweest dat ik hier kom.

Wil je meer weten over het Russisch Ereveld in Leusden, dan kun je dit HIER vinden op de website van de Stichting. Hier is ook informatie te vinden over grafadoptie.  

donderdag 24 oktober 2013

De een van de ander, Philip Kerr

Historische detectives zijn er in alle soorten en maten, maar wat mij betreft staan de boeken van de Schotse schrijver Philip Kerr over privé-detective Bernie Gunther op eenzame hoogte.
Waaraan moet een historische detective voldoen om goed te zijn en uit te stijgen boven de massa?

Ten eerste moet het zich afspelen in een interessante tijd. De boeken over Bernie Gunther spelen zich af in Duitsland in de jaren ’30 en ’40. Een tijd waarin meer dan genoeg gebeurde.

Ten tweede moet er een aansprekende hoofdpersoon zijn. Ook dat kunnen we afstrepen van de lijst. Bernie Gunther was eerst een politieman, maar wordt op een gegeven moment privé-detective. Hij was een goede politieman die tegen wil en dank meegezogen werd in de politieke gebeurtenissen van Duitsland in die tijd. Hij was geen nazi hoewel hij als inspecteur van de politie een tijdje verplicht lid was van de ss, maar had wel met de nazi’s te maken.
Heel knap balanceren deze boeken om de vraag wat nu misdaad is, en hoe je misdaad kunt bestraffen als de regering nog veel misdadiger is. Bernie Gunther is geen superheld, hij komt regelmatig klem te zitten en doet dingen die hij niet wilde doen, in hoop dat hij toch daarmee groter kwaad kan voorkomen.

Ten derde moet de tijd en de sfeer van het boek kloppen. En dat is in deze boeken zeker het geval. Philip Kerr heeft overduidelijk erg veel research gedaan en de sfeer van Duitsland in de jaren ’30 en ’40 is zeer goed en overtuigend getroffen. Echte gebeurtenissen en historische personen spelen een grote rol.

Verder is het taalgebruik geweldig; sarcastisch en humoristisch, vol kleurrijke beschrijvingen en scherpe dialogen. Bernie Gunther lijkt namelijk een beetje op Philip Marlowe in zijn scherpe observaties en one-liners. Hij heeft een gebrek aan ontzag voor gezag én hij kan zijn mond niet houden. Dit brengt hem dan ook regelmatig in moeilijkheden.

In De een van de ander is de Tweede Wereldoorlog voorbij, Duitsland heeft te maken het een geallieerd bezettingsleger. Duitsland probeert de afgelopen jaren te vergeten en weer verder te kunnen gaan, al moet daarvoor heel wat onder het tapijt worden geveegd.
In München heeft Bernie moeite zijn leven weer op te bouwen en hij besluit om zich weer te richten op zijn praktijk als privédetective. Hij krijgt van verschillende kanten de vraag om mensen te helpen die hun nazi-verleden willen wissen, met het excuus dat dit goed is voor Duitsland.
Bernie’s laatste cliënt is een dame die wil weten of haar man, een kamp bewaker, nog leeft. Bernie doet navraag bij de Oude Kameraden, maar krijgt al snel een waarschuwing dat zijn bemoeienissen niet op prijs worden gesteld. Terwijl hij herstelt van deze waarschuwing merkt hij dat hij betrokken is bij een nog veel groter complot waarbij wel heel grote belangen op het spel staan.

Philip Kerr heeft eerst drie boeken over Bernie Gunther geschreven die bekend zijn geworden als de Berlijn noir trilogie. De verhalen hierin zijn Een Berlijnse kwestie, Het handwerk van de beul en Een Duits requiem.
De een van de ander is het vierde boek in de serie en ik ben heel blij dat dit niet het laatste boek is, er zijn er ondertussen nog een paar verschenen. Wil je kennismaken met Bernie Gunther dan raad ik wel aan om met De Berlijn trilogie te beginnen, aangezien anders sommige gebeurtenissen wat lastig te plaatsen kunnen zijn.

Originele titel: The one from the other
Originele publicatie in 2006
Nederlandse publicatie 2007 door De Boekerij in Amsterdam
Vertaling: Herman van der Ploeg

woensdag 23 oktober 2013

Brideshead revisited (1981)

Brideshead (Castle Howard), met op de voorgrond:
Sebastian (Anthony Andrews)
Julia (Diana Quick)
Charles (Jeremy Irons)
Ergens midden jaren ’80 werd op de Nederlandse televisie de serie Brideshead revisited uitgezonden. Een prachtige 11 delige serie naar het boek van Evelyn Waugh.

Ik was nog maar een jong meisje, maar ik weet nog wel dat deze serie diepe indruk op me heeft gemaakt. Natuurlijk begreep ik veel van de diepere lagen nog niet, maar ik besefte wel dat dit uitmuntend acteerwerk was. Sebastian en Charles maakten een indruk die me jarenlang is bijgebleven.

Jeremy Irons speelde de rol van Charles, Anthony Andrews was Sebastian. Verder rollen werden onder andere ingevuld door sir John Gielgud als de vader van Charles, Diana Quick als Julia, Nicolas Grace als Anthony Blanche en sir Laurence Olivier als Lord Marchmain, allemaal geweldige Britse acteurs.

Sebastian met Aloysius
Het script volgt het boek bijna helemaal, zelfs de dialogen bleven in de serie grotendeels en bijna woordelijk intact. Dit is ook mogelijk omdat er 11 afleveringen zijn en men alle tijd heeft om het verhaal goed neer te zetten.
De sfeer is in alle opzichten goed getroffen, van de zon-overgoten tijd in Oxford, tot het prachtige kasteel Howard dat gebruikt is als kasteel Brideshead. De prachtige stem van Jeremy Irons die de voice-overs doet, blijft nog lang in je hoofd zitten.

Kort geleden heb ik de serie weer gezien. En opnieuw maakte het grote indruk op me. Na meer dan dertig jaar heeft het nog helemaal niets van zijn kracht verloren en is het totaal nog niet gedateerd. Dat is toch een bijzonder knappe prestatie.
Sebastian en Charles in Venetie, op bezoek bij Lord Marchmain
De film die een paar jaar geleden is gemaakt heb ik niet bekeken, zeker niet omdat ik begrijp dat ze behoorlijk wat vrijheden hebben genomen met het verhaal. Aan de ene kant begrijpelijk omdat men zoveel minder tijd heeft in een film dan in een serie, maar ik zie nooit in waarom er situaties en verhaallijnen geschreven moeten worden die niet voorkomen in het oorspronkelijke boek. Je hoeft aan Evelyn Waugh niets te verbeteren, dat verhaal was goed zoals het is.
Nee, voor mij is de serie Brideshead revisited uit 1981 een hoogtepunt in de televisiegeschiedenis en wat mij betreft komt hier weinig bij in de buurt.

maandag 21 oktober 2013

Terugkeer naar Brideshead, Evelyn Waugh

De Tweede Wereldoorlog loopt op haar einde en Kapitein Charles Ryder is moe van de oorlog en het leger. Zijn compagnie wordt naar een nieuwe plek toegestuurd, maar Charles is niet geïnteresseerd in waar ze naar toe gaan en pas als ze zijn gearriveerd komt hij erachter dat ze op het landgoed Brideshead zijn, dat nu door het leger is gevorderd.
Brideshead en de familie die er woont zijn echter geen onbekenden voor Charles en hij denkt met weemoed terug aan de tijd waarin hij hen leerde kennen.

In 1923 was Charles een beginnende student aan de universiteit van Oxford en door toeval leerde hij de excentrieke en charmante Sebastian Flyte kennen. Een diepe vriendschap ontstond en Charles leerde de familie van Sebastian kennen. Lady Marchmain was de zeer devote vrouw, die door haar man in de steek was gelaten. De markies van Marchmain woonde in Venetië met zijn maîtresse en zette geen voet op Engelse bodem zolang zijn echtgenote leefde. Er waren vier kinderen; Sebastian en Bridey, de oudste zoon en een stijve hark. En twee dochters; Julia, die net haar debutantenbal gehad had en zich verloofde met een volledig ongeschikte Canadees en Cordelia, die nog op school zat toen Charles voor het eerst kennis maakte met de familie. Naarmate echter Charles de familie van Sebastian beter leerde kennen, raakte Sebastian steeds verder aan de drank en verwijderde hij zich van Charles.

Jaren later, toen Charles getrouwd was en een bekend architectuurschilder was geworden (iets dat hij heeft ontdekt tijdens de momenten dat hij op Brideshead verbleef) kwam hij Julia weer tegen. Charles en Julia werden verliefd en kregen een verhouding. Twee jaar woonden ze samen op Brideshead, maar een gelukkig einde zat er voor hen uiteindelijk niet in.

Charles Ryder (Jeremy Irons) die terugkeert naar Brideshead
Brideshead revisited, (terugkeer naar Brideshead) is een boek vol nostalgie. Charles herinnert zich niet alleen de mensen die hij hier heeft liefgehad, maar die hij heeft verloren. Hij treurt om het deel van zijn leven dat voorbij is, zijn jeugd, de jaren met Sebastian toen alles mogelijk leek en er geen einde aan de zomer leek te komen.
Evelyn Waugh was zelf ook nostalgisch toen hij het boek schreef. Hij schreef het tijdens de Tweede Wereldoorlog toen de oude Engeland voorgoed verdwenen leek te zijn. Dit boek moest een ode worden aan dat oude Engeland, waar Waugh heimwee naar had. Het is het Engeland van Oxford, van studenten in toga’s in een periode dat de Eerste Wereldoorlog voorbij was en men nog niet wist welke verschrikkingen er in het verschiet lagen.

Brideshead revisited is een roman waarin het geloof een grote rol speelt. De familie van Sebastian is katholiek, een uitzondering in Engeland. Evelyn Waugh was zelf net katholiek geworden en probeerde met dit boek duidelijk te maken wat hijzelf in het geloof vond. Elk van de leden van de familie gaat anders met het geloof om. Dit varieert van het starre vasthouden aan principes zoals Bridey, tot de vreugdevolle manier waarop Cordelia ermee omgaat. Sebastian en Julia verwijderen zich eerst van de kerk, maar zullen uiteindelijk terugkeren, elk op een andere manier, maar beiden definitief.

Charles is atheïst, iets dat hij regelmatig duidelijk maakt en hij begrijpt weinig van wat hij beschouwt als poppenkast. Pas als Lord Marchmain thuiskomt om te sterven en zich op zijn sterfbed verzoent met de Kerk, breekt bij Charles het besef voor het eerst door dat het niet alleen poppenkast is. Hij voorziet dan ook dat Julia met hem zal breken, om haar terugkeer naar de kerk niet voorgoed onmogelijk te maken. Hij voorziet het, en begrijpt het. Deze gebeurtenis zet ook zijn eigen bekering in gang, die in de laatste scene duidelijk wordt.

Charles Ryder (Jeremy Irons) en
Sebastian Flyte (Anthony Andrews) en
de beer Aloysius
Veel mensen die het boek hebben gelezen bleven achter met de vraag wat nu de aard was van de relatie tussen Charles en Sebastian. Sommige mensen halen eruit dat Sebastian en Charles een homoseksuele verhouding hadden. Er zijn daar wel aanwijzingen voor te vinden, maar ook voldoende die dit weerleggen. Naar mijn idee is het waarschijnlijker dat het ging om een zeer diepe vriendschap, waarbij Charles ook de betovering voelde van de wereld waarin Sebastian leefde. Niet alleen de betoverig van de hogere kringen met alle luxe die daarbij hoorde, maar ook het gevoel om ergens bij te horen en thuis te zijn. De moeder van Charles was al vroeg overleden en de verhouding met zijn vader was zeer afstandelijk te noemen. Charles was vooral ontzettend eenzaam en hechtte zich daarom sterk aan Sebastian. Eenzaam blijft Charles, ook tijdens zijn huwelijk, tijdens zijn verhouding met Julia en zeker als zij hem verlaat.
Als Charles tijdens zijn terugkeer voor de laatste keer de kapel van Brideshead bezoekt, wordt duidelijk dat hij toch ook zijn pad gevonden heeft. In ‘een oeroude, pas geleerde formule’ bidt Charles voor de familie en ziet hij voor het eerst de zin van alles wat er gebeurd is.

In het eerste deel kijkt Charles terug op zijn vriendschap met Sebastian en zijn kennismaking met Brideshead in die gouden tijd van 1923. Het tweede deel gaat over de periode van het verval, de verwijdering tussen Charles en Sebastian en Sebastians afdaling in de afgrond van het alcoholisme. Het derde boek tenslotte gaat over verzoening en vergeving.
Het taalgebruik is prachtig, de dialogen en de beschrijvingen zijn over het algemeen ontzettend mooi en rijk.
Het is bij vlagen ook ontzettend grappig, de scenes tussen Charles en zijn vader zijn, hoe triest die verhouding ook is, hilarisch.
Charles die terug kijkt op een gouden tijd en beseft dat zijn jeugd en die tijd voorgoed voorbij zijn geven deze roman een constant gevoel van weemoed en verlangen mee.

Ik heb nog nooit met een bespreking zo geworsteld als met deze. Dit omdat Brideshead revisited voor mij één van de mooiste boeken is die ik ken en ik bij elke zin die ik opschreef het gevoel had dat het niet adequaat weergeeft hoe mooi geschreven en briljant van opzet dit boek is en hoe complex en rijk het verhaal.
Het blijft dus bij deze aanbeveling die er geen recht aan doet, maar waar ik alleen maar aan toe kan voegen: lees het zelf en ervaar het.
Oospronkelijk uitgegeven in 1945 als Brideshead revisited
De afbeeldingen komen uit de serie uit 1981, waar ik het volgende keer over zal hebben.

zondag 20 oktober 2013

Citaat; Evelyn Waugh

'Ik ben hier eerder geweest', had ik gezegd. Ik was er inderdaad eerder geweest: eerst met Sebastian, meer dan twintig jaar geleden op een onbewolkte junidag, toen de greppels overdekt waren door roomgele moerasspirea en de lucht zwaar was van zomerse geuren. Het was een uitzonderlijk mooie dag, en hoewel ik hier later nog zo vaak en in zoveel verschillende stemmingen was geweest, was de herinnering aan dat eerste bezoek me het dierbaarste gebleven.

Charles Ryder in Terugkeer naar Brideshead, Evelyn Waugh

zaterdag 19 oktober 2013

In de Ardennen...

Bos in de Belgische Ardennen. (2013)
Voor gisteren had ik eigenlijk een wat ironisch stukje gepland over de ‘vreugden van survivallen in de Ardennen' en waarom ik dat zo vreselijk vond. Dat liep een beetje anders, want het schoolreisje liep een beetje anders.
Afgelopen woensdag tot en met vrijdag ging mijn mentorklas (en de andere klas, en een paar collega’s) naar de Belgische Ardennen om daar allerlei survival dingen te doen zoals abseilen, touw-parkoersen, grotten ingaan enzovoort.

Iedereen die mij een beetje kent, weet dat survivallen in de Ardennen zo ver buiten mijn comfortzone ligt, dat er voor mij helemaal niets leuks meer aan is. Maar goed, ik ben mentor van die klas en vond dat ik er niet onderuit kon komen. Ik heb een slaapzak en een matje geleend, een sportieve dikke jas gekocht en mijn goede wandelschoenen te voorschijn gehaald.

Woensdagochtend was ik ruim op tijd op school en om iets over acht reden wij richting België. Die eerste dag ging het nog allemaal wel. Bij aankomst werden we in groepjes verdeeld en kregen we een kompas en een stafkaart om de weg naar de slaapplaats te vinden. Dit was redelijk te doen, de bossen zijn mooi en het was nog droog. De Spartaanse behuizing waar we verbleven (geen verwarming, betonnen vloeren en sanitair dat sinds WOII niet is gemoderniseerd) is niet fijn, maar daar kan ik overheen komen. Ik douche gewoon drie dagen niet, simpel. En dat vind ik dan ook niet zo erg.

Mijn grote probleem was de enorme herrie en de drukte en het feit dat je op zo’n schoolreisje geen moment rust hebt.
Dit heeft me dan ook behoorlijk genekt en donderdagochtend gebeurde waar ik  bang voor was, ik kreeg een migraine aanval. Uiteindelijk is toen besloten dat ik vervroegd naar huis zou terugkeren. Met de trein ben ik terug gereisd. Geen gemakkelijke opgave met een pijnlijk hoofd en hersenen die niet willen, maar de spoorwegen werkten keurig mee en in de trein kon ik gewoon zitten en me laten rijden. In relatieve stilte, dat scheelde. Op die manier ben ik toch goed thuisgekomen. Ik ben nog altijd niet hoofdpijnvrij, maar ik functioneer weer enigszins.

Ik heb de afgelopen dagen wel nagedacht hoe het zo kon lopen. In de voorgaande jaren ben ik ook mee geweest met andere schoolreisjes en die waren wel zwaar en vermoeiend, maar niet zo dat ik al na één dag instortte. Wat maakte deze schoolreis dan zo anders?
Andere schoolreizen waar ik mee ben geweest gingen naar Rome of Parijs, steden die mooi zijn en waar je mooie dingen kunt bekijken en waar je ’s avonds lekker kunt eten. Bovendien kun je met een derde klas of hoger de leerlingen regelmatig vrij geven om zelf iets te bekijken, waarna je over een uur weer afspreekt. Kortom, je hebt veel meer rust en daarom is dat voor mij beter vol te houden.

Ik voel me er natuurlijk niet goed onder dat ik ben weggegaan, vooral niet omdat ik het idee heb dat ik mijn collega’s en mijn leerlingen in de steek heb gelaten. Ik weet echter dat als ik in de Ardennen zou zijn gebleven ik alleen maar een last zou zijn geweest, want die migraineaanval was een behoorlijk zware. Wat dat betreft is naar huis gaan de juiste beslissing geweest.
Sommige collega's doen zo'n survival-reisje met plezier, anderen vinden het misschien niet leuk maar hebben er geen last van en anderen, zoals ik, kunnen hier niet tegen. En hoe moeilijk het ook is, soms moet je je hier gewoon bij neerleggen. En volgend jaar krijg ik een andere mentorklas, waarmee ik niet op survival hoef. En daar kan ik me nu al op verheugen!

donderdag 17 oktober 2013

De witte tijger, Aravind Adiga

Balram Halawi is geboren in een klein dorpje in India. Na slechts een paar jaar school moet hij werken in het theehuis, om te verdienen voor zijn familie. Zijn vader is riksjachauffeur en bezwijkt aan de tering. Eén van de families van landheren uit het dorpje neemt Balram mee naar de stad, waar hij als tweede chauffeur komt te werken. Als de zoon van de familie samen met zijn vrouw naar Delhi verhuist, gaat Balram met hen mee als chauffeur en algemeen bediende.

Balram schrijft over zijn leven in de vorm van brieven aan de Chinese premier die op bezoek is in India. Hij vertelt de man over zijn jeugd, hoe hij zijn bijnaam De Witte tijger kreeg, over zijn ervaringen als chauffeur en het leven in Delhi.

Hij legt uit hoe India volgens hem in elkaar zit. Met slechts twee kastes; de mannen met de dikke buiken en de mannen met de kleine buiken.

Sommigen van de dikke buiken ouderwetse landheren, anderen zijn modern zoals meneer Ashok waar Balram bij werkt in Delhi. Helaas klinkt meneer Ashok heel modern en is hij vol liberale idealen, alleen verandert hij helemaal niets in Balram’s afhankelijke situatie. Balram besefte uiteindelijk dat hij alleen maar een vrij bestaan kan opbouwen als hij zich voorgoed losmaakt van meneer Ashok en zijn familie.

Balram is wat meneer Ashok noemt een ‘halfbakken mens’. Hij heeft slechts een paar jaar opleiding, net genoeg om iets te weten te komen, niet genoeg om iets te weten. En daarin is hij beslist niet de enige. Balram is het product van de situatie in India, een situatie waar weinig verandering in komt.

De witte tijger is de debuutroman van Aravind Adiga en in 2008 heeft dit boek meteen de Booker prize gewonnen. Ik heb dit boek in 2009 al eens gelezen en kort geleden herlezen. Ik vond het weer even onweerstaanbaar grappig en tegelijkertijd schrijnend als de eerste keer. Een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in India.

Originele titel: The white tiger
Originele uitgave in 2008
Nederlandse uitgave: 2009 door De bezige bij
Vertaling door: Arjaan van Nimwegen
Bladzijdes: 279

woensdag 16 oktober 2013

Once upon a time (2011-)

Er was eens, met die woorden beginnen alle sprookjes, alle goede sprookjes tenminste.

Emma Swan krijgt op haar 28e verjaardag bezoek van een jongetje, Henry, die zegt haar zoontje te zijn. Hij vraagt haar mee te komen naar zijn woonplaats, het stadje Storybrook, waar alle inwoners onder een vloek leven. In werkelijkheid zijn ze namelijk sprookjesfiguren, alleen kunnen ze zich dat niet herinneren. Het is de Boze koningin, nu Henry’s pleegmoeder en burgermeester van het stadje. Ondanks haar twijfel gaat Emma met Henry mee en merkt dat er inderdaad heel wat mis is in het stadje. Zo kan niemand de stad verlaten en regeert de burgermeester met een ijzeren greep. Emma en Henry proberen samen om de vloek te verbreken en de Boze koningin te verslaan.

Op een knappe manier worden in Once upon a time sprookjes en het verhaal van nu door elkaar geweven. Elke aflevering wordt van één van de sprookjesfiguren duidelijk wat er is gebeurd en hoe zijn of haar verhaal in elkaar zat, terwijl Emma en Henry dichter bij de oplossing komen. In de sprookjesverhalen zie je de klassieke sprookjes terug, vaak met wat originele wendingen. Repelsteeltje (geweldige rol van Robert Carlyle), die in Storybrook Mr. Gold de pandjesbaas is, is van alle figuren wel een van de meest interessante. Maar Emma (Jennifer Morrison) is ook een fijne hoofdpersoon die genoeg problemen heeft van zichzelf, maar verder een krachtige vrouw is die rechtvaardigheid hoog in het vaandel heeft staan.

Ik houd wel van dit soort series die werkelijkheid en sproojesachtige/magische wereld met elkaar vermengen. Ik heb dan ook erg genoten van seizoen 1 van Once upon a time en ik ben erg blij dat serie 2 nu wordt uitgezonden op Net5, elke woensdagavond om 20.30.

maandag 14 oktober 2013

Leven na leven, Kate Atkinson

Ursula Todd wordt geboren op 11 februari 1910. Helaas is haar slechts een kort leven beschoren, de navelstreng zit om het halsje en de boreling sterft kort na de geboorte.

Ursula Todd wordt geboren op 11 februari 1910. De navelstreng zit om haar halsje, maar gelukkig is de dokter op tijd gearriveerd om dit te verhelpen en het meisje leeft.

Dit patroon herhaalt zich, Ursula sterft, maar wordt opnieuw geboren. Elk leven verloopt anders en elke keer is het sterven ook anders. In het ene leven is Ursula vijf als ze verdrinkt in de zee, in een ander leven valt ze uit het raam als kind en in nog een ander leven wordt ze vermoord door een echtgenoot die haar mishandelde.

Sommige horden blijken moeilijk te nemen, de Spaanse griep in 1918 blijkt bijzonder hardnekkig en ook de bombardementen op Londen tijdens de Tweede Wereldoorlog blijken moeilijk te ontwijken te zijn. Ursula weet niet precies dat ze vorige levens heeft, maar voelt op sommige momenten wel een bepaalde dreiging waardoor ze soms het heft in eigen handen neemt.

Ursula’s ouders zijn Hugh en Sylvie Todd, en ze heeft drie broers en een zus. Ursula is het middelste kind. Verder spelen Bridget het dienstmeisje en de kokkin mevrouw Glover een rol en ook Hugh’s zus Izzie heeft zo haar momenten. Dit is als het ware de basis van Ursula’s leven, maar alle andere zaken, of het nu details of hoofdzaken zijn, kunnen van elkaar verschillen. Ik vond het ook leuk om op een gegeven moment te proberen te raden wanneer een leven van Ursula fout zou lopen, wanneer zou de duisternis intreden, welk moment was gekozen? Mooi ook om te zien hoeveel invloed kleine gebeurtenissen soms kunnen hebben op een leven, soms zelfs de hele loop kunnen veranderen.

Het gedeelte dat in Londen speelt tijdens de Tweede Wereldoorlog is goed gedaan, vol sfeer en het brengt goed tot leven hoe moeilijk het was om te leven te midden van de dreigementen van de bombardementen. De stukken over het gevaar van intolerantie vond ik dan nu net weer niet passen bij de tijd waarin het speelde.
Het gedeelte dat in Berlijn speelt vond ik het minst sterke deel, hoewel ik het uitgangspunt origineel vond. De uitwerking ervan en de portrettering van Hitler en Eva Braun vond ik echter wat oppervlakkig en dat deed voor mijn gevoel afbreuk aan dit gedeelte.

Leven na leven zou een heel vervelend boek hebben kunnen worden, als Kate Atkinson niet in staat was geweest om de verschillende levens van Ursula steeds een nieuw gezichtspunt mee te geven door extra informatie te geven of één van de andere personages iets anders te laten doen. De knappe wendingen en originele verschillen tussen de verschillende levenslopen maken van dit boek een uiterst prettig leesbaar geheel, met grappige terzijdes en mooie momenten.

Originele titel: Life after life
Originele publicatie: 2013
Nederlandse publicatie: 2013 door Atlas contact
Vertaling: Inge Kok
Bladzijdes: 525

zondag 13 oktober 2013

Citaat: Sheryl Crow

It's not having what you want
It's wanting what you've got.
Foto gemaakt in Rome, 2009
Sheryl Crow in 'Soak up the sun'

vrijdag 11 oktober 2013

Nieuwe boeken voor de herfst

De boeken en Corrado, die niet echt onder de indruk is.
Of alleen maar hoopt dat die stapel niet bovenop
hem valt, dat kan ook.
De afgelopen tijd heb ik een aantal nieuwe boeken gekocht, sommige met korting, andere in de ramsj, andere gewoon helemaal nieuw. De komende herfstmaanden (en waarschijnlijk ook de wintermaanden) heb ik een paar heerlijke boeken om naar uit te kijken.
Welke liggen er op de stapel?

Bovenaan ligt de nieuwe thriller van R.J. Ellory, Een inktzwart hart. Ik heb al zijn vorige boeken en ik vind hem erg goed, dus ik was heel blij dat dit boek vorige week is uitgekomen. Ik verwachtte in de winkel grote stapels, maar er was alleen dit exemplaar. Volgens de mevrouw van de winkel werd hij toch niet zo heel veel verkocht. Iets dat mij (en haar) zeer verbaasde, maar goed, ik heb in ieder geval mijn boek. Ik ben hier al in begonnen en het is opnieuw erg goed, maar ik had ook niet anders verwacht. De bespreking hiervan zal snel volgen.

Harvest van Jonathan Crace. Ik heb goede dingen over dit boek gehoord en het lijkt me erg mooi, nu hoop ik maar dat ik het ook daadwerkelijk mooi vind!

Dan Het hart van alle dingen van Elizabeth Gilbert. Ik heb van haar Eten, bidden, beminnen gelezen en ik vind haar schrijfstijl leuk. Dit boek trok me vanaf het allereerste moment dat ik het zag. Ik probeerde het nog te weerstaan, maar nadat ik de eerste twee pagina's had gelezen én een kortingsbon had, ben ik toch maar overstag gegaan.

Winterdood van Rennie Airth. Dit is het laatste deel in de trilogie over politieinspecteur John Madden. De beide andere delen heb ik ook en dit deel kwam ik toevallig tweedehands tegen (in perfecte conditie). Dit speelt zich af tijdens WOII in Londen.

Vergeten koninkrijken van Norman Davies. Hier word ik vrolijk van, en dat mocht de afgelopen tijd ook wel weer. Een heerlijk, goed geschreven en erudiet werk van een uitmuntende historicus over de verschillende rijkjes die nu niet meer bestaan.

De biografie van keizer Hadrianus van Anthony Everitt. Ik heb ook andere boeken van Everitt en ik vind hem prettig schrijven. Ik vind het ook leuk om meer over deze keizer te weten te komen.

Onderop de stapel ligt Bloed en woede van Michael  Burleigh, dit is een geschiedenis van het terrorisme, van de nihilisten in Rusland die bommen naar de tsaar gooiden, via de Rode Brigades naar het moslimterrorisme nu. Op de een of andere manier word ik van zo'n boek ook wel vrolijk. Het ziet eruit als het soort fijne non-fictie geschiedenis waar ik erg van kan genieten, in ieder geval. (en dat kom je dan tegen voor 10 euro in de ramsj, leuk hoor!)

donderdag 10 oktober 2013

De historicus, Elizabeth Kostova

Je zou het bijna vergeten met alle glinsterende vampiers die de boeken en de films tegenwoordig bevolken, maar vampiers zijn een stuk ouder dan die zielige types.
Volksverhalen over ondoden, over mensen die leven van mensenbloed zijn er legio, in verschillende streken in de wereld. De angst voor vampiers is niets nieuws.
Bram Stoker mengde in de 19e eeuw de volksverhalen uit Oost Europa over ondode vampiers met een andere geschiedenis uit de Balkan, die van Vlad Tepes, Vlad de spietser.
Dracula.

In de 15e eeuw werd de Balkan bedreigd door de oprukkende Turken, die bijna onstuitbaar leken.
In Walachije in het huidige Roemenie heerste op dat moment Vlad III. Zijn vader stond bekend als Dracul, de draak, omdat hij lid was geweest van de Orde van de Draak, een christelijke ridderorde. Zijn zoon was dus bekend als Dracula, de zoon van de draak. 

Toen Vlad rond 1456 in Walachije aan de macht kwam, begon een regeringsperiode vol onzekerheden. Hij had te maken met tegenstanders in zijn eigen familie en de Turken vormden een steeds grotere bedreiging. Vlad had tijdens zijn jeugd enige tijd als onderpand aan het Turkse hof van de sultan verbleven en had daar ongetwijfeld heel wat meegemaakt. In 1453 was Constantinopel door hen veroverd en daarmee was er een einde gekomen aan het Byzantijnse rijk en een einde aan een belangrijke Christelijke macht in het oosten. Nu wilden de Turken de rest van de Balkan veroveren en Vlad had meer dan genoeg redenen om tegen hen te strijden. 

De favoriete executie methode van Vlad was het spietsen van mensen, maar ook andere wreedheden waren voor hem niet ongebruikelijk. Na zijn dood in 1476 werd hij in Roemenie vooral gezien als held die de Turken buiten de deur had gehouden, maar in andere landen verschenen pamfletten waarin over zijn wreedheden werd verteld. 

In deze historische pamfletten en verhalen over Dracula is nooit de link met de vampiers gemaakt. Die connectie kwam pas met Bram Stoker die in zijn roman de vampier de naam Dracula gaf, hoewel hij nooit heeft gezegd dat het ging om Vlad Tepes.

Elizabeth Kostova heeft met De historicus een verhaal geschreven waarin deze connectie wel wordt gemaakt en ze doet dit op een vrij knappe manier.
In 1954 is Paul een historicus aan een Amerikaanse universiteit. Hij is bezig met zijn promotieonderzoek naar de Nederlandse handel in de 17e eeuw. Op een avond vindt hij een oud boek met op de middelste bladzijdes de afbeelding van een draak en de naam Drakulya. 

Hij gaat hiermee naar zijn promotor, professor Rossi. Rossi bekent aan Paul ook zo’n boek te hebben, maar hij weigert veel los te laten. Later die nacht verdwijnt Rossi en Paul is vastbesloten om hem te vinden. Hij komt al snel iemand anders tegen die ook op zoek is naar Dracula. Helen blijkt de dochter van Rossi te zijn, hoewel Rossi nooit van haar bestaan heeft geweten.

Hun zoektocht brengt hen naar Turkije, Hongarije en Bulgarije, waar zij steeds dichter bij de oorsprong van de Vlad Tepes komen en vooral de ligging van zijn tombe. Tegelijkertijd komt hun vijand ook steeds dichter bij hen en naarmate ze meer aanwijzingen vinden over de laatste rustplaats van Dracula, wordt het voor hen steeds gevaarlijker.

Twintig jaar later woont Paul met zijn dochter in Amsterdam en werkt hij voor een organisatie die diplomatieke banden tussen landen wil versterken. Zijn dochter vindt op een middag in de studeerkamer van haar vader een bundeltje brieven van ene professor Rossi en een boek met de afbeelding van een draak op de middelste bladzijdes.

Portret van Vlad Tepes, Dracula
Knap worden de drie zoektochten, van Rossi in de jaren ’30, van Paul en Helen in de jaren ’50 en van zijn dochter in de jaren ’70 door elkaar geweven. Dit zorgt ervoor dat deze dikke pil van 710 bladzijdes niet saai wordt. 

Een grote rol is weggelegd voor oude documenten, brieven, manuscripten en boeken en het historisch onderzoek. De grootste historicus in het boek is Dracula zelf, die een grote verzameling werken heeft samengesteld in afgelopen eeuwen (sommige heeft hij zelfs zelf gedrukt). 

Dracula zegt op een gegeven moment zoiets als; ‘Ik wist dat ik het Hemelse paradijs niet zou bereiken, dus ben ik maar historicus geworden’. (het exacte citaat kan ik even niet meer vinden, maar als historica vond ik dat in ieder geval erg grappig). 

Is dit boek alleen maar goed? Nee, zeker niet. Er zijn wel een paar aanmerkingen te maken. Ten eerste de enorme hoeveelheid toevalligheden, iedereen die Paul en Helen tegenkomen heeft toevallig ook zo’n boek met draak gevonden en kan hen verder helpen, de vondsten van brieven in bibliotheken met net de goede aanwijzing, enzovoort. Het gaat maar door.

Verder is er het nog grotere probleem dat alle verhalen, dat van Rossi, Paul en zijn dochter ontzettend op elkaar lijken, terwijl het gaat om een professor uit Oxford in de jaren dertig, een jonge Amerikaanse historicus uit 1954 en een zestienjarige uit de jaren ’70. Dat er in de toon en de manier van schrijven tussen deze drie verhalen geen verschil zit, is onwaarschijnlijk en echt een minpunt.

Verder zijn er wat historische incorrectheden, wat ongeloofwaardige dingen en wat domme fouten. Om bijvoorbeeld Stalin in een soort rechte lijn met Vlad Dracula te verbinden is historisch gezien wel erg rare sprongen makend.

Maar ondanks deze punten is De historicus zeker een boek om van te genieten en is het een boek dat je verbazingwekkend snel wegleest, ondanks die 710 pagina’s.

Originele uitgave: The historian in 2005
Nederlandse uitgave 2005 door uitgeverij Mouria
Vertaling Titia Ram
bladzijdes 710

woensdag 9 oktober 2013

Het nieuwe Rijksmuseum

Het melkmeisje van Johannes Vermeer.
Ook deze hangt in het Rijks.
Vorige week ben ik samen met een collegaatje naar het nieuwe Rijksmuseum geweest. We moesten namelijk een opdracht maken voor de brugklassers, die er binnenkort voor een project naar toe gaan. Dat is soms één van de leuke dingen van het onderwijs.
Ik ben tijdens mijn studie wel een aantal keren in het Rijksmuseum geweest, maar daarna eigenlijk niet meer, zeker niet toen ze gingen verbouwen. Ik vond dit dan ook een mooie gelegenheid om weer eens te kijken.

Het gebouw is natuurlijk altijd al mooi geweest, al weigerde koning Willem III het ooit te openen omdat hij het er te katholiek uit vond zien (ik zet geen voet in dat klooster).
De verbouwing is wel heel mooi geworden, de aparte kenmerken van het gebouw zijn bewaard gebleven in onder andere de trappen en de plafonds en de donkere wanden laten de schilderijen goed uitkomen. We hadden helaas maar heel weinig tijd, maar konden toch een stukje middeleeuwse kunst meepikken, een stukje 1650-1700 en natuurlijk de Ere galerij. Aangezien we hier de opdracht over hebben gemaakt, hebben we hier de meeste tijd doorgebracht. Het is bijzonder om de bekende schilderijen in het echt te zien, die je zo goed kent uit boeken en van kaarten (en koektrommels, opschrijfboekjes en verzin het verder maar).

Al vond ik eerlijk gezegd wel dat de Nachtwacht een beetje tegenviel. Het hing er prachtig en ik zie heus dat het een heel kundig gemaakt schilderij is, maar ik word er niet zo heel enthousiast van. Gek is dat toch. Zou het komen omdat je er altijd zoveel van hoort dat het in je fantasie steeds groter en mooier wordt zodat het wel tegen móet vallen? Gelukkig ook nog heel veel andere werken gezien die zeker niet tegenvielen. Het zelfportret van Rembrandt bijvoorbeeld is inderdaad heel erg mooi, en ik geloof dat ik wel erg van Vermeer houd. Meer dan van Frans Hals of Jan Steen in ieder geval.
Nog leuker zijn de zalen waar ook voorwerpen te zien zijn, daarvan geniet ik meestal nog meer dan van schilderijen. Wollen mutsjes van walvisvaarders bijvoorbeeld, of schoenen en andere kleding of meubels.

Ik ga snel weer eens naar binnen, al is het maar een uurtje. Nu waren we vooral bezig met de opdracht in elkaar zetten en ik wil de volgende keer gewoon kunnen genieten.
Fijn in ieder geval dat ook dit museum weer helemaal klaar is.

maandag 7 oktober 2013

Kind van het Ereveld, Remco Reiding

Omdat ze geen directe rol hebben gespeeld in de bevrijding van Nederland van de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog, wordt vaak vergeten hoe belangrijk de Russen zijn geweest in die oorlog.

Hitler had vanaf het voorjaar van 1940 West Europa bezet en hier werd verder bijna niet meer gevochten, op de Battle of Britain na. Toen dat was afgelopen, was de weg vrij om de aandacht naar het oosten te leggen en in juni 1941 viel nazi-Duitsland de Sovjet Unie binnen. 

Vanaf dat moment werd het grootste gedeelte van de oorlog in Rusland uitgevochten. Ondanks meerdere verzoeken van Stalin om een tweede front, zodat het Rode Leger ontlast zou worden, kwam een effectief tweede front er pas in juni 1944, toen de invasie van Normandië begon.

De Russische soldaten hadden het moeilijk tegen het beter uitgeruste Duitse leger en ze maakten eigenlijk geen schijn van kans. Als zij krijgsgevangen werden genomen hadden ze een groter probleem. Omdat de Russen door de nazi’s als Untermenschen werden gezien, werden ze vele malen slechter behandeld dan westerse krijgsgevangenen. Gruwelijke mishandeling, inhouding van rantsoenen, dwangarbeid; niets bleef hen bespaard. 

Bovendien werden ze door Stalin zelf als verraders gezien, waardoor hen bijvoorbeeld Rode Kruis pakketten werden ontzegd.

In totaal zouden zo’n 27 miljoen Russen tijdens deze oorlog sterven.
Zonder de inspanning van de Sovjet Unie zou de oorlog tegen nazi-Duitsland misschien niet door de geallieerden gewonnen zijn.

In Nederland, bij Amersfoort in Leusden, ligt een Ereveld waar 865 Russische soldaten uit de Tweede Wereldoorlog begraven zijn.
Journalist Remco Reiding kreeg op een gegeven moment van een collega de vraag of het niets voor hem zou zijn om zich hierin te verdiepen. Hij woonde al zijn hele leven in Amersfoort, maar van het Russisch Ereveld had hij nog nooit gehoord. Hij kwam erachter dat er drie groepen Russen liggen begraven.

De eerste groep bestond uit gevangenen die naar kamp Amersfoort waren gebracht om de Nederlandse bevolking te laten zien welke barbaarse horden er stonden te wachten om Nederland binnen te vallen. De groep riep vooral medelijden op, vooral door de vreselijke omstandigheden waarin ze gevangen werden gehouden en de onmenselijke mishandelingen. Vele stierven door ziekte en uitputting, de laatste 77 werden geëxecuteerd.

De tweede groep bestond uit krijgsgevangenen die dienst hadden genomen in de Wehrmacht. Zij probeerden op deze manier te overleven, want de kans om dat in de kampen te kunnen was bijzonder klein. Sommigen hoopten ook op een kans tegen Stalin te vechten. In plaats van ze in Rusland in te zetten, werden ze echter naar West Europa gebracht. Hier namen veel Russen contact op met het verzet om zich op die manier tegen de Duitsers te verzetten. De Georgiërs die op Texel gevangen zaten kwam in opstand tegen de Duitsers, maar dit werd bloedig neergeslagen. Na de oorlog werden deze groepen ook in Leusden begraven.

De derde groep kwam er later bij, toen de Amerikanen de grote begraafplaats in Margraten exclusief Amerikaans wilden maken. Er lagen in Margraten ook andere nationaliteiten waaronder Russen, omdat het 9e Amerikaanse leger weigerde om krijgsgevangenen achter te laten op Duits grondgebied. Het ging hier om mannen die bevrijd waren uit de Duitse krijgsgevangenkampen, maar die daarna waren bezweken aan honger, uitputting en ziekte.
Omdat er in Leusden al vele Russen lagen is de laatste groep ook daar naar toe gebracht. Er is een nieuw Ereveld gemaakt, waar alle Russen keurig begraven liggen. Omdat toen de Koude Oorlog bezig was, werd er verder weinig aandacht aan dit Ereveld geschonken, vandaar dat veel mensen niet zullen weten dat dit bestaat.

Veel erger is dat de nabestaanden van de soldaten nooit bericht hebben gekregen waar hun man, vader, zoon of broer is gebleven. Jarenlang hebben vele mensen in onzekerheid geleefd over het lot van hun geliefden. Remco werd gegrepen door het verhaal van de Russen en wilde proberen de nabestaanden op te zoeken, in de hoop dat dit mensen rust kan brengen. Dit bleek nog niet zo gemakkelijk en zijn zoektocht bracht hem van archieven in Nederland naar Duitsland en Rusland zelf.

In Kind van het Ereveld vertelt Remco Reiding waarom hij zich zo vastbijt in deze materie en hoe zijn zoektocht is verlopen. Zelf kwam hij uit een heel moeilijke periode en dit was zijn kans om iets te bereiken, een mogelijkheid om iets van zijn leven te maken. Dat is zeker gelukt. Door de Russische soldaten hun verhaal terug te geven, weet Remco zichzelf ook te helpen. De persoonlijke uitkomst voor hem is dan ook heel mooi.
Bijzonder indrukwekkend is de levensloop van Vladimir Botenko die door Remco's  zoektocht heen beschreven wordt. Vladimir is de eerste man die door Remco met zekerheid geïdentificeerd werd en waar nabestaanden van opgespoord werden.

Ik had ook nog nooit gehoord van het Russisch Ereveld en dat er hier 865 Russische soldaten begraven liggen. Ik heb Kind van het Ereveld met ontroering gelezen en voor mij is dit één van de indrukwekkendste boeken van 2013, omdat het lot van de Russische soldaten me echt raakte.
Dit is een geschiedenis die niet vergeten mag worden.

Meer over het Russische Ereveld kan hier gevonden worden. Het boek kan ook via deze website besteld worden.

Jaar publicatie: 2013
Bladzijdes 230

zaterdag 5 oktober 2013

vrijdag 4 oktober 2013

Vijf op vrijdag: Sint Franciscus

Omdat het vandaag 4 oktober is, Werelddierendag, vandaag 5x feitjes over Sint Franciscus, wiens dag dit eigenlijk is.

1/ Het begin.
Franciscus werd in 1182 geboren als de zoon van een rijke lakenhandelaar in Assisi. Tijdens zijn jeugd was hij populair bij zijn vrienden en de meisjes en goed in alles wat hij deed. Toen hij echter ziek werd verloor hij veel van die contacten. Hij besefte dat hij zijn leven anders wilde leiden. Hij begon met het opbouwen van het vervallen kerkje van Sint Damiano. Zijn vader was hier niet blij mee, hij had gehoopt dat zijn zoon hem in de handel zou opvolgen. Uiteindelijk was echter duidelijk dat Franciscus onder de bescherming van de kerk stond.  

2/ Vrouwe armoede
Franciscus leefde bij het kerkje dat hij had opgeknapt als kluizenaar en stond bekend als Il poverello (het armoedzaaiertje). Hij was namelijk getrouwd met Vrouwe Armoede, even arm als Christus zijn, dat was zijn ideaal.
Zijn boodschap van armoede en eenvoud sprak mensen aan en Franciscus kreeg volgelingen. Ze trokken rond en bedelden elke keer om eten, een broeder mocht niet meer meenemen dan hij op dat moment nodig had. Echter, toen een broeder te fanatiek was in het vasten en het navolgen van Franciscus en ziek werd, was het Franciscus zelf die een bord eten voor hem haalde en erop stond dat de jongeman het helemaal leegat.

3/ Broeder wolf
Franciscus had een speciale band met alle levende wezens om hem heen. Hij beschouwde God als de bron van alles, en daarom was alles en iedereen even kostbaar. Vooral voor de dieren had hij een warm hart. Zo leefde er een wolf bij Gubbio die al vele mensen had verwond met zijn bloeddorst. Franciscus ging naar de wolf toe en sprak hem aan met ‘broeder wolf’. Hij sprak ernstig met het dier over de schade die het aanrichtte, en de wolf luisterde aandachtig. Daarna liepen broeder Franciscus en broeder wolf samen naar de stad, waar Franciscus de mensen ervan overtuigde dat de wolf geen kwaad in de zin had. De wolf bevestigde dit door zijn poot op de hand van Franciscus te leggen.
Vanaf dat moment kreeg de wolf van de mensen te eten en liep de wolf overal bij iedereen naar binnen. Iedereen mocht het dier nu graag en toen de wolf na twee jaar van ouderdom overleed, treurde de hele stad.

4/ Preken voor de vogels
Toen Franciscus met een andere broeder op pad was, viel hem op dat de vogels zijn aandacht probeerden te trekken. Hij liep naar de vogels toe, die door hun getjilp en hun gezang duidelijk maakten dat ze graag meer van de woorden van Franciscus wilden horen. Ze gingen zitten op zijn armen en schouders en Franciscus begon voor de vogels te preken, die vol aandacht naar hem luisterden en hem regelmatig bijvielen met geknik van hun kopjes en getwiet. Al die tijd bleven de vogels rustig op en bij Franciscus zitten en pas toen hij klaar was, vlogen ze weg.
 


5/ Nu
Door de vele voorbeelden die er zijn over de liefde van Franciscus voor dieren, is Werelddierendag gesteld op de dag waarop deze geweldige man herdacht wordt.
De kerststallen die met Kerst worden opgericht zouden zijn uitgevonden door Franciscus en dat onze nieuwe paus de naam Franciscus heeft aangenomen is een teken dat hij eenvoud en mededogen, maar ook strijdbaarheid hoog in het vaandel heeft staan. Iets dat paus Franciscus al regelmatig heeft laten zien.
Het beeld van Franciscus en de vergelijking met Sint Franciscus is een heel mooie om te maken, zoals deze prent uit de Corriere della sera laat zien, nadat paus Franciscus zich duidelijk en regelmatig had uitgesproken tegen een inval in Syrië.

Bron: de Corriere della Sera
 
Het moge duidelijk zijn: zelfs al is hij al in 1226 overleden, de erfenis van Sint Franciscus is nog lang niet vergeten, dus als je je huisdier vandaag iets extra’s geeft, denk dan even aan hem terug.

donderdag 3 oktober 2013

Father Brown, G.K. Chesterton

Father Brown is de priester uit de verhalen van G.K. Chesterton, die ook detective is. Niet in de gebruikelijke zin van het woord dat zijn hulp wordt ingeroepen of dat hij achter allerlei aanwijzingen aanrent. Hij verschilt daarin volkomen van klassieke detectives, van Sherlock Holmes tot Lord Peter Wimsey of Hercule Poirot of zelfs nog modernere versies.

Father Brown is volkomen onopvallend, niemand zou hem een tweede blik gunnen, maar dat zorgt ervoor dat hij scherp kan observeren. Als priester is Father Brown geen wereldvreemde kluizenaar, verre van dat. Juist omdat hij priester is, kent hij het Kwaad van dichtbij en weet hij wat er in de mensen leeft.

En omdat hij de harten van mensen begrijpt, kan hij misdaden oplossen waar anderen geen weg in weten. Hij doorziet de motieven en de redenen en komt daarom tot de kern. Met begrip voor de zondaar, zodat soms een dief als Flambeau, die hem in het eerste verhaal nog probeert te beroven, enkele verhalen later zijn misdadige carriere aan de wilgen heeft gehangen en privé detective wordt en de hulp van Father Brown vaak inroept.

Het eerste verhaal is in 1910 uitgekomen en Father Brown werd meteen een succes. Op een gegeven moment werd Chesterton zijn eigen creatie een beetje moe en wilde hij er geen nieuwe verhalen over schrijven. Pas later, toen het financieel wat moeilijk ging, heeft hij nieuwe verhalen over Father Brown geschreven. 

Ondertussen was Chesterton zelf katholiek geworden en hij gebruikte de latere verhalen dan ook om meer filosofisch te worden en theologische zaken uit te leggen. Ik heb gelezen dat dit de verhalen (of liever de zaken in de verhalen) zelf niet altijd ten goede komt, maar aangezien ik ze nog niet allemaal gelezen heb, kan ik daar nog geen oordeel over vellen.

Er zijn in totaal 5 verhalen bundels uitgebracht met de verhalen van Father Brown en ik heb hier thuis alle verhalen gebundeld in één omnibus. (met een afzichtelijke voorkant, ik weet niet wat de uitgevers hierbij hebben gedacht, maar die tekening is werkelijk afgrijselijk en Father Brown onwaardig)

In 1974 is er een serie gemaakt met Kenneth More in de hoofdrol en in 2013 is er een nieuwe serie door de BBC uitgezonden met Mark Williams als Father Brown. In deze laatste serie zijn ze wat vrijer omgegaan met de verhaallijnen en is het geheel geplaatst in een dorpje in de jaren ’50, maar ik moet bekennen dat ik die wel heel erg leuk vond.

Kenneth More in de serie uit 1974
Ik ben over het algemeen niet erg dol op korte verhalen, maar de bundel van Chesterton ligt nu op mijn nachtkastje en ik lees steeds één verhaal voor het slapengaan. Heerlijk. Ik houd van Father Brown.

dinsdag 1 oktober 2013

Russische vrede

Tsaar Nicolaas II van Rusland
Eind 19e eeuw begon de spanning in Europa een beetje op te lopen. De Frans-Duitse oorlog had Frankrijk achtergelaten met een sterk revanche-idee, de ren op de koloniën was niet voor elk land even gunstig afgelopen (met andere woorden: ze hadden naar hun idee niet genoeg koloniën gekregen) en de verschillende regeringen waren bezig met het sluiten van bondgenootschappen en het opvoeren van de wapenproductie.
Daarom wilde tsaar Nicolaas II van Rusland in 1898 een internationale vredesconferentie organiseren. Hij wilde dat er afspraken gemaakt zouden worden om het gebruik van wapens te beperken en dat men vooral diplomatie zou inzetten om conflicten te beslechten.

Nederland was in die tijd neutraal en daarom werd Den Haag uitgekozen als een aanvaardbare plek voor allerlei landen. Vertegenwoordigers van 26 landen kwamen hier in 1899 bijeen en maakten inderdaad afspraken om het gebruik van verschillende soorten wapens te verbieden. Ook besloot men om een permanent Hof van Arbitrage op te richten, waar landen vrijwillig naar toe konden om te laten bemiddelen in een onderling conflict. Dit hof bestaat tot op de dag van vandaag.
In 1907 werd er opnieuw een conferentie gehouden en in 1913 werd er zelfs, met behulp van de Amerikaanse filantroop Andrew Carnegie, een heel Vredespaleis gebouwd, dat ook nog altijd bestaat en waar bijvoorbeeld het Hof van Arbitrage en het Internationaal Gerechtshof onderdak hebben.

Het is altijd een beetje gevaarlijk om het ‘wat als’ spelletje met de geschiedenis te spelen, je kunt nu eenmaal niet zeggen dat als tsaar Nicolaas de uitnodiging niet had verstuurd, het Internationale Gerechtshof of één van de andere hoven ook niet had bestaan. Wel is het mooi om te bedenken dat tsaar Nicolaas in ieder geval wel de aanzet heeft gegeven.

Het is ook altijd een beetje gevaarlijk om rechte lijnen te trekken en vergelijkingen te maken tussen de geschiedenis en nu. Geschiedenis is nu eenmaal geen rechte lijn omdat er zoveel factoren een rol spelen. Maar als je bedenkt dat niemand in 1898 het van Rusland had verwacht om met een vredesvoorstel te komen, was men een paar weken geleden ook vrij verrast toen Poetin met een voorstel kwam aangaande Syrië. Geen inval (waarbij men zich alleen maar dieper in de nesten zou werken), maar een voorstel waar ook Syrië zich in kon vinden, zonder gezichtsverlies. Het is natuurlijk de vraag waar de VN inspecteurs mee aankomen en hoe het verder gaat, maar het is grappig dat Rusland de wereld soms zo kan verrassen.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...