maandag 29 juni 2015

Mrs. Hemingway, Naomi Wood

Ernest Hemingway was geen gemakkelijke man. Hij wilde de hoofdrol spelen en altijd op de voorgrond staan,
Hij was een man die eerst het ene wilde hebben, maar als hij dat had erachter kwam dat hij toch iets anders wilde. Dit gold zeker voor zijn huwelijken, zoals zijn vier echtgenotes hebben moeten ondervinden.

Het eerste huwelijk van Ernest Hemingway was met Hadley Richardson. Zij woonden samen in Parijs toen Ernest nog een beginnend schrijver was. Hun huwelijk is al eerder heel mooi beschreven in het boek Eerste liefde in Parijs van Paula McLain (HIER).

Ernest kreeg een verhouding met Pauline Pfeiffer, die Five genoemd werd. Een tijdlang was er een ongemakkelijke relatie tussen de drie, waarbij Hadley wist van de verhouding, maar hoopte dat het daarbij zou blijven. 
Uiteindelijk stemde ze toe in een echtscheiding en Ernest en Five trouwden.

Ze woonden in Key West, waar Five ervoor zorgde dat het huis perfect op orde was en Ernest niets tekort kwam. Helaas was dit niet voldoende om hem vast te houden en Ernest verliet Five voor de mooie, blonde, 28 jarige Martha Gellhorn. Zij gaf hem het avontuur waar hij weer naar op zoek was. Helaas voor Ernest gaf Martha meer om haar werk dan om hem en al snel groeiden ze uit elkaar.

Toen Martha Ernest vroeg om een echtscheiding, (zij was de enige vrouw die Ernest verliet in plaats van door hem verlaten te worden) had Ernest al een nieuwe liefde in de wacht staan, Mary Welsh, met wie hij tot zijn dood in 1961 getrouwd zou blijven.

Naomi Wood is er in geslaagd om alle vier de vrouwen hun eigen stem te geven. Ze vertelt het verhaal in vier delen, vertelt vanuit het gezichtspunt van Hadley, Five, Martha en Mary, elke keer als de ene relatie eindigt en de andere begint met flashbacks naar het verleden. Op deze manier kan ze de gebeurtenissen beschrijven vanuit het oogpunt van de oude relatie en de nieuwe echtgenote en daarmee een nieuwe dimensie toevoegen. Ze doet dit bijzonder knap en weet het eigen karakter van de vier vrouwen goed over te brengen. Daarmee worden ze levensecht en kun je je hun gevoelens en acties voorstellen en er begrip voor hebben.

Naomi Wood heeft zich gebaseerd op brieven en biografieën en door allerlei kleine details is goed te merken dat ze haar research naar de tijd en de personen goed heeft gedaan.

De grote vraag blijft echter waarom al deze vrouwen, intelligent, aardig en soms nog getrouwd met een andere man, voor Ernest Hemingway vielen. Was het de mythe die om hem heen hing, de man die hij voorgaf te zijn? Ik weet het nog altijd niet, maar fascinerend blijft het wel.

Mrs. Hemingway is een bijzonder goed geslaagde en mooi geschreven roman waar ik zeer van heb genoten.
(Dus dank aan Joke dat ze me heeft overgehaald dit toch te lezen, aangezien ik eerst twijfelde)

Oorspronkelijk uitgegeven in: 2014
Nu in het Nederlands vertaald als: Mevrouw Hemingway

zondag 28 juni 2015

Citaat: John Irving

Als je gelukkig genoeg bent om de manier van leven te vinden die je bevalt, moet je de moed zien te vinden om dat leven ook te leiden.
John Irving (Amerikaans schrijver 1942--)

donderdag 25 juni 2015

De dag van de uil, Leonardo Sciascia

Een man wordt neergeschoten, net voor hij in de bus wil stappen. Als de politie eraan komt, is er echter geen getuige meer aanwezig. Op Sicilië weet men wel beter dan in dit soort zaken betrokken te raken. De getuigen die niet op tijd weg konden glippen, hebben niets gezien en weten ook van niets.

De nieuwe kapitein van de carabinieri moet de zaak zien op te lossen. Hijzelf wordt niet echt vertrouwd, hij komt van het vasteland en bovendien was hij een partizaan tijdens de oorlog, dus waarschijnlijk is hij een halve communist. Toch weet de kapitein door zijn aanpak een heel eind te komen in het onderzoek, hij krijgt zelfs van een bekende informant twee namen. Helaas wordt de informant daarop neergeschoten. 

‘Ik zal u laten zien wat Diabella heeft opgeschreven een paar uur voor hij stierf’, en hij toonde een fotokopie van de brief.
Don Mariano pakte het blaadje en bekeek het.
'Wat vindt u ervan?’ vroeg de kapitein.
‘Niets’, zei Don Mariano terwijl hij hem de fotokopie teruggaf.
‘Niets?’
‘Echt helemaal niets.’
‘Lijkt het u geen beschuldiging?’
‘Een beschuldiging?’ vroeg Don Mariano verbaasd. ‘Mij lijkt het niets: een vel papier met mijn naam erop.’

Het verhoor komt steeds verder, al weten de betrokken zich er op allerlei manieren uit te kletsen. En ondanks het feit dat de kapitein achter de juiste feiten komt, zal een veroordeling nooit plaatsvinden, omdat hooggeplaatste mensen zich ermee gaan bemoeien er ervoor zorgen dat er alibi’s komen waar geen alibi was en getuigen erachter komen dat ze zich vergist hebben.

De kapitein stuit tegen een muur. De muur van onwetendheid, de muur van het niet willen vertellen en de weigering te erkennen dat de maffia bestaat.

De oorzaak hiervan, dacht de kapitein, is dat de familie het enig werkelijke bestaande instituut was in de beleving van de Siciliaan, maar meer in de zin van een gecompliceerde verbintenis, een juridisch contract, dan een natuurlijke gevoelsband. De familie is de Staat van de Siciliaan.

Dit boek van Leonardo Sciascia is verschenen in 1961. Als je een moderne serie kijkt als Squadra Antimaffia, dan besef je dat er eigenlijk nog vrij weinig veranderd is. Nog altijd heeft de maffia invloed op de bouwaanbestedingen, de handel en de politiek, en reiken de tentakels van de maffia ver, helemaal tot in Rome.

Leonardo Sciascia was zelf Siciliaan en hij wist welke invloed de maffia had. Aan het einde van zijn boek geeft hij in een nawoord aan dat hij dit verhaal niet in volledige vrijheid heeft kunnen schrijven en dat hij sommige personages en gebeurtenissen anders heeft beschreven dan hij eigenlijk zou hebben gewild.

De dag van de uil gaat weliswaar over een moord en de oplossing hiervan, maar het zou dit boek tekort doen door het alleen een thriller of een detective te noemen. De schrijfstijl, de dialogen maar vooral de overpeinzingen van de kapitein maken het tot een literair en vaak bijna filosofisch werk.

Oorspronkelijke titel: Il giorno della civetta
Oorspronkelijk uitgegeven in 1961
Nederlandse uitgave 2010 door Serena Libri in Amsterdam
Nederlandse vertaling: Linda Pennings
Bladzijdes: 142

woensdag 24 juni 2015

Home fires (2015-)

Ik heb al eens gezegd en ik zeg het nog maar eens, nergens maken ze zulke goede historische televisieseries als in Engeland. De combinatie van aandacht voor details, geweldige acteurs en goede verhalen is onweerstaanbaar.

Home fires begint in november 1939 in het dorp Great Paxton. De Tweede Wereldoorlog is net begonnen en men is onzeker over wat er zal gebeuren. In de uiterst Britse organisatie van de WI (Women’s Institute) is er onenigheid over de koers die ze willen volgen. 

De voorzitster Joyce Cameron wil de WI sluiten voor de duur van de oorlog, een aantal vrouwen onder leiding van Frances Barden wil het instituut juist open houden omdat een oorlog niet alleen voor de mannen die moeten vechten een strijd is, maar ook voor de vrouwen die achter blijven en het vuur aan het thuisfront brandend moeten houden.

We volgen in de zes afleveringen een aantal van de vrouwen en hun gezinnen en wat er gebeurt in deze eerste oorlogsmaanden. Vrouwen die alleen verder moeten als hun echtgenoten dienst nemen, of willen voorkomen dat hun zoon de oorlog in gaat.  
De WI verkoopt zelfgemaakte jam
Nieuwe regels voor de boerderijen die moeten voldoen aan de eisen van de oorlogsproductie, oorlogshuwelijken, het inleveren van metaal, ingekwartierde officieren, een gewetensbezwaarde postbode en de vraag waar een schuilkelder voor het hele dorp moet worden gebouwd, komen voorbij. Daarbij natuurlijk de onzekerheid en de angst voor wat er zal komen, terwijl niemand nog enig idee heeft van hoe lang het zal gaan duren. 
Een bombardement afwachten in de schuilkelder
Home fires is een mooie serie, waarin alle verschillende onderdelen van het leven in die tijd goed naar voren komt. De aandacht voor details in kleding en aankleding is zoals altijd heel erg mooi gedaan.

Ruth Gemmell (Waking the dead, Silent Witness), Samantha Bond (Downton Abbey) Clare Calbraith (Downton Abbey, Vera) en Fenella Woolgar (Cheerful weather for the wedding, Bright young things) zijn uitstekende actrices en dit zijn er nog maar een paar in een geweldige cast.
Bessen en bramen plukken
De focus in Home fires ligt op de vrouwen, maar de mannen en de verschillende rollen die zij hebben gespeeld worden zeker niet vergeten.
De serie is gebaseerd op het boek Jambusters van Julie Summers, over de rol die de WI heeft gespeeld tijdens de oorlog. 

Home fires is wat mij betreft een echte aanrader en ik was blij te horen dat deze zomer een tweede serie wordt opgenomen. 

maandag 22 juni 2015

Uit het licht, M.O. Walsh

Opgroeien is niet bepaald gemakkelijk, zoals elke puber weet. Er is te veel wat kinderen niet weten en volwassenen menen wel te weten, te veel ervaringen die pas een plaats krijgen als een kind zelf volwassen is geworden. 

Als er dan tijdens je kindertijd of vroege pubertijd dingen gebeuren die elk begrip te boven gaan, is het helemaal moeilijk om daar een weg in te vinden en ermee om te leren gaan.

In Baton Rouge, Louisiana wordt in 1989 de jonge Lindy verkracht. Niemand weet wie de dader is, maar verdachten blijken er genoeg te zijn. Zo is er de criminele buurjongen, de enge buurman en zijn rare pleegzoon en de hoofdpersoon, die tijdens de aanval pas veertien was. Toch is ook hij verdacht, omdat hij bijna obsessief verliefd was op Lindy. In de jaren na de vreselijke gebeurtenis probeert de jongen alles om in de gunst van Lindy te komen, maar echt leren kennen doet hij haar niet.

De verkrachting, hoe vreselijk ook voor Lindy, is niet de hoofdmoot van het verhaal, het geeft als het ware alleen de aftrap voor het feit dat de hoofdpersoon volwassen moet worden.
Uit het licht gaat vooral over opgroeien, over verlies, de pijnlijke eerste liefde, leren omgaan met je eigen verdriet en het verdriet van anderen en vooral schuldgevoel en het proberen gemaakte fouten goed te maken.

Heel mooi en invoelend wordt duidelijk hoe de onschuld van de kindertijd langzaam wordt vervangen door weten, hoewel weten niet hetzelfde is als begrijpen. Voeg daarbij dat pubers vol hormonen zitten en vooral gericht zijn op zichzelf en je begrijpt waarom communicatie soms zo lastig is, wanneer luisteren we nu werkelijk naar elkaar?

Mooi ook vond ik hoe de zomerse sfeer van Louisiana wordt overgebracht, ik voelde de hitte en zag de bloeiende azalea’s en de vele muggen voor me.
Heel begrijpelijk is  de reden die we leren kennen op de laatste bladzijden waarom hij al die jaren heeft geprobeerd om bij Lindy in de buurt te komen en haar te helpen, zeker als je beseft dat de jongen toen nog maar 14 was.

M.O. Walsh kent het zuiden goed, hij studeerde in Mississippi en werkt nu aan de universiteit van New Orleans waar hij Creative writing geeft. Uit het licht is zijn debuutroman, en wat mij betreft een bijzonder goed geslaagd debuut.

Uit het licht is mooi, goed geschreven en mooi opgebouwd. Geen moment zakt het verhaal in, geen scene is overbodig. Knap hoe sommige voorvallen terug komen, alleen in een ander licht, mooi hoe sommige draadjes weer terug komen, alleen in een ander verband. 
En ik vond het ontroerend toen ik erachter kwam aan wie de hoofdpersoon het verhaal nu vertelt en waarom.

Kortom, M.O. Walsh is een schrijver om in de gaten te houden, want ik hoop dat er nog meer boeken van zijn hand zullen volgen.
  
Originele titel: My sunshine away
Uitgegeven in: 2015
Nederlandse uitgave 2015 door uitgeverij Ambo/Anthos
Nederlandse vertaling: Astrid Huisman
Bladzijdes: 315

zondag 21 juni 2015

Citaat Marilyn Monroe

Keep your heels, head and standards high.
Marilyn Monroe (Amerikaanse actrice en filmster 1926-1962)

donderdag 18 juni 2015

Aardige jongens, Patrick Modiano

Een internaat bij Parijs. Hier heeft de hoofdpersoon zijn jeugd doorgebracht en hij haalt herinneringen op aan zijn schoolkameraden en een paar van de leraren.

We horen over de directeur die de bijnaam Pedro had, de scheikundeleraar die niet helemaal zuiver op de graat bleek te zijn en de gymdocent die altijd met zijn labrador over het landgoed liep. Het is geen nare school, er zijn sportdagen, er worden films gedraaid en over het algemeen probeert men de leerlingen een goede basis mee te geven.

Ook de schoolkameraden leren we kennen, dit waren voornamelijk jongens afkomstig uit de hogere kringen van Frankrijk, maar een goed thuis hadden ze niet. Sommigen hadden ouders in het buitenland, anderen ouders die zich totaal niet om hen bekommerden. 

Ook bleken er heel wat ouders te zijn die zich met duistere zaakjes bezig hielden. Het internaat was voor hen vooral een manier om van hun kroost af te zijn.
De hoofdpersoon komt als hij is opgegroeid wel eens iemand van vroeger tegen, waardoor de herinneringen bij hem opkomen. Tegelijkertijd komen we te weten wat er van de jongens is terechtgekomen.

Patrick Modiano schrijft over Parijs alsof Parijs een vertrouwde bekende is. Dat is voor hem natuurlijk ook zo, maar ook als je Parijs minder goed kent, weet hij met een enkele aanwijzing toch een beeld op te roepen waar het verhaal zich afspeelt. Je ziet de straten, de metrostations, de huizen en de trappen waar de personages uit de boeken rondlopen. 

Weemoed en nostalgie naar vroeger komen ook in deze roman heel sterk naar voren. De jeugd die, ondanks dat de omstandigheden soms verre van prettig waren, toch overgoten is met een kleine saus van heimwee. Een verlangen naar de onschuld, de mogelijkheden die men nog dacht te hebben en de kameraadschap. 

Uiteindelijk is iedereen elkaar uit het oog verloren en het internaat is niets meer dan een gedeeld moment in de tijd.
Van de hoop is weinig meer over en een milde triestheid heeft de plaats daarvan ingenomen. Goed terechtgekomen zijn ze niet en een mooi leven hebben de oud-leerlingen eigenlijk geen van allen, hoewel ze allemaal zulke aardige jongens waren.

Oorspronkelijke Franse titel: De si braves garcons
Oorspronkelijke uitgave 1982
Deze Nederlandse uitgave: 2014 door uitgeverij Querido
Nederlandse vertaling: Edu Borger
Bladzijdes: 215

woensdag 17 juni 2015

Dominicanen in Zwolle

Deel van het klooster. 
Afgelopen zondag 14 juni was het Open Kloosterdag in Nederland. Zo'n vijftig kloosters in Nederland openden hun deuren voor bezoekers. Dit is een geweldig moment om eens achter de muren van het klooster te kijken en de historie, de sfeer en de rust in je op te nemen.

Ik ben, samen met mijn moeder, op bezoek geweest bij de Dominicanen in Zwolle. De orde der Dominicanen, of de Predikheren/broeders, is in 1215 gesticht door Domenico de Guzman. Net als de Franciscanen waren de Dominicanen een bedelorde, maar één die gericht was op prediking.

Hun missie bracht hen overal en omdat zij verantwoordelijk waren voor het overbrengen van de boodschap, werd er veel waarde gehecht aan een gedegen opleiding. Vele belangrijke geleerden en wetenschappers maakten deel uit van deze orde, Thomas van Aquino was bijvoorbeeld een Dominicaan, maar ook Catharina van Siena en Meester Eckhart.

Hun toewijding aan de juiste leer verklaart hun positie in de Inquisitie, de kerkelijke rechtbank. Hun bijnaam 'de Honden van de Heer', oftewel 'Domini Canes' stamt uit deze tijd. Christus was de Goede Herder, het volk de schaapjes en de Dominicanen hielden hen op het juiste pad.

Het waren ook de Dominicanen die met de Spaanse veroveringen in de Nieuwe Wereld meegingen en kenbaar maakten aan de koning dat er wetten moesten komen om ervoor te zorgen dat de Indianen beschermd werden.
Tegenwoordig staan de Dominicanen volop in de samenleving en zijn ze betrokken in het maatschappelijk debat.
De border in het midden van de tuin
In Nederland waren er al vroeg Dominicanen aanwezig, al in 1232, maar na de reformatie moesten ze vertrekken. Pas in 1900 keerden ze weer terug naar Nederland.
Het klooster en de kerk in Zwolle dateren uit 1902 en het klooster was oorspronkelijk een opleidingsschool voor Dominicaner broeders. Tegenwoordig wonen er in Zwolle een paar Dominicanen en Dominicanessen en leden van de Dominicaanse lekenbeweging bij elkaar, samen 12 mensen. Het klooster staat middenin de samenleving en er wordt veel georganiseerd in en rond het klooster.

We mochten zowel de kerk als het klooster zien, die gebouwd zijn in de Neogotische stijl.
De kerk is prachtig, met schitterende gebrandschilderde ramen en een heel bijzonder baldakijn boven het hoofdaltaar. Ik heb hier geen foto's van gemaakt, omdat ik in kerken niet fotografeer, maar ik kan jullie verzekeren dat het mooi was.

In het klooster vind je een prachtige kruisgang die heel Middeleeuws lijkt, rondom een binnentuin. We kregen van een van de fraters uitleg bij de verschillende gebrandschilderde taferelen die momenten uit het leven van Thomas van Aquino voorstelden. Ook vertelde hij over het klooster vroeger en nu, ik vond dit heel bijzonder om te horen.
Kloostergang
De binnentuin is een plek om tot rust te komen en te mediteren.
Vijf jaar geleden is men begonnen met het herinrichten van deze binnentuin. Tuinarchitect Harry Pierik is hier met een groep vrijwilligers mee bezig. De bloemen die zijn uitgekozen voor de perken hebben de kleuren van Middeleeuwse miniaturen.

Door het koude voorjaar was het niet zo'n bloemenweelde als het al had kunnen zijn, maar desondanks was het een bijzonder mooie tuin, waar heel veel te zien was. De bijzondere opzet maakte het nog mooier. Harry Pierik zelf gaf uitleg en wist het zo beeldend te vertellen dat ik me bijna als vrijwilliger had aangemeld, hoewel Zwolle een beetje ver van Almere ligt!
Tuinarchitect Harry Pierik legt uit
Kortom, een heel fijne middag op een prachtige plek. Een plek waar je tot rust kunt komen en nieuwe energie op kunt doen. Het klooster in Zwolle is een bezoek meer dan waard.

De Open Kloosterdag was dit jaar een groot succes, zo'n 9000 mensen hebben de verschillende kloosters bezocht. Ongetwijfeld zal er volgend jaar weer zo'n dag georganiseerd worden, dus als je eens binnen in een klooster wil kijken, is dat de gelegenheid!
Meer informatie over de Dominicanen in Zwolle HIER
Meer informatie over de tuinen van Harry Pierik HIER

maandag 15 juni 2015

In het licht van wat wij weten, Zia Haider Rahman

Twee mannen die elkaar hebben leren kennen tijdens een studie wiskunde in Oxford. Beiden zijn in het bankwezen gaan werken en de ene, Zafar is daarna rechten gaan studeren.

Ze zijn beiden van compleet andere afkomst. De familie van de hoofdpersoon, wiens naam we niet kennen, is van gegoede Pakistaanse komaf. Zijn grootvader was diplomaat, zijn vader een geleerde, zijn moeder psychotherapeut.

De ander, Zafar komt uit een heel ander milieu. Hij is geboren in de nadagen van de onafhankelijkheidsoorlog in Bangladesh en de schande die aan zijn geboorte kleeft, hoewel hij dat als kind niet wist, heeft hem mede gevormd. Hij wil ergens thuishoren, maar weet niet waar. Hij heeft een enorme behoefte aan kennis, maar zet zich tegelijkertijd af tegen sociale regels.

Het verhaal begint in 2008, als de hoofdpersoon na jaren weer bezoek krijgt van zijn vriend Zafar.
Hijzelf heeft een goede baan bij een bank en heeft in de afgelopen jaren lekker meegelift op de financiële groei in deze sector en is er mede verantwoordelijk voor dat er teveel gerommeld werd met hypotheken waarbij het alleen draaide om het behalen van meer winst voor de bank.
Nu zit hij met een leeg en te groot huis, een huwelijk dat aan het stuklopen is en een baan die op de tocht staat omdat hij waarschijnlijk de schuld gaat krijgen van wat er mis is gegaan.

Zafar komt na al die jaren weer langs en het is alsof het oude contact er meteen weer is. Lange avonden zitten ze samen in de keuken waar Zafar hem vertelt wat er al die jaren dat ze elkaar niet of nauwelijks hebben gesproken is gebeurd en het is de hoofdpersoon die het weer aan ons vertelt.

In het licht van wat wij weten is ontegenzeggelijk een zeer knap opgezet boek. Ergens in de eerste pagina’s is er de uitleg van een wiskundige theorie van Kurt Gödel, waarin staat dat er binnen elk systeem dingen zijn die waar zijn, zonder dat ze bewezen kunnen worden. Dit is iets om tijdens het lezen in je achterhoofd te houden.

Springend door de tijd komen we te weten wat Zafar heeft meegemaakt, van zijn jeugd en de ervaringen in Bangladesh tot zijn relatie met de Engelse Emily Hampton-Wyvern, een inrichting en uiteindelijk Kabul in Afghanistan, afgezet tegen de hoofdpersoon die zich nooit zoveel heeft afgevraagd, maar nu wel met een paar problemen zit.

Het klassensysteem, onderwijs, de spagaat waar immigranten in zitten, kennis en ontwetendheid, de manieren van de Britse upper-class, de steun die geloof kan bieden, de westerse hulpverleners met goede bedoelingen in een platgebombardeerd land, je achtergrond accepteren, post-koloniale verhoudingen, de gevolgen van een oorlog, kortom de hele wereld van na 11 september 2001 wordt in brede streken uitstekend beschreven.

Er is veel moois in dit boek te vinden; de manier waarop het verhaal is opgebouwd, de vele verwijzingen naar boeken, uitspraken van schrijvers en wetenschappers en wiskundige theorieën (niet zo dat je het niet kunt begrijpen). In sommige boeken ligt dit er te dik bovenop, is het een kunstje dat de schrijver uithaalt om te laten zien hoe intellectueel hij of zij wel is.

In dit boek is dat bijna nooit het geval, de vele citaten en verwijzingen komen vrij natuurlijk in het verhaal naar voren waarbij het scheelt dat de verteller zelf ook niet altijd weet hoe het zit. Dan geeft hij in een voetnoot aan dat Zafar het vertelde en dat hijzelf het later heeft opgezocht.
Soms liggen de metaforen er iets te dik bovenop, maar vaak geven ze een mooie extra dimensie.

Zia Haider Rahman
Alleen halverwege, toen het verhaal ook wat inzakte, begon de betweterige conversatie tussen de verteller en Zafar, waar in één adem uitgelegd werd hoe het zit met de Axelotl, de Ponte Vecchio en nog honderd andere dingen, me bijzonder te vermoeien.

Daarna pakte het verhaal me gelukkig weer, vooral omdat ik wilde weten hoe het zat in Afghanistan én hoe het afliep met de relatie tussen Zafar en Emily, waar ook nog heel wat bij kwam kijken.

Zia Haider Rahman heeft zelf gestudeerd in Oxford, heeft als bankier gewerkt en werkt nu als jurist waarbij hij zich inzet voor internationale mensenrechten. In het licht van wat wij weten is zijn eerste roman en het is een groot succes in de hele wereld.
Dat is wat mij betreft verdiend.

Originele titel: In the light of what we know
Uitgegeven in 2014
Nederlandse uitgave 2015 door uitgeverij Hollands Diep/ Overamstel uitgevers
Nederlandse vertaling: Anne Jongeling en Carla Hazewindus
Bladzijdes: 587

zondag 14 juni 2015

Citaat: Confucius

Als duidelijk wordt dat het doel niet behaald kan worden, pas dan niet het doel aan, maar de stappen er naar toe.
Confucius (Chinese wijsgeer 551-479)

zaterdag 13 juni 2015

Inspirerende kunst: Cézanne

Paul Cézanne (1839-1906) was een Franse kunstschilder. Hij ging om met de Impressionisten als Monet en Renoir, maar hoorde hier tegelijkertijd niet bij, zijn werk neigde al naar het expressionisme of kubisme. Grote vlakken, heldere kleuren en vaak lijkt het nog niet helemaal af.
Hij schilderde veel stillevens met fruit, appels waren hierin favoriet, lijkt wel.

Dit is een stilleven met appels en koekjes. Ik vind de eenvoud van de compositie bijzonder, de eenvoudige kist waarop het fruit ligt uitgestald, het behang erachter, het schaaltje met twee koekjes erop. De rust die hierin naar voren komt, vind ik bijzonder mooi.

Ik kwam op Cézanne omdat ik net de serie The Impressionists heb gekeken, waar hij natuurlijk in voor komt. Een vreemde man, die vooruitliep op zijn tijd en niet helemaal begrepen werd, maar dus wel dit soort krachtige schilderijen maakte.

donderdag 11 juni 2015

Alles waar ik spijt van heb, Philippe Claudel

Een kleine stad in de provincie waar de regen de rivier buiten haar oevers doet treden. Het is er grijs en miezerig en dit past bij de reden waarom de hoofdpersoon van Alles waar ik spijt van heb in het stadje is. Zijn moeder is overleden en hij komt haar begraven.

Hij (zijn naam komen we niet te weten) logeert in het lege en bijna failliete hotel van het stadje, waar de waard regelmatig hele verhalen tegen hem houdt. Ook de priester en de begrafenisondernemer en zelfs de buschauffeur vertellen hem van alles over hun leven.

Terwijl hij de in de dagen erna de zaken regelt voor de begrafenis, komen de herinneringen boven aan zijn jeugd. Aan de mensen waarmee ze hun huis deelden, zijn grootvader die nooit langskwam, vissen in de rivier, misdienaar zijn in de Kerk en de verschillende bijbaantjes die hij als kleine jongen had. En natuurlijk komen de herinneringen terug aan zijn moeder en hoe ze voor hem zorgde toen hij jong was, de sterke band die ze samen hadden. Maar er is een reden dat hij zestien jaar lang geen contact meer met haar heeft gehad, een geheim dat tussen hen in kwam te staan.
Nu heeft hij de kans om het geheim echt op te lossen, maar dan beseft hij dat het niet meer hoeft, het is niet langer belangrijk.

Met mooie zinnen en bijna poëtisch taalgebruik weet Philippe Claudel in deze novelle de spanning heel precies op te bouwen. Je weet dat er iets aan de hand was, en langzaam kom je daar achter, geen moment te laat of te vroeg.

De hoofdpersoon is verzonken in zijn herinneringen en de dingen die hij moet regelen, er wordt tegen hem gesproken, maar zelf hoor je hem niets zeggen. Pas op het allerlaatste, als hij een besluit heeft genomen, richt hij direct het woord tot iemand. Pas dan kan hij verder en kan hij de herinneringen en de spijt over alles wat er gebeurd is achter zich laten.

Alles waar ik spijt van heb is het tweede boek van Philippe Claudel, en ook hier heb ik erg van genoten. 

Oorspronkelijke Franse titel: Quelques-uns des cent regrets
Uitgegeven in 2007
Nederlandse uitgave: 2010 door uitgeverij De bezige bij
Nederlandse vertaling: Manik Sarkar
Bladzijdes: 175

woensdag 10 juni 2015

Alexander, Napoleon en Josephine

Drie miniaturen
In de Hermitage in Amsterdam is de tentoonstelling Alexander, Napoleon en Josephine te zien.
Napoleon was de reizende ster van het Franse leger en behaalde de ene overwinning na de andere. In 1796 was hij met Josephine de Beauharnais getrouwd en in 1804 kroonde hij zichzelf tot keizer en Josephine tot keizerin. Josephine was de belangrijkste vrouw in Frankrijk en haar smaak werd toonaangevend.

Tsaar Alexander I had de Russische troon in 1801 bestegen, nadat zijn vader bij een paleisrevolutie was vermoord. De jonge keizer was opgevoed met de idealen van de Verlichting en keek dan ook naar Frankrijk als een voorbeeld.

Hij bewonderde Napoleon, maar de vele overwinningen van Napoleon in Europa maakten hem achterdochtig. Napoleon aan de andere kant wilde maar al te graag een bondgenootschap met Rusland, vooral gericht tegen Engeland. In 1806 leek de toenaderingspoging te lukken en in 1807 kwam er zelfs een ontmoeting tussen de beide keizers. Een vriendschap ontstond, die echter niet inhield dat men elkaar onvoorwaardelijk vertrouwde.
Portret van Napoleon
En in 1812 trok de Grande Armée van 600.000 soldaten richting Rusland. Slechts 30.000 zouden terugkeren, de Russische veldtocht was een grote nederlaag voor de eens zo onoverwinnelijke Napoleon geworden. Tsaar Alexander I achtervolgde Napoleon en kwam in maart 1814 in Parijs aan als overwinnaar. Napoleon werd naar Elba gezonden, en Josephine vreesde voor haar positie en haar kinderen. Alexander stelde haar echter gerust, ze had niets te vrezen en hij zou voor haar en haar kinderen zorgen. Deze belofte heeft Alexander I ook gehouden.

In de Hermitage is een prachtige tentoonstelling ingericht over deze drie bijzondere mensen. Alexander, Napoleon & Josephine is een heel diverse tentoonstelling, met oa meubels, kleding, wapens, de kunst die Josephine verzamelde en vaandels en uniformen van de verschillende Russische regimenten. Bijzondere aandacht gaat er uit naar de slag bij Berezina, de slag waarbij Napoleon voor de laatste keer probeerde om van de inval in Rusland een succes te maken en waar vele duizenden (Hollandse) doden bij vielen.
Juist de diversiteit en de afwisseling maken de tentoonstelling interessant en leuk. Persoonlijke voorwerpen zoals de dagboeken die tijdens de veldtocht geschreven zijn of de kogel die een soldaat heeft bewaard (die in zijn nek zat) laten de gebeurtenissen dichtbij komen en maken dat we ons er een voorstelling van kunnen maken.
De Cameeën-tiara, bron voor de foto hier
Bijzonder is de cameeëntiara die deel uitmaakte van een parure (set bijpassende sierraden) die Josephine van Napoleon kreeg en die nu door haar nazaten overgeërfd, deel uitmaakt van de Zweedse kroonjuwelen. De echte tiara mag Zweden niet verlaten, maar er is een bijzondere reproductie gemaakt. Deze tiara is nog tot zondag 5 juli te zien en de hele tentoonstelling is nog te bezoeken tot september 2015. 
Meer informatie kun je HIER vinden. 

maandag 8 juni 2015

De man die de taal van de slangen sprak, Andrus Kivirähk

Dit is weer een van die boeken die ik puur heb gekocht omdat ik de cover zo ontzettend mooi vind. Dit is, denk ik, een van de weinige gevallen waarin de Nederlandse versie mooier is dan een buitenlandse. Ik had geen idee wat ik van een Ests boek kon verwachten, maar deze gok heeft bijzonder goed uitgepakt.

De man die de taal van de slangen sprak is fantastisch sprookje vol magie, vreemde wezens en droge humor. Slangen met wijze woorden, beren die achter de vrouwen aanzitten, wolven die je kunt melken, een waanzinnige druïde, een dorp vol stommelingen, mensapen in een boom die luizen kweken, een grootvader die kan vliegen en een jongeman die hiertussen zijn eigen weg moet zien te vinden.

Het speelt zich af rond 1200, de tijd dat de Baltische staten door de ridders van de Duitse orde werden gekerstend. De ‘ijzeren mannen’ en de monniken zorgen ervoor dat de oude levenswijze vergeten wordt, vaak niet al te zachtzinnig.

Leemet is geboren in een dorp, maar zijn moeder is teruggekeerd naar het bos, omdat de dorpse leefwijze haar niet beviel.

Toch valt het tij niet te keren, steeds meer mensen vertrekken uit het bos om in de dorpen te gaan wonen en het land te verbouwen. Zij voelen zich nu verheven boven de mensen die nog in het bos wonen en niets weten van alle moderne zaken die de ijzeren mannen hebben meegenomen, hoewel ze deze nieuwe dingen zelf ook maar half begrijpen.

Leemet leert van zijn oom Vootele de slangentaal, de taal waarin de mensen kunnen communiceren met de dieren. Deze taal is grotendeels vergeten en al snel is Leemet de laatste man die dit nog spreekt. Leemet is er wel aan gewend de laatste te zijn, hij is de laatste jongen in het bos en als hij een tijdje in het dorp woont is hij de laatste heiden in het dorp.

Uiteindelijk zal hij de laatste zijn die de Oerkikker kent, de kikker die ooit de Esten hielp tegen hun vijanden, maar nu al duizenden jaren slaapt en ook niet meer wakker zal worden omdat er niet genoeg mensen meer zijn die hem met de slangentaal kunnen wekken.  

Als mensen op een andere manier gaan leven, is het maar al te gemakkelijk om hier helemaal in op te gaan en de oude levenswijze te vergeten, of er op neer te kijken alsof het minderwaardig is. De dorpelingen die zelf uit het bos kwamen, willen niets meer weten van hoe ze vroeger hebben geleefd. Hun connectie met de natuur is verbroken en daardoor is het bos geen plek meer waar je goed kunt toeven en die begrepen wordt, maar een gevaarlijke plek vol wilde dieren en bovennatuurlijke wezens die je kwaad kunnen doen.

Anderen klampen zich juist vast aan de oude gebruiken, al is de betekenis niet meer duidelijk en weigeren in te zien dat de wereld is veranderd. In het bos zijn de druide en Leemets buren hier een voorbeeld van. Zij dromen van een terugkeer naar vroeger en proberen de veranderende wereld om hen heen te bezweren met zinloze rituelen en offers.

Leemet zit hier tussen gevangen. In het bos is hij een vrij mens, maar is hij eenzaam, in het dorp zijn er wel mensen maar zit hij gevangen in allerlei gebruiken en zijn de mensen onderdanig aan de hoge heren. Waar hoor je dan thuis? 

Andrus Kivirähk
De man die de taal van de slangen sprak is een schitterend en origineel boek, waarin de moderne manier van spreken heel leuk contrasteert met de middeleeuwse gebruiken. Een boek waarin bijna terloops zaken als eenzaamheid en verlies, maar ook berusting en de balans vinden tussen traditie en moderniteit  aan bod komen, terwijl het door de lichte en vooral grappige manier van schrijven nooit een depressief geheel wordt.

Andrus Kivirähk heeft journalistiek gestudeerd en is in Estland een zeer bekend schrijver van allerlei verschillende genres. De man die de taal van de slangen sprak is al eerder uitgegeven in Frankrijk, waar het enthousiast ontvangen werd. Nu is het vertaald in het Nederlands en in november volgt een Engelse vertaling.
Mooi dat dit bijzondere boek nu meer aandacht zal krijgen, want het is absoluut de moeite waard.

Originele Estse titel: Mees, kes teadus ussiõnu
Originele uitgave 2007
Nederlandse uitgave 2015 door uitgeverij Prometheus
Nederlandse vertaling: Jesse Niemeijer
Bladzijdes: 384

zondag 7 juni 2015

Citaat: Bob Marley

Open je ogen en kijk naar binnen, ben je tevreden met het leven dat je leeft?
Bob Marley (Jamaicaanse zanger en muzikant 1945-1981)


zaterdag 6 juni 2015

Mijn balkon, lente 2015

De hele winter heb ik weinig tot helemaal niets aan mijn balkon gedaan. Ik had in de herfst de dode planten weggegooid en dat was het wel zo'n beetje.
De hele winter zag mijn balkon er zo uit:
Dit ziet er behoorlijk depressief uit, maar dit wordt ook verergerd door de mist en de regen de dag dat ik deze foto nam.

Enfin, eindelijk is de lente gearriveerd en de zomer komt er ook zo aan (op sommige dagen toch heel duidelijk!), dus ik popelde om iets aan mijn balkon te doen. Op een paar mooie dagen heb ik opgeruimd, de laatste planten die de winter toch niet hebben overleefd weggegooid, en heb ik gesopt.

Vorige week zaterdag zijn mijn moeder en ik naar het tuincentrum gegaan om plantjes te halen. Bovendien wilde ik een tafeltje en stoelen, omdat ik het lastig vind om elke keer als ik buiten wil zitten een stoel uit mijn werkkamer te moeten halen.
Ik was nog even bang dat ik de spullen niet in Hugo zou kunnen vervoeren, een C1 is tenslotte maar een kleine auto, maar de tafel zat in een platte doos want die moest nog gemonteerd worden en de stoelen pasten liggend op de achterbank.
Dit is een gezellig zitje, nietwaar? Zeker met dat leuke Geraniumpje op tafel.

In de hoek staan een Fuchsia, een Ereprijs en een klein Leeuwenbekje. Dat vind ik zulke leuke ouderwetse plantjes. En de ereprijs is prachtig blauw.

In de linkerhoek van het balkon, waar ik ook het zicht op heb als ik mijn woonkamer binnenkom, staan deze mooie planten. Een Fuchsia op stam in een Keulse pot, en op het stoeltje een grote bak met Petunia's. Dat stoeltje is eigenlijk niet mooi meer, maar met zo'n prachtige bak erop lijkt het nog bijzonder leuk.
Daarnaast staan nog een grote Lavendel en een kleine Cosmea. Wat de paarse bloemetjes rechts zijn, weet ik niet, maar lief zijn ze wel.

Ik heb besloten om dit jaar geen moeite te doen om groente en fruit te kweken. De afgelopen jaren heb ik mijn best gedaan, maar de opbrengst was uiteindelijk minimaal. Vorig jaar had ik 5 bonen, twee rijpe tomaten, een bes en een paprika die zo misvormd en eng was dat ik die eerlijk gezegd niet durfde te eten. Ik had geen zin meer in het gedoe en houd het voorlopig bij deze planten.

Ik hoop dat we in ieder geval een mooie zomer krijgen met zonnige dagen waarop ik lekker op mijn balkonnetje op mijn nieuwe stoelen kan zitten lezen, temidden van deze mooie planten.

donderdag 4 juni 2015

Death row dollies, Linda Polman

Af en toe als er een bijzonder nare rechtszaak is, gaan ook hier de stemmen op om de doodstraf maar weer in te voeren. Opknopen aan de hoogste boom of gewoon afschieten lijkt dan de beste oplossing te zijn, alsof het de taak van de rechtbank is om wraak te nemen. Gelukkig hebben we hier in Europa geen doodstraf meer en de kans dat die weer wordt ingevoerd is bijzonder klein (hoop ik maar).

De Verenigde Staten is het enige westerse land waar de doodstraf wordt uitgevoerd. Niet in alle staten, maar in de staten die de doodstraf hebben, wordt er enthousiast gebruik van gemaakt.

De doodstraf wordt over het algemeen met een dodelijk injectie uitgevoerd, omdat dit de meest humane manier zou zijn. Er is echter op dit moment het probleem dat het middel op raakt omdat de Europese fabrikanten het niet meer willen leveren. De verschillende staten zijn nu zelf op zoek naar een nieuwe cocktail, maar dit loopt regelmatig mis, zoals een aantal gevangenen onlangs merkten. Hun doodsstrijd duurde uren en was bijzonder pijnlijk. Een aantal staten heeft daarom op dit moment doodstraffen opgeschort, om te zien of ze een ander middel kunnen vinden.

Sommige gevangenen zitten jarenlang in de dodencellen. In de dodencellen mag men niet werken, dus geld kan er niet verdiend worden, er wordt bijna geen medische zorg gegeven (want ze gaan toch binnenkort dood) en alleen de meest basale behoeften worden verstrekt door de staat. Een tandenborstel wel, maar tandpasta weer niet.

Verzachtende omstandigheden worden bijna nooit meegenomen in de rechtszaak, vooral niet als de beschuldigde arm is en geen eigen advocaat kan betalen. De door de staat toegewezen advocaten zijn vaak incompetent, maar als ze wel competent zijn hebben ze alsnog weinig mogelijkheden, omdat ze minder dan één dollar per uur vergoeding krijgen en onderzoek laten uitvoeren hiervan onmogelijk is.
Een beschuldigde die klaagde dat zijn advocaat tijdens de hele rechtszaak sliep kreeg te horen dat de staat hem een verdediger toewees, maar dat de grondwet niet zei dat die wakker moest zijn. Klacht afgewezen, doodstraf uitgesproken.

Toch zijn er ook lichtpuntjes voor de gevangenen, dat zijn de mannen en vooral de vrouwen die schrijven met deze gevangenen, hen opzoeken en soms zelfs met hen trouwen. Sommigen doen dit uit menslievendheid, om een ander mens bij te staan, voor sommigen is het de sensatie en de spanning, voor anderen kan er dus zelfs een romantische relatie uit het contact voort komen. De relatie met de gevangene kan soms het hele leven gaan beheersen, sommige vrouwen zetten actiegroepen op in de hoop de rechtszaak over te kunnen doen zodat de straf omgezet kan worden.

Death row dollies gaat over deze vrouwen, waarom zij ervoor kiezen te schrijven met iemand die de doodstraf heeft gekregen, hoe een relatie met een gevangen hun leven kan beïnvloeden en hoe het contact met de gevangenen soms verloopt. Linda Polman is journaliste en heeft voor dit boek jarenlang contact gehad met de vrouwen die schrijven en met de gevangenen op Death row. Ze heeft zich hierbij beperkt tot de gevangenis in Huntsville in Texas, omdat hier zoveel doodstraffen worden uitgevoerd.

Ze belicht ook de gang van zaken tijdens de rechtszaken, de kleine groep in Huntsville die tegen de doodstraf strijdt en ze probeert de mentaliteit in Texas duidelijk te maken, waar men van het Europese zwakke geleuter tegen de doodstraf helemaal niets begrijpt. Zoals een Texaanse prediker zei; ‘De doodstraf is nodig, want waar zouden wij zijn als Jezus alleen maar vijftien jaar met kans op vervroegde vrijlating had gekregen? Nergens!’

Linda Polman heeft een fascinerend en bijzonder interessant boek geschreven waar alle aspecten van deze gruwelijke gang van zaken goed in naar voren komt. De vrouwen, de gevangenen, de bewakers en alle anderen die aan het woord komen geven een goed beeld van wat er allemaal gaande is, daar in death row.

Ook wordt heel duidelijk dat zolang de rechtspraak niet honderd procent eerlijk en foutloos is, de doodstraf geen optie zou mogen zijn, als die ooit al een optie zou mogen zijn. 
En nog duidelijker wordt dat de manier waarop er wordt omgegaan met gevangenen in de VS mensonterend en beschamend is.
Eigenlijk een boek dat iedereen zou moeten lezen. 

Death row dollies, leven met de doodstraf
Uitgegeven in 2015 door: Betram + de Leeuw uitgevers
Bladzijdes: 259

woensdag 3 juni 2015

Examens en de tweede correctie

Een deel van onze examenzaal
In deze weken zijn alle middelbare scholen in Nederland bezig met de eindexamens. De leerlingen maken hun werk in de gymzalen en als ze klaar zijn, begint ons werk. Wij docenten mogen het werk nakijken.

Hiervoor gebruik je het correctievoorschrift van het CITO en in veel gevallen is er ook nog landelijk overleg tussen vakcollega’s. Als ik bijvoorbeeld naar mijn eigen vak, geschiedenis, kijk, dan zie ik vooral heel veel open vragen waar ontzettend veel discussie over mogelijk is. De vraag wat nog goed is en wat fout is, is soms heel lastig te beantwoorden.

Als je klaar bent met je werk, wordt het naar een andere school opgestuurd en zelf krijg je ook weer examens van nog een andere school.

In de meer dan tien jaar dat ik examenwerk nakijk van anderen, ben ik slechts één keer een collega tegengekomen die te soepel was geweest. Voor de rest had ik collega’s die het keurig, volgens de voorschriften hadden nagekeken. De meeste collega’s zijn namelijk professionele mensen die hun werk goed doen.

Staatssecretaris Sander Dekker heeft nu besloten om de correctie volgend jaar om te keren, het werk zou dan eerst naar een andere collega gaan en dan pas nagekeken worden door de eigen docent.
Duizenden hebben inmiddels de petitie tegen de omgekeerde examencorrectie getekend en aan alle kanten komen er protesten, maar is dit voor de staatssecretaris geen reden om het plan af te schaffen. Volgens hem is er namelijk draagvlak voor, wel 12 van de 37 collega’s die het hebben uitgeprobeerd waren er positief over.

De reden hiervoor zou zijn dat de examens hiermee eerlijker zouden worden nagekeken, want de eigen docent zou te gemakkelijk punten toekennen voor foute antwoorden.

Wat dit in de praktijk zal gaan gaat opleveren is veel meer extra werk. Je kijkt eerst het onbekende werk goed na en daarna nog je eigen werk. Voor elk extra puntje voor je eigen leerlingen krijg je nu lange discussies en de kans dat je er samen niet uit komt is waarschijnlijk groter, zodat er misschien zelfs een derde corrector aan te pas moet komen.

Bovendien, de notie dat dit fraude zou tegenwerken is ook onzin. Je kunt nu als eerste corrector heel soepel zijn om alle discussies te vermijden, of zelfs, zoals iemand al geopperd heeft, in de lijst meer punten toekennen dan is afgesproken, want de eerste corrector ziet de lijst met punten niet meer als die weer terug is op de eigen school.

Het is natuurlijk geen ernst dat mensen dit soort dingen willen doen, hiermee geven we alleen maar aan dat als je fraude wil uitbannen, je hiervoor de correctie niet om hoeft te wisselen. Voor mensen die wat willen, is er altijd iets te verzinnen om het systeem te belazeren.

Voeg daarbij ook nog dat je als docent graag wil weten hoe je leerlingen het eraf hebben gebracht en dat de extra tijd die er nu over heen gaat dat niet bepaald leuker maken. 

Met een tweede correctie is op zich niets mis. Het is goed als er een onafhankelijke collega naar kijkt die inconsistenties of fouten eruit kan halen, zowel in het voordeel als in het nadeel van de leerlingen.

Het probleem is echter dat je er bijna geen tijd voor hebt. Gemiddeld ben ik voor een examen per leerling een uur bezig. Ik had dit jaar 45 examenleerlingen, dus reken maar uit. Je geeft weliswaar geen les meer aan je examenklassen, maar je lessen in de andere klassen, vergaderingen, overleg met ouders etc. gaan gewoon door en bovendien wordt je ingezet in de examensurveillance. Die 45 uur gaat dus in de avonduren, je vrije dagen en het weekend. Bovendien staat er een grote tijdsdruk op, want binnen een week (vijf kalenderdagen op onze school) zou het werk nagekeken moeten zijn.

Bij de tweede correctie krijg je evenveel leerlingen terug als je er zelf hebt. Heel veel collega’s zullen ook hun best doen om dit werk zo goed mogelijk na te kijken, maar de tijd ontbreekt hier simpelweg voor. Je kunt je tweede correctie bijna niet zo goed doen als je eerste, en als je merkt dat een collega het goed heeft gedaan dan ga je zeker niet 28 open vragen met dezelfde intensiteit en concentratie nakijken als je eigen werk.

Om de tweede correctie te verbeteren zou er een beter en eerlijker systeem moeten komen, waarin je bijvoorbeeld meer tijd krijgt.
Of een CITO dat komt met een examen waarin het antwoordmodel beter aansluit bij de vragen (of misschien zelfs een keer foutloos is) en er bij het examen minder vragen zijn waar tien interpretaties mogelijk zijn.  

Dus beste meneer Dekker, luister een keer naar de mensen in het onderwijsveld en ga er vanuit dat zij betrouwbare professionals zijn die hun werk goed doen. Een controle is goed, maar het omkeren van de correctie is waanzin en eerlijk gezegd een belediging voor alle hardwerkende examendocenten in Nederland. 

maandag 1 juni 2015

Adolf H. Twee levens, Eric-Emmanuel Schmitt

Wenen, 1909. Een boze, gefrustreerde jongeman wordt afgewezen voor de kunstacademie. Hij heeft het gevoel dat niemand hem begrijpt en dat niemand ziet wat voor genie hij is. Vriendschappen aangaan of normale relaties met vrouwen lukt hem niet, daar is hij te onzeker voor, hoewel hij aan de andere kant ervan overtuigd is dat hij bestemd is voor iets groots en dat hij verheven is boven alle mensen en de gewone menselijke handelingen.

Die overtuiging komt ten volle tot wasdom in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Steeds blijft hij gespaard voor de kogels en voor Hitler is dit het bewijs dat de toekomst nog heel wat voor hem in petto heeft. Hitler vindt in de oorlog een uitlaatklep voor al zijn frustraties en boosheid, terwijl hij tegelijkertijd zijn eigen lot aan dat van Duitsland verbindt.

Na de oorlog trekt hij naar München, waar hij zijn plek vindt als demagoog, vanuit woede en haat wordt hij bijzonder welsprekend en zijn partij krijgt steeds meer aanhang. Hitler heeft grootste plannen en alles moet daarvoor wijken. Alleen hij zal Duitsland weer groot kunnen maken, want hij is Duitsland.

Wenen, 1909. Een boze, gefrustreerde jongeman wordt aangenomen op de kunstacademie. Hij is verbaasd, maar ergens toch ook niet, want hij weet dat hij een genie is. Adolf Hitler begint vol goede moed op de academie, maar hij heeft een probleem; elke keer als er een model voor de klas komt die zich uitkleedt, valt Adolf flauw. In wanhoop schrijft hij zijn oude huisarts, die hem meeneemt naar een specialist op dit gebied: Dokter Sigmund Freud. Adolf heeft enkele sessies bij Freud en komt inderdaad van zijn neuroses af.

We zien vervolgens een andere Adolf, iemand die in staat is om vriendschappen aan te gaan en te onderhouden, geniet van relaties met vrouwen en schildert dat het een lieve lust is. Kortom, hij wordt een compleet mens. In de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog vindt Adolf zijn ziel en beseft hij hoeveel zijn vrienden en zijn leven hem waard zijn. Hij kent ook zijn beperkingen, verlangt dan ook niet naar grootsheid, want gewoon goed leven en liefhebben is hem meer waard.

Wat als? is een geliefd spel. Wat als dit niet was gebeurt, of wat als dat wel was gebeurd, hoe zou de wereld er dan uit zien? Vaak blijft het ‘wat als’ echter (noodgedwongen) bij vaag geklets, we weten het nu eenmaal niet. Maar soms kan deze vraag iets heel bijzonders opleveren, zoals dit boek.

Op virtuoze wijze weet Eric-Emmanuel Schmitt dat ene moment in 1909 als uitgangspunt te nemen voor twee verschillende verhalen. Mooi gedaan is dat de jongeman in 1909 hetzelfde is, maar de uitkomst zo compleet anders. Hoewel de geschiedenis van Hitler bekend is, heeft hij ook van deze stukken een zeer lezenswaardig en geloofwaardig inkijkje in Hitler’s hoofd weten te maken.
De Adolf die had kunnen zijn heeft een volkomen andere geschiedenis, maar ook dit is overtuigend gedaan, de psychologie klopt.
De beide Adolfs worden met elkaar verweven en tegen elkaar afgezet, waardoor de verschillen des te duidelijker worden. Knap ook hoe hij de wereldgeschiedenis in de versie van de goede Hitler heeft aangepast aan de gebeurtenissen zonder een megalomane dictator.

Prachtig en boeiend schuift Eric-Emmanuel Schmitt heen en weer tussen de twee Hitler’s en daarom is Adolf H. Twee levens een zeer bijzondere en pakkende roman die me na liet denken over de kansen die een mens krijgt, de relaties met andere mensen die een mens tot mens maken en de verbanden tussen kunst, gekte, erkenning en waanzin.

Oorspronkelijke Franse titel: La part de l’autre
Oorspronkelijk uitgegeven in 2001
Nederlandse uitgave 2015 door uitgeverij Atlas
Nederlandse vertaling: Marijke Arijs
Bladzijdes: 453
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...