woensdag 30 december 2015

Het (boeken) overzicht van 2015

Corrado in betere tijden
Dieptepunten
Wat is dit een gek jaar geweest, een jaar met flink wat (persoonlijke) hoogtepunten en een paar dieptepunten.

In de wereld staan de twee aanslagen in Parijs nog altijd in ons geheugen gebrand, dit heeft behoorlijk veel indruk gemaakt. Vooral de aanslag in november met de vele doden heeft het terrorisme akelig dicht bij huis gebracht.

De vele vluchtelingen uit Syrië en de vreselijke onmenselijke reacties van sommigen daarop zijn ook een bron van verdriet.

Dichter bij huis vond ik de dood van Joost Zwagerman heel erg. Ik was geen grote fan van zijn romans, maar ik vond het een heel erg leuke man en ik hield ervan om hem over kunst te horen praten. Wat ik zo knap vond was dat ik een schilderij eerst lelijk kon vinden, maar als ik hem erover hoorde vertellen, veranderde mijn kijk op het schilderij.

Op persoonlijk gebied was het ergste natuurlijk het verlies van Corrado, die ik in juli moest laten inslapen. Ik heb af en toe nog het idee dat ik hem in een ooghoek zie en ik mis hem ook nog altijd. Silvia mist hem ook, geloof ik, al doet ze het beter dan ik had verwacht zonder haar grote vriend.

Hoogepunten
Hoogtepunten waren er gelukkig ook en ik heb prachtige steden mogen zien in de schoolreizen en stedentrips die ik heb gemaakt dit jaar.   
De eerste schoolreis naar Parijs bracht me ook in kennis met Franse literatuur. Na de trip vroeg ik een collega Frans om advies en sindsdien heb ik al heel wat boeken van Franse auteurs gelezen en ik geniet hier enorm van. Philippe Claudel en Patrick Modiano zijn echte ontdekkingen voor mij geweest, en ze staan nu beiden stevig in mijn lijstje van favoriete schrijvers. Mijn plankje Franse literatuur is behoorlijk uitgebreid geworden deze maanden!

De boeken
En dan eindelijk de lijstjes met boeken. Dit jaar heb ik het belachelijke aantal van 168 boeken gelezen. Een hoog aantal, maar dit is bereikt doordat ik veelal vrij dunne boeken heb gelezen dit jaar. Een boek van Patrick Modiano bijvoorbeeld is zelden langer dan 200 pagina’s. Ook heb ik natuurlijk in de zomervakantie een leesdip gehad en heb ik vooral Cissy van Marxveld en Agatha Christie gelezen en daar kan ik er rustig twee of drie per dag lezen en de Hongerspelen-trilogie heb ik in de herfstvakantie in 1 1/2 dag gelezen. Dan gaat het hard. 

Van die 168 zijn er
Nonfictie: historisch 14 en non-historisch 19, samen: 33
Historische boeken: fictie 22 en nonfictie 14, samen: 36
Gewone fictie: 48
Boeken over Rusland: 9 (zowel over Rusland als van Russische auteurs)
Boeken over Italië: 17 (zowel over Italie als van Italiaanse auteurs)
Thrillers: 21 (waarvan 8x Agatha Christie)
Fantasy: 8
Horror: 2
In het Engels: 27
Vertaald uit het Frans: 20
Nederlandse boeken: 37

De lijstjes
En dan nu de lijstjes waar het om gaat, wat waren mijn favoriete boeken van 2015? Het was heel moeilijk kiezen dit jaar, want ik heb heel veel mooie boeken gelezen, maar uiteindelijk is dit mijn top 10 geworden. 

Fictie:
  • Het kleine meisje van meneer Linh, Philippe Claudel (hier)
  • Jij zegt het, Connie Palmen (hier)
  • Een privekwestie Beppe fenoglio (hier)
  • Perfecte akoestiek, Daria Bignardi (hier)
  • Grijze zielen, Philippe Claudel (hier)
  • De man die de taal van de slangen sprak, Andrus Kivirähk (hier)
  • Het verslag van Brodek, Philippe Claudel (hier)
  • Dood van een gelukkig man, Giorgio Fontana (hier)
  • Waterschapsheuvel, Richard Adams (hier)
  • De straat van de donkere winkels, Patrick Modiano (hier)
Nonfictie:
  • Icon, the life, time and films of Marilyn Monroe, Gary Vitacco Robles (hier)
  • Caravaggio, Andrew Graham-Dixon (hier)
  • Aan de rand van de wereld, Michael Pye (hier)
  • H is for Hawk, Helen MacDonald (hier)
  • Een schitterend isolement, Olga Majeau (hier)
  • The judgement of Paris, Ross King (hier)
  • Midnight in the garden of good and evil, John Berendt (hier)
  • Metronome, Lorànt Deutsch (hier)
  • Boze geesten van Berlijn, Philippe Remarque (hier)
  • De monsignore en de nazi, Arne Molfenter en Rüdiger Strempel (hier)
Bijzondere categorieën:
Thriller: 
The Axman’s Jazz van Ray Celestin (hier) en Zwarte lelies van Michel Bussi (hier)

Fantasy: 
De geheimen van  de Nar van Robin Hobb (hier)

Niet besproken, alleen hier vermeld
Er zijn ook een aantal boeken die ik heel mooi vond, maar die ik niet hier heb besproken. Jezus van Fik Meijer was bijzonder interessant en goed geschreven, IJstijd van Maartje Wortel vond ik een mooie verrassing en de Aardzee boeken van Ursula LeGuin vond ik weer mooi om te herlezen.

Ik heb natuurlijk ook een paar ultiem slechte boeken gelezen, of gewoon heel stomme, maar de goede en mooie boeken hebben echt de boventoon gevoerd dit jaar. Ik ben dan ook heel benieuwd wat 2016 mij op boekengebied zal brengen.

Wat zijn mijn plannen op dat gebied? Helemaal niks, ik maak geen bewuste plannen hiervoor. Ik wil lezen waar ik zin in heb en ik zie wel waar ik op uit kom. Ik ga niet bewust lezen om het aantal van dit jaar te evenaren, of om een bepaald soort boeken te lezen.

Lezen waar ik zin in heb en wanneer ik er zin in heb, dat is mijn devies voor het komende jaar, net zoals het dat was voor het afgelopen jaar trouwens.
Op naar mooie boeken!

maandag 28 december 2015

The judgement of Paris, Ross King

In de 19e eeuw was het in Parijs de Salon die bepaalde wat goede schilderkunst was. Een schilderij moest een historische of Bijbelse afbeelding hebben en met perfecte details zijn afgewerkt.

Elke twee jaar hield de Salon een tentoonstelling en als je als schilder iets wilde bereiken, dan moest je toegelaten worden tot de salon en een van je werken goedgekeurd krijgen. Helaas, een strenge jury wees heel veel werken af die volgens hen niet aan de normen van echte schilderkunst voldeden en ze waren vaak niet mals in hun kritieken.

Ernest Meissonier was een van de meest beroemde schilders in Frankrijk. Hij stond bekend om zijn gedetailleerde perfectie, zijn hang naar vroeger en zijn afkeer van de moderne samenleving. Dit legde hem geen windeieren, keer op keer werden zijn schilderijen toegelaten tot de Salon, kreeg hij eremedailles en kon hij hoge bedragen vragen voor zijn werken.

Aan de andere kant had je Édouard Manet en zijn drang tot vernieuwen. Hij wilde nieuwe onderwerpen schilderen en zich niet beperken tot de conventies van de Salon. Zijn schilderijen werden dan ook keer op keer geweigerd, en werken als Dejeuner sur l’herbe en Olympia wekten niet alleen hoon maar zelfs afschuw.
 
Manet, Muziek in de Tuilerieen,
dit schilderij werd door de critici verafschuwd. 
Ross King beschrijft in zijn Judgment of Paris (prachtig gevonden titel trouwens, met heel veel lagen) hoe vanaf 1863 Manet probeerde zijn moderne kunst geaccepteerd te krijgen, zonder veel succes, terwijl Meissonier de ene triomf na de andere kon vieren.

Toch veranderde langzaam het kunstzinnige klimaat, Manet’s vrienden zoals Monet, Degas en Renoir zagen hem als een inspiratie en gingen zelfs nog verder, schilderden in de open lucht en met weinig details om het moment te kunnen vangen. 

Ook kwam er van alle kanten steeds meer kritiek kwam er op de rigide regels van de Salon, de schilders wiens werk geweigerd was, kregen hun eigen tentoonstelling (Salon des Réfusees) en er werden langzaam maatregelen genomen om de invloed van de Salon te verminderen.

Tegenwoordig kennen wij Édouard Manet  goed en bewonderen we zijn werken, zijn nieuwe visie en durf. Bovendien zien we welke invloed hij heeft gehad op de schilders die na hem kwamen.

Ernest Meissonier is bijna door iedereen vergeten en als we zijn schilderijen nu zien, bewonderen we waarschijnlijk de technische perfectie, maar raken doen zijn schilderijen ons niet meer.
Meissonier, Franse veldtocht
The judgement of Paris vertelt het verhaal van twee schilders, die elk staan voor een van de stromingen binnen de kunst in Parijs in de tweede helft van de 19e eeuw. We leren zowel Meissonier als Manet kennen, leren hoeveel voorbereiding er gedaan werd voor de historische schilderijen, begrijpen de frustraties van Manet, in het kort; deze twee schilders, zo verschillend, komen ons beiden nader.

Ross King, van wie ik eerder De koepel van Brunelleschi las, is er opnieuw in geslaagd een heel interessant en goed verhaal te vertellen waarin technische details niet geschuwd worden maar waarin het vooral gaat om de twee verschillende persoonlijkheden, maar waarbij Parijs in de 19e eeuw en de kunstwereld ook tot leven komen.

Zeer knap gedaan.

Uitgegeven in 2006
Geen Nederlandse vertaling

vrijdag 25 december 2015

Kerstclip: Fairytale of New York

Zalig Kerstfeest allemaal!
Om de eventuele zoetheid van Kerst een beetje te doorbreken het bittere, maar briljante 'Fairytale of New York' van The Pogues met Kirsty McColl.
Geniet ervan! (en eet niet teveel)

woensdag 23 december 2015

De hand van Whistler in Laren

James Abbott MacNeill Whistler (1834-1903) was geen gemakkelijk man, hij was veeleisend, arrogant, maakte ruzie met zijn vrienden en aarzelde niet om een criticus van zijn werk voor het gerecht te dagen.

Hij was ook een begenadigd schilder die begon als realist, maar al snel bekend werd als iemand die werkte in vlakken met kleur en rangschikking van kleur. Hij haalde inspiratie uit het gewone leven en daarbij was de emotie belangrijker dan perfecte details. De Japanse prentkunst die in de 19e eeuw net bekend werd in Europa, werd voor hem een grote inspiratiebron.

Whistler gaf de schilderijen vaak namen van muziekstukken; nocturne, symfonie, arrangement, omdat muziek niets beschrijft en de interpretatie dus open blijft.

Zijn werk werd bewonderd en verafschuwd. Werken werden geweigerd bij de Salon in Parijs en bij de Royal Academy in Londen, maar soms ook aangenomen.

Zijn portretten ten voeten uit oogsten bewondering en leverden ook opdrachten op. Whistler probeerde dan de gelijkenis van de opdrachtgever te vatten, zonder zijn kleurcomposities geweld aan te doen.

Met het schilderij van de Vallende raket leek Whistler zijn hand te hebben overspeeld, de beroemde kunstcritcus Ruskin beschuldigde hem ervan het publiek te bedriegen en maar wat te doen. Whistler spande een proces aan en heeft deze gewonnen. Helaas heeft het hem wel bankroet achter gelaten. Hals over kop ging Whistler naar Venetie, waar hij een opdracht kon krijgen.

Een bevriende kunsthandelaar heeft een groot aantal doeken uit het atelier gehaald, met de bedoeling deze te verkopen. Een van deze werken was Symfonie in wit, het meisje in de mousseline jurk. Dit kwam uiteindelijk in handel van het echtpaar Singer terecht, dat bezig was een mooie kunstcollectie op te bouwen.

Het doek van Whistler was één van de hoogtepunten tijdens de opening van het Singer museum in 1956. Helaas rees er al snel daarna twijfel over de echtheid van het werk, de achtergrond en het formaat wijken erg af van de andere werken van Whistler. Het werk verdween dan ook in het depot en is er nu pas weer uitgehaald.

Er is namelijk nieuw onderzoek gedaan naar het werk en het blijkt dat de hand van Whistler er toch in te herkennen is. Zo komt bijvoorbeeld de verf overeen met zijn andere werken en ook de technieken waarbij hij verf heel dun opbracht en tijdens het schilderen nog ettelijke malen de compositie veranderde, komen overeen met andere schilderijen.
Het onderzoek
De afwijkingen konden verklaard worden omdat in 1870 het schilderij beschadigd was en nog niet helemaal af was. De kunsthandelaar die het uit Whistler’s atelier heeft gehaald, heeft het bijgesneden zodat het formaat beter verkoopbaar was en heeft er een achtergrond  bij laten schilderen. De figuur van het meisje is echter wel van Whistler.

Het Singer museum in Laren is dan ook trots dat ze opnieuw kunnen zeggen dat ze een Whistler in de collectie hebben. Er is dan ook een speciale kleine tentoonstelling georganiseerd. Niet alleen is Het meisje in de mousseline jurk te zien, maar ook twee andere werken van Whistler die in bruikleen zijn (uit Amsterdam en uit Glasgow). Ook wordt er aandacht besteed aan het onderzoek en wat dit heeft opgeleverd.

Wij hebben afgelopen zaterdag niet alleen de schilderijen gezien, maar eerst ook nog een bijzonder interessante lezing van de Vrije Academie over Whistler bij gewoond. De lezing was eenmalig, maar tot 17 januari 2016 kunnen de Whistlers nog bewonderd worden in Laren. 

maandag 21 december 2015

De kaart en het gebied, Michel Houellebecq

Het leven bestuderen, er van een afstand naar kijken kan voor sommigen betekenisvoller zijn dan het leven zelf. Dat is in ieder geval zo voor de hoofdpersoon Jed Martin in het boek De kaart en het gebied van Michel Houellebecq.

Jed Martin is een kunstenaar die bijna ondanks zichzelf zeer succesvol wordt. Hij heeft twee mooie liefdesrelaties gehad, maar beiden voor hem op niets zijn uitgelopen. Zijn moeder heeft toen hij klein was zelfmoord gepleegd en zijn vader ziet hij eigenlijk alleen met kerst, dan eten ze samen. 

Kranten en tijdschriften leest hij niet en het meeste contact heeft hij op een gegeven moment met zijn verwarmingsketel waar hij tegen praat.

Jed voelt zich niet erg betrokken bij het leven en de mensen om hem heen, hij observeert en legt vast en dat is voor hem genoeg. Hij fotografeert in de eerste instantie gebruiksgoederen, maar schakelt dan over op het fotograferen van Michelin landkaarten. 
Deze objecten worden erg populair, ook bij Michelin zelf, en zijn eerste grote tentoonstelling met deze foto’s heet ‘De kaart is belangrijker dan het gebied’.

Na het succes van deze tentoonstelling legt Jed zich toe op schilderen en begint hij beroepen vast te leggen, die iets zeggen over de tijd of de manier van leven die op het punt staat te verdwijnen. 

Dit brengt hem in contact met de schrijver Houellebecq die de tekst bij de catalogus van de tentoonstelling over deze schilderijen zal schrijven. Jed heeft het gevoel van verwantschap met de schrijver en besluit als laatste schilderij en afsluiting van zijn werk de schrijver te schilderen.

Michel Houellebecq is in Frankrijk een controversiële schrijver, het lijkt erop dat je er twee kanten zijn: je vindt hem geweldig of je vindt hem verschrikkelijk. Zijn pessimistische kijk op de maatschappij en nihilistische levensvisie waarbij hij ervan uit gaat dat mensen door hebzucht naar geld of seks gedreven worden, komen hem steevast op kritiek te staan van verschillende groepen die zich beledigd voelen.

De kaart en het gebied is het eerste boek dat ik van Michel Houellebecq heb gelezen en mij is deze kennismaking erg goed bevallen. Nu heb ik wel begrepen dat dit een van zijn mildste romans is en dat zijn andere boeken een stuk heftiger zijn, maar ik heb het idee dat ik die ook wel kan waarderen.

Wat mij namelijk zeer voor Houellebecq heeft ingenomen is dat hij genoeg zelfspot heeft om zichzelf als roman-personage op te voeren; dat vind ik sympathiek. De roman-Houellebecq komt er niet echt goed vanaf, maar heeft wel de kans om af en toe flink van leer te trekken.

‘Sindsdien ga ik begin april naar Thailand en blijf daar tot eind augustus, de dag begint en eindigt om zes uur, dat is eenvoudiger, equatoriaal, bestuurlijk, buiten crepeer je van de hitte maar de airconditioning doet het goed, het is het dode toeristenseizoen, de bordelen draaien op halve kracht maar ze zijn wel open en ik vind het prima, de dienstverlening blijft zeer goed tot voortreffelijk.’
‘Nu speelt u volgens mij een beetje uw eigen rol…’
‘Ja, dat klopt,’ gaf Houellebecq verrassend spontaan toe, ‘die dingen interesseren me echt niet meer’.

Er wordt wel gezegd dat Houellebecq lelijk schrijft, met rare perspectiefwisselingen en tijdveranderingen. Dat is me niet opgevallen, de manier waarop hij allerlei  uitweidingen en uitleg in het verhaal weet te verwerken beviel me juist erg goed.
Ik vond dit gewoon een verschrikkelijk mooi boek!

Met het nihilisme van de romanpersonage Houellebecq valt het overigens ook erg mee; na zijn dood blijkt dat hij zich kort daarvoor heeft laten opnemen in de Katholieke Kerk, en daarmee is er zeker nog hoop. Misschien dat de echte Houellebecq deze interpretatie honend zou afwijzen, maar mij deed het plezier.

Er zijn nog een heleboel elementen die ik hier niet heb genoemd en verhaallijnen die ik hier niet vermeld, want daarmee zou ik teveel weggeven. Dit boek moet iedereen gewoon zelf lezen. 

Originele Franse titel: La carte et le territoire
Uitgegeven in: 2010
Nederlandse uitgave : 2011 door uitgeverij De arbeiderspers
Nederlandse vertaling: Martin de Haan
Bladzijdes: 339

zaterdag 19 december 2015

Moeder Teresa

Moeder Teresa 1910-1997
Gisteren is officieel bekend gemaakt dat moeder Teresa volgend jaar, waarschijnlijk op 4 september 2016, heilig verklaard zal worden.

Maar hoe gaat dat nu in zijn werk, een heiligverklaring?

Zo’n heiligverklaring komt niet zomaar, daar zitten heel wat haken en ogen aan vast. Ten eerste moet er een tijd overheen gaan, iemand wordt niet meteen de dag na zijn of haar dood heilig verklaard. Op die manier wordt er uitgesloten dat emotie de hoofdrol speelt.

Voor moeder Teresa is de zaak wel vrij snel gegaan, ze is in 1997 overleden en in 2003 zalig verklaard.

Daarna wordt het leven van de persoon onderzocht, is de persoon waardig? 
Er wordt gekeken of iemand zijn leven in dienst van God heeft gesteld. Was iemand trouw aan de leer van de kerk? Een waardig leven hoeft niet te betekenen dat er geen fouten gemaakt zijn, maar wel dat iemand ernaar heeft gestreefd om God zo goed mogelijk te dienen.

In de zaak van Moeder Teresa is dit wel duidelijk, niemand heeft zoveel voor de armen in India gedaan als zij. De door haar opgerichte orde Missionarissen van naastenliefde heeft onvermoeibaar de armen en de zieken verzorgd, zonder te kijken naar ras of geloof. In 1979 kreeg ze zelfs de Nobelprijs voor de vrede.

Natuurlijk is er ook kritiek op haar geweest, zo zou ze een te harde opstelling hebben over geboortebeperking en abortus (hoewel ze hierin de leer van de Kerk volgde en het een beetje vreemd is een katholieke non te bekritiseren omdat ze de leer van de Kerk volgt, maar dat terzijde).  

Om zalig verklaard te worden, moet er een wonder gebeurd zijn in naam van de overledene en voor de heiligverklaring moet er een tweede wonder geschieden. Hier bestaat soms wat misverstand over.

Niet alles is namelijk zomaar een wonder, hier wordt bijzonder goed naar gekeken. Er moeten bewijzen zijn en alleen een ooggetuige oid is niet voldoende. 

Een speciale commissie met wetenschappers, artsen, psychiaters en theologen onderzoekt de gebeurtenis en kijkt of er geen enkele andere verklaring (psychisch, wetenschappelijk, medisch) kan worden gevonden. Er wordt zelfs iemand aangesteld als advocaat van de duivel (hier komt de uitdrukking vandaan) die moet proberen al het bewijs in diskrediet te brengen en met andere verklaringen te komen. 

Men gaat dus niet over één nacht ijs en als er ook maar de kleinste kans dat er een andere verklaring kan zijn, dan is het geen wonder. Alleen als alle experts uit de verschillende velden het erover eens zijn dat er echt geen andere logische mogelijkheid is, wordt het gekenmerkt als een wonder. 

In naam van moeder Teresa zijn er nu dus twee bonafide wonderen gebeurd, dus daarom kan de heiligverklaring doorgang vinden. 
Toch altijd bijzonder nieuws. 

vrijdag 18 december 2015

The nun's story (1959)

Eén van de mooiste films die er zijn en die ik dan ook al heel vaak gezien heb, moet tocht wel The nun’s story zijn.

Audrey Hepburn (wat was zij toch mooi) speelt hierin de Belgische Gabrielle van der Mal die in de jaren twintig in het klooster treedt. Gabrielle doorloopt het noviciaat en legt de geloften af, vanaf dan zal ze als Zuster Luc(as) bekend staan.

Gabrielle wil graag zieken verplegen in de Belgische kolonie Kongo, en de orde waar ze intreedt heeft een grote traditie op dit gebied.

Maar als je non wordt, dan is de religieuze roeping het belangrijkste, al het andere moet daaraan ondergeschikt zijn. De opleiding is erop gericht om alle resten van je trots en eigen wil te verwijderen, zodat je alleen nog maar bezig bent met het hoogste doel; de dienst aan God.

Voort zuster Luc is dit niet altijd gemakkelijk, ze blijft worstelen met haar verlangen een goede non te zijn en haar grote liefde voor de medische wetenschap, ingegeven door haar vader die een beroemd chirurg is.
 
Zuster Luc als novice
Eindelijk mag ze dan naar de Kongo, en ze hoopt hier de vervulling te vinden die ze zoekt. Helaas moet ze op een gegeven moment door omstandigheden terugkeren naar Belgie. Omdat tegen die tijd de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, kan ze niet naar Afrika terugkeren, maar werkt ze in een van de ziekenhuizen van de congregatie nabij de Nederlandse grens.

De gebeurtenissen buiten het klooster; de bezetting, haar broer die bij het verzet gaat en haar vader die omkomt, krijgen steeds meer invloed op zuster Luc, totdat ze op een gegeven moment voelt dat ze geen goede non meer kan zijn. Dat is het moment dat ze besluit uit te treden.
 
Boetedoening
De manier waarop het kloosterleven in deze film in beeld is gebracht is prachtig, de choreografie is magnifiek te noemen. De witte en zwarte gewaden van de nonnen vormen een bijzonder ballet als elke non exact weet waar ze moet lopen, knielen en staan.

Heel mooi wordt ook duidelijk wat het doel is van een kloosterleven, het opgeven van jezelf en je eigen ego, om je in dienst te stellen van God. Dat is niet gemakkelijk, maar wel een prachtig streven, hoewel de manier waarop het in die tijd ging tegenwoordig bijna niet meer voor te stellen is.
 
Als je intreedt, wordt je haar afgeknipt

The nun’s story is gebaseerd op het gelijknamige boek van Katheryn Hulme, die de ervaringen van een Belgische vriendin en ex-non gebruikte voor deze roman. Het boek is uitgekomen in 1956 en is in het Nederlands vertaald als Zuster Luc, dat ook zeker de moeite waard is om te lezen. 

Een bijzondere film die geen moment inzakt of verveelt, en die eigenlijk elke keer dat ik de film kijk mooier wordt. 

maandag 14 december 2015

Geuren, Philippe Claudel

De acaciabloemen ruiken naar honing en lente; ze gonzen van de bijen die zich eraan bezatten als piepkleine, harige silenen, om daarna weg te waggelen door de zachte lucht.

Geuren en smaken kunnen herinneringen oproepen en je binnen een seconde terugbrengen in de tijd. Het beroemdste literaire voorbeeld is natuurlijk het Madeleine cakeje van Proust, maar ook andere schrijvers maken hier gebruik van.

Philippe Claudel heeft een bundel korte verhalen geschreven, impressies en herinneringen aan vroeger, aan de hand van de geuren van toen. In een paar bladzijden vertelt hij iets over zijn kindertijd en de geuren die daarbij horen. Soms begint het ook met de geur en komt daarna de herinnering die erbij hoort.  

De stinkende kaas die zijn vader altijd kocht en die buiten bewaard moest worden, de mest die werd uitgespreid over de aarde, de geur van tweetakt die onlosmakelijk is verbonden met de brommers waarop ze reden, de inkt op school, pasgewassen lakens, de kaneel waarbij je exotische reizen kon fantaseren, het verschil in geur tussen Gitanes of Gauloises.

Door de flacon te schudden sprenkelt hij was vloeistof in de holte van zijn linkerhand. Net als in de reclame. Dan slaat hij snel een paar keer met zijn bevochtigde handpalm op zijn kin, hals en wangen. Van het ene op het andere moment worden we overvallen door arrogante menthol- en citrusgeuren die, nog versterkt door de toegevoegde alcohol, door de lucht vliegen en in onze neusgaten prikken. Maar ze trekken weg, en wat overblijft is een geur die aan melisse en citroen doet denken, aan de muntblaadjes uit de tuin waar ik zo graag op kauw, aan smaragdbladeren, heldere kruidenthee, gele schors en peper.

Geur is voor mij iets ongrijpbaars en iets onbegrijpelijks, omdat ik namelijk geen reukvermogen bezit. Ik ruik helemaal niets. Nooit gedaan ook, tenminste, niet zolang ik me kan herinneren. Ik heb me nooit iets kunnen voorstellen van de geuren die pas gemaaid gras, verse koffie of brood net uit de oven schijnen te geven, aan de andere kant ruik ik ook de geur van de vieze kattenbak niet en dat schijnt dan wel weer een voordeel te zijn.

Maar Philippe Claudel heeft het onmogelijke bereikt; door zijn prachtige taalgebruik, zijn mooie zinnen en poëtische beeldspraken heeft hij me laten ruiken. Of liever, heb ik voor het eerst een idee wat het moet zijn om te kunnen ruiken. Zijn woorden toveren beelden voor me die geuren tot leven doen komen. Geuren die ik niet ken, maar die ik me nu wel voor kan stellen. 

Wat mij betreft is Geuren een prachtig boekje, dat opnieuw het bewijs vormt dat Philippe Claudel een groot schrijver is. 
Een van de beste wat mij betreft.

Originele Franse titel: Parfums
Uigegeven in 2012
Nederlandse uitgave 2012 door uitgeverij De bezige bij
Nederlandse vertaling: Manik Sarkar

Bladzijdes: 202

vrijdag 11 december 2015

Een van de leukste wijken van Berlijn

Rond de Hackescher Markt in Berlijn ligt een oud en vaak heel charmant wijkje, vol leuke doorkijkjes, mooie huizen en hofjes.
Een stukje van het station bij de Hackescher Markt.
De geschiedenis is hier ook volop aanwezig. Zo is het de oude Joodse wijk en woonden hier voor de Tweede Wereldoorlog veel Berlijnse joden. De oudste Joodse begraafplaats van Berlijn is in deze wijk te vinden. In de nazi/tijd werd deze volledig verwoest, alleen twee grafstenen zijn aan de vernietiging ontsnapt.
Toegang tot de Joodse begraafplaats. 

Het monument voor de Joodse begraafplaats

Het is wijk die veel geleden heeft onder bombardementen en de slag om Berlijn in april 1945. Veel huizen zitten nog vol kogelgaten en getuigen van de geschiedenis.
De kogelgaten zijn zichtbaar
Soms wordt hier iets heel moois mee gedaan. Dit stuk huis is weggebombardeerd, en een Franse kunstenaar heeft uitgezocht wie hier allemaal hebben gewoond. Aan de muur zijn plaquettes opgehangen met de naam en het beroep van de bewoners van die woning. Een mooie manier om te gedenken.
Bijzonder in deze wijk zijn de Hackescher Hofe, in de huizen die rond 1900 gebouwd zijn. Veel Berlijnse huizen hebben hofjes en binnenplaatsen, maar vaak zijn die alleen toegankelijk voor de bewoners. In dit wijkje lopen de hofjes en binnenplaatsen in elkaar over en kun je hier gewoon doorheen lopen.
Heerlijke rust

maandag 7 december 2015

Wat de golven brengen, Fabio Genovesi

Broer en zus Luna en Luca zijn verknocht aan elkaar en Luna beschouwt haar broer als haar beschermer en vertrouweling. 

Zowel Luna als Luca zijn intelligent en leuk en ze houden van de zee, maar waar Luna een albino is die uit de zon moet blijven is haar broer Luca de golden boy, hij is knap, intelligent en nog aardig ook. Zijn moeder Serena kan hem niets weigeren, zijn docenten ook niet.

Als Luca wil gaan surfen in Biarritz, aarzelt Serena in de eerste instantie, is dit wel een goed idee? Het is de invaldocent Sandro die Serena overhaalt om Luca te laten gaan.

Helaas verdrinkt Luca tijdens deze trip en Serena en Luna moeten de draad weer op zien te pakken. Luna doet een dappere poging om verder te leven zonder haar grote broer, maar voor Serena is het bijna onmogelijk om zich een leven zonder haar zoon voor te stellen. Hoe kunnen ze samen verder?

Fabio Genovesi heeft eerder Vissen voeren geschreven, een boek dat ik bijzonder mooi vond. Wat de golven brengen vond ik uiteindelijk ook mooi, maar het duurde even voor ik in het verhaal zat. Eigenlijk pas na de dood van Luca kwam voor mij het verhaal op gang en ging het doorlezen een stuk gemakkelijker. 

Vreemd is het  hoe lastig het is om in een verhaal te komen, maar soms wordt doorzetten beloond, zoals gelukkig ook in dit geval.

Fabio Genovesi is er een meester in om duidelijk te maken hoe triest sommige levens zijn, hoe pijnlijk mislukt anderen zijn en dat weet hij op zo’n manier te doen dat je soms bijna niet verder kunt lezen omdat het té erg is, maar andere gedeeltes betrap je jezelf dat je hardop zit te grinniken.

Sandro is een vreselijke drol die nooit iets heeft afgemaakt en die nog bij zijn ouders thuis woont waar zijn moeder nog iedere ochtend zijn kleren voor hem klaar legt. Zijn vrienden Marino en Rambo zijn al net zulke mislukkelingen, wiens levens ook vol zitten met allerlei mislukte plannetjes en heel vreemde gebeurtenissen.

Sandro voelt zich vreselijk schuldig over de dood van Luca, omdat hij Serena heeft overgehaald Luca te laten gaan. Hij probeert van alles om het goed te maken, maar zijn pogingen hebben niet heel veel succes. 

Tenminste, dat zou je op het eerste oog denken, maar op een gegeven moment blijkt dat Sandro in ieder geval één goede eigenschap heeft, zijn vermogen zijn eigen mislukkingen te zien en daar bovenuit te stijgen.

Volkomen in lijn met sommige absurde zaken die Genovesi bijna terloops weet te beschrijven is de Russische wees Zjot uit Tsjernobyl, die in perfect ouderwets en verheven Italiaans spreekt en tegen wil en dank betrokken raakt bij de levens van Luna en Serena.

De zee geeft en de zee neemt, en dat blijkt ook uit deze roman. Wat de golven ons brengen is een mooi verhaal over rouw, over verder gaan met je leven, over je niet te neer laten slaan door mislukkingen en over vriendschap. 

Ik vond het boek wat minder toegankelijk dan Vissen voeren, maar nu ik het uit heb zeg ik dat Fabio Genovesi opnieuw een heel bijzonder boek heeft geschreven.
Mooi.

Originele Italiaanse titel: Chi manda le onde
Uitgegeven in 2015
Nederlandse uitgave 2015 door uitgeverij Signatuur
Nederlandse vertaling: Manon Smits en Pieter van der Drift
Bladzijdes: 450

vrijdag 4 december 2015

Snel

Mozaik uit de Centrale Monemartini
Soms ga ik ergens snel doorheen. Zo lees ik bijvoorbeeld een stuk sneller dan de gemiddelde mens. Sommige mensen hebben dan het idee dat ik niet van de boeken geniet, of er zelfs stukken van oversla. 

In ieder geval bestaat de verdenking dat ik, door mijn snelheid, niet bewust genoeg zou lezen en niets in me op zou nemen. Ik heb mensen gehad die letterlijk, op enigszins beschuldigende toon, aan me vroegen of ik eigenlijk wel wist waar het boek over ging, als ik zo snel las. (zo, leg daar maar eens verantwoording over af, met je zogenaamde snelle gelees!)

Het antwoord is ja, ik lees elke letter en elk woord en ik weet precies waar het boek over gaat. Snel staat altijd niet gelijk aan slordig of onnauwkeurig, zeker niet in dit geval bij mij.

Mij ervan verdenken dat ik niet bewust zou lezen omdat ik zo snel lees is ongeveer even dom als wanneer ik ervan uit zou gaan dat anderen die langzamer lezen blijkbaar moeite hebben de boeken te begrijpen of eigenlijk gewoon niet zo heel goed kunnen lezen :-). 

Diezelfde rare aannames zie ik soms ook in musea. Ik ben namelijk niet iemand die alle bordjes in musea leest en ik wandel relatief snel door een tentoonstelling heen. Sneller dan mensen die wel alle bordjes lezen. Dat is een bewuste keuze. (al moeten we natuurlijk wel bedenken dat als ik alle bordjes wél zou lezen, ik waarschijnlijk nog relatief sneller zou gaan :-) )

Ik kies hiervoor omdat ik namelijk last heb van beroepsdeformatie, bij alles wat ik lees en zie wil ik meteen bedenken hoe ik dit in de klas kan gebruiken. En als ik in een museum ben wil ik dat even niet. Dan wil ik alleen maar kijken en genieten van de schoonheid die ik zie.
Ik wil ook niet de fout maken die een Duits echtpaar naast me in Musée d'Orsay maakte, hardop de informatie uit de Baedeker aan elkaar voorlezend, maar vergetend het schilderij zelf te bekijken.

Af en toe, als ik echt per se iets wil weten, lees ik het bijbehorende bordje, maar verder laat ik de extra informatie bewust aan me voorbij gaan, juist om me niet af te leiden van wat ik allemaal zie. 

Maar dit kan sommige mensen blijkbaar de verkeerde indruk geven.

In Rome liep ik deze zomer in de Centrale Montemartini. De begane grond was oa gewijd aan de begrafenis rituelen van de Romeinen. Dit weet ik over het algemeen wel, daar heb ik meer dan genoeg over gelezen en de bordjes brachten mij weinig nieuws. Ik liep hier dan ook rustig aan voorbij, ik keek alleen in de vitrines en naar de mooie beelden.

Ik passeerde een ouder, Nederlands echtpaar dat elk bordje wel plichtsgetrouw las. Toen ik bijna klaar was met mijn rondje op de begane grond hoorde ik de vrouw tegen de man zeggen ‘kijk, die mevrouw is alweer op de terugweg en ze is na ons binnengekomen’. De man antwoordde daarop stellig; ‘Dan zal ze er vast niet zoveel van genieten als wij’.

Ik had me kunnen verdedigen en het uit kunnen leggen, ik had ook die meneer op zijn nummer kunnen zetten door te zeggen dat ik historica ben en dat deze informatie me al bekend was. Dat heb ik allemaal niet gedaan. 

Die meneer was zo verguld met zijn idee dat hij en zijn vrouw het toch beter deden dan ik in het museum, dat ik hem daar in heb gelaten. Ik hoop dat ze nog een mooie dag hebben gehad. 
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...