zaterdag 31 oktober 2015

donderdag 29 oktober 2015

Michael & Natasha, Rosemary en Donald Crawford

Michael Alexandrovich van Rusland werd in 1878 geboren als de jongste broer van de man die later zou regeren als Nicolaas II.
Zolang Nicolaas geen mannelijke opvolger had, was Michael de eerstvolgende troonopvolger. In 1904 werd eindelijk Alexei geboren, maar al snel bleek dat de jongen de gevreesde ziekte hemofilie had en waarschijnlijk nooit veel ouder dan twintig jaar zou worden. Michael bleef dus in beeld als eventuele troonopvolger.

Van leden van de Keizerlijke familie werd verwacht dat zij zich aan bepaalde regels zouden houden, de tsaar moest bijvoorbeeld om toestemming gevraagd worden om te kunnen trouwen en trouwen met een gescheiden vrouw was uit den boze.
Veel groothertogen hielden zich hier niet aan, maar de repercussies waren altijd groot. Verbanning van het hof en soms zelf uit Rusland waren het gevolg. 

Omdat hij een cruciale rol speelde in de toekomst van de Romanovs in Rusland was het van groot belang voor Michael dat hij zich wel aan de regels zou houden. Hij ontmoette echter Natasha, een jonge vrouw die getrouwd was met een mede-officier. Zij was al eens gescheiden om met haar huidige man te trouwen en toen kwam ze Michael tegen.
Michael Alexandrovich Romanov
Een gepassioneerde affaire begon, die al snel serieus werd. Het stel wilde trouwen, zeker nadat Natasha zwanger bleek te zijn. Op toestemming hoefden ze echter niet te rekenen en uiteindelijk zijn ze stiekem in het buitenland getrouwd, nadat ze eerst de agenten van de geheime dienst die hen schaduwden op een dwaalspoor hadden gezet.

Nicolaas was niet van plan zijn broer te vergeven dat hij zijn gezag had getart en alle regels aan zijn laars lapte. Michael en Natasha mochten voorlopig niet terugkeren naar Rusland.

Michael en zijn hond
Pas toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, keerden zij terug en kon Michael zijn dienst voor het vaderland vervullen als officier. De oorlog verliep niet goed voor Rusland en er kwam steeds meer onvrede met het slechte beleid van Alexandra en de verkeerde beslissingen van Nicolaas aan het front. De vermaningen en waarschuwingen van verschillende familieleden werden niet opgevolgd en de onvrede was niet meer te beteugelen.

In maart 1917 (NS) werd Nicolaas gedwongen afstand te doen van de troon. Men verwachtte dat Alexei de nieuwe tsaar zou worden, met Michael als zijn regent. Dit gebeurde echter niet. Vanwege de slechte gezondheid van Alexei abdiceerde Nicolaas ook in Alexei’s naam.

Nu werd de kroon aangeboden aan Michael. Verschillende regimenten zworen al trouw aan de nieuwe keizer en in diverse kerken werd al het Te Deum voor hem gezongen. Het probleem dat Natasha heette, werd omzeild door haar gewoon niet te noemen.

Michael besefte echter dat de politieke machinaties die op dat moment in Rusland in gang waren gezet groter waren dan hemzelf. Hij wilde de kroon alleen aanvaarden als het parlement hier toestemming voor had gegeven. Deze toestemming kwam er niet en het bleek dat men een tikje te voorbarig was geweest door een nieuwe keizer uit te roepen.

De Voorlopige Regering en uiteindelijk de Bolsjewieken namen de macht over in Rusland en de rol van de Romanovs was uitgespeeld. Lenin wilde af van de Romanovs en de dreiging die zij nog konden vormen. In Juli 1918, enkele dagen voor Nicolaas en de overige leden van de Keizerlijke familie zouden worden doodgeschoten in Jekatarinaburg, werd Michael opgehaald vanwaar hij werd vastgehouden. Hij werd naar de bossen gebracht en neergeschoten.

Michael en Natasha
Ook zijn dood werd niet officieel bevestigd en lang waren er nog geruchten dat Michael in Siberië een leger aanvoerde tegen de Bolsjewieken.
Natasha probeerde ondertussen het land uit te vluchten en kon eindelijk, na de oorlog, naar Engeland.

Zij heeft de rest van haar leven in bittere armoede moeten leven. Zij probeerde haar juwelen te verkopen, maar de Deense en Britse regering maakte bezwaar tegen de verkoop van de Deense en Britse legerordes die van Michael waren geweest.
Uiteindelijk zou Natasha in 1952 overlijden in een armenziekenhuis Parijs.

Veel aandacht in de Russische geschiedenis gaat begrijpelijk naar Nicolaas en Alexandra en hun kinderen, maar het is ook bijzonder interessant om te zien hoe het leven van de andere familieleden is verlopen.

De biografie die Rosemary en Donald Crawford over Michael en Natasha hebben geschreven is een goede. Af en toe iets te veel snibbige opmerkingen aan het adres van Nicolaas en Alexandra, maar verder is het behoorlijk feitelijk en goed onderbouwd. Zij zijn er in geslaagd om zowel Michael als Natasha ons dichterbij te laten komen. Het is mooi eindelijk meer te weten te komen over de broer van Nicolaas.

Naar alle verhalen was Michael een aimabele en competente man, iemand die een goede tsaar had kunnen zijn als de omstandigheden anders waren verlopen. Natasha werd door velen aan het hof gezien als een golddigger, haar twee scheidingen om elke keer een rijkere man te trouwen wezen hier volgens veel mensen op.
Toch lijkt er tussen Michael en Natasha sprake geweest te zijn van echte liefde. Samen hebben ze veel doorstaan en veel voordeel heeft Natasha niet gehad van haar huwelijk met Michael en tot aan haar eigen dood heeft ze om hem gerouwd.
Zo’n triest lot voor hen beiden.

Uitgegeven in 1997
Bladzijdes: 395
Geen Nederlandse vertaling

woensdag 28 oktober 2015

Musée de Cluny, Parijs

Ingang van Musée de Cluny
Een van de mooiste musea die ik heb bezocht in de laatste jaren is het Musée de Cluny in Parijs. Dit museum voor Middeleeuwse kunst is gevestigd in een huis dat toebehoorde aan de abts van Cluny, waar zij verbleven als ze in Parijs waren.

Bij het complex uit de 14e eeuw horen ook nog de fundamenten van een Romeins badhuis, die men op dit moment aan het restaureren is.

In de 15e eeuw werd het gebouw niet langer gebruikt door de abten van Cluny, maar was het een soort gastenverblijf voor de koninklijke familie waar men mensen kon wegstoppen waar men een beetje verlegen mee was. Na de Franse revolutie werd het gebouw geconfisqueerd door de staat en kreeg het verschillende functies.

In 1842 werd het uiteindelijk een museum waar tot op de dag van vandaag een rijke collectie Middeleeuwse kunst bewonderd kan worden, zowel Romaans als Gotisch. Ivoor, goud, email, hout en steen zijn de materialen die veelvuldig werden gebruikt en waar prachtige voorbeelden van de zien zijn.
Een van de vele wandtapijten die men daar heeft
(dit is niet De dame met de eenhoorn)
Heel bijzonder zijn de vele wandtapijten waarvan een serie van zes die bekend staat als 'De dame met de eenhoorn' die rond 1500 gemaakt zijn. De zes tapijten zijn te bewonderen in een ietwat verdonkerde kamer, zodat het licht de tapijten niet aantast.
De kleuren zijn nu nog altijd fris en helder en de voorstellingen zijn levendig en mooi. Je kunt hier heel lang naar zitten kijken, want elke keer ontdek je weer een nieuw verbazingwekkend detail dat je verrukt.
De kaarten die ik ervan heb gekocht doen de tapijten helaas geen recht, maar ik denk eigenlijk dat geen enkele reproductie dat kan.
De kapel
Het gebouw zelf is ook mooi, vol middeleeuwse stukken muur (oud metselwerk maakt mij blij) en de kapel is klein, maar heeft een prachtige structuur.

Kortom, Musée de Cluny is een kleine schatkamer vol onontdekte zaken en de moeite waard om er op bezoek te gaan een volgende keer als je in Parijs bent.

maandag 26 oktober 2015

Twee keer Italo Calvino

Ik heb in de afgelopen maanden een aantal moderne Italiaanse klassiekers gelezen. Italo Calvino (1923-1985) hoorde daar natuurlijk ook bij en ik heb uiteindelijk twee boeken van hem gelezen. Italo Calvino was student landbouwkunde, maar ging in 1943 bij de communistische partizanen. Na de oorlog studeerde hij letterkunde en raakte bevriend met andere schrijvers van de nieuwe generatie zoals Cesare Pavese. Hij was altijd geïnteresseerd in politiek en was actief in de communistische partij. Zijn verhalen werden in allerlei landen vertaald en hij is één van de bekendste na-oorlogse Italiaanse schrijvers. 

Het eerste boek dat ik van hem las was Onzichtbare steden. Hierin beschrijft Marco Polo aan Kubla Kahn, de keizer van de Tartaren, de verschillende steden die hij heeft bezocht.

Deze eerste kennismaking viel niet mee. Het kan misschien komen omdat ik met een verkeerde voorstelling van het boek begon, ik had gedacht een mooie historische roman te lezen. 

Helaas waren het letterlijk alleen maar beschrijvingen van fictieve steden. Een stad waar de mensen in hangmatten wonen, een stad waar de vuilnishopen elke dag groter worden, een stad waar twee schaduwsteden zijn, één voor de doden en één voor de ongeborenen, een stad waar constant gebouwd wordt ‘zodat het verval niet begint’ etc.

Ik wist dat Italo Calvino veel magisch realisme in zijn werk gebruikte en op zich heb ik hier niet zoveel bezwaar tegen, maar ik vrees dat Onzichtbare steden voor mij te vaag en te fragmentarisch was. Ik wil toch wel graag enige verhaallijn vinden in wat ik lees en die was hier niet te vinden. 

Ik denk dat er mensen zijn die het een prachtig en fantasierijk boek zullen vinden en die zich kunnen verliezen in de wonderlijke beschrijvingen, maar Onzichtbare steden is niet het soort boek dat mij kan bekoren.

Gelukkig had ik ook nog Het pad van de spinnennesten in de kast staan, die ik daarna heb gelezen. Dit was het eerste boek van Italo Calvino en hierin heeft hij nog een echte verhaallijn. Dit boek beviel me dan ook een stuk beter dan het andere boek.

De magie is wel aanwezig in dit boek. De hoofdpersoon is de jonge Pin, die eigenlijk alleen staat op de wereld. Zijn zuster, de hoer van de lange steeg, bekommert zich niet om hem. Pin weet al teveel van de volwassen wereld en daarom willen de kinderen niet met hem omgaan, maar hij is ook nog een kind die veel niet begrijpt. Voor een deel leeft hij in zijn eigen wereldje, en als hij zich te eenzaam voelt, gaat hij naar het pad bij de rivier waar de spinnen hun nesten bouwen. Nesten met kleine deurtjes ervoor.

De volwassenen in het café tolereren Pin, maar maken ook gebruik van hem. Zo dwingen ze hem het pistool van de Duitse soldaat te stelen die altijd bij zijn zuster langskomt. Pin wordt opgepakt en komt in de gevangenis terecht. Hij weet te ontsnappen en komt bij een partizanenkamp terecht, waar allerlei rare types rondlopen. Opnieuw weet Pin moeilijk de aansluiting te vinden, ook omdat hij zoveel nog niet begrijpt.

Heel knap weet Italo Calvino Pin tot leven te wekken. Een niet zo heel aardige jongen, maar dat kun je hem ook niet kwalijk nemen met zo’n achtergrond. De eenzaamheid en het verdriet dat Pin meedraagt, neemt de jongen toch voor je in. Het enige wat hij wil is een vriend, iemand die zich om hem bekommert en die hij de spinnennesten kan laten zien. 

Op het einde heeft hij die eindelijk gevonden en dat vond ik een heel ontroerend stuk. De ontroering zit er ook in dat wij, volwassen lezers, begrijpen wat er op het laatst gebeurd is, maar dat Pin daar geen weet van heeft. Hij is alleen blij dat hij eindelijk een Grote Vriend heeft gevonden.
Je zou nu trouwens door deze omschrijving van mij kunnen denken dat het iets onoorbaars is dat wij weten en Pin niet, maar daar heeft het niets mee te maken. Het gaat over de oorlog, het verzet en de communisten tegenover de fascisten.

Niemand komt er hier trouwens goed vanaf, iedereen is uit op eigen gewin, voor het communistische verzet zijn vooral de leuzen belangrijk en goed georganiseerd is het al helemaal niet. 

Het pad van de spinnennesten is mooi, grappig en met een hoofdpersoon die tegen wil en dank in je hart terecht komt. Vuile Pin die kan treiteren en schelden, maar ook iedereen kan ontroeren met zijn lied.
En ons met zijn verhaal.

Oorspronkelijke Italiaanse titel: Le città invisibili
Uitgegeven in 1972
Deze Nederlandse uitgave in 2015 door uitgeverij L.J. Veen klassiek (eerdere drukken bij uitgeverij Bert Bakker)
Nederlandse vertaling: Henny Vlot
Bladzijdes:169

Oorspronkelijke Italiaanse titel: Il sentiero dei nidi di ragno
Uitgegeven in 1946
Deze Nederlandse uitgave 2010 door uitgeverij Atlas
Nederlandse vertaling: Henny Vlot
Bladzijdes: 185

zondag 25 oktober 2015

Citaat: Coco Chanel

Luxe moet comfortabel zijn, anders is het helemaal geen luxe.
Coco Chanel (Modeontwerpster 1883-1971)

vrijdag 23 oktober 2015

Vijf op vrijdag; 5x Berlijn

Vorige week was ik opnieuw op reis met school, deze keer naar Berlijn. En hoewel de stad niet mijn hart heeft gestolen zoals Rome of Parijs dat wel hebben kunnen doen, is Berlijn een stad vol geschiedenis en een paar mooie plekken. Hieronder deel ik weer een paar foto's met jullie. Als het een beetje donker lijkt, dan komt dat omdat het elke dag enorm heeft geregend.
Hofjes en binnenpleintjes

Deze staken geven aan waar de Berlijnse muur vroeger liep. Dit is in Prenzlauer Berg
De synagoge
De ´Alex´ zelf viel tegen, het leukst was het metrobordje met de bekende naam

Oude huizen, maar er toch iets leuks van maken

donderdag 22 oktober 2015

Parijs, coleur locale, John H. Boom

Als je de eerste keer een stad bezoekt, beperk je je meestal tot de grote hoogtepunten. Geen Londen zonder de Tower, geen Rome zonder het Colosseum, geen Parijs zonder de Eiffeltoren.

Maar als je vaker een bepaalde stad hebt bezocht, dan wil je langzamerhand ook wel wat meer zien, andere dingen bekijken, nieuwe ervaringen opdoen. Dan wil je verstopte straatjes doorlopen, onbekende musea bezoeken en stukken van de stad ontdekken waar de gemiddelde toerist niet meteen komt.

Parijs, coleur locale is een boekje dat voor die toeristen uitstekend geschikt is. Het is geen echte reisgids, dus als je informatie over metrolijnen en toegangstijden verwacht, is dit niet het boekje voor jou.

Parijs, coleur locale is geschreven door uitgever John Boom en kort geleden volledig herzien door diens dochter Berber. Het is een boek vol wandelingen en beschrijvingen van wat er in Parijs te zien is. Mensen, kerken, parken, scènes op de markt, metrostations, musea boven en onder de grond en cafeetjes waar je na afloop nog gezellig iets kunt drinken. Het loont om als toerist buiten de gebaande paden te gaan.

Eigenlijk is het een boek met impressies van Parijs, geschreven door iemand die oog had voor details en voor mensen en een duidelijke liefde voor de stad. De foto’s, maar vooral de door John Boom zelfgemaakte aquarelletjes geven er nog een extra charme aan.

Het is wel een gevaarlijk boekje, je wil meteen de kaart erbij pakken om alles op te zoeken en daarna wil je een reis naar Parijs boeken om de wandelingen te maken en alles voor jezelf te zien.

Parijs, coleur locale is geen boek dat je in een keer achter elkaar kunt lezen. Daar is het ook niet voor bedoeld. Lees er af en toe in, grasduin en lees waar je aandacht op valt en dan komt deze prachtige stad tot leven en zie je de verrassingen voor je die Parijs ons te bieden heeft.  

Uitgegeven in 2000 door uitgeverij Boom,
(in 2010 totaal herzien)
Bladzijdes 224

woensdag 21 oktober 2015

Yoga thuis doen

Eenmaal per week een yogales van een uur zet eigenlijk niet zo heel veel zoden aan de dijk. Naast je lessen is het goed om ook thuis aan yoga te doen en als je geen lessen volgt, is thuis oefenen helemaal fijn.
Veel heb je er niet voor nodig, alleen een matje is wel handig omdat je anders wegglijdt, maar dat is eigenlijk alles. Yoga kun je overal en op elk moment van de dag doen.

Op je matje thuis kun je natuurlijk je eigen oefeningen doen en zelf een serie bedenken van oefeningen die je prettig vindt. Dit hoeft niet heel moeilijk te zijn, je moet er alleen goed op letten dat als je iets aan de rechterkant doet, je het ook aan de linkerkant moet doen en als je bijvoorbeeld voorover buigt, er daarna een oefening volgt met een achteroverbuiging om dat weer in balans te krijgen.
Verder is het handig om een bepaalde volgorde aan te houden, bijvoorbeeld eerst staande asana’s, dan de zittende oefeningen en daarna de liggende asana’s.

Het probleem dat ik echter ervaar als ik zelf de oefeningen bedenk, is dat ik eigenlijk steeds dezelfde oefeningen doe. Eenmaal op de mat sta ik steeds te denken ‘oke, wat nu?’ en er zit weinig variatie in en al helemaal geen flow. Thuis yoga oefenen wordt daarmee niet echt inspirerend en schiet zijn doel voorbij.
Persoonlijk vind ik het dan ook prettiger om thuis te oefenen met een boek. Ik heb verschillende goede boeken waarin de oefeningen goed en duidelijk worden uitgelegd, maar waar ook goede series in staan. Op die manier doe je andere oefeningen en in een andere volgorde dan waar je zelf steeds uit routine op terugvalt.

De volgende boeken helpen mij bij mijn yoga oefeningen thuis.

Yoga op maat, Tara Fraser
Dit was het eerste yoga boek dat ik ooit kocht, en het is nog altijd een favoriet. Goede algemene uitleg, fijne uitleg bij de houdingen en een aantal bijzonder prettige series. Aanrader!



Yoga, Inge Schöps
Dit boek kwam ik ooit per toeval tegen in de boekhandel, maar de vele asana’s die hierin met foto’s staan uitgelegd met variaties voor beginners en gevorderden maken dit tot een zeer goed naslagwerk, een heerlijk boek om te gebruiken.



Yoga met Evie
Evie is vooral bekend door haar hardloopprogramma’s, maar is ook bezig met yoga. Dit jaar is Yoga met Evie uitgekomen met daarin natuurlijk drie hoofdstukken met uitleg van asana’s, elk met een andere focus. Aan het einde van het hoofdstuk staat een serie waarin de houdingen terugkomen.
  

Yoga girl
Rachel is een Deense die op Aruba woont. Ze is een zeer populaire yogalerares. Dit boek staat vol inspiratie voor yoga, meditatie en een paar gezonde recepten. De prachtige foto’s van Rachel op Aruba maken het wel een heel leuk boek om te lezen.

maandag 19 oktober 2015

Witte vleugels, zwarte vleugels, Sue Monk Kidd

Ieder mens heeft de mogelijkheid nodig om te groeien, om dromen te volgen en verlangens te realiseren. Iedereen wil graag een eigen pad kunnen volgen. Tegenwoordig is dit voor ons een vast gegeven, maar in de 19e eeuw was dit nog niet zo vanzelfsprekend, zeker niet in Charleston in het diepe zuiden van South Carolina.

Van vrouwen werd verwacht dat zij zouden trouwen en een gezin zouden stichten, van slaven werd verwacht dat zij met een opgewekt gemoed zouden gehoorzamen en hun lot zouden aanvaarden.

Sarah Grimké kwam uit een van de meest gerespecteerde families uit Charleston. Sarah wilde rechten studeren en advocaat worden, maar deze droom werd wreed de kop ingedrukt, meisjes konden niet studeren en die onzin moest ze maar snel vergeten.

Helaas was Sarah te intelligent en te compromisloos om een goed huwelijk te sluiten, tot wanhoop van haar moeder en de rest van haar familie en was ze gedoemd een oude vrijster te worden.

Sarah trok zich het lot van de slaven die haar familie bezat aan en raakte er steeds meer van overtuigd dat de slavernij afgeschaft zou moeten worden. Haar vriendschap met het slavenmeisje Hetty, die aan Sarah als verjaardagscadeautje was gegeven toen ze elf werd, hielp hierbij. 

Sarah en haar jongere zuster raakten steeds meer betrokken bij de abolitionisten en vermengden dit met de strijd voor vrouwenrechten, iets waar de abolitionisten niet echt op zaten te wachten.

Parallel aan het verhaal van Sarah loopt het verhaal van Handful, of Hetty zoals ze door haar eigenaren wordt genoemd. Zij is het meisje dat als cadeautje aan Sarah werd gegeven en bij wie steeds meer het besef groeit dat ze vrij wil zijn. 

Haar moeder, Charlotte, is een goede naaister en daarom wordt ze door haar meesteres gewaardeerd. Na een vernederende straf groeit bij Charlotte echter het verzet, dat zich op allerlei manieren uit, met grote gevolgen.

Sarah Grimké heeft werkelijk bestaan, ze was een voorvechtster van abolitionsme en schreef pamfletten tegen de slavermij. Ook zette ze zich in voor vrouwenrechten. Als je een bestaande historische persoon gebruikt, bestaat de kans dat je verzandt in allerlei biografische details die het verhaal er niet per se interessanter op maken voor de lezer.

Daar is in dit boek echter geen sprake van. Het is een literaire verbeelding van het leven van Sarah Grimké en wat vooral werkt is het parallelle verhaal van Handful, waardoor gebeurtenissen een andere kleur kunnen krijgen.

Om het verhaal van Handful te vertellen heeft Sue Monk Kidd een paar historische aanpassingen moeten doen, maar die worden keurig aangegeven in de historische verantwoording.

Wat voor mij een eye-opener was, iets dat ik me echt nooit gerealiseerd heb, is dat de meeste voorvechters van abolitionisme in die tijd niet bepaald voorvechters waren van gelijke rechten voor zwarten. Afschaffing van slavernij was één ding, gelijke rechten voor zwarten een compleet ander verhaal waar de meesten nog niet aan toe waren.
Ook bij de Quakers was het idee van gelijkheid, voor mannen en vrouwen, voor blank en zwart, nog niet zover gevorderd als soms wel eens wordt voorgesteld.

Heel knap vond ik ook duidelijk worden hoe mensen verschillend kunnen reageren op een situatie, sommige slaven worden opstandig, anderen raken hun spirit helemaal kwijt, anderen bekommeren zich om hun eigen hachje en verraden hun mede-slaven. En al deze reacties zijn begrijpelijk in die omstandigheden.

Ook aan de andere kant van de zaak zien we deze verschillen. Sarah en haar jongste zuster namen afstand van alles en zetten zich in voor afschaffing, terwijl de rest van hun familie van mening was dat slavernij nu eenmaal noodzakelijk was en dat slaven best gelukkig waren. Zij snapten niet waarom Sarah daar zo ontzettend moeilijk over moest doen.

Witte vleugels, zwarte vleugels is een prachtige en vaak ontroerende historische roman over twee boeiende vrouwen en een vriendschap die, ondanks de moeilijke omstandigheden, toch op een bepaalde manier tot bloei kwam.

Oorspronkelijke titel: The invention of wings
Uitgegeven in 2014
Nederlandse uitgave 2014 door uitgeverij The house of books
Nederlandse vertaling: Monique de Vré
Bladzijdes: 416

zondag 18 oktober 2015

Citaat: Lech Walesa

De val van de Berlijnse Muur heeft mooie foto's opgeleverd. Maar dat is allemaal begonnen op de scheepswerven.
Lech Walesa (1943-, Poolse vakbondsleider en politicus)

zaterdag 17 oktober 2015

donderdag 15 oktober 2015

De Monsignore en de nazi, Arne Molfenter en Rüdiger Strempel

De boomlange Ierse priester Hugh O’Flaherty was een opvallende man, die heel veel vrienden had in Rome. Zijn charmante en vrolijke natuur, zijn liefde voor golfen en zijn aangeboren belangstelling voor mensen hadden hem vrienden en kennissen bezorgd van de hoogste kringen in Rome tot mensen in de nederigste beroepen.

Al deze connecties kwamen hem van pas toen in 1943 Rome en de rest van Italië bezet werden door de Duitsers.
Het Vaticaan was neutraal en had daarom toegang tot de krijgsgevangenkampen waar geallieerde soldaten gevangen zaten. Hugh O’Flaherty was een van de priesters die deze kampen bezocht en zoveel mogelijk steun probeerde te verlenen.

Krijgsgevangenen die het lukte te ontsnappen, wisten dan ook de weg naar het Vaticaan te vinden, waar Monseigneur O’Flaherty hen verder hielp. Al snel kwam er een organisatie op gang geleid door O’Flaherty, een Engelse officier, de butler van de Engelse gezant en een Zwitserse graaf die op grote schaal onderduikadressen, nieuwe papieren, kleding, voedsel en vluchtwegen organiseerde voor de vele honderden krijgsgevangenen die waren ontsnapt uit de kampen.

Ook de Joodse gemeenschap in Rome kon op hulp en steun rekenen van deze groep.
Nadat de Duitsers het bewind in Rome in 1943 hadden overgenomen, kwamen de bevelen uit Berlijn om de Joodse gemeenschap in Rome uit te roeien. Niet alle Duitse officieren waren het hiermee eens, zij schatten in dat dit wel eens averechts kon werken. Toch moesten de bevelen worden uitgevoerd en de vervolging van Joden werd drastisch opgevoerd. 
Hugh O'Flaherty 1898- 1963
Het Vaticaan moest voorzichtig zijn, het was niet zeker dat de Duitsers de neutraliteit zouden respecteren. Meerdere malen vielen ze in Rome pauselijke  kerken en kloosters binnen, waardoor de vele Joden die daar verborgen zaten in gevaar werden gebracht. Er zaten meer dan 5000 Joden verborgen in de verschillende pauselijke gebouwen.
Tot een Duitse inval in het Vaticaan zelf is het nooit gekomen, maar het is wel iets waar men ernstig rekening mee hield.
De activiteiten van Hugh O’Flaherty werden oogluikend toegelaten, maar paus Pius XII maande hem wel tot voorzichtigheid.

Dat was nodig, want de Ierse priester lette nooit op zijn eigen veiligheid. Als men zijn hulp nodig had, dan ging hij er naar toe. Zijn activiteiten hadden hem echter ook onder de aandacht van de Duitse autoriteiten gebracht. 

Herbert Kappler, hoofd van de Sicherheits Dienst in Italie, was erop gebeten om O’Flaherty te pakken te krijgen. Meerdere pogingen tot arrestatie werden ondernomen, mensen werden gemarteld om informatie te geven en er is zelfs geprobeerd O’Flaherty uit de Sint Pieter te ontvoeren. Al die pogingen liepen echter op niets uit, de Monseigneur bleef op vrije voeten, steeds bezig met het helpen van anderen.

Toen de oorlog was afgelopen, werd duidelijk hoe omvangrijk de organisatie van O’Flaherty en de zijnen was geweest. Hij zette zich nu in om alle mensen die hadden geholpen zoveel mogelijk schadeloos te stellen.

Ook zette hij zich in voor de andere kant die nu gevangen zat, de fascisten en de Duitsers die op hun proces wachtten. Voor O’Flaherty had God geen nationaliteit en had ieder mens iets goeds in zich en daarom kon hij het zich niet voorstellen om niet te helpen waar nodig was. Zelfs Herbert Kappler kon op hem rekenen, hij heeft hem jarenlang elke week in de gevangenis bezocht.

Uiteindelijk is monseigneur O’Flaherty in 1963 thuis in Ierland overleden. In 2013 is er in zijn geboortestad een standbeeld voor hem opgericht. 

Het verhaal van de heldendaden van Hugh O’Flaherty was mij niet onbekend, ik heb als kind de film The scarlet and the black gezien die op hem gebaseerd is en die film heb ik enige jaren geleden teruggevonden. Toen kwam ik er ook achter dat het een waar gebeurd verhaal was.

De Monsignore en de nazi vertelt niet alleen het verhaal van Hugh O’Flaherty, maar ook van de andere dappere mensen die hem hebben geholpen en hoe het met de belangrijkste betrokkenen is vergaan.

Het is fijn dat boek is uitgekomen, want daardoor komt O’Flaherty’s geschiedenis weer onder de aandacht, en het is een interessante en mooie geschiedenis. Ja, het is een verhaal vol helden en heldendaden, maar het gaat vooral over de kracht van medemenselijkheid en dat is misschien wel het mooiste dat er bestaat. Hugh O’Flaherty is hierin een voorbeeld voor iedereen.

Mijn bespreking van The scarlet and the black HIER
Meer informatie over Hugh O'Flaherty HIER

Originele Duitse titel: Uber die weisse Linie. Wie ein Priester uber 6000 Menschen vor der Gestapo rettete.
Uitgegeven in 2014
Nederlandse uitgave 2015 door uitgeverij Lannoo
Nederlandse vertaling: Janneke Panders
Bladzijdes: 252

woensdag 14 oktober 2015

2x Romeinse musea

Palazzo Barberini
Enige tijd geleden heb ik aandacht besteed aan een niet zo heel bekend Romeins museum, de Centrale Montemartini. Maar er zijn nog veel meer musea waar je nog rustig kunt rondkijken omdat de grote massa deze musea (nog) niet kent, maar die wel de moeite waard zijn.

Tijdens mijn bezoek in Rome deze zomer ben ik in twee musea geweest die ik erg mooi vond, en waar ik graag jullie aandacht op wil vestigen.

Palazzo Barberini
De beroemde familie Barberini heeft dit mooie palazzo vol kunst achtergelaten. Prachtige beelden uit de oudheid, klassieke werken, maar ook heel veel schilderijen uit de Renaissance en de Barok. Hollandse meesters hangen naast Carevaggio, naast portretten van Beatrice Cenci en Erasmus.
Niet altijd alle zalen zijn toegankelijk, maar dat maakt het ook wel weer bijzonder elke keer als je er op bezoek gaat; welke werken kan je nu wel en welke nu niet zien?
Bijzonder mooi is ook het paleis zelf.

Museo di Roma in Trastevere
Op dit moment zijn ze aan het verbouwen en was alleen de tweede verdieping toegankelijk, maar hier heb ik twee bijzonder mooie tentoonstellingen gezien. De een bestond uit aquarellen van Rome, de ander uit sepia en zwart-wit foto;s. Zowel de aquarellen als de foto's stamden uit de tweede helft van de 19e eeuw en gaven een heel mooi beeld van Rome uit de tijd. Heel veel plekken waren nog erg herkenbaar!
Ik wil graag terug naar dit museum als het klaar is, omdat ik heel benieuwd ben naar de rest van de collectie.

maandag 12 oktober 2015

De geheimen van de Nar, Robin Hobb

Dit is het boek dat ik afgelopen zaterdagmiddag ophaalde bij de boekhandel, en zondagmiddag om twee uur uit had. Hoewel ik eigenlijk andere plannen had, kon ik het niet wegleggen, ik moest verder lezen en zien hoe het ging met Fitz en de Nar.

Aan het einde van het vorige boek was Fitz met een gewonde Nar teruggekeerd naar de Hertenhorst. Hij hoopte dat de vermogensgenezers in staat zouden zijn de Nar te helen. De wonden die de Nar zijn toegebracht door de Dienaren zijn echter niet alleen lichamelijk en de weg naar herstel is lang.
Door omstandigheden komt Fitz weer in de belangstelling van het hof te staan en wordt hij zelfs erkend als familielid en in zijn eer als Prins FitzChevalric Ziener hersteld.

Helaas blijken de zaken thuis, in Het Woeste Woud minder goed te gaan, een groep huurlingen heeft de hoeve overvallen en heeft Bij, het jonge dochtertje van Fitz ontvoerd. De huurlingen werkten in opdracht van de mensen die de Nar hebben gemarteld en gevreesd wordt voor het lot dat Bij zal treffen.

Fitz wil nog maar één ding, zijn dochter terugvinden en zich wreken. Nog niet zo gemakkelijk als je oude leermeester zijn scherpte kwijt is, de Nar drankenbloed heeft gedronken, nieuwe verplichtingen aan je trekken en de Vermogensstenen niet echt meer te vertrouwen zijn.

Fitz had liever alleen gereisd, maar wordt opgezadeld met een onwaarschijnlijk gezelschap en samen beginnen ze aan de moeilijke reis naar onbekend gebied.

Zonder twijfel is de serie over Fitz en de zijnen voor mij het allerbeste wat er is aan fantasy is geschreven. Het is de verdienste van Robin Hobb dat zij in staat is geweest om personages en een wereld te scheppen die zonder moeite tot leven komen en waar je van wil weten hoe het met ze gaat.
Dit is de enige serie waar ik af en toe gewoon bij huil tijdens het lezen omdat sommige momenten me zo aangrijpen en ontroeren.

Is Fitz een volmaakte held? Nee zeker niet. Hij is koppig, laat zich weinig gelegen liggen aan andere mensen en neemt niet altijd de juiste beslissingen. De moeilijke omstandigheden van zijn jeugd en het beroep van moordenaar des konings dat hij jarenlang heeft uitgevoerd hebben hem getekend. De enigen die hem door en door kenden en toch van hem hielden waren de wolf Nachtogen en de Nar. Het is de fundamentele eenzaamheid van Fitz waardoor je je zijn lot aantrekt en van hem gaat houden.

Maar ook de Nar, die vreemde figuur die kan veranderen als kwikzilver is zo´n bijzonder schepsel dat je wil dat het goed met hem gaat en je lijdt met hem mee na wat hem is aangedaan. De verstandhouding tussen die twee is een van de mooiste die er ooit gecreëerd is. Meer nog dan vrienden of zelfs geliefden, dieper dan broeders, het zijn de profeet en zijn katalysator, twee helften die bij elkaar horen.

Er worden een aantal zaken al duidelijk en sommige dingen worden alleen ingewikkelder. Er zijn nog genoeg verhaallijnen over en puzzels die opgelost moeten worden om ook deel drie interessant te maken, maar daar hoefde al geen twijfel over te zijn. Alsof een boek over Fitz en de Nar niet goed of mooi zou kunnen zijn. 

Ik heb nu echter wel een probleem, want ik wil eigenlijk gewoon nú weten hoe het afloopt. Ik vrees echter dat ik tot volgend jaar zal moeten wachten als dan hopelijk deel drie uitkomt. In de tussentijd is er grote kans dat ik de voorgaande twee trilogieën ga herlezen, ik denk namelijk niet dat ik zo lang zonder Fitz en de Nar en de anderen uit de Zes Hertogdommen kan.

Originele titel, Fool´s quest, book two of Fitz and the Fool thrilogy
Uitgegeven in: 2015
Nederlandse uitgave 2015 door uitgeverij Luitingh Sijthoff
Nederlandse vertaling: Ruud Bal en Willie van der Kuil
Bladzijdes: 744

zondag 11 oktober 2015

Citaat: Hugh O'Flaherty

God heeft geen nationaliteit.
Hugh O'Flaherty (1898-1963, Iers priester, oorlogsheld en algemeen goed mens)

donderdag 8 oktober 2015

Dat is wat ik bemin, Isabella Rossaert

Als er thuis iets vreselijks is gebeurd, wil je soms wegvluchten, in de hoop dat je daarmee alles achter je laat. Je zondert je af en maakt je zo klein mogelijk, denkend dat dit de pijn zal verminderen. 

Na een vreselijk verlies verlaat Valerie haar woonplaats en gaat vroeg naar Parijs terug, nog voor het nieuwe studiejaar is begonnen. Ze is alleen op haar kamer en zoekt zo min mogelijk contact met andere mensen. 

Ze zoekt haar toevlucht in het Museum Cluny, bij het wandtapijt De dame met de eenhoorn, waar haar moeder haar vroeger mee naar toe nam. Haar moeder is al enige tijd overleden en Valerie moet met de dood van haar moeder in het reine zien te komen, maar ook met de recente dood van Max. Als ze Jean-Michel tegenkomt terwijl ze een artikel schrijft over het wandtapijt, moet ze kiezen tussen zwijgen en eindelijk alles vertellen.

Dat is wat ik bemin vond ik een bijzondere roman, waarin heel veel draden mooi samenkomen. Het middeleeuwse wandtapijt vormt de achtergrond voor het verhaal dat gaat over liefde, verlies, rouw, schuldgevoel, de hoofse liefde, een ridder op een queeste en een mythe over een man en een dier.

De vorm van het boek, het verhaal wordt verteld in brieven en de dagboekfragmenten, geven het een ritme dat past bij de middeleeuwse thematiek, hier passen geen emails of telefoongesprekken. Data en plaatsen worden gegeven, maar eigenlijk maken de jaartallen niets uit, ze dienen alleen om een tijdsspanne aan te geven, niet zozeer om het verhaal in een bepaalde tijd te plaatsen. Het mooie is namelijk dat de essentie van het verhaal zich ook honderd jaar eerder had kunnen afspelen, of tweehonderd jaar.

Wat ik vooral fijn vind aan Dat is wat ik bemin, is dat niet alles wordt uitgelegd of expliciet wordt gemaakt, veel moet je tussen de regels doorlezen. Isabella Rossaert heeft wat mij betreft een zeer mooi boek geschreven, met mooie, weloverwogen zinnen. 

Het enige bezwaar dat ik tegen dit boek kan bedenken is dat het maar 149 pagina’s heeft, ik zou met gemak en met groot plezier het dubbele aantal hebben gelezen.

Uitgegeven in 2015 door uitgeverij Cossee
Bladzijdes 149

woensdag 7 oktober 2015

Inspirerende kunst: Turner

Kunstenaars krijgen hun inspiratie van alle kanten, maar natuurlijk ook van andere kunstenaars. Ze kijken naar hun voorgangers en nemen stijlen en kleuren over, met een eigen interpretatie. Soms kan zo'n inspiratiebron grote gevolgen hebben, zoals de volgende twee schilderijen laten zien.

De Engelse schilder Turner schilderde zijn Scarlet Sunset in de periode 1830-1840.
Scarlet sunrise, Turner
De Franse schilder Monet was in Engeland tijdens de Frans-Duitse oorlog en heeft dit schilderij gezien. Het inspireerde hem tot het schilderen van zijn Impression, soleil levant (Impressie van een zonsopgang) in 1872.
Het is dit schilderij dat de naam gaf aan de nieuwe Franse manier van schilderen, los van de stijl van de Salon, het Impressionisme
Impression, soleil levant, Monet
Het schilderij van Turner is te zien op de Turner tentoonstelling in De Fundatie in Zwolle. Het is niet groot, maar maakt wel heel veel indruk, zeker als je beseft wat hier verder uit voort is gekomen. Dat is natuurlijk volledig onbedoeld geweest, Turner heeft nooit geweten waar zijn schilderij toe heeft geleid, maar je zou kunnen zeggen dat zonder Turner het Impressionisme niet zou hebben bestaan. Prachtig om dit soort verbanden te zien.

Soms kun je ook verbanden zien nog verder door de tijd heen. Turner zette zijn schilderijen op door eerst met waterverf de kleuren aan te geven op het doek. Deze colourbeginnings zijn ook al heel erg mooi. We hebben er een paar over, waar Turner niet aan toe is gekomen om er het uiteindelijke schilderij overheen te schilderen.
Colourbeginnings, Turner
Als je deze colourbeginnings echter ziet, waar doet dit je aan denken? Juist, Mark Rothko. Mark Rothko bewonderde Turner en heeft ongetwijfeld kennis genomen van deze colourbeginnings. Ik wil niet zeggen dat Rothko zijn grote kleurrijke vlakken rechtstreeks van Turner heeft overgenomen, maar een lijn is hier zeker in te ontdekken, in ieder geval een inspiratie.

Het is allemaal niet nieuw wat ik hier vertel en laat zien, voor velen zal dit al allemaal bekend zijn. Voor mij was het echter wel nieuw en ik vond dat ongelofelijk leuk om te zien hoe inspiratie kan werken en kan doorwerken. 
Mark Rothko

maandag 5 oktober 2015

Dood van een gelukkig man, Giorgio Fontana

Wat is het verschil tussen een verzetsheld en een terrorist en waar ligt de grens tussen gerechtvaardigd geweld en moord?
Wanneer neem je de wapens op tegen de overheid? En is het te rechtvaardigen dat er in zo’n strijd onschuldige burgers gedood worden?

Dit zijn vragen die Giacomo Colnaghi bezighouden. Als rechter bij het parket in Milaan is hij betrokken bij de onderzoeken naar moordaanslagen door splintergroeperingen van de Rode Brigades. Het is 1981 en Italië heeft moeilijke jaren achter de rug, de zogenaamde ‘jaren van lood’ waarin aanslagen en geweld van extreem links en rechts de samenleving probeerden lam te leggen.

Colnaghi is de zoon van een man die in de oorlog wegens verzetsdaden is doodgeschoten door de fascisten.
Hij denkt niet dat zo hard mogelijk tegen de terroristen optreden de juiste manier is om de spiraal van geweld te stoppen. Elke roep om wraak roept weer nieuw geweld op en nieuwe wraak. Vanuit zijn sterke geloof wil hij de andere kant begrijpen en door de retoriek heen breken.

Colghani’s motto is; ‘Altijd uitzonderingen, nooit fouten’. Hij probeert om bij elke zaak de bijzondere omstandigheden te zien en fouten zoveel mogelijk te vermijden. Maar zijn werkwijze en manier van denken zijn uitzonderingen en worden niet goed begrepen, niet door zijn familie, zijn collega’s en vrienden, maar ook niet door de tegenpartij, zoals pijnlijk duidelijk zal worden.

Giorgio Fontana heeft eerder Het geweten van Roberto Doni geschreven’, en dit boek sluit hierbij aan, ze vormen eigenlijk een tweeluik. Roberto Doni is een vriend van Colghani en speelt ook in dit boek een kleine rol.

Giorgio Fontana heeft filosofie gestudeerd, maar zijn boeken zijn niet vaag en zweverig. Hoewel een moord het beginpunt is van dit verhaal en een rechter de hoofdpersoon, is het zeker geen thriller te noemen of een detective. De zaak speelt een minimale rol in het boek, het dient alleen als achtergrond voor de manier waarop Giacomo Colghani met de situatie omgaat en in het leven staat, gevormd door de nagedachtenis aan zijn vader. 

Dood van een gelukkig man heeft een hoofdpersoon die je aan het nadenken zet, iemand die interessante vragen opwerpt en misschien nog wel interessantere antwoorden probeert te vinden.
Giacomo Colghani probeert oprecht een goed mens te zijn, dat lukt hem niet altijd, maar dat is wel zijn streven. De vragen waar hij mee te maken krijgt en de manier waarop hij naar antwoorden zoekt laten zien dat er nooit sprake is van zwart en wit, maar van oneindig veel variaties in grijs.

Dood van een gelukkig man is een bijzondere roman over een bijzonder mens in bijzondere omstandigheden. Hoewel Giacomo Colghani het zelf niet zo zou zien, hij deed alleen zijn werk zo goed mogelijk.

Bespreking van Het geweten van Roberto Doni is HIER te vinden.

Originele Italiaanse titel: Morte di un uomo felice
Uitgegeven in 2014
Nederlandse uitgave 2015 door uitgeverij Wereldbibliotheek
Nederlandse vertaling Philip Supèr
Bladzijdes: 235

zondag 4 oktober 2015

Citaat: Teresa van Avila

Om tot iets goeds te komen is het soms waardevol om te verdwalen en dus ervaring op te doen.
Sint Teresa van Avila (Kerkleraar, heilige 1515-1580)

donderdag 1 oktober 2015

A land more kind than home, Wiley Cash

Als religie en geloofsuitingen niet gedragen worden door traditie en een instituut dat zich door de eeuwen bewezen heeft, maar als het alleen gebaseerd is op het ego van een dominee, dan kan het snel mis gaan.

De evangelische gemeente in een klein stadje in North-Carolina krijgt na de dood van hun vorige dominee een nieuwe prediker, die al snel de focus van de gemeente verandert. Handen opleggen en in tongen spreken worden de normale bezigheden tijdens de diensten op zondag, terwijl men met slangen danst en gif drinkt om maar te bewijzen dat men een echte gelovige is.

De oude Adelaide Lyle vertrouwt dominee Chambliss niet en moet van de slangen en andere praktijken weinig hebben. Na een incident maakt ze een afspraak met Chambliss. In ruil voor haar stilzwijgen over de gang van zaken, mag zij op zondag de kinderen bezig houden, zodat zij in ieder geval niet blootgesteld worden aan deze zaken.

Toch is er op een zondag een kind aanwezig tijdens de dienst, de autistische oudste zoon van Ben en Julie. Ben moet van de kerk niets hebben, maar Julie hoopt dat haar zoon hier zal genezen. Helaas, de jongen sterft tijdens de dienst, terwijl zijn jongere broertje Jess het grootste deel heeft gezien. De mensen in de kerk zwijgen en willen niets zeggen, maar sheriff Barefield moet desondanks achter de waarheid zien te komen.

A land more kind than home is een fascinerend boek. Hoe kunnen mensen zover komen dat ze meegaan in de waanzin van één man? Zoiets zie je natuurlijk ook bij sektes en dit soort geloofsgemeenschapjes zijn daar mee te vergelijken, met normale religieuze stromingen hebben ze weinig te maken.

Dominee Chambliss is een vreselijke kerel, een zalvende egotripper die alles naar zijn hand weet te zetten en denkt dat hij slimmer is dan iedereen. Dat is tegelijkertijd zijn ondergang, want gelukkig is sheriff Barefield nog altijd een stuk slimmer.

Het verhaal wordt langzaam duidelijk, door de ogen van Adelaide Lyle, Jess en de sheriff. En als je alle puzzelstukjes bij elkaar legt, dan wordt duidelijk dat er meer aan de hand zal zijn geweest dan een ongeluk die zondag.

De sfeer in het kleine stadje en de banden tussen de verschillende mensen onderling worden goed beschreven. Heel knap is ook het verhaal opgebouwd en wordt duidelijk hoe een misverstand tot grote gevolgen kan leiden.

Mijn enige bezwaar tegen het boek is dat Chambliss alleen maar heel erg slecht is, terwijl mensen die zowel goed als slecht zijn een stuk interessanter zijn, zoals in de boeken van Philippe Claudel altijd zo uitstekend duidelijk wordt.

Wiley Cash is hierin beter geslaagd met zijn portret van Julie, de moeder van de dode jongen. Aan de ene kant is zij een goede moeder, aan de andere kant doet ze dingen die je je niet voor kan stellen en die in volkomen tegenspraak zijn met elkaar. Dit is onbegrijpelijk, maar daardoor interessant en goed gedaan.

A land more kind than home was het debuut van Wiley Cash, maar zijn tweede boek heb ik hier gelukkig ook al in huis. Sommige schrijvers moet je in de gaten houden.

Uitgegeven in 2012
Geen Nederlandse vertaling beschikbaar
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...