donderdag 31 juli 2014

De droom van Scipio, Iain Pears

Als er een oorlog of een conflict is, wat doe je dan? Hoe zorg je ervoor dat jouw samenleving, jouw beschaving, zo goed mogelijk intact blijft? Houd je je afzijdig of doe je mee? En als je meedoet, aan welke kant doe je dan mee? En hoe ga je om met de beslissingen die je dan moet maken?
Deze vragen vormen de kern van het absoluut prachtige De droom van Scipio van Iain Pears.

Het speelt zich af in de Provence, de streek rond Avignon, in drie verschillende tijden.
Eind 5e eeuw zag Manlius Hippomanus, een goed opgeleide edelman, de beschaving om hem heen verdwijnen. Het Romeinse Rijk was bijna niet meer en daarmee was er geen effectief bestuur in de streek. De infrastructuur was bijna verdwenen, de economie stond op instorten en barbaarse invallers stonden op het punt alles over te nemen.

Manlius was zeer geïnteresseerd in filosofie en had lessen gevolgd bij Sofia, een filosofe van de neoplationistische school. Hij wilde zich eigenlijk afzijdig houden en zich op zijn landgoed terugtrekken, omringd door ijHijboeken en zijn geliefde filosofie. Sofia overtuigde hem er echter van dat juist hij in een positie was om iets te doen, om het land misschien niet te kunnen redden, maar in ieder geval de situatie wel beter te maken.

De kerk was op dat moment de enige instantie die gezag kon uitoefenen en daarom besloot Manlius in te gaan op hun aanbod om bisschop van Vaison te worden, al had hij geen geduld voor de in zijn ogen onlogische leerstellingen van de Katholieke kerk. Het was voor hem puur het middel tot een doel.

In 1322 werd Olivier de Noyen in Vaison geboren. Zijn vader wilde dat hij jurist zou worden, maar het recht kon Olivier niet boeien, hij wilde dichten. Olivier kwam in de huishouding terecht van kardinaal Ceccani, aan het pauselijke hof in Avignon. Olivier leerde bij toeval een tekst van Cicero kennen en werd hierdoor zo gegrepen dat hij nog maar één ding wilde, meer van deze schrijvers uit de Oudheid kennen en van hen leren. De kardinaal vond het best en stuurde hem regelmatig op pad om manuscripten op te halen

Olivier kwam op een gegeven moment een document op het spoor dat De droom van Scipio heette, geschreven door de bisschop van Vaison uit de 5e eeuw, de heilige Manlius. Het was een overzicht van allerlei filosofische leerstellingen uit de Oudheid. Olivier begreep ze niet zo goed en zocht hulp bij de geleerde rabbi ben Gershon, die meer van niet- christelijke filosofie begreep dan Olivier.

Ondertussen brak echter de pest uit in Avignon en kregen de Joden de schuld. Door zijn verliefdheid op het dienstmeisje van de rabbi wordt Olivier hier bij betrokken, met vreselijke gevolgen voor hemzelf.

In de 20e eeuw woonde Julian Barneuve in Vaison. Hij was een historicus die onderzoek deed naar bisschop Manlius en via een manuscript dat was overgeschreven in de 14e eeuw, had hij ook Olivier de Noyen en zijn gedichten leren kennen.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, viel de Provence onder het Vichy-bewind. Julian had de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog meegemaakt en was vastbesloten de beschaving in stand te houden. Via een jeugdvriend raakte hij betrokken bij het Vichy-bewind als hoofd van de censuur, terwijl hij ondertussen probeerde om de vrouw van wie hij hield, de Joodse schilderes Julia, te beschermen.

Elk van deze drie mannen moet de keuze maken, wat doe je en welke kant kies je?
Op een magistrale manier weet Iain Pears deze drie verhalen met elkaar te verbinden, door de plaats waar ze wonen, de sporen van hun levens die elkaar steeds kruisen, de vrouwen van wie ze houden en de situaties waarin ze zich bevinden.

Elk van deze drie mannen heeft andere motieven voor de keuze die ze maken en het blijft heel lang in je hoofd nazoemen wie van hen nu de juiste morele keuze heeft gemaakt, en waarom.

De titel komt van het manuscript dat Manlius schreef, dat hij overigens kopieerde van Cicero. In De droom van Scipio beschreef Cicero Hoe Scipio Africanus naar de maatschappij keek en zijn commentaar leverde op hoe mensen zich zouden moeten gedragen. 

De droom van Scipio is een prachtige historische roman. De drie periodes worden goed beschreven en komen tot leven, de personages zijn zeker niet eendimensionaal, maar hebben allerlei goede en minder goede karaktertrekken. Mooi laat Iain Pears zien hoe feiten en gebeurtenissen door de tijd veranderen en verdraaid worden, waarbij het lot van Sofia een heel goed voorbeeld is.

Ik had dit boek in 2002 al eens gelezen, maar heb het kort geleden opnieuw gelezen. En weer werd ik gegrepen door de drie verhalen, de manier waarop Iain Pears het allemaal verbindt en de morele implicaties. Opnieuw heb ik lang met dit verhaal in mijn hoofd gezeten, nadenkend over welke keuze ik zou maken en welke ik zou willen maken. Ik ben er nog altijd niet uit.

Oorspronkelijke titel: The dream of Scipio
Uitgegeven in 2002
Nederlandse uitgave 2002 door uitgeverij Anthos/Manteau
Nederlandse vertaling: Rogier van Keppel
Bladzijdes: 438

woensdag 30 juli 2014

Van oude mensen, deel 5

Ik heb al wel vaker geschreven over mijn oma, die sinds een tijd hier in een verzorgingstehuis woont. De zorg was helaas niet zo goed als we gehoopt hadden, maar mijn oma ging ook steeds verder achteruit.

In maart van dit jaar is ze zeer ernstig gevallen en vanaf dat moment is het een vrije val richting de dementie geweest. De zorg die mijn oma nu nodig had, kon helemaal niet meer geboden worden en de situatie was eigenlijk onhoudbaar.

Sinds enige weken woont mijn oma nu in de gesloten afdeling voor demente bejaarden. De zorg is hier beter in de zin dat er veel meer aandacht voor haar is en er ook constant verzorging aanwezig is.

Maar oh, wat vind ik zo’n afdeling verschrikkelijk. Twaalf demente mannen en vrouwen in een gemeenschappelijke woonkamer. Als we op bezoek komen, hebben we geen enkele privacy, maar je zit dan te midden van die hele groep. De één komt zich constant met je bemoeien, de ander is chagrijnig en wil niet dat je bij hem aan tafel komt zitten en nog een ander roept de hele tijd om de zuster, om daarna in huilen uit te barsten, waarna ze weer om de zuster roept.

Op elke slaapkamer slapen twee mensen, dus mijn oma heeft eigenlijk niets meer van zichzelf. Naast het bed staat nog de stoel waar ze altijd in zat, de stoel die vroeger van mijn opa was. Op een richel boven het bed staan nog foto’s, maar die herkent ze niet meer. ‘Neem maar mee hoor,’ zei ze laatst, ‘die zijn van haar.’ Toen ik vertelde wie de mensen op de foto’s waren, wilde ze me niet geloven.

En zo eindig je dan, na 90 jaar leven, met een stoel en een paar foto’s die je niet meer herkent als van jou en geen enkele privacy meer.
Gelukkig is mijn oma zich hier niet meer echt van bewust, vaak is ze zich helemaal nergens meer van bewust, niet van ons en niet van haar omgeving. Dit is de enige troost die we hebben, maar dat maakt het niet gemakkelijker.

maandag 28 juli 2014

Roundhay, tuinscène, Marente de Moor

Op de drempel van de 20e eeuw werden allerlei nieuwe uitvindingen gedaan. Stemmen konden worden opgenomen, foto’s van mensen en dieren werden gemaakt en misschien zou het uiteindelijk zelfs mogelijk zijn om bewegende beelden vast te leggen. Alles leek mogelijk en alles zou alleen maar beter worden.

Natuurlijk hadden deze nieuwerwetse zaken ook hun nadelen, hun schaduwkanten. Mensen die de snelheid niet aankonden, die verlamd raakten door het idee dat het voortaan onmogelijk zou zijn om te leven zonder een afdruk na te laten. Jij bent er niet meer, maar je stem, of je afbeelding bestaat nog. Ook de uitvinders hadden het soms moeilijk, zij raakten verward in de mogelijkheden, of werden paranoïde van het idee dat de concurrent hetzelfde idee had als zij.

Iets dergelijks gebeurd met de hoofdpersoon uit het eerste deel van het boek, Valery Barre, die op weg is met de trein van Dijon naar Parijs, maar onderweg verdwijnt.
Hij verdwijnt tenminste voor zijn familie en vrienden die nooit meer iets van hem horen, wij weten wat er met hem gebeurd, aangezien het eerste deel vanuit zijn gezichtspunt wordt verteld. Barre was eerst panorama-schilder, maar werd toen fotograaf en uitvinder. Hij had een uitvinding gedaan waarmee bewegende beelden opgenomen konden worden. Toch twijfelde hij enorm, of het wel zou lukken, of het wel verstandig was om zo’n uitvinding te doen en welke consequenties het kon hebben.

Het tweede en derde deel gaan vooral over de zoon van Valery Barre, die op zoek gaat naar zijn vader, om zijn naam te zuiveren. Het tweede deel is daarbij het minste interessant, vond ik, aangezien dit gaat over een van de concurrenten van Barre, een man van wie Barre dacht dat hij achter zijn uitvinding aan zat, een man voor wie hij bang was. Dit verhaal wordt verteld vanuit het oogpunt van de echtgenote en pakt helaas een heel stuk minder dan deel een en deel twee van het verhaal, ik kon er tenminste niet goed inkomen. 

Roundhay, gardenscene is een filmpje dat de Franse uitvinder Louis le Prince gemaakt heeft, voordat Lumiere of Edison met hun uitvindingen van bewegende beelden kwamen. Le Prince is op een gegeven moment verdwenen.
Dit boek is op zijn leven gebaseerd, hoewel ik het dan wel een beetje vreemd vind dat er voorin het boek staat dat alle gelijkenissen met bestaande mensen of situaties op toeval berust. Als je zo’n specifiek geval neemt om je verhaal op te baseren, noem dat dan ook gewoon zo. Vooral omdat de tuinscène-film nog genoemd wordt door de zoon van Barre.
 
Twijfel aan de moderne tijd, aan de mogelijkheden die er nog komen en de consequenties die er aan vast kunnen zitten, spelen een grote rol. Roundhay, tuinscène speelt zich af rond 1900, maar iedereen in deze tijd zal deze twijfels en ideeën herkennen, want ze bestaan natuurlijk nog, waarschijnlijk zelfs in grotere mate.  

Marente de Moor weet de gedachten en verhaallijnen door elkaar te vlechten, waarbij de meeste dingen keurig terugkomen. Dat er nog af en toe een paar losse dingen in zitten, en niet alle zaken even mooi uitgewerkt worden vond ik niet zo erg. Over het algemeen vond ik het een mooi verhaal. 

Uitgegeven in 2013 door uitgeverij Querido
Bladzijdes: 334

zondag 27 juli 2014

Citaat; Giuseppe Verdi

U mag het heelal wel hebben, als u mij Italie maar laat.
Leeuw in de fontein op het Piazza Navona in Rome
Giuseppe Verdi, Italiaans componist 1813-1901

zaterdag 26 juli 2014

donderdag 24 juli 2014

De officier, Robert Harris

Lucia de B, de Schiedammer Parkmoord en de Puttense moordzaak, dwalingen in de rechtspraak komen helaas maar al te vaak voor, zoals deze voorbeelden laten zien. Iemand wordt veroordeeld voor een misdaad die hij of zij niet begaan heeft en zit onschuldig in de gevangenis. 

Gelukkig komen die dwalingen vaak aan het licht, dan wordt een proces heropend en de beschuldigde alsnog vrijgesproken. Als er echter grote politieke en militaire belangen op het spel staan dan is dat terugdraaien van het vonnis, en daarmee bekennen dat er een fout is gemaakt, nog niet zo vanzelfspekend, zoals de zaak- Dreyfus uit de 19e eeuw laat zien.

In 1870 vielen de Duitsers Frankrijk binnen. Deze oorlog mondde uit in een vernedering voor Frankrijk en het Franse leger. Duitsland kroonde zelfs hun keizer in Versailles, het hart van wat eens het centrum van de Franse macht was en Elzas-Lotharingen werd aan Duitsland toegevoegd.
In de jaren die volgden bleef de oorlog een open wond in Frankrijk; de bezetting van de Elzas, de nederlaag en de angst dat Duitsland weer aan zou vallen, beheersten de politiek en het leger.

In 1895 werd Frans officier Alfred Dreyfus ervan beschuldigd een spion te zijn voor de Duitsers, hij zou hen cruciale militaire informatie gegeven hebben. Dreyfus werd daardoor de meest gehate man van Frankrijk en het was duidelijk dat hij streng gestraft zou moeten worden.

In een openbare ceremonie, bekeken door duizenden mensen die zijn bloed wel konden drinken, werd Dreyfus van zijn ordetekenen ontdaan en werd zijn sabel gebroken. Daarna werd hij weggevoerd om de rest van zijn leven op Duivelseiland door te brengen, een klein eilandje voor de kust van Frans Guyana, in eenzame opsluiting onder een onmenselijk regime.

Alfred Dreyfus
Er was echter een probleem met de veroordeling van Dreyfus; het dossier bestond uit indirecte aanwijzingen en vervalsingen. Omdat het proces achter gesloten deuren was gehouden en grote delen van het dossier niet aan de verdediging waren getoond, was dit niet algemeen bekend.

Dreyfus was een goede kandidaat om veroordeeld te worden omdat hij Joods was. Anti-semitisme was een algemeen verschijnsel in Europa eind 19e eeuw. Er waren veel mensen die dachten dat je van Joden nu eenmaal alles kon verwachten. Joden zouden geen loyaliteit kennen omdat ze geen eigen land hadden en bovendien zat verraad in hun bloed. Dat Dreyfus uit de Elzas kwam en Duits sprak, was ook niet in zijn voordeel.

Georges Picquart kende Dreyfus nog van de militaire academie toen hij daar lesgaf en Dreyfus cadet was. Picquart was ook zijdelings betrokken bij de arrestatie van Dreyfus.  Hij werd bevorderd tot het hoofd van de inlichtingendienst en kreeg de opdracht om onderzoek te doen naar het motief van Dreyfus’ verraad, want dat was nog altijd niet duidelijk.

Hij kwam erachter dat het bewijs in het dossier van Dreyfus niet deugde en dat er nog altijd informatie werd doorgegeven aan de Duitsers. Met andere woorden, er was een echte spion actief en Dreyfus was onschuldig.

Naarmate zijn onderzoek vorderde, werd Picquart steeds meer tegengewerkt door zijn superieuren, die hem zelfs uit zijn functie onthieven en gevangen zetten.
Maar Picquart stond ondertussen niet meer alleen en andere prominente mensen in de samenleving eisten een nieuw proces voor Dreyfus.

Georges Picquart
De officier van Robert Harris vertelt het verhaal vanuit het gezichtspunt van Georges Picquart, een ambitieuze carrière officier die getrouwd was met het leger. Dat hij hoofd van de inlichtingen dienst werd, zinde hem niet echt, want hij beschouwde spioneren eigenlijk als iets waar een echte soldaat zich niet mee bezighield. Hij kende Dreyfus, maar mocht hem niet erg, maar zijn eergevoel als Frans officier stond niet toe dat hij deze zaak liet rusten.

Robert Harris ken ik van zijn boeken die zich in het oude Rome afspelen en die heb ik altijd erg goed gevonden. Spannend, goed geschreven en met een zeer goede historische achtergrond.

De officier is zelfs van nog hoger niveau en dat maakt het onmogelijk om het boek weg te leggen. Dit komt door een combinatie van een goede opbouw, uitstekende historische achtergrond en kennis van de zaak. De officier is een meesterlijk boek over een beschamende zaak waarin politieke en militaire belangen belangrijker werden gevonden dan de onschuld van een Joodse man.

Anna heeft het boek kortgeleden ook besproken, voor mij de laatste reden die ik nodig had om het boek gewoon te kopen.

Originele titel: An officier and a spy
Uitgegeven in: 2013
Nederlandse uitgave: 2014 door uitgeverij Cargo
Nederlandse vertaling: Paul Witte
Bladzijdes: 441

woensdag 23 juli 2014

Dordrechts museum

De ingang van het museum. Het ziet er wat somber uit,
maar dat komt omdat het goot van de regen.
Vorige week was ik sinds een lange tijd weer eens terug in Dordrecht, waar ik een aantal jaren gewerkt heb. Ik had er afgesproken met een oud collega en vriend en we hebben het Dordrechts museum bezocht. De tentoonstelling over Willem II was helaas net afgelopen, maar de reguliere collectie was de moeite ook meer dan waard.

Het Dordrechts museum heeft de afgelopen jaren een verbouwing ondergaan en het ziet er allemaal erg mooi uit. Het museum heeft vooral werken uit de 19e eeuw, maar ook wat uit de 18e en 17e. Vooral schilderijen en tekeningen van Dordtse kunstenaars als Ary Scheffer en Ferdinand Bol en Albert Cuyp, maar ook van artiesten die in Dordrecht gewerkt hebben. Plus nog een paar andere, zoals een prachtige Rembrandt.
Verder is er natuurlijk aandacht voor Johan en Cornelis de Witt, die in Dordrecht geboren zijn.

Kortom, het Dordrechts museum heeft niet alleen een heel mooi gebouw met een restaurant met glas zodat je op de tuin kunt uitkijken, maar heeft ook een prachtige collectie.
Binnenkort wordt er trouwens een tentoonstelling geopend met werken die zijn uitgezocht door de Dordtenaren zelf, vast ook de moeite waard.
De verloochening van Petrus, door Rembrandt.

De schilderijenliefhebber, Pieter Oyens, 1878
Tip: als je lekker wil eten in Dordrecht dan kun je heel goed terecht bij Griekse restaurant Kreta op de Groenmarkt 84. Heerlijke gerechten voor een redelijke prijs en een ontzettend vriendelijke eigenaar. Aanrader, want dit was een geslaagde afsluiting van een heel gezellige middag.

maandag 21 juli 2014

De opkomst en ondergang van grootmachten, Tom Rachman

Opgegroeid met leugens, misleiding en bedrog woont Tooly Zylberberg nu in een klein dorpje op de grens tussen Wales en Engeland, waar ze een boekwinkel heeft gekocht. Eigenlijk heeft ze al een beetje spijt van de aankoop, ze is opgevoed om geen banden aan te gaan, niet met mensen en niet met bezittingen. Ze trok altijd rond van plaats naar plaats, net hoe het uitkwam en nu zit ze dus in dit kleine dorpje. De enige die ze echt regelmatig spreekt is Fogg, de jongeman die in de boekwinkel werkt en die, ondanks het feit dat hij nog nooit uit het dorp is weggeweest, zich eigenlijk een Parijzenaar voelt.

De boekwinkel is op zich een prettig wereldje, met boeken in categorien als ‘kunstenaars die hun wederhelft slecht behandelden’ en ‘Geschiedenis, de saaie feitjes’, maar toch heeft Tooly ergens het idee dat het allemaal tijdelijk is, dat ze elk moment weer ergens anders naar toe kan gaan, niet gebonden aan de plaats, de mensen of de tijd.

Dan krijgt ze een mailtje van iemand die ze kende uit New York, die haar meldt dat haar vader ernstig ziek is. Ondanks haar tegenzin vertrekt Tooly naar New York, om erachter te komen dat niets van wat ze altijd voor waar had aangenomen klopt en dat alle mensen die ze meende te kennen een andere rol spelen in haar leven dan ze had gedacht.

Het verhaal springt tussen drie periodes heen en weer. We zien Tooly in 1988 in Bangkok, als ze tien jaar oud is en daar woont met Paul, haar vader. Hij doet iets met computers voor Amerikaanse ambassades over de hele wereld en elk jaar woont Tooly dus ergens anders, waar ze weer opnieuw moet beginnen met wennen, school en zich thuis voelen.

In 1999 woont Tooly ondertussen in New York, met de oude Russische emigrant Humphrey, die van lezen en schaken houdt en blijkbaar een belangrijke rol in de opvoeding van Tooly heeft gespeeld. Ook Venn en Sarah hebben hun stempel op Tooly gedrukt, maar zijn niet altijd aanwezig in haar leven. Tooly loopt door de stad en ontmoet mensen, zoals de student Duncan met wie ze een relatie krijgt.

In 2011 woont Tooly dus in Wales in haar kleine boekwinkel en gaat ze naar New York om gehoor te geven aan het mailtje van Duncan. Ze weet niet wat ze denkt te vinden, maar wat ze vindt is anders dan ze had verwacht.

Tom Rachman weet de draden van dit verhaal en de verschillende tijden op meesterlijke wijze te verbinden, zodat langzaam, beetje bij beetje de situatie duidelijk wordt en we beseffen wat er met Tooly is gebeurd en welke rol de mensen in haar leven hebben gespeeld.

Tooly is tegelijkertijd sterk en onafhankelijk, maar ze heeft ook iets kwetsbaars, dat haar voor je inneemt. Knap ook weet Tom Rachman haar in de verschillende periodes van haar leven herkenbaar te houden, maar ook anders te laten zijn. De vrouw in 2011 is niet het kind uit 1988, maar de kern, zoals haar directheid, is nog wel hetzelfde. Dat heeft hij heel mooi gedaan.

Als alles anders blijkt te zijn, is dat voor Tooly ook een bevrijding, ze gaat niet bij de pakken neerzitten, maar weet de brokstukken te gebruiken om een nieuw leven voor zichzelf op te bouwen. Niet gebaseerd op de leugens die ze altijd heeft geloofd, maar op wat ze zelf weet en daarmee kan ze verder.

Ik kan niet goed genoeg uitdrukken hoezeer ik heb genoten van De opkomst en ondergang van grootmachten. Ik vond het een prachtig boek, met niet alleen een interessant gegeven, maar ook met een mooie en prettige schrijfstijl, die af en toe ook heel geestig en puntig is.
Ik denk dat dit boek in mijn persoonlijke top-3 van dit jaar terecht zal komen, het zal me verbazen als dat niet gebeurt.

Dit is het tweede boek van Tom Rachman, en omdat ik er zo van heb genoten ben ik natuurlijk ook op zoek gegaan naar zijn eerste boek De onvolmaakten. Die is nu gelukkig in mijn bezit en zal binnenkort besproken worden. 

Originele titel: The rise and fall of great powers
Uitgegeven in 2014
Nederlandse uitgave: 2014 door uitgeverij Meulenhoff
Nederlandse vertaling: Tjadine Stheeman en Onno Voorhoeve
Bladzijdes: 459
 
Dit is een van de drie boeken die ik mee mocht nemen van uitgeverij Meulenhoff bij het boekbloggersevent van 14 juni 2014.

zondag 20 juli 2014

Citaat: Rita Mae Brown

Geluk is vrij simpel: iemand om van te houden, iets om te doen en iets om naar uit te kijken.
Rita Mae Brown (Amerikaanse schrijfster 1944-)

vrijdag 18 juli 2014

Het Joods-Palestijns conflict, een korte geschiedenis

Rustig is het eigenlijk nooit in het Midden Oosten, bijna elke week komen er wel berichten over in het journaal. Vooral Israel is op dit moment weer een brandhaard en hoewel het er even op leek dat er een bestand kwam, is er gisteren toch een grondoffensief begonnen. Daarom leek het  mij handig om een klein (en dus zeker niet volledig) overzicht te geven hoe dit conflict ontstaan is.
Niet om een kant te kiezen of te zeggen dat de één meer gelijk heeft dan de ander, maar vooral om de historische achtergrond te laten zien (ik blijf tenslotte een geschiedenisdocent).

Het begin
Het gebied waar het over gaat, heeft verschillende namen gehad. In de Bijbel heeft het de namen Israel en Judea, later stond het bekend als Palestina en nu weer Israel. De grenzen komen natuurlijk in al die eeuwen niet volledig overeen, maar voor het gemak gaan we uit van ongeveer hetzelfde gebied.

Dit wordt door de Joden gezien als het gebied dat God aan hen heeft gegeven. Waarschijnlijk rond 1200 voor Christus trokken de Joden hier naar toe en het grootste deel van de geschiedenis van het Joodse volk heeft zich hier afgespeeld.

In de loop van de eeuwen die volgden werd dit gebied echter regelmatig veroverd door andere volkeren. In 586 voor Chr. werd Israel veroverd door de Babyloniërs, die de Joden deporteerden uit dit gebied. De Diaspora begon; de Joden woonden gedwongen niet meer in hun eigen gebied, maar verspreidden zich steeds meer over andere landen.

In Israel kwamen nieuwe, Arabische volkeren te wonen en de naam veranderde, het stond bekend als Palestina. Tijdens de late Middeleeuwen werd Palestina door de Turken veroverd. De Arabieren in het Turkse Rijk waren niet echt blij met de Turkse overheersing en zij voelden zich achtergesteld.

Twee beloftes
In de 19e eeuw zie je in veel landen en bij volkeren nationalisme opkomen, zo ook bij de Arabieren en de Joden. De Arabieren willen graag hun eigen, onafhankelijke staten en de Joden willen hun eigen land terug. Het zionisme ging ervan uit dat eens Palestina weer Joods zou worden.

Sjarif Feisal van Mekka,
aan wie in 1916 de belofte
van zelfbestuur werd gedaan
Tijdens de Eerste Wereldoorlog deed het Turkse Rijk mee aan de kant van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije.
Engeland deed vervolgens in 1916 aan de Arabieren de belofte dat, als zij aan de kant van de Engelsen zouden meevechten, zij na de oorlog hun eigen staten zouden krijgen. Deze McMahonverklaring stond echter haaks op de Balfourverklaring die in 1917 werd gedaan, waarin werd gesteld dat de Britse regering Palestina zag als een Joods thuis.
Zowel Joden als Arabieren hoopten dus op een eigen staat in het zelfde gebied.

Onder Brits bestuur
Toen de Eerste Wereldoorlog was afgelopen, bleek echter dat beide beloften niet werden nagekomen. Het Turkse Rijk raakte de gebieden in het Midden Oosten wel kwijt, maar Frankrijk en Engeland waren niet van plan om hun aspiraties in dit gebied op te geven. Met de Volkenbond werd afgesproken dat Frankrijk en Engeland deze gebieden zouden besturen, tot die het zelf zouden kunnen (wanneer dat dan ook zou zijn). Syrië en Libanon werden mandaatgebieden van Frankrijk en Irak, Transjordanie en Palestina werden mandaatgebieden van Groot Brittannië.

Balfour verklaring
Gesterkt door de Balfourverklaring, kwam vanuit Europa en Amerika de Joodse emigratie naar Palestina op gang. De Joodse immigranten kochten land en gingen hard aan het werk om het land tot bloei te brengen.

Het probleem hier echter was dat door de Engelse regering en de Joodse immigranten er geen rekening mee werd gehouden dat de Palestijnen (Arabieren in Palestina) geen schriftelijk eigendomsrecht kenden, maar vooral mondelinge overeenkomsten. Vaak konden zij daardoor niet bewijzen dat de grond van hen was, en raakten zij het kwijt.

Dit zorgde voor spanningen tussen de Arabieren en de Joden. De Arabieren vielen Joodse nederzettingen aan en de Joden richtten verschillende para-militaire organisaties op om zich te verdedigen, zoals Haganah en later het nog radicalere Irgoen. Al snel was verdediging niet genoeg en kozen deze groepen ook voor aanvallen en guerrilla tactieken. Er werden zelfs bomaanslagen gepleegd, bijvoorbeeld op het Koning David Hotel in Jeruzalem, waar het Britse hoofdkwartier was.

Koning David Hotel in Jeruzalem
na de bomaanslag
De Britten probeerden de gemoederen te bedaren en kwamen met een paar maatregelen, zo werd onder andere de aankoop van grond door Joodse immigranten beperkt en in 1939 gingen de grenzen dicht.

Na de Tweede Wereldoorlog
Achteraf gezien was 1939 natuurlijk het slechts mogelijke moment om de grenzen voor Joden vanuit Europa te sluiten, we weten allemaal wat voor verschrikkelijke dingen er gebeurd zijn in de jaren erna.

Toen de Tweede Wereldoorlog afgelopen was, wilden veel Joden weg uit Europa, naar Palestina. De Britten droegen  hun mandaatgebied over aan de Verenigde Naties, in de hoop dat die eruit zouden komen. De Verenigde Naties  kwamen met een verdeelplan, Palestina zou ongeveer gelijk verdeeld worden tussen de Arabieren en de Joden. De Joden gingen met het plan akkoord, de Palestijnen niet. Zij vonden de verdeling niet eerlijk. Ondertussen hadden de Joden er genoeg van om afhankelijk te zijn van de gunsten van anderen en besloten zij het heft in eigen hand te nemen. In mei 1948 werd de Joodse staat Israel uitgeroepen. De meeste landen in West-Europa en de Verenigde Staten erkenden deze nieuwe staat meteen.

Oorlogen
De Arabische buurlanden erkenden dit nieuwe land niet en vielen aan. Ondanks het feit dat ze nog maar net bestond, wist Israel deze oorlog te winnen en gebieden erbij te veroveren. De Palestijnen vluchtten het land uit en werden opgevangen in vluchtelingenkampen in de buurlanden. Tot op de dag van vandaag is dit probleem niet opgelost. Israel ziet het als een Arabisch probleem en de Arabische landen zien het als een Israëlisch probleem.

Ook in de jaren erna bleef het onrustig in deze regio. Een aantal keren is er een grote legermacht op de been gebracht tegen Israel, zoals in 1967 en 1973. Elke keer wist Israel deze oorlogen te winnen, al ging dat niet altijd even gemakkelijk. 

Bezette gebieden
Een belangrijke oorlog was de zes-daagse oorlog van 1967, de gevolgen hiervan zijn tot op de dag van vandaag merkbaar.
De dreiging begon in Egypte en het leek erop alsof president Nasser op het punt stond Israel aan te vallen, met een coalitie tussen Egypte, Syrië en Jordanië. Voor het zover was, kwam het Israëlische leger met een verrassingsaanval en wist deze coalitie te verslaan. Bovendien werden er gebieden buitgemaakt. Op Egypte werden de Sinaïwoestijn en de Gazastrook veroverd, op Syrië de Golan-hoogvlakte en op Jordanië de Westelijke Jordaanoever.

Israel besloot vervolgens het probleem van hun groeiende bevolking op te lossen door nederzettingen te bouwen in deze bezette gebieden. Dit gaat in tegen alle oorlogsrechten en de VN heeft in verschillende resoluties deze nederzettingen veroordeeld. Deze worden echter door Israel naast zich neer gelegd.

PLO
De Palestijnen hadden ondertussen in 1964 de PLO opgericht, de Palestijnse bevrijdingsorganisatie, onder leiding van Yasser Arafat. Zij streefden naar Palestijnse onafhankelijkheid en erkenden Israel niet.
Ook andere organisaties, zoals Hamas, werden opgericht en met allerlei middelen, zoals kapingen en bomaanslagen, werd geprobeerd om Israel te dwingen Palestina op te geven.

In de bezette gebieden werd de spanning steeds groter en de bevolking ondernam zelf ook steeds meer acties tegen de Israëlische bezetter. Zij gebruikten hiervoor zelfgemaakte molotovcocktails, gooiden stenen en weigerden de Israëlische autoriteiten te gehoorzamen. Deze periode staat bekend als de Eerste Intifadah en deze duurde van ongeveer 1987-1993.

Vredesonderhandelingen
Verschillende keren zijn er vredesonderhandelingen geweest en dan leek er een beetje ruimte te komen, een beetje toenadering en misschien zelfs een oplossing voor het probleem.


Rabin, Clinton en Arafat, Oslo akkoorden
In 1978 kwam er een vredesakkoord tussen Egypte en Israel, waarbij Egypte als eerste Arabische land Israel erkende en Israel de Sinaï woestijn teruggaf.
In 1993 werden de Oslo-akkoorden gesloten, waarbij de PLO Israel erkende en Israel de PLO. De Palestijnen kregen zelfbestuur in de Gazastrook.
In 1994 werd er tot slot vrede gesloten tussen Israel en Jordanië.

Jammer genoeg bleken deze akkoorden en besprekingen niet voldoende te zijn om het probleem op te lossen. Vaak ging het kort erna weer mis.

Veel Joden zagen het opgeven van de bezette gebieden als verraad van de Joodse zaak en een van hen vermoordde in 1995 de Israëlische president Rabin, die samen met Yasser Arafat verantwoordelijk was geweest voor de Oslo-akkoorden.

Ook bij de Palestijnen was er ontevredenheid, zij zagen na 1994 weinig terug van de beloftes uit de Oslo-akkoorden, ze hadden nog altijd geen zelfbestuur, Israel breidde het aantal kolonisten in de nederzettingen zelfs uit en de economische situatie was beroerd.

In 2000 kwam er een spoedontmoeting tussen de Palestijnse en Joodse leiders in Camp David, onder leiding van President Clinton, maar dit mislukte. De Palestijnse bevolking begon ondertussen met de tweede Intifadah.

Conclusie
Ondertussen gaat het conflict nog altijd verder. In de bezette gebieden wonen nog altijd kolonisten, Palestijns zelfbestuur lijkt verder weg dan ooit en Israel heeft nog altijd te lijden onder de constante dreiging van alle kanten.

Ik hoop dat dit overzicht duidelijk maakt dat er hier sprake is van twee volkeren, die beiden recht hebben op dit gebied en er dus samen uit zouden moeten komen. Van beide kanten zijn er echter ook allerlei aanvallen en gewelddadigheden geweest, die dit bemoeilijken. Beide partijen hebben zich ingegraven in rancune en boosheid en weigeren te erkennen dat misschien de andere kant ook op bepaalde punten gelijk kan hebben.

Het valt niet te ontkennen dat Israel bedreigd wordt, maar het is ook niet te ontkennen dat Israëls positie in het Midden-Oosten veranderd is van underdog naar militaire grootmacht, die in de loop van de jaren ook verschillende dingen heeft gedaan die niet door de beugel kunnen.

Het is mogelijk de militaire daden van Israel te veroordelen, zonder meteen een antisemiet te zijn die de Holocaust nog eens dunnetjes wil overdoen en het is mogelijk om de zelfmoordaanslagen en raketaanvallen van Hamas te veroordelen zonder meteen een zionist te zijn die alle Arabieren het liefst de zee zou indrijven.

De slachtoffers zijn, zoals altijd, vooral te vinden bij de burgers, van beide kanten. In de Gaza is op dit moment één op de drie slachtoffers een kind. En het is voor hen dat er aan dit conflict een einde zou moeten komen, zodat er eindelijk een generatie kan opgroeien in vrede.

donderdag 17 juli 2014

Het geheim van meneer Penumbra's boekwinkel, Robin Sloan

De boekwinkel waar het om draait in de titel is een vreemde boekwinkel. Er komen wel klanten, maar de meesten komen er niet om boeken te kopen, maar om boeken te lenen. Maar er is nog meer vreemds aan de hand, zo zijn er allerlei rare figuren, zoals de eigenaar van de boekhandel, een werkeloze webdesigner, een meisje dat bij google werkt, een special-effects ontwerper en een internet miljonair. Bovendien is er een geheim genootschap dat probeert om met de boeken een bepaalde puzzel op te lossen, die toegang biedt tot eeuwenoude kennis en misschien zelfs het eeuwige leven.

Clay is de werkeloze webdesigner die bij de boekhandel komt werken. Zijn baas, meneer Penumbra is een vriendelijke man, maar wel erg geheimzinnig. Clay komt er achter, tijdens de lange, nachtelijke uren waarin hij weinig te doen heeft, dat de bezoekers (klanten kun je ze niet noemen) boeken lenen in een bepaald patroon. Met behulp van zijn vrienden en allerlei technische snufjes en heel veel computers,  weet hij de puzzel te kraken.

Meneer Penumbra is enthousiast en ziet de mogelijkheden om deze nieuwe kennis met de oude vorm van kennis te combineren, maar helaas is het geheime genootschap waar meneer Penumbra lid van is, iets conservatiever. Vooral het hoofd van het genootschap wil niets weten van deze nieuwerwetse snufjes en dreigt om Penumbra uit het genootschap te zetten.

Clay weet vervolgens zijn vrienden (die alles weten van computers) en meneer Penumbra en de klanten van de boekwinkel (die alles weten van de boeken) te verenigen in een samenwerking, in de hoop samen de laatste stap te kunnen zetten in het ontsluiten van het grote geheim.

Sommige combinaties zijn zo vreemd dat je denkt dat daar nooit een zinnig verhaal uit zal kunnen komen, maar als het wel lukt om allerlei maffe ingrediënten tot een geslaagde mix te maken, kan het resultaat je enorm verrassen. 
 
Ik wist niet precies wat ik kon verwachten van dit boek, ergens had ik al wel iets over gelezen, maar ik was bang dat het een beetje Dan Brown achtig zou zijn, met dat geheime genootschap en die oude kennis enzo. Niets is echter minder waar. Het geheim van meneer Penumbra’s boekwinkel is een plezier om te lezen, geschreven op een prettige en vaak grappige manier. Ondanks alle vreemde zaken, is het nooit zo ongeloofwaardig dat het belachelijk wordt en de uiteindelijke oplossing van de puzzel trekt het helemaal recht, omdat het geheim iets heel anders blijkt te zijn dan men dacht.

Clay is een fijne hoofdpersoon, omdat hij herkenbaar is. Hij heeft geen bijzondere gaven, is niet super intelligent, heeft geen goede baan en zelf geeft hij toe dat hij nog niets heeft bereikt en daardoor best een loser is. Tegelijkertijd is hij ook vasthoudend en vindingrijk en weet hij mensen te verenigen en tot samenwerking te inspireren.

Ik had het leuk gevonden als we nog iets meer van het geheime genootschap, maar vooral van de mensen die in de boeken naar de oplossing zochten, te weten waren gekomen, maar dat is dan ook mijn enige kleine aanmerking.

Het geheim van meneer Penumbra’s boekwinkel is lichtvoetig en grappig en leest als een trein. Het is wat mij betreft een ontzettend leuk boek waar ik me bijzonder mee heb vermaakt. Een aanrader!

Originele titel: Mr. Penumbra’s 24-hour bookstore
Uitgegeven in 2012
Nederlandse uitgave 2014 door uitgeverij Lias
Nederlandse vertaling:Jacques Meerman
Bladzijdes: 300
 
Voor dit boek ben ik afgeweken van mijn standpunt om geen recensie exemplaren te ontvangen, maar ik werd van dit boek op de hoogte gebracht door Saskia Balmaekers (van het blog Ciao tutti en schrijfster van verschillende boeken over Rome) en ik vond dat ik het daarom kon wagen een uitzondering te maken (en dat heeft bijzonder goed uitgepakt).
Dank uitgeverij Lias en Saskia!

maandag 14 juli 2014

De vlucht, Jesús Carrasco

Een droge vlakte zonder schaduw of beschutting, zonder mensen en zonder water, waar de zon genadeloos brandt. Een jongen is op de vlucht, over die vlakte. Wie hij is weten we niet, waarom hij op de vlucht is, wordt langzaam duidelijk.

De jongen probeert te ontsnappen uit zijn dorp, maar een aantal mannen is vastbesloten hem terug te halen en komt hem achterna. Gelukkig krijgt de jongen hulp van een oude geitenhoeder die met een kudde over de vlakte trekt, op zoek naar water en voedsel. Hij neemt de jongen onder zijn hoede, al kan hij niet voorkomen dat de andere mannen hen inhalen. Dan moeten er keuzes gemaakt worden, zelfs over leven en dood.

De vlucht is het debuut van Jesús Carrasco, en het heeft wereldwijd al veel succes, in allerlei landen wordt het boek aangekocht en vertaald. Ook hier in Nederland waren er juichende recensies en werd het besproken in DWDD. Dat is trouwens allemaal niet de reden dat ik het boek heb gekocht en gelezen, ik had zelfs nog niet van het boek gehoord.
De reden dat ik het boek kocht, was omdat ik de voorkant mooi vond, met die witte geitenkop tegen een witte achtergrond. Het boek deed me denken aan Het fantoom van Alexander Wolf van Gajto Gazdanov (wit paard tegen witte achtergrond) (hier), dus ik dacht eigenlijk dat ik daarom dit boek ook mooi zou vinden. Ach ja, soms koop je een boek om een vage reden, maar gelukkig pakt dat vaak (voor mij) toch goed uit en lees ik een schitterend boek.

Want schitterend vond ik het. Indringend en mooi. Ik wilde weten wat er zou gebeuren, wat er zou komen, zelfs al kon ik soms bijna niet verder lezen omdat het zo erg was.
De zon, de droogte, de dorst, de honger, de angst, de uitputting en de drang tot overleven, je voelt het allemaal. Gelukkig krijgt de jongen in zijn ellende hulp van een man die aardig voor hem is, zonder er iets voor terug te vragen, op die manier de jongen lerend dat er ook iets anders bestaat dan geweld en slechtheid.

Nadat ik het boek uit had, kon ik niet meteen in een nieuw boek beginnen, het moest eerst bezinken.
De vlucht is geen gezellig boekje voor even tussendoor. Lees het als je er de tijd en de aandacht voor kunt opbrengen en laat je meevoeren.

Originele Spaanse titel: Intemperie
Uitgegeven in 2013
Nederlandse uitgave 2013 door uitgeverij Meulenhoff
Nederlandse vertaling: Arie van der Wal
Bladzijdes 207

zaterdag 12 juli 2014

The green kitchen, David Frenkiel en Luise Vindahl

Vorige week heb ik weer een nieuw kookboek gespot en natuurlijk gekocht. Nieuwe recepten vind ik leuk, en smakelijke vegetarische recepten helemaal. Niet dat ik volledig vegetarisch eet, maar wel grotendeels en ik mag dan ook graag vegetarische kookboeken gebruiken voor inspiratie.

Inspiratie geeft The green kitchen genoeg. David is een Zweed en Luise is een Deense en ze wonen in Göteborg. Samen hebben ze een blog (hier) over eten en nu dus ook een kookboek.

The green kitchen staat tsjok-vol met heerlijke en redelijk eenvoudig te bereiden recepten, allemaal vegetarisch (geen vlees en geen vis). Andere dierlijke producten zoals eieren, melk en kaas worden wel gebruikt, maar vaak worden er tips gegeven om een recept geschikt te maken voor veganisten. Het overgrote deel van de recepten is bovendien glutenvrij. 

Het boek begint met adviezen voor de voorraadkast (altijd leuk) en een paar basisrecepten zoals groentebouillon. Daarna komen recepten voor ontbijt, lichte maaltijden, snacks om mee te nemen, dinertjes, hapjes, drankjes en toetjes en tussendoortjes.

De gemarineerde aubergine met wortelpuree, courgettenoedels met gemarineerde paddestoelen, de venkel-kokos-quiche of de salade van zomervruchten met geitenkaas lijken allemaal overheerlijk, om van de bieten-chocoladetaart maar niet te spreken. Ik wil eigenlijk meteen wel beginnen met koken.

David, Luise en dochter Else
Het blog is ook aan te bevelen en hoewel daar recepten in het Engels te vinden zijn, zijn de maten en hoeveelheden geen probleem omdat het metrieke stelsel wordt gebruikt.

Originele titel: The green kitchen
Uitgegeven in 2013
Nederlandse uitgave 2014 door uitgeverij J.H.Gottmer/ H.J.W Becht
Nederlandse vertaling: Roselle de Jong

donderdag 10 juli 2014

Dingen die niemand weet, Alessandro d'Avenia

Hebben tranen die je huilt uit vreugde dezelfde samenstelling als de tranen die je huilt uit verdriet? Dat is een van die dingen die niemand weet.

Margeritha, de Leraar en Gulio zijn de hoofdpersonen in dit tweede boek van Alessandro d’Avenia.

Alledrie hebben ze zo hun problemen. Gulio is verlaten door iedereen en sluit zich daarom bewust van mensen af. Margeritha is net verlaten door haar vader die afscheid nam via het antwoordapparaat. De Leraar tot slot heeft grootste idealen over wat hij wil bereiken met zijn leerlingen, maar vergeet dat je niet kunt blijven steken in literaire verwijzingen en dat je op een gegeven moment de volgende stap in de je leven moet zetten.

Op school krijgt Margeritha les van de Leraar die met de klas het verhaal van Homerus leest over de Odyssee. Vooral het gedeelte over Telemachos, de zoon van Odysseus die op zoek gaat naar zijn vader, inspireert Margeritha.

Dingen die niemand weet gaat over mensen die iets hebben verloren en om moeten leren gaan met dit verdriet. Soms doen ze dit door een geliefd boek te lezen en met een citaat te komen, soms door pasta te koken met oma in de keuken die tijdens het roeren in de pannen Siciliaanse wijsheden strooit en soms door actie te ondernemen en zelf op zoek te gaan.

In elk leven is er een India dat bereikt moet worden, een Amerika dat ontdekt moet worden, een fata morgana die moet worden veranderd in werkelijkheid.

Uit verdriet kan iets moois voorkomen, een nieuw begin. Margeritha ontmoet Gulio en samen kunnen ze elkaars eenzaamheid en verdriet een beetje verminderen.
De leraar durft het eindelijk aan om met zijn Stella de volgende stap te zetten. Niet alleen maar boeken, maar het echte leven, poepluiers en al.

De leraar had begrepen dat het niet nodig was om goede oude metaforen overboord te gooien, je moet ze alleen gebruiken om er meer mee te zeggen, in plaats van je erachter te verschuilen.

Ik had eerder Wit als melk, rood als bloed van Alessandro d’Avenia gelezen en dat vond ik een prachtig boek. Het is dan altijd even afwachten of je het volgende boek ook zo mooi zal vinden. Hoewel het eerste boek strakker van opzet was en ik het hier soms een beetje teveel van het goede vond, kon ik over het algemeen opnieuw genieten van poëtische zinnen en beschrijvingen.

Elke stad heeft haar eigen geest, als je goed wrijft komt die tevoorschijn. Je moet jezelf tegen de stad aan wrijven, de muren aanraken, de wegen opsnuiven, luisteren naar de namen van de straten en de mensen.

Alessandro d’Avenia is goed in het neerzetten van pubers, maar ik vond dat hij hier soms een beetje uit de bocht vloog en dat het af en toe een tikkeltje cliché werd, al werd dat ergens anders dan weer goedgemaakt door een inkijkje of een gedachtengang die de spijker op de kop sloeg.
Als ik zegt dat ik een boek minder mooi vond dan het vorige boek, dan klinkt het alsof ik dit boek niet mooi vond, maar dat is zeker niet het geval. Ik vond alleen Wit als melk, rood als bloed prachtig en Dingen die niemand weet mooi. Dat is het verschil.

Originele Italiaanse titel: Cose che nessuno sa
Uitgegeven in 2011
Nederlandse uitgave 2012 door uitgeverij Cargo
Nederlandse vertaling: Manon Smits
Bladzijdes: 348

woensdag 9 juli 2014

Bloemen, bijen en tomaten

Het is misschien niet zo heel goed te zien, maar in de nieuwe salie op mijn balkon zoemde een bij rond. Fijn om die diertjes te zien vliegen en van bloem tot bloem te zien gaan. Behalve ik zijn er dus nog meer die de nieuwe planten op mijn balkon waarderen!

Twee tomaten, de een is al groot en de ander moet nog groeien, maar dit ziet er al leuk uit. Nu maar hopen dat de zon schijnt en ze mooi rood worden. De andere tomatenplant heeft er nog niet zoveel zin in, geloof ik, maar ik geef de hoop nog niet op.

De bonenplanten zijn erg gegroeid en zien er mooi uit. Kleine witte bloemetjes zijn al zichbaar, dus over niet al te lange tijd kan ik boontjes zien groeien!

Dit kleine bolletje moet een paprika gaan worden. Hoop ik.

De aubergine is nog niet zover, maar laat al wel een klein wit bloemetje zien, dus het eerste begin is er!

Een bakje met twee margrieten en een fucsia en een witte plant waar ik de naam niet van ken maar die het goed doet. Silvia vindt die plant ook erg aangenaam.

maandag 7 juli 2014

Dear writer, dear actress, Anton Tsjechov en Olga Knipper

Anton Tsjechov en Olga Knipper ontmoetten elkaar in 1899, werden geliefden in de zomer van 1900 en ze trouwden in de zomer van 1901.

Zij was een actrice die het grootste deel van het jaar in Moskou woonde omdat ze daar in het theater werkte, hij woonde een groot deel van het jaar in Jalta, vanwege zijn slechte gezondheid. Maanden gingen er soms voorbij zonder dat ze elkaar zagen, omdat hij niet altijd kon reizen en zij niet lang genoeg vrij kreeg om de lange reis naar Jalta te kunnen maken.

In deze lange periodes waarin ze van elkaar gescheiden waren, schreven ze elkaar brieven, en deze zijn bewaard gebleven. Jean Benedetti heeft ze bij elkaar gezocht, geselecteerd en vertaald vanuit het Russisch naar het Engels en in dit boek zijn ze samengebracht.

Olga Knipper maakt zich in haar brieven druk om zijn gezondheid, Anton Tsjechov wil vooral weten of alles in Moskou goed gaat. Vaak kruisen brieven elkaar net, of raken vertraagd, waardoor er ook regelmatig sprake is van ongerustheid over het uitblijven van brieven.

Afspraken om naar elkaar toe te komen konden vaak niet nagekomen worden, omdat Olga een contract had waar ze niet onderuit kon of een nieuwe rol, of omdat Anton ziek was geworden.
Vaak was het door al deze omstandigheden moeilijk om goed te communiceren, wat pijnlijk duidelijk wordt als Olga Knipper een miskraam krijgt in Moskou en Anton Tsjechov niet naar haar toe kan komen.
Anton Tsjechov en Olga Knipper

Naarmate zijn gezondheid slechter ging, werd haar schuldgevoel groter omdat ze vond dat ze eigenlijk bij haar man moest zijn, maar het theater ook niet op wilde geven. Tsjechov stelt haar dan gerust door te schrijven dat hij wist dat hij met een actrice trouwde en dat hij haar niets kwalijk nam.

My darling, you write that you have pangs of conscience because you are living in Moscow ad not here with me in Yalta. But think about it: if you spent the whole of the winter in Yalta with me, your life would be ruined, I would feel bad about it, and things would be no better. I knew I was marrying an actress, I mean, I knew perfectly well when we got married that you would spend your winters in Moscow. I don’t feel in the least hurt or neglected.

Uiteindelijk zou Anton Tsjechov in 1904 overlijden. Olga Knipper zou in de jaren die volgden na de Russische Revolutie op de een of andere manier geliefd worden bij het nieuwe regime, dat haar nooit een strobreed in de weg legde. Vijfenvijftig jaar na Tsjechov zou ook Olga Knipper overlijden. Ze is nooit hertrouwd.

Dear writer, dear actress is een prachtig boek om te lezen, juist ook omdat de brieven nooit voor publicatie bedoeld waren. Je krijgt echt het gevoel dat je een inkijkje krijgt in het leven van twee mensen die veel van elkaar hielden, maar door de omstandigheden ver van elkaar woonden. De brieven zijn aangevuld met stukjes uit de memoires van Olga Knipper, om op die manier een nog vollediger beeld te geven.

Een must voor elke Tsjechov-fan.

Volledige titel: Dear writer, dear actress, The love letters of Anton Chekhov and Olga Knipper
Samengesteld, geredigeerd en vanuit het Russisch in het Engels vertaald door Jean Benedetti
Uitgegeven in 1996
Bladzijdes: 292
Niet in het Nederlands vertaald

zondag 6 juli 2014

Citaat: Anoniem

Geluk is niet dat je geen problemen hebt, maar dat je hebt geleerd goed met problemen om te gaan.

zaterdag 5 juli 2014

Zomervakantie

Ik heb deze foto van Marilyn Monroe vorig jaar ook gebruikt, maar hier
wordt het ultieme vakantie-gevoel wel heel duidelijk!
 

donderdag 3 juli 2014

De sneeuwkoningin, Michael Cunningham

Boven Central Park verscheen een hemels licht aan Barrett Meeks, vier dagen nadat hij voor de zoveelste keer door de liefde was geschoffeerd.**

Dat is de prachtige eerste zin van De sneeuwkoningin van Michael Cunningham, een verhaal over de broers Tyler en Barrett.

Tyler is de oudste, een muzikant die een liedje wil schrijven voor zijn vriendin Beth met wie hij zal trouwen, maar die stervende is. Hij hoopt dat drugs hem de inspiratie en vooral het talent zullen geven die hij nodig heeft voor wat hij wil bereiken met zijn liedje, maar denkt ook elk moment te zullen stoppen met de drugs. Barrett heeft allerlei studies gedaan en baantjes gehad en werkt nu in de boetiek van Beth en hun vriendin Liz, terwijl hij wacht op de liefde en het moment dat het leven zal beginnen.

Het licht dat hij ziet, terwijl hij toch ook twijfelt of hij het wel echt heeft gezien, zorgt voor een verandering in Barrett. Terwijl hij zijn geloof al sinds zijn kindertijd kwijt is, probeert hij dit weer te vinden. Hij gaat vanaf dat moment weer naar de kerk, al doet hij nergens aan mee en zit hij alleen achterin. Ergens hoopt hij op nóg een teken dat hem duidelijk zal maken dat het licht echt was, dat er inderdaad meer is.

Het verhaal begint op een avond in 2004, de avond voor de verkiezingen tussen Bush en Kerry, en gaat dan via oudejaarsavond 2006 als alle vrienden bij elkaar zijn, naar november 2008, net voor de verkiezingen tussen Obama en McCain.
Tegen die tijd zijn de levens van Barrett en Tyler veranderd. Waarschijnlijk ten goede, hoewel ze beiden ook het idee hebben dat het elk moment weer mis kan gaan.

Het sprookje De sneeuwkoningin van Hans Christian Andersen is de basis voor dit verhaal, maar dat is heel subtiel gedaan. Het is gelukkig geen hervertelling, alleen sommige elementen uit het sprookje komen op een heel mooie manier terug.
Ook andere thema’s in het verhaal worden terloops genoemd en komen en af en toe terug, zoals de politiek, of het licht dat Barrett heeft gezien. Dit wordt niet zwaar aangezet of constant genoemd, al wordt wel duidelijk dat de invloed van deze ervaring groot is.
Mensen die niet van zweverige boeken houden, kunnen gerust zijn. Het verhaal gaat eigenlijk vooral om de broers, hun onderlinge relatie en de relatie met de mensen om hen heen, zoals Beth.

Heel mooi weet Michael Cunningham de levens van Tyler en Barrett te beschrijven, de angsten en de twijfels die ze hebben, de zaken waar ze zich zorgen over maken en de veranderingen die ze meemaken. Hij maakt ze daarin heel menselijk en heel herkenbaar.

Ik heb eerder The hours (De uren) (hier) en Bij het vallen van de avond (hier) van Michael Cunningham gelezen, en na De sneeuwkoningin weet ik het zeker: ik ben een fan.

** Ik vond deze zin al heel mooi, maar ik kreeg bericht van de vertaalster Marijke Versluys dat de zin in de tweede druk al veranderd was met een mooiere uitdrukking die dichter bij het Engelse origineel komt. De nieuwe vertaling luidt:
Boven Central Park verscheen een hemels licht aan Barrett Meeks, vier dagen nadat hij voor de zoveelste keer een knauw van de liefde had opgelopen.
Inderdaad nog mooier, denk ik. Dank Marijke dat je dit onder mijn aandacht bracht!

Oorspronkelijke titel: The Snow Queen
Uitgegeven in 2014
Nederlandse uitgave 2014 door uitgeverij Prometheus
Nederlandse vertaling: Marijke Versluys
Bladzijdes: 283

dinsdag 1 juli 2014

Films, PO's en meer

De laatste schoolweek is bezig en dat betekent dat we aan het afronden zijn. De afgelopen 2 weken zijn gevuld met onder andere voorbereidingen voor volgend schooljaar, toetsen, rapportvergaderingen en het gebruikelijke gezeur dat er altijd bij schijnt te horen.

Eén van de leukste dingen in deze weken waren echter de mondelingen die wij in 5V hebben afgenomen. In 5V kun je namelijk een heleboel van leerlingen verwachten, omdat ze ook al 5 jaar geschiedenis hebben en zo langzamerhand dus behoorlijk wat kennis hebben opgedaan. (tenminste, daar gaan we vanuit!)

In de laatste periode van de vijfde klas geven we een Praktische Opdracht. De leerlingen moeten een historische film kiezen en hier onderzoek naar doen. Sommige dapperen doen dit alleen, anderen doen dit in twee- en soms zelfs drietallen. Het is de bedoeling dat ze niet alleen de historische achtergrond van de film en de hele periode waarin de film zich afspeelt bestuderen, maar ook kijken naar het standpunt van de maker, historische correctheid enzovoort. Hierover schrijven ze een scriptie en houden ze in de klas een presentatie van 25 minuten, waarbij ze ook fragmenten uit de film moeten laten zien.

Ze hadden vrij diverse films gekozen, zoals The kingdom of heaven, King Arthur, 12 years a slave, Valkyrie, Saving private Ryan, The king’s speech, The book thief, La vita è bella, 42 en The railwayman. Elke film mocht maar één keer gekozen worden en ik had The boy in the striped pyjamas in de ban gedaan.

Het laatste onderdeel van de PO, dat in de toetsweek heeft plaatsgevonden, waren dus de mondelingen. Samen met een collega leggen wij dan een leerling een kwartier lang het vuur aan de schenen. Al binnen een paar minuten wordt duidelijk of een leerling goed op de hoogte is met de soms ingewikkelde historische achtergrond of dat een leerling wel ergens een klok heeft horen luiden maar niet duidelijk weet waar de klepel hangt.

De meesten brengen het er echter vrij goed vanaf en ik vind het heerlijk om te zien hoe ver de meesten gekomen zijn en wat ze kunnen, hoezeer ze gegroeid zijn. Dan wordt even heel duidelijk waarom lesgeven het mooiste vak ter wereld is.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...