zondag 31 mei 2015

Citaat: Boeddha

Je wordt niet gestraft voor je woede, maar je wordt gestraft door je woede.

Boeddha

zaterdag 30 mei 2015

De Liebster-award en mijn antwoorden

Barbara van Lalagé leest was zo vriendelijk om me te nomineren voor een Liebster award. Dit is een blog-award om de mensen achter een blog beter te leren kennen en het gaat dan vooral om blogs die nog niet zo groot of bekend zijn. 

Dank je wel Barbara, en hier zijn de antwoorden op jouw vragen:

Wat is je lievelingsboek?
Mijn lievelingsboek is Brideshead revisited van Evelyn Waugh. Ik vind het verhaal prachtig over de vriendschap tussen Charles en Sebastian, maar ook het taalgebruik, de weemoed naar het Engeland van vroeger, alles eigenlijk. Mijn bespreking is HIER te vinden.

Heb je huisgenoten?
Twee allerliefste huisgenoten met vier poten en een bontjasje; mijn twee katten Corrado en Silvia

Waar lees je het liefste?
Gewoon op de bank, een kat tegen me aan en de andere in mijn nek. Met een kop thee en met mijn voeten op tafel.

Met welk recept heb je altijd succes?
Ik maak een heerlijke vegetarische lasagne, met geitenkaas en courgette en aubergine. Ik zal het recept wel eens delen J

Bespeel je een instrument of zing je graag? Zo niet, welk instrument bespeel je in je dromen?
Ik ben niet heel muzikaal, maar ik vind muziek wel heel erg leuk. Sinds een paar maanden heb ik weer zangles en dat vind ik helemaal geweldig. Van dat ene uur in de twee weken word ik bijzonder vrolijk. Leuk ook omdat ik verschillende genres zing, van klassiek tot pop.

Wat voor muziek luister je graag?
Dat ligt eraan wat ik aan het doen ben, maar over het algemeen luister ik veel naar pop (vooral jaren ’80), maar country, klassiek en folk vind ik ook mooi.

Wat is de leukste plek die je ooit bezocht?
Moeilijk om er één te kiezen, ik vind het leuk om ergens onverwacht terecht te komen, zoals toen ik in Florence was dat ik opeens in de Bardini tuinen beland, of in het Natuurhistorisch museum. Van dat soort onverwachte cadeautjes geniet ik erg.

Wat is jouw quilty pleasure?
Tijdens het koken naar dr. Phil kijken. Ik mag dr. Phil wel, hij is zo heerlijk nuchter, hoewel de show natuurlijk wel erg Amerikaans is en het toch vaak uitdraait op ‘aapjes kijken’. Maar dat vind ik er ook wel weer leuk aan.

Geloof je in God of ben je op een andere manier met spiritualiteit bezig?
Ja, ik ben Katholiek (een aantal jaren geleden geworden) en voor mij persoonlijk is mijn geloof erg belangrijk. Het is een lange zoektocht geweest, maar nu ik hier eindelijk ben, weet ik dat dit voor mij de juiste keuze was. Wat niet wegneemt dat voor andere mensen andere keuzes goed zijn J.

Welk dier vindt je het leukste?
Katten natuurlijk, groot en klein en alle vormen en soorten.
En otters omdat ze zo grappig zijn en van spelen houden. En wolven omdat ze mooi zijn. En vogels omdat ze zo vrij zijn.

Waar kan jij heel hard om lachen?
Absurde humor zoals die van Terry Pratchett of Blackadder.

Ik wil graag de volgende blogs nomineren voor de Liebster -award:

De regels zijn als volgt: Je geeft antwoord op de 11 vragen die aan jou gesteld zijn. Vervolgens bedenk je zelf 11 nieuwe vragen en nomineer je een aantal blogs die deze vragen mogen beantwoorden. 
Het is handig als je deze bloggers op de hoogte hiervan stelt :-) 

Mocht je echter geen zin of tijd hebben om dit over te nemen, er is geen enkele verplichting, dus je mag het rustig voor kennisgeving aannemen. 

Mijn 11 vragen voor de volgende kandidaten:
  1. Koffie of thee?
  2. Als je vier mensen uit de geschiedenis mocht uitnodigen voor een diner, wie zouden er dan bij jou aan tafel zitten?
  3. Waarom ben je met bloggen begonnen?
  4. Hoe breng je het liefst je avond door?
  5. Zelf koken of uit eten?
  6. Welk museum dat je ooit hebt bezocht vind je het allermooist ? Of, welk museum zou je nog graag eens bezoeken?
  7. Wat is jouw aller-slechtste eigenschap?
  8. Wat is je beroep en wat vind je daar zo leuk aan? En als je je werk niet zo leuk vind, of als je niet (meer) werkt, wat zou je dan graag voor beroep willen hebben?
  9. Wat is de laatste keer dat je op vakantie ging en waar ben je toen heen gegaan?
  10. Wat was je favoriete vak op school?
  11. Welk goed doel zou er volgens jou meer aandacht mogen krijgen?

donderdag 28 mei 2015

A Tuscan childhood, Kinta Beevor

Een jeugd doorgebracht in een kasteel in Toscane. Slapen in hangmatten in die tuin die gemaakt is op het dak tussen de torens, forellen in de beek kietelen zodat je ze kunt vangen, op de markt de verse producten kopen die zo van het land afkomen en grote dorpsfeesten die worden georganiseerd als de druivenpluk bezig is.

Kinta en haar broers John en Gordon hebben een heerlijke jeugd, zo net na de Eerste Wereldoorlog. Hun ouders waren schrijfster en journaliste Lina Duff-Gordon en schilder Aubrey Waterfield. Aubrey had het kasteel in Aulle gekocht aan het begin van de 20e eeuw en samen met zijn vrouw genoot hij van het Italiaanse landleven. Ze waren van die typische artistieke en intellectuele Engelsen uit de Upperclass, die allerlei intellectuele vrienden op bezoek kregen, schrijvers zoals D.H. Lawrence of Robert Trevelyan en de schilder Rex Whistler.

Lina en Aubrey gingen vooral op in hun eigen artistieke bezigheden en lieten zich aan hun kinderen weinig gelegen liggen. De enige die nog een beetje op hen lette was de tante van Lina, Janet Ross die op een landgoed nabij Florence woonde en daar de aanvoerdster was van de Anglo-Florentijnen. De Engelsen kwamen daar al sinds eind 19e eeuw graag wonen. 

Janet Ross was een formidabele dame, die verscheidene boeken had gepubliceerd en niet bang was om voor haar stellige meningen uit te komen. Zelfs Virginia Woolf werd tijdens de thee eens door haar op haar plaats gezet. Ze woonde op Poggio Gherardo, een landgoed dat al genoemd werd door Boccaccio in zijn Decamerone en dat in 1888 door Janet Ross en haar echtgenoot gekocht werd.
Janet Ross
Toen tante Janet in 1927 stierf, liet ze het vruchtgebruik van het landgoed Poggio Gherardo aan Lina na. De familie Waterfield verhuisde naar Florence en het kasteel in Aulle werd alleen nog voor de vakanties gebruikt.  

Kinta groeide op en werd een jonge vrouw, terwijl in Italië ondertussen de fascisten steeds meer macht kregen.

Na Kinta’s huwelijk vertrok ze naar Engeland, maar haar ouders bleven in Florence, ondanks het feit dat Lina dank zij haar kritische artikelen niet echt geliefd was bij de regering. Toen de oorlog uitbrak wisten Aubrey en Lina maar net de grens met Frankrijk over te komen om uiteindelijk veilig in Engeland aan te komen.

Na de oorlog ging Lina terug naar Poggio Gherardo en zij leefde hier nog enkele jaren, Aubrey was intussen overleden. Kinta zou met haar gezin nog elk jaar in Italië op vakantie komen.

Het kasteel in Aulle
Kinta Beevor haalt in A Tuscan childhood de herinneringen op aan alles wat ze heeft meegemaakt, de typische dingen van de streek, de gerechten die gekookt werden, de manier waarop de Italianen en de Engelsen met elkaar omgingen. Ze weet dit te doen zonder in sentiment te blijven hangen, maar vertelt gewoon zoals het was.

Tegelijkertijd is er wel het besef dat het een verdwenen wereld is waarin zij opgroeide, een wereld die niet meer terug zal komen. De wederopbouw na de oorlog zorgde voor een andere maatschappij, het landgoed en het kasteel werden uiteindelijk verkocht waarbij het lot van het kasteel wel heel triest is. Dat viel in handen van de staat en het zou in originele staat hersteld moeten worden, waarbij de daktuin en zelfs het dak verwijderd werden.

Naast een heel persoonlijk verslag van haar eigen jeugd, geeft A Tuscan childhood ook een beeld van de Anglo-Florentijnse gemeenschap en daarmee van verschillende aspecten van de Toscaanse en Florentijnse geschiedenis. Hierdoor blijft het boek niet steken in wat arbitraire jeugdherinneringen, maar geeft het ook een beeld van een generatie en wint het aan diepgang en waarde.
Een bijzonder interessant boek.

Uitgegeven in 1993, deze paperback uitgave in 2015
In het Nederlands vertaald als: Een jeugd in Toscane

woensdag 27 mei 2015

Prisencolinensinainciusol

Afgelopen weekend was het Eurovisie Songfestival. Ik heb niet alles gezien, want nadat Trijntje in de halve finale niet door was gegaan, heb ik natuurlijk niet de hele zaterdagavond zitten kijken. Over Trijntje zal ik het verder niet hebben (mooie stem, lelijk pak, mwah liedje) maar wel over de andere liedjes.

Wat me namelijk in de liedjes die ik wel zag opviel, was dat er zoveel slechts bij zat. Er werd veel vals gezongen, heel vals soms, en het Engels was in veel gevallen niet te verstaan. Niet alleen de Oostblokkers deden het in dit opzicht slecht, ook bijvoorbeeld Denemarken articuleerde beroerd. Bij veel alle liedjes in het Engels had ik het idee dat de zangers zelf ook niet precies wisten wat ze nu eigenlijk moesten zingen.

Via een leuke tweet (want met Twitter werd het ESF nog een stuk leuker) van historicus Tom Holland kwam ik op de volgende clip van de Italiaanse zanger en komiek Adriano Celentano, die dit nummer in 1972 opnam. Op het eerste gehoor klinkt het als (Amerikaans) Engels, maar in werkelijkheid is het onzin en betekenen de woorden niets, wat ook wel het geval leek te zijn op het ESF.

Adriano Celentano wilde schrijven over de moeilijkheden van communiceren als je de taal niet begrijpt en tegelijkertijd had hij zoveel Amerikaanse muziek gehoord dat schrijven in het Engels bijna gemakkelijker was dan in het Italiaans.

De blonde dame die mee danst en zingt is de bekende Italiaanse danseres en presentatrice Raffaella Carrà. Zij zingt niet echt, maar playbackt wat Claudia Mori zingt. Claudia Mori was de vrouw van Celantano en platen-producente.

Prisencolinensinainciusol (heerlijk woord voor galgje) is in ieder geval erg aanstekelijk, het dansen is geweldig leuk en ik krijg het deuntje niet uit mijn hoofd.
Wat ik niet kan zeggen van de liedjes die ik op het Eurovisie Songfestival gehoord heb, daar is niets van blijven hangen.

maandag 25 mei 2015

Grijze zielen, Philippe Claudel

In 1917 komt het absolute kwaad naar het dorpje P. en een meisje van tien jaar wordt gewurgd. De moord schokt het dorp, hoewel dit niet de eerste of de enige tragedie was die ze hebben meegemaakt. De Eerste Wereldoorlog laat haar sporen na en enige maanden voor de moord heeft een jonge onderwijzeres zelfmoord gepleegd.

Toch is de moord op een kind ingrijpend, vooral omdat dit meisje, Belle, bij iedereen geliefd was. Ze werd Belle de Jour, Dagschone genoemd, naar de bloemetjes, omdat het zo’n schat van een kind was.

Een politieman vertelt het verhaal jaren na dato en verhaalt welke effecten het heeft gehad op de betrokkenen.
Zoals de aanklager van de rechtbank die altijd strak de wet volgde en als een machine de doodstraf eiste, maar die ook als een van de laatsten met het meisje gesproken heeft. Of de rechter die geen greintje medeleven heeft en de schuld geeft aan een paar deserteurs die toevallig in zijn handen vallen, op die manier is de zaak snel en netjes opgelost en heeft hij er geen last meer van. Dat hij hiervoor eerst iemand moet breken, is voor hem geen bezwaar.
En natuurlijk de politieagent zelf, voor wie de zaak leidt tot een persoonlijke tragedie.

Het verhaal springt door de tijd en je krijgt steeds meer informatie. Verbittering, verdriet en het verwerken van verlies spelen daarbij ook nog mee in hoe de mensen reageren en handelen.
Het wordt duidelijk dat de politieman niet blij is met de rol die hijzelf heeft gespeeld en de uitkomst van de zaak. Hij is bitter en boos over de manier waarop de rijken de dienst uitmaken en de armen niets in te brengen hebben.

Maar toch is het misschien niet allemaal zo duidelijk als je in het begint denkt en als je bij het einde komt wordt alles op zijn kop gezet. Alles wat je dacht te weten over de gang van zaken en over goed en kwaad wordt omgedraaid.
De slechten lijken nog niet zo slecht te zijn geweest en de goeden waren misschien niet zo goed. Zwart en wit wordt inderdaad grijs.

Heel knap weet Philippe Claudel hoe hij ons op het verkeerde spoor moet zetten, zodat je na het einde nog lang nadenkt over het verhaal en de implicaties van goed en kwaad. De manier waarop het verhaal is opgebouwd, het prachtige taalgebruik en de hoe de personages in al hun grijze facetten naar voren komen, laten zien dat Philippe Claudel een groot schrijver is, misschien wel één van de grootste.

HIER is de bespreking die Anna laatst van dit boek heeft gemaakt.

Originele Franse titel: Les âmes grises
Uitgegeven in 2003
Nederlandse uitgave 2004 door uitgeverij De bezige bij
Nederlandse vertaling: Manik Sarkar
Bladzijdes: 253

zondag 24 mei 2015

Citaat: Augustinus

Als we doen wat we moeten doen, hoeven we daar niet voor geprezen te worden. Het is namelijk gewoon onze plicht.
Augustinus (kerkvader, heilige 354-430)

donderdag 21 mei 2015

Het kwaad vergeet niet, Roberto Costantini

Eindelijk is hier het derde en laatste deel in de serie over commissaris Michele Ballistreri.

We hebben in de vorige boeken gezien dat hij is opgegroeid in Tripoli toen Libië nog een Italiaanse kolonie was, maar dat hij ook gebukt gaat onder de nooit opgeloste dood van zijn moeder. Boosheid, frustratie en geweld tekenden zijn leven en zijn baan als politie-inspecteur kon hem ook al niet zoveel schelen. Tot hij zijn leven wilde beteren na de mislukte zaak in 1982. We zagen een gelouterde Michele, die de fouten uit het verleden wilde herstellen.

De gebeurtenissen uit het vorige boek, de zaak van de Onzichtbare man hebben echter hun sporen achter gelaten. Michele ziet helemaal nergens de zin meer van in en wacht elke dag gewoon op zijn pensioen. Hij gaat wel naar kantoor, maar doet hier zo weinig mogelijk en probeert iedereen ervan te overtuigen dat ze bij hem niet hoeven aankloppen.

Als er een jonge vrouw en haar dochtertje op een cruiseschip vermoord worden, heeft hij dan ook absoluut geen belangstelling. Tot blijkt dat de zaak verbanden heeft met eerdere zaken en vooral, de dood van zijn moeder.
Michele duikt erin en laat zich door niets tegenhouden om nu eindelijk de waarheid boven water te krijgen.

Het kwaad vergeet niet is goed opgezet, het springt heen en weer in de tijd, tussen 1967, 1970 en 2011 en daardoor blijft het boeien en zakt het geen moment in. De zaken uit het vorige boek worden gelukkig een beetje herhaald, zodat je als lezer weer weet waar het ook al weer over ging, maar nu krijg je meer informatie of informatie vanuit een ander perspectief, waardoor het geen gemakzuchtige herhaling wordt maar juist meerwaarde heeft. 

Het karakter van Michele Balistreri is nu helemaal rond; iemand die eindelijk de antwoorden krijgt die hij zijn hele leven heeft gezocht en nu weer verder moet zien te gaan. Ook moet hij in het reine zien te komen met de jongeman die hij is geweest en de dingen die hij heeft gedaan. Michele Balistreri is geen goede man, maar zeker geen slechte man en hopelijk heeft hij nu weer iets dat voor hem de moeite waard is.

Heel knap wordt ook de geschiedenis van Libië en de actualiteit erbij gehaald en vervlochten in het verhaal, zodat de personages nog meer diepgang krijgen.
Dat de uiteindelijke ontknoping van wie wie was behoorlijk vergezocht was (niet die in Libië, maar in de VS), vergeef ik Roberto Costantini dan ook, het is het enige minpunt in dit boek.

Ik vond het zelf leuk dat ik, dankzij Agatha Christie, al bijna doorhad hoe de vork wat de moord betreft in de steel zat, maar ik zal hier niet verder verklappen welk element mij op het spoor zette.

Het kwaad vergeet niet is wat mij betreft een waardige afsluiting van een bijzondere en goede trilogie.

De vorige boeken: 
Jij bent het kwaad (HIER)
De wortels van het kwaad (HIER)

Originele Italiaanse titel: Il male non dimentica
Uitgegeven in 2014
Nederlandse uitgave 2015 door uitgeverij Wereldbibliotheek
Nederlandse vertaling: Miriam Bunnik en Mara Schepers

woensdag 20 mei 2015

Mooie herinneringen

De mooie herinneringen die je opdoet als je op vakantie gaat, wil je graag bij je houden. In de loop van de jaren vervagen bepaalde details en weet je niet meer precies waar je wat hebt gezien of gedaan. Foto’s helpen je om de herinneringen vast te houden en ook de souvenirs die je meeneemt.

Ik vind het tenminste altijd leuk om iets speciaals mee te nemen van de plek waar ik geweest ben. Uit Rome heb ik een aantal malen een beestje van travertijn (veel voorkomende steensoort in Rome) meegenomen en dat begon al een aardige traditie te worden, totdat de winkel die diertjes uit de productie nam. Daar ben ik nog altijd niet helemaal overheen, maar helaas, het is niet anders. 

Ook heb ik uit verschillende steden tekeningen of schetsen meegenomen die ik bij die kunstenaars koop die je overal op straathoeken en pleinen ziet staan met zo’n klaptafel. Deze tekeningen hangen boven de eettafel en elke keer als ik daar ben, geniet ik van wat ik zie. 

Uit Florence heb ik wat geijkte dingen meegenomen zoals een zijden sjaal, een mooie tas (heel mooi, van groen leer) en een handgemaakt boekje. Er zijn echter twee dingen die ik heel bijzonder vind en die wil ik graag met jullie delen.

Uit het Natuur historisch museum, dat ik echt heel leuk vond, heb ik dit enige schatkistje meegenomen. Het is volgens mij gemaakt van schelp (denk ik?) en binnenin zitten kleine schelpjes. Hoe ik dit kistje helemaal heel en onbeschadigd terug naar huis heb gekregen, is me nog steeds een raadsel, maar het staat nu in mijn boekenkast. Juist omdat het iets is dat niet iedereen meeneemt uit Florence, vind ik het heel erg leuk.


Uit het Museum van de San Marco heb ik iets meegenomen dat ik heel bijzonder vind. Dit is een reproductie van een tekening van Rafael. Het is de Madonna met Kind. 

Ik vind het een prachtige tekening en nog mooier omdat het een tekening uit de Renaissance is, uit de stad waar de Renaissance begonnen is. Ik heb een lijst kunnen vinden die paste, er hoefde maar een stukje van de rand worden weggehaald. Nu staat deze tekening op de kast in de woonkamer en geniet ik er elke keer van als ik er naar kijk.
 Mooie herinneringen aan een fijne vakantie in een prachtige stad. 

maandag 18 mei 2015

Tot ziens daarboven, Pierre Lemaitre

In een oorlog hebben mensen verschillende ervaringen. De hele oorlog proberen de soldaten te overleven, maar soms gebeurt er iets waardoor ze uiteindelijk liever zouden sterven.

Albert Maillard en Édouard Péricourt zijn de hele oorlog zonder kleerscheuren doorgekomen, maar bij de laatste Franse aanval op een van de Duitse stelling eind 1918 raakt Albert levend begraven en Édouard gewond in zijn gezicht door een granaatscherf.

De twee zijn nu tegen wil en dank aan elkaar verbonden en gemakkelijk is dit niet.

Albert was voor de oorlog al niet zo’n snelle denker en geneigd tot piekeren, maar de posttraumatische stress verergerde dit alleen maar.

Na het afzwaaien probeert Albert te overleven met allerlei kleine baantjes die weinig opleveren, terwijl Édouard verzorging nodig heeft en verslaafd is geraakt aan de morfine die hij eerst nodig had vanwege de pijn. Hun situatie wordt steeds nijpender.

Degene die dit allemaal veroorzaakt heeft is Henri D’Aulney-Pradelle, die alleen maar nog een snelle promotie wilde voordat de oorlog eindigde en dus een aanval nodig had waarbij hij een held kon zijn. Het was voor hem geen probleem om daarvoor zelf wat te regelen.
Ook na de oorlog gaat het hem goed en weet hij grof geld te verdienen met contracten om de vele doden die er her en der bij verschillende slagvelden liggen over te brengen naar militaire begraafplaatsen waar het de bedoeling is dat ze met eer worden herbegraven.  

Édouard verzint ondertussen een plan waar hij al zijn creativiteit in kwijt kan, en waarmee hij de oneerlijke situatie weer een beetje recht wil trekken. Het kost enige tijd om Albert te overtuigen, maar dan kunnen ze beginnen met een grootscheepse poging tot oplichting.

Toen de oorlog voorbij was en de soldaten werden gedemobiliseerd, bleek dat er voor de mannen die terugkeerden eigenlijk geen plek was. Van de doden kon men tenminste nog zeggen dat ze helden waren, maar de levenden die terugkeerden met hun verwondingen en hun trauma’s en die weer banen nodig hadden, waren eigenlijk alleen maar lastig. Bij het afzwaaien kregen ze tweeënvijftig franc mee en daar moesten ze het maar mee zien te redden. Nazorg en vooral begrip was vaak ver te zoeken.

Deze cultus om de doden te vereren kwam op een hoogtepunt net na de Eerste Wereldoorlog. Elk dorp en elk arrondissement wilde een eigen monument om de Glorieuze Doden van het Vaderland te eren. Alle verdriet en alle rouw werd gestopt in het uitvoeren van herbegrafenissen, het oprichten van monumenten en het organiseren van herdenkingen en rituelen.
Voor de (over)levenden was hierin weinig plek.

Pierre Lemaitre heeft eerder verschillende thrillers geschreven waar hij veel bekendheid mee heeft gekregen.
Tot ziens daarboven is een compleet ander genre, hoewel de vlotheid van vertellen overeind blijft, het is een verhaal dat je vanaf het begin vastgrijpt en niet meer loslaat tot de laatste bladzijde.

De gruwelijke, rauwe gebeurtenissen aan het front worden treffend en levensecht beschreven, de ervaringen van Albert die begraven is in die granaattrechter en daar alleen een verrot paardenhoofd als gezelschap heeft, blijven je bij. Zijn moeilijkheden om na de demobilisatie weer te wennen aan het normale leven zijn volkomen begrijpelijk. Zijn vriendschap met Édouard maakt dit niet altijd gemakkelijk. Diens vreselijke verwondingen zijn een blijvende herinnering aan de verschrikkingen van de oorlog, maar leveren op een vreemde manier tegelijkertijd bijna komische situaties op. Zeker gezien de fratsen die Édouard soms uithaalt.

Henri D’Aubery-Pardelle is een vreselijke opportunistische klootzak, waarvan je het grootste deel van de tijd hoopt dat hij nog een gruwelijke dood zal sterven of iets dergelijks. Even lijkt hij te gaan winnen, maar het einde van Tot ziens daarboven is in alle opzichten bevredigend. Het loopt niet voor iedereen goed af, zelfs niet voor onze helden, maar waarschijnlijk wel op de beste manier.

Zelfs al ben je een beetje klaar met boeken die zich afspelen in de Eerste Wereldoorlog, dan nog is Tot ziens daarboven een boek dat je zou moeten lezen. Aanrader.

Originele Franse titel: Au revour là-haute
Uitgegeven in 2013
Nederlandse uitgave 2014 door uitgeverij Xander
Nederlandse vertaling: Liesbeth van Nes
Bladzijdes: 475

zondag 17 mei 2015

Citaat; Mark Twain

God heeft Italië gecreëerd naar de ontwerpen van Michaelangelo.
Mark Twain (Amerikaanse schrijver 1835-1910)

zaterdag 16 mei 2015

Florence en Stendhal

Kunst, goede kunst, kan een mens raken en overweldigen en tot het diepst emotioneren. Iedereen heeft waarschijnlijk wel eens meegemaakt dat een muziekstuk je tot tranen heeft bewogen of dat je helemaal stil werd van een mooi schilderij of een beeld.

Medaillons van Della Robbia bij Ospedale degli Innocenti

Op een plek waar zoveel kunstschatten zijn als Florence, is het als toerist helemaal gemakkelijk om geraakt te worden door alles wat je om je heen ziet.
De 19e eeuwse Franse schrijver Stendhal beschreef dat hij zich tijdens zijn bezoek aan Florence duizelig had gevoeld, bijna was flauwgevallen en hartkloppingen had gekregen van al het moois om hem heen.

Hij was niet de enige, naar verluidt worden elk jaar tientallen toeristen opgenomen op de eerste hulp van de ziekenhuizen van Florence met soortgelijke symptomen, zoals flauwvallen in het Uffizi museum.
Madonna con Bambino van Botticelli
Psychiater Graziella Magherini heeft hier in de jaren ’70 een boek over geschreven en dit verschijnsel het Stendhalsyndroom genoemd. Anderen betwijfelen weer of dit wel echt bestaat, maar mij persoonlijk lijkt het niet vreemd dat Florence in staat is om mensen van hun stuk te brengen.

Florence, een stad waar mensen soms een beetje gek van kunnen worden. Gelukkig is het maar tijdelijk, de meeste mensen die lijden aan het syndroom van Stendhall komen tot rust en kunnen daarna weer verder zonder verdere nawerkingen.

In het Uffizi merkte ik trouwens dat ze op regelmatige plekken bankjes hadden neergezet op een plek waar geen enkel kunstwerk te zien was, alleen grijze muren. Een heel goed idee om op die manier de mensen even tot rust te laten komen na al die overweldigende schoonheid en kunstschatten. 

vrijdag 15 mei 2015

Vijf op vrijdag: Foto's van Florence

Uffizi
Het tuintje van de San Marco

Overal kun je dit soort kleine verassingen zien
Ponte Vecchio. De enige brug die niet is opgeblazen tijdens WOII

Rust in de kruisgangen van de Santa Croce

donderdag 14 mei 2015

De koepel van Brunelleschi, Ross King

In 1296 werd in Florence de eerste steen gelegd voor de nieuwe kathedraal. Een kathedraal die de rijkdom en groeiende macht van de stad zou weerspiegelen. Volgens de plannen zou deze kathedraal bekroond moeten worden met een grote koepel, de grootste die er tot dan toe gebouwd was. 

Er was echter een klein probleem, men had geen idee hoe zo’n koepel gebouwd zou moeten worden. Maar de opdrachtgevers hoopten, vol ontroerend godsvertrouwen, dat God tegen de tijd dat men aan de koepel toe was wel bouwmeesters zou verschaffen die dit probleem konden oplossen.

In 1418 was het zover en er werd een wedstrijd uitgeschreven waarin bouwmeesters en anderen hun plannen voor een koepel konden indienen.
Uiteindelijk zou het ontwerp van goudsmid Filippo Brunelleschi worden gekozen. Een gewaagd ontwerp had hij gemaakt, voor een koepel zonder luchtbogen. Of het zou werken was nog maar te bezien, maar vol vertrouwen begon men eraan. 

In de bijna veertig jaar hierna zou Brunelleschi de belangrijkste betrokkene zijn voor dit grote project.
En een groot project was het, vier miljoen bakstenen zijn er gebruikt en tientallen houten palen en alle stenen en alle palen moesten met de hand worden gemaakt. Bouwen aan een kathedraal was in die tijd daadwerkelijk bouwen voor de eeuwigheid.

Filippo Brunelleschi heeft nog mogen meemaken dat de koepel voltooid was en de kathedraal in 1446 gewijd werd. Enkele maanden daarna stierf hij en hij werd als eerste begraven binnen in de kathedraal zelf. Nog nooit eerder had een architect zoveel eer gekregen, maar Brunelleschi heeft dan ook iets voor elkaar gekregen dat voor of na hem geen enkele andere architect is gelukt.

Brunelleschi had geen enkel voorbeeld en moest alles zelf uitwerken. Hij moest nieuwe machines uitvinden om de stenen en ander materiaal naar boven te krijgen en nieuwe manieren bedenken om de juiste helling van de hoeken te berekenen.

Ook moest hij met oplossingen komen om te voorkomen dat de koepel nog tijdens het bouwen zou instorten. Hij wilde namelijk geen houten ondersteuning gebruiken, zoals in die tijd gebruikelijk was, maar het anders aanpakken. Hoe hij het precies voor elkaar heeft gekregen, weten we niet. Brunelleschi was zeer wantrouwend en schreef bijna niets op.
Maar hij heeft het voor elkaar gekregen. De koepel van de Santa Maria del Fiore in Florence is daadwerkelijk de grootste koepel die gebouwd is en nog altijd domineert ze het stadsbeeld van Florence en haar omgeving.

Ieder die naar Florence gaat, bezoekt de Dom en voor ieder die er meer over wil weten is er het heerlijke boek De koepel van Brunelleschi van Ross King. Vol sappige anecdotes over de werklieden, Brunelleschi en zijn voorliefde voor practical jokes, de manier van werken in Florence en de concurrentiestrijd tussen de verschillende bouwmeesters. Daarbij wordt, zelfs voor een technische leek als ik, duidelijk uitgelegd hoe sommige bouwtechnische zaken werken, de moeilijkheden waar Brunelleschi zich voor gesteld zag en de geniale oplossingen die hij bedacht.
Razend interessant en superleuk, zeker als je Florence kent of meer over de geschiedenis wil weten.

Oorspronkelijke titel: Brunelleschi’s Dome
Uitgegeven in 2000
Nederlandse uitgave 2007 door uitgeverij De bezige bij
Nederlandse vertaling: Ronald Jonkers
Bladzijdes: 202

woensdag 13 mei 2015

Wat te doen in Florence

Alleen al gewoon rondlopen in Florence is ontzettend leuk, want op elke straathoek is er wel iets moois te zien. Van de draaimolen op het Piazza della Repubblica tot de marktkraampjes in de Mercato Centrale. Sommige stukken, zoals de Ponte Vecchio zijn vergeven van de toeristen, waardoor je hier beter heel vroeg in de ochtend kunt komen, dan heb je nog de kans om iets van de brug te zien.
Florence is niet bepaald een grote stad en in het centrum is alles goed af te lopen.
Dus, waar kun je allemaal naar toe?

Kerken:
San Lorenzo
Van de buitenkant ziet het er een beetje vreemd uit, alsof het niet helemaal af is, maar de binnenkant is mooi. Dit was de kerk van de Medici’s en bij deze kerk vind je dan ook de Medici kapellen en de bibliotheek die door Michelangelo ontworpen is.


Santa Maria Novella
Zeer grote kerk bij het station. Toegangsprijs is 5 euro, maar hiervoor heb je niet alleen de kerk, maar ook het museum erachter met oa prachtige liturgische gewaden, de kloostergang en dit alles is zeker de moeite waard.

Santa Croce
Gigantische franciscaner kerk, waar bijna alle beroemde Florentijnen begraven zijn, zoals Dante, Michelangelo, Machiavelli, Rossini en nog een paar. Het museum, de Pazzi kapel (nu helaas in restauratie), en de kruisgangen zijn bijzonder mooi. Toegang 6 euro.


San Marco
Prachtige Dominicaner kerk met een bijzonder mooi interieur. Zeer de moeite waard.

San Miniato al Monte
Het is een klim, maar die is het wel waard. Mooie oude kerk met fresco’s en vanaf het voorplein een prachtig uitzicht over de stad.

Santo Spirito
Kerkje in Altrarno. Schattig, maar met een heel gek baldakijn over het altaar dat niet helemaal lijkt te passen.

Tuinen
Bardini tuinen
Onderdeel van het Bardini museum. Jarenlang is de tuin verwaarloosd, maar de laatste tijd zijn ze bezig met opknappen. Op zondag is de toegang voor de tuin gratis. Je kunt hier wandelen, genieten van de tuin én het uitzicht. 

Botanische tuinen; Giardini dei Semplici
Toegang 3 euro. Nu onderdeel van de universiteit. De tuin is opgezet in 1545 en hier werden de planten gekweekt die nodig waren voor de apothekers. Nu zijn er ook andere planten te bewonderen. Een kleine oase in de stad. 


Musea
Archeologisch museum
Mooie collectie Etruskische vazen, beelden en andere voorwerpen, maar ook bronzen beeldjes, sierraden, beelden en gebruiksvoorwerpen uit de Romeinse, Griekse en Egyptische tijd.
De mooie tuin is helaas verboden gebied, zoals ik ontdekte toen ik het waagde er een voet in te zetten.
Toegang 4 euro.

Natuur historisch museum: Museo la Specola
Fantastische ouderwets natuur historisch museum met (bijna) alle vormen van leven op aarde. Sponzen, insecten, vlinders, zoogdieren, vogels, vissen, reptielen, noem het maar op. Glazen vitrines langs de muren die vol staan met alle opgezette dieren. Het grootste deel van de collectie stamt uit de 19e eeuw en de dieren zijn toen ook opgezet, wat deel uit maakt van de charme.
Toegang 6 euro

Ospedale degli Innocenti
Het rijke gilde van de wolwevers kreeg in de 15 eeuw de opdracht een hospitaal te bouwen voor de vondelingen, zodat zij opgevangen zouden worden en een opleiding konden krijgen. Dit was het eerste weeshuis in Europa.
Op dit moment zijn ze hier bezig met verbouwen om een nieuw museum te maken over 600 jaar kindertijd, dus het museum is maar gedeeltelijk toegankelijk. De binnenplaats die ontworpen is door Brunelleschi is wel te bezoeken en die is bijzonder mooi.


Uffizi
Als je hier naar toe wilt, zorg dan dat je van te voren hebt gereserveerd. Dit kan via internet en het scheelt je urenlang in de rij staan.
Hier zijn werken te vinden van Botticelli, Rafael, Tintoretto, Caravaggio, Leonardo da Vinci, Michelangelo, Titiaan, Bellini en nog vele, vele anderen. Ook wat Hollandse en Vlaamse meesters hangen hier en ik had het geluk een speciale tentoonstelling te kunnen zien met werken van Gerrit van Honthorst.
Het is een mooi en overzichtelijk  museum, ondanks de grootte.

San Marco
Naast de kerk van San Marco is het museum, gevestigd in het klooster. Hier kun je de cellen van de monniken zien, met de magnifieke fresco’s van Fra’ Angelico. In het scriptorium is een tentoonstelling van middeleeuwse manuscripten te bewonderen.
Absoute aanrader.
Toegang 4 euro 

Eten
Restaurants genoeg in Florence en de meeste bieden verschillende soorten gerechten aan en ook menu’s voor verschillende prijzen.
Ik heb bijna elke avond lekker gegeten, zoals meestal in Italie J,  maar deze restaurantjes kan ik echt aanbevelen.

Trattoria il Porcospino (achter de San Lorenzo)
Eerst bruscetta met tomaat en daarna ravioli met peccorino en peer. Die was  verrukkelijk, echt een gerecht dat je langzaam eet om er lang van te kunnen genieten.

Giannino in San Lorenzo (straatje voor de San Lorenzo)
Ik had hier een dagmenu voor 15 euro met penne met saucijs en courgette en daarna vlees met gebakken aardappeltjes. Allebei heerlijk en het waren niet bepaald kleine porties.

Speciale vermelding:
Caffe Belvedere (in de Bardini tuinen)
Niet bepaald een uitgebreide kaart, een paar broodjes en wat drinken, maar wel een heerlijke rustige plek met prachtig uitzicht over de stad. Een aanrader om hier te lunchen of een kop koffie te drinken.

dinsdag 12 mei 2015

Florence in de film

Florence is een dankbare achtergrond voor veel films die zich (gedeeltelijk) in deze stad afspelen. Hier een verre van volledig lijstje, maar wel vier films waar Florence goed in naar voren komt. 

Een kamer met een prachtig uitzicht.
A room with a view (1985)
Deze kan in een rijtje met films over Florence natuurlijk niet ontbreken. Lucy Honeychuch gaat met haar chaperonne naar Florence, maar in het hotel is ze teleurgesteld als ze geen uitzicht heeft op de rivier de Arno vanuit haar kamer. De Engelse George Emerson en zijn vader zijn ook in Florence en zij bieden meteen aan om te ruilen. Als je voor het eerst in Florence bent, moet je een raam met uitzicht hebben, vinden ze.

Tegen wil en dank raken de Emersons en Lucy steeds meer bij elkaar betrokken maar welke gevolgen heeft dit als Lucy weer in Engeland is bij haar verloofde?

Mooi kostuumdrama gebaseerd op een roman van E.M. Forster. De beelden van Florence zijn heel mooi als Lucy en haar chaperonne als toeristen met hun gidsje in de hand alle belangrijke plekken bezoeken.
Helena Bonham-Carter, Maggie Smith en Denholm Eliott zijn ook altijd fijn om naar te kijken.

Tea with Mussolini (1999)
In deze charmante film draait het om een groep Engelse dames van gegoede komaf die in 1935 in Florence zijn neergestreken om te genieten van de kunstschatten van de Renaissance. Een van hen neemt de halfwees Luca onder haar hoede, want zijn vader wil dat hij een echte Engelse opvoeding krijgt. 

Als de oorlog uitbreekt moeten ze onderdak krijgen, terwijl ze zich ondertussen zorgen maken over de kunstschatten die beschermd moeten worden en het lot van één van hen. 

Actrices als Maggie Smith, Judi Dench, Joan Plowright, maar ook Cher als de rijke Amerikaanse wier lot verbonden is met de Engelse dames zijn op hun best in deze fijne film onder regie van Franco Zeffirelli.
  
Hannibal Lecter met op de achtergrond de Ponte Vecchio
Hannibal (2001)
Dit was de opvolger van Silence of the lambs, waarin Hannibal Lecter ontsnapt uit zijn gevangenis en naar Italie vertrekt. Hannibal Lecter is een ontwikkeld man en is goed op de hoogte van de geschiedenis van Florence en spreekt uitstekend Italiaans. Hij weet een positie te krijgen als curator in een museum en geniet van al het moois dat de stad hem te bieden heeft. Maar als een corrupte politieagent door krijgt wie hij is en hem wil overdragen aan een vijand, moet Hannibal ingrijpen. Dit doet hij door de politieman dezelfde straf te laten ondergaan als zijn voorouders die ooit in opstand kwamen tegen de Medici’s. (ik zal hier niet in details treden, maar het was onaangenaam)

Mooie beelden van Florence, de enige goede reden om deze film te bekijken, hoewel het op zich geen slechte thriller is.
Anthony Hopkins speelde Lecter en Giancarlo Giannini de politieagent.

Matteo en Nicola zien elkaar in de puinhoop die Florence
op dat moment is. 
La meglio gioventú (2003)
In deze prachtige Italiaanse serie komt Florence even voor, maar het is wel een heel mooi stuk. De broers Nicola (Luigi lo Cascio) en Matteo (Alessio Boni) zijn verschillende richtingen opgegaan, Nicola studeert en Matteo is in het leger gegaan. Als in 1966 Florence overstroomt, gaat Matteo er met zijn eenheid naar toe om te helpen en komt hij Nicola weer tegen die er als vrijwilliger is.

Deze overstroming is een belangrijk moment in de moderne geschiedenis van Florence, want het was lang geleden dat de rivier de Arno zo hoog kwam en alles moest eraan gedaan worden om de vele kunstschatten te beschermen. Vanuit heel Italie kwamen er vrijwilligers en mensen werkten zij aan zij om te helpen. Prachtig moment en in de serie ontroerend omdat de beide broers elkaar weer terug zien. 

maandag 11 mei 2015

Florence en de Medici's

Florence werd in de Romeinse tijd gesticht aan de rivier de Arno. Deze rivier zou van levensbelang worden voor de stad. Het leverde voedsel, drinkwater, een verbinding voor de handel en de kracht om de molens waar wol werd gekaard rond te laten gaan. De stad zou uitgroeien tot een machtige stad die een belangrijke rol zou spelen in de geschiedenis van Italië, Europa en de wereld. 

Dit is de stad waar de Renaissance begon, waar de prachtigste kunstwerken werden gemaakt en waar op een nieuwe manier naar het leven en de maatschappij werd gekeken.

Er is geen familie zo verbonden met het lot en de geschiedenis van Florence als de familie De Medici. Handelaren die overgingen op bankieren en op die manier het geld verdienden om zichzelf een steeds machtigere positie te geven binnen de stad, zodat zij bijna synoniem werden met het bestuur.

Politiek was ingewikkeld in Italië. Allerlei steden en staten die constant in staat van oorlog met elkaar waren, of juist een bondgenootschap vormden. Het lastige was dat dit nooit statisch was; een bondgenootschap de ene maand hoefde een oorlog met dezelfde stad de maand erop niet in de weg te staan. Dan werden er legers en generaals ingehuurd om de oorlog voor hen uit te vechten, of dit nu tegen Milaan, tegen Siena of tegen de Fransen was.

Palazzo Vecchio
Politiek in Florence was zo mogelijk nog ingewikkelder. Het was een republiek, met een bestuur van negen mannen dat regelmatig wisselde, om de twee maanden. De namen van de mannen die gekozen konden worden, werden in een leren tas gedaan en willekeurig getrokken. Op deze manier kon iedereen die invloed had wel een keer regeren, en de korte duur voorkwam dat iemand daadwerkelijk de macht greep.
Deze Signoria werd bijgestaan door colleges raden die voor vier maanden gekozen werden die de wetten en besluiten konden goedkeuren. Als men er helemaal niet uitkwam, kon zelfs een parlement bijeengeroepen worden.

Bankzaken waren in deze tijd waarschijnlijk het aller-ingewikkeldst.
Rente mocht eigenlijk niet geheven worden, want dit was woeker, maar banken moesten toch ergens van bestaan. Rente werd dan ook omschreven als ‘een gift’.
Het probleem was dat bankiers eigenlijk niets deden om hun geld te verdienen, ze verdienden aan het harde werk van anderen en dit druiste in tegen het Middeleeuwse wereldbeeld en werd door veel mensen en de kerk veroordeeld. Toch was er geen kruid tegen gewassen, bankiers zouden zich steeds meer over Europa verspreiden en soms een beslissende rol spelen in de gang van zaken.

Meesters in het spel van informatie verzamelen, geld verdienen en de juiste mensen steunen (zoals een paus) waren de Medici’s. Oorspronkelijk waren zij waarschijnlijk een familie van artsen geweest, maar langzamerhand ging men in de handel, het bankwezen en de politiek. Zij beheersten het ingewikkelde politieke spel in Florence bijzonder goed en wisten hoe ze zich van de steun van de stadsbevolking konden verzekeren.
Het wapen van de Medici's is overal in Florence te vinden
Om op goede voet met iedereen en vooral met God te blijven, schonken de Medici’s veel geld dat ze niet hadden mogen verdienen (woeker) aan kunstenaars om prachtige werken te creëren. Cosimo de oudere was bovendien heel verstandig door veel aan liefdadigheid te doen en zelf een weinig opvallend leven te leiden.
Ook buiten Florence werden de Medici’s belangrijk, zo trouwde in 1533 Catharine de Medici met de Franse koning Hendrik II en wist de familie ook twee pausen te leveren.

Uiteindelijk zou de rol van de Medici’s in Florence grotendeels uitgespeeld raken. In 1743 stierf de laatste telg van de familie, Anna Maria. Zij had bepaald dat de grote kunstcollectie van haar familie, met bijvoorbeeld alle beroemde Renaissance werken, de paleizen en de bibliotheken voortaan aan de stad Florence en haar bevolking toebehoorden.

Meer informatie over de geschiedenis van Florence en de Medici’s is te vinden in deze uitstekende boeken:
  • The rise and fall of the house of Medici van Christopher Hibbert (uitgegeven in 1974)
  • Het Medici geld van Tim Parks, uitgegeven in 2005, Nederlandse uitgave in 2007 door uitgeverij De arbeiderspers.
  • Florence, David Leavitt, uitgegeven in 2002, Nederlandse uitgave 2003 uitgeverij Atlas

zondag 10 mei 2015

Citaat: Orson Welles

In Italië hadden ze in de dertig jaar dat de Borgia's regeerden oorlog, moord en bloedvergieten, maar in dezelfde tijd hadden ze ook Michaelangelo, Leonardo da Vinci en de Renaissance.
In Zwitserland hebben ze vijfhonderd jaar broederliefde, vrede en democratie gehad en alles wat zij hebben geproduceerd is de koekoeksklok.
Detail van La Primavera van Botticelli
Orson Welles (Amerikaanse filmregisseur 1915-1985)

zaterdag 9 mei 2015

Aankondiging: Florence week

Afgelopen week heb ik het genoegen gehad om in een van de mooiste steden ter wereld te mogen zijn; Florence. Geen stad is rijker in kunstschatten en de geschiedenis van de Renaissance is overal te zien.
Ik heb veel gezien, leuke dingen gedaan en heerlijk gegeten, en daar wil ik jullie een beetje van mee laten genieten.
Kortom, komende week is het Florence week, met elke dag een artikel over iets dat met deze prachtige stad te maken heeft.

donderdag 7 mei 2015

Wat behouden blijft, Wallace Stegner

Soms pak ik een onbekend boek op in de boekhandel omdat die me ‘wel mooi’ lijkt. Dat idee is dan gebaseerd op de cover, de beschrijving op de achterkant of de eerste bladzijde. Als ik het boek meeneem en lees word ik soms teleurgesteld, maar niet vaak. Vaker gebeurt het me dat ik tot de conclusie kom dat ik prachtig boek heb gelezen en een nieuwe schrijver heb ontdekt.

Zo ging het ook met Wat behouden blijft van Wallace Stegner. Ik moet eerlijk bekennen dat ik nog nooit van deze schrijver had gehoord, terwijl hij in Amerika tot de literaire top schijnt te behoren en meerdere prijswinnende romans heeft gepubliceerd.

Wat behouden blijft is het verhaal van twee echtparen die elkaar in 1937 leren kennen.
Het boek begint in 1972, als Larry en Sally Morgan na een aantal jaren weer op bezoek zijn bij Sid en Charity Lang in hun zomerhuis in Vermont en Larry terugkijkt op hun vriendschap.

Larry en Sally raakten met Sid en Charity bevriend in Madison, Wisconsin, waar Larry een baantje had gekregen als docent aan de kleine universiteit waar Sid ook werkt. De Great Depression was nog niet bepaald over en Larry en Sally hadden moeite de eindjes aan elkaar te knopen, vooral omdat Sally zwanger was. Ze mochten dan ook blij zijn met deze tijdelijke aanstelling, vooral omdat ze beiden geen geld van zichzelf hadden.

Charity en Sid Lang hadden een heel andere achtergrond, hij kwam van een rijke industriële familie, zij van oud geld uit New-England. Toch is er meteen een connectie tussen de beide echtparen, groeit er een vriendschap die jarenlang stand zal houden. Sid en Larry mogen elkaar graag, zoals ook Charity en Sally bijna meteen vriendinnen worden. Dat ook Charity zwanger is en rond dezelfde tijd als Sally is uitgerekend helpt hier ook in mee.
Heel mooi weet Wallace Stegner de opbloeiende vriendschap te beschrijven en de dynamiek tussen de vier personen en de twee huwelijken.
Charity is een drijvende kracht, een dominante persoonlijkheid. Zij weet wat goed is voor iedereen en zorgt ervoor dat iedereen exact doet wat zij wil. Sid zou veel liever gedichten schrijven en een beetje rondrommelen, maar zijn vrouw heeft andere plannen.

De relatie tussen Larry en Sally steekt anders in elkaar, maar zij zullen juist moeten leren omgaan met wat er voor hen gaat veranderen. 

Het zou gemakkelijk zijn een hekel aan Charity te hebben, als ze niet tegelijkertijd zo genereus en ontzettend aardig was. Toch wordt mooi zichtbaar hoe verstikkend goed-bedoelende en dominante liefde kan zijn, hoewel Sid zich aan de andere kant maar al te graag laat overheersen.

Het zijn de menselijke verhoudingen die in deze roman belangrijk zijn. Wallace Stegner is er zeer goed in om in een paar woorden, een of twee scenes een hele gebeurtenis duidelijk te maken.
Een kleine vergelijking met John Williams is misschien op zijn plaats, een vergelijkbare stijl van schrijven waarin geen overbodige uitleg zit en geen grootste dramatische wendingen. In plaats daarvan gewone scènes en gebeurtenissen uit het leven, beschreven in subtiele en heldere zinnen die boeiend blijven tot de laatste bladzijde.
Erg mooi.

Oorspronkelijke titel: Crossing to safety
Uitgegeven in 1987
Nederlandse uitgave 2015 door uitgeverij Lebowksi
Nederlandse vertaling: Edzard Krol
Bladzijdes: 404

woensdag 6 mei 2015

Dit en dat, mei 2015

Goedkope boeken
Weinig dingen zijn zo leuk of geven zoveel voldoening als nieuwe boeken. Thuiskomen van de boekhandel met een nieuwe schat is fijn, maar regelmatig kom ik ook terug uit de kringloopwinkel met een nieuwe aanwinst. Hier is soms ook heel wat te vinden, als je de tijd wil nemen er even goed tussen te kijken.
De afgelopen weken had ik geluk met een aantal boeken.

Ten eerste is er een nieuwe uitgave van De krimoorlog van Orlando Figes. Dit boek wilde ik al een tijdje hebben, maar de prijs van 39 euro nogwat voor de gebonden versie vond ik een beetje teveel van het goede! Nu is er een pocketversie voor 10 euro, en natuurlijk heb ik die niet laten liggen.

Bij de kringloopwinkel heb ik nog een boek van Orlando Figes gevonden, Natasja’s dans. Gebonden versie en zo goed als nieuw, slechts 8.50 euro. Mijn afdeling Russische geschiedenis is dus weer een beetje uitgebreider geworden.
Bovendien vond ik bij de kringloopwinkel Het hongerig getij van Amitav Gosh voor slecht 1.50 euro. Dat zijn fijne dingen voor de mens. 
  
Florence
De afgelopen dagen heb ik genoten van een vakantie in Florence.
Ik was hier al een keer eerder, maar ik had er bijzonder veel zin in om weer te gaan en al het moois dat deze stad te bieden heeft te (her) ontdekken.

De vorige keer kon ik het Uffizi helaas niet bezoeken, maar deze keer wel. Ik had zelfs via internet mijn ticket al geboekt om te voorkomen dat ik lang in de rij moest staan. Lang leve internet wat dat betreft, wat is dat toch ongelofelijk handig.

Ik heb me al lang van te voren weer ingelezen en was al aan het bedenken waar ik allemaal naar toe wilde. Als alles goed gaat, kom ik vandaag weer thuis en zal ik jullie snel op de hoogte brengen van wat ik heb gezien en gedaan. 

Camera
Na zo’n acht jaar trouwe dienst heb ik eindelijk mijn digitale camera verruild voor een nieuwer exemplaar. Ik ben iemand die pas iets inruilt als er echt een reden voor is, en ik merkte de laatste tijd dat de camera minder goed werkte. Het was dus tijd voor een nieuwe.
Ik wilde een camera met iets meer mogelijkheden dan de oude, die slechts 3x zoom had en 7.1 megapixels en een geheugenkaart van 2Gb.
Ik wilde vooral een camera die handzaam was (lees: goed mee te nemen), praktisch en vooral: betaalbaar.
Uiteindelijk heb ik een Canon gevonden, die aan al mijn eisen voldoet en daarbij 18x zoom en 16 megapixels heeft en een geheugenkaart met 16Gb.

Ik merk het verschil meteen, zeker met een klein experimentje dat ik heb gedaan. Vanuit mijn studeerkamer heb ik een foto gemaakt van de planten op de vensterbank in de slaapkamer, aan de andere kant van mijn flatje. Foto 1 is gemaakt met de oude camera op maximale zoom en foto 2 met de nieuwe camera. Zie het verschil.


Grappig is dat ik mijn vorige digitale camera had gekocht toen ik voor het eerst naar Florence ging, dus ik vind het leuk dat deze nieuwe camera daar ook uitgeprobeerd zal worden.

De foto’s die ik maak zal ik ongetwijfeld hier delen in de komende tijd!

maandag 4 mei 2015

Rondom Tsjechov, Michail Tsjechov

Toen de familie van Anton Tsjechov naar Moskou verhuisde, bleef Anton achter om zijn school af te maken, maar daarna kwam hij ook naar Moskou om medicijnen te studeren.

Om geld te verdienen begon hij met het schrijven van verhalen voor de verschillende tijdschriften die er op dat moment waren. Sommigen daarvan waren nieuw en verschenen slechts enkele keren voordat ze weer ten onder gingen, maar andere tijdschriften waren gerenommeerde bladen die de verhalen wilden publiceren.

Het verhalen schrijven ging Anton steeds beter af en allerlei voorvallen die hij meemaakte en mensen die hij ontmoette, vonden hun weg naar zijn verhalen.

Anton Tsjechov twijfelde of hij moest kiezen voor de literatuur of het moest houden bij medicijnen. Hij koos uiteindelijk voor het schrijven, maar stuurde niemand die hem om medische hulp kwam vragen vergeefs weg. Ondanks zijn eigen zwakke gezondheid (al in 1884 spuugde hij voor het eerst bloed op) heeft hij veel gedaan tijdens de grote cholera-epidemie, zelfs al was het rondreizen en ziekenbarakken opzetten eigenlijk teveel voor hem.

Anton hield van grappen maken, hij maakte zijn broers en zussen vaak aan het lachen en eigenlijk verloor hij zijn goede humeur bijna nooit.
Hij hield ook van dieren, de civetkat die hij meenam na een reis naar het oosten zette het hele huis op stelten, maar dat werd getolereerd. Ook hield hij hele conversaties met zijn takshondjes Broom en Kinine, als die ’s avonds met hun kopjes op zijn knie kwamen liggen en hem om de beurt antwoord gaven.

Dit soort anekdotes kennen we uit de eerste hand door de broer van Anton, Michail Tsjechov. Michail is vijf jaar jonger dan Anton en hij schreef verschillende boeken over zijn beroemde broer, waarvan Rondom Tsjechov in 1933 is verschenen.

Het is geen strikte biografie van Anton, maar vertelt vooral de herinneringen die Michail heeft. Daarbij wijdt hij soms ook ontzettend uit over anekdotes met buren of vrienden die niet direct betrekking hebben op Anton, of gebeurtenissen die voor hemzelf belangrijk zijn, maar niet echt meer vertellen over Anton.

Maar toch is dit boekje een heerlijke aanvulling op andere biografieën over Anton Tsjechov, omdat het zo persoonlijk is. Michail kende zijn broer al toen die nog jong was en heeft heel veel tijd met hem doorgebracht. Daardoor kan hij dingen vertellen die anderen niet weten, over zijn gewoontes, hoe hij de dag doorbracht, waarom Anton in 1890 naar Sachalin ging enzovoort.
Pas in de latere jaren is er minder contact omdat de broers niet meer bij elkaar wonen en dan weet Michail ook niet meer zoveel te vertellen. Zo hoorde hij pas na het huwelijk dat Anton getrouwd was en heeft hij Olga Knipper pas na de dood van Anton leren kennen.
Rondom Tjsechov is een bijzonde boekje en een heerlijke aanvulling op de Tsjechov-verzamling.

Oorspronkelijke Russische titel: Vokrug Tsjechova
Uitgegeven in 1933
Nederlandse uitgave 1988 door uitgeverij De Arbeiderspers (Privé-domein)
Nederlandse vertaling: Tom Eekman
Bladzijdes: 194

zondag 3 mei 2015

Citaat: Anton Tjechov

Vertel me niet dat de maan schijnt, maar laat me het licht zien dat weerspiegelt in de glasscherven.
Anton Tsjechov (Russisch arts en schrijver 1860-1904)
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...