maandag 29 februari 2016

Het jaar van de gelukszoekers, Sunjeev Sahota

Wat bezielt mensen om huis en haard te verlaten en hier op goed geluk naar het westen toe te komen in de vage hoop een beter leven te vinden?
Hoe vreselijk moet je leven thuis zijn als een leven hier dat bestaat uit slapen in een huis met tien anderen en gevaarlijk, zwaar werk doen daadwerkelijk geldt als een beter leven?

Randeep, Avtar en Tochi zijn om verschillende redenen naar Engeland gekomen en hopen genoeg te kunnen verdienen om hun familie te laten overkomen of een toekomst op te bouwen.

Randeep is afkomstig uit een rijke familie, maar nadat zijn vader ziek is geworden en hij ontslagen is, verliest de familie de privileges die ze hadden. Gelukkig komt er het aanbod van een vrome Sikh-vrouw uit Engeland die bereid is om met Randeep te trouwen zodat hij op een partnervisum naar Engeland kan komen. Na een jaar zou Randeep zijn eigen verblijfsvergunning kunnen krijgen en kan er een echtscheiding komen.
Van een echt huwelijk is geen sprake, Narinder heeft haar eigen motieven om dit te doen, maar een daadwerkelijke relatie met Randeep hoort daar zeker niet bij.

Avtar is een vroegere buurjongen van Randeep en is verliefd op diens zuster. Zijn ouders drijven een klein winkeltje, waar niet genoeg verdiend wordt. Avtar moet drastische maatregelen nemen om met een studentenvisum naar Engeland te kunnen gaan, maar alsnog heeft hij grote schulden die hij terug zal moeten betalen. In de strijd om die betalen komt er van studeren bitter weinig terecht.

Het vinden van werk is niet gemakkelijk, zeker niet omdat de jongens eigenlijk totaal geen idee hebben in wat voor wereld ze zijn terechtgekomen. Ze komen terecht in een huis in Sheffield waar ze met een hele ploeg mannen slapen, terwijl ze overdag op de bouwplaats werken.

Tochi heeft het nog moeilijker dan Randeep en Avtar, hij is namelijk afkomstig uit de groep van de kastelozen. Het kastensysteem is officieel in 1931 afgeschaft, maar dit belet de anderen in India niet om de kastelozen met verachting  en rancune te behandelen. Na een gruwelijke gebeurtenis in India, is Tochi illegaal naar Engeland gekomen in de hoop alles achter zich te laten, maar zijn afkomst blijft hem achtervolgen, omdat de migranten hun ideeën en overtuigingen met zich mee hebben genomen.

Engeland is niet zoals ze het zich hadden voorgesteld, er is bijna geen werk en ze zijn constant bang om opgepakt te worden of door de mand te vallen. Ze horen dan ook niet bij de maatschappij, maken er geen daadwerkelijk deel van uit.
De jongens zijn alleen maar bezig met het zoeken naar werk en het verdienen van geld, terwijl elk lange termijn doel allang al vergeten is in de misère van hun bestaan en de noodzaak om te overleven.

Het beloofde paradijs komt er dan ook niet, in ieder geval niet zoals ze zich dat hadden voorgesteld. Sommige dromen worden waargemaakt, maar komen toch nooit helemaal uit zoals ze hadden gehoopt.

Sunjeev Sahoota komt uit Engeland, maar zijn grootvader komt uit de Punjab. Hij heeft met Het jaar van de gelukszoekers een roman geschreven die heel mooi het leven in India beschrijft, zonder de romantiek die er vaak bijgehaald wordt.

Uitstekend weet hij de vervreemding van de jongens die naar Engeland komen te beschrijven. De vele Indiase woorden en gebruiken en de manier waarop de mensen met elkaar omgaan geven het verhaal authenticiteit en levensechtheid.

De grote verdienste vind ik echter dat het niet alleen een actueel onderwerp is, maar dat je door dit boek (meer) begrip krijgt voor de gelukszoekers die deze kant op komen.
Ja, sommige regels worden met voeten getreden en er wordt op grote schaal gerommeld en gefraudeerd, maar ergens kan ik dat de mensen ook niet kwalijk nemen, zeker niet als je in ogenschouw neemt hoe de situatie thuis is en waar men aan probeert te ontsnappen.

Een bijzondere roman die niet voor niets op de shortlist voor de Bookerprize stond. Ja, ik kan dit boek zeker aanraden. 

Originele Engelse titel: The year of the runaways
Uitgegeven in 2015
Nederlandse uitgave 2016 door uitgeverij Prometheus
Nederlandse vertaling: Tjadine Stheeman en Onno Voorhoeve
Bladzijdes: 442

vrijdag 26 februari 2016

Dit en dat, februari 2016

Les Revenants (2012)
Wat gebeurt er in een klein Frans bergdorp als er plotseling mensen terug komen uit de dood? Een familie is dolblij dat hun dochter is teruggekeerd, maar wat doet het eenzame jongetje? En waarom pleegt de oude meneer Costa zelfmoord? Bovendien is er ook een moordenaar teruggekomen, die zijn oude stiel weer oppakt. En wat heeft de stuwdam ermee te maken die vijfendertig jaar eerder doorbrak?

Les revenants (de teruggekeerden) is een zeer spannende en een beetje griezelige Franse serie. De sfeer is een beetje te vergelijken met de serie Twin Peaks, en de vele onverklaarbare gebeurtenissen eigenlijk ook wel. Toch is het een origineel verhaal, waarin op het einde nog heel veel vragen open blijven. Gelukkig maar dat er ook een tweede serie is en een derde is in Frankrijk in de maak. Aanrader!

Planten en nog meer planten
Ik gaf het al eerder aan, planten in huis zijn geweldig. Ze lijken mooi, brengen gezelligheid en gezondheid en er is tegenwoordig zoveel keuze in kamerplanten dat er voor iedereen wel iets te vinden is, of je nu groene vingers hebt of niet.

Ik heb een paar weken geleden echt een flinke slag gemaakt om een heleboel nieuwe kamerplanten te kopen. Ik had er wel een paar, maar niet zo heel veel en hier wilde ik verandering in brengen. Ik heb niet heel veel vensterbanken, dus dan moet je creatief worden. Zo heb ik nu zowel op de eettafel als op de salontafel planten staan, staan er planten op de boekenkasten en zelfs op de planken tussen de boeken.
Orchideeën op de eettafel

Ook in een boekenkast kunnen heel goed planten staan. 

Mooie groen en rood op de salontafel, geen bloemen meer nodig!
Kort over boeken
Sommige boeken die ik heb gelezen vond ik mooi of niet mooi, maar die wil ik om welke reden dan ook niet per se uitgebreid bespreken. Daarom hier even kort een paar woorden.

Zo heb ik laatst op het internet het boekje Brieven over Tsjechov gevonden. Dit wekte meteen mijn belangstelling, wie hadden er brieven over Tsjechov geschreven? In de jaren '80 hebben Dimitri Frenkel Frank en Robert Long samen een musical over Anton Tsjechov geschreven, iets dat mij toen volledig ontgaan is (maar toen was ik tien jaar oud en ik interesseerde me nog niet voor Rusland en van Tsjechov had ik toen ook nog niet gehoord). In dit boek is de briefwisseling gebundeld tussen Dimitri Frenkel Frank en Karel van het Reve, die door Frenkel Frank als klankbord werd gebruikt voor al zijn vragen over Tsjechov. Interessant, bij tijd en wijle ironisch en leuk om te lezen als je een beetje in Tsjechov geïnteresseerd bent.
Die musical laat ik trouwens aan me voorbij gaan!

Ook heb ik Zoektocht naar het paradijs van Arita Baaijens gelezen. Hierin beschrijft zij een tocht die zij heeft gemaakt om het Altaj gebergte heen, waardoor ze moest reizen door Kazachstan, China, Mongolië en Rusland. Het Altaj gebergte is een heilig gebied en zij was na een persoonlijke crisis op zoek naar het paradijs, op zoek naar een nieuwe zingeving. Op zich een interessant gegeven en ik ben zeker geïnteresseerd in Siberië en de sjamanen die daar wonen en de bijzondere cultuur. Helaas viel het boek me tegen, en dat kwam vooral omdat ik Arita Baaijens halverwege het boek totaal niet interessant of sympathiek meer vond. Meer sjamanen en Siberië, minder Baaijens.
Jammer, gemiste kans wat mij betreft, maar het kan heel goed dat anderen dit boek prachtig vinden en zich niet laten leiden door de irritatie die bij mij werd opgeroepen door Arita Baaijens.

maandag 22 februari 2016

Alleen op de wereld, Hector Malot

Toen ik klein was, hadden mijn ouders een groot blauw boek in de kast staan met heel mooie tekeningen. 

Ik was dol op het verhaal van de jonge Remi die op zijn tiende door zijn gemene stiefvader werd verkocht aan de muzikant Vitalis die rondtrok met het aapje Joli-Coeur en de honden Capi, Dolce en Zerbino. 

Alleen op de wereld is heel erg lang een geliefd boek geweest dat ik regelmatig herlas.

Pas later kwam ik erachter dat dit een Franse klassieker was, een wereldberoemd boek dat in vele talen is vertaald.

Het verhaal is waarschijnlijk bekend, Remi is een vondeling en daardoor alleen op de wereld. Maar gelukkig komt hij wel allerlei goede mensen tegen die hem helpen en zich, al is het maar voor korte tijd, over hem ontfermen.

Vitalis is een goede man, maar hij overlijdt helaas tijdens een strenge winter als hij en Remi geen onderdak kunnen vinden. De tuiner Alcuin neemt Remi in zijn gezin op, maar als na een zware storm de kassen worden vernietigd, moet vader Alcuin de gevangenis in omdat hij zijn schulden niet kan afbetalen en wordt zijn gezin uit elkaar gehaald.

Remi staat weer op straat, maar gelukkig komt hij Mattia tegen, een muzikale jongen die hij eerder heeft leren kennen. Samen trekken ze Frankrijk door om de leden van het gezin Alcuin te bezoeken, maar Remi komt ook zijn eigen familie op het spoor.
 
Remi, Capi en Joli-Coeur voeren een toneelstuk op
Vitalis doet de muzikale begeleiding
Natuurlijk, Alleen op de wereld is een 19e eeuwse roman, dus er komen heel veel toevalligheden in voor; iedereen is verwant aan elkaar en in een miljoenenstad kom je net die ene persoon tegen die je hebben moet. 
Als je heel kritisch bent zou je het einde ook nog verschrikkelijk sentimenteel kunnen noemen. Het is in dat opzicht niet heel geloofwaardig, maar daar gaat het natuurlijk helemaal niet om.

Hector Malot schreef dit boek om duidelijk te maken hoe moeilijk de omstandigheden waren voor de armen in Frankrijk. Hij laat Remi rondreizen om zoveel mogelijk situaties in het land aan bod te laten komen. 

De arme boeren, de mensen die van maaltijd naar maaltijd sukkelen, de rondtrekkende muzikanten, de strenge en onrechtvaardige straffen die worden uitgedeeld voor schulden, de bittere armoede van de straatjongens in Parijs, het harde leven van de mijnwerkers en de slechte opvang van wezen en vondelingen.

Hij heeft Alleen op de wereld niet als kinderboek bedoeld, maar zo wordt het vaak wel gezien. Ik heb het dus meermalen gelezen als kind en het kort geleden opnieuw bij mijn ouders geleend. 
Remi en Mattia spelen op een bruiloft om geld te verdienen
En opnieuw werd ik gegrepen door het verhaal, maar deze keer zag ik ook de liefde die Hector Malot in het boek heeft gestopt en hoe hij probeerde om van de personages echte personen te maken. Remi is noch een etterig rotjong, noch een zoetig lief doetje, hij wordt levensecht beschreven en dat geldt ook voor een groot deel van de andere personages in het boek.

Ik weet nog wel dat ik als kind altijd moest huilen als Vitalis dood ging en ook bij deze laatste keer herlezen kon ik het daarbij niet droog houden. In een paar scènes weet Hector Malot de hele trieste geschiedenis van deze man, die een goede inborst had, duidelijk te maken. De hond Capi heeft ook mijn hart weer gestolen, ik wil eigenlijk nu een witte poedel aanschaffen en die Capi noemen. (ik moet alleen Silvia nog overtuigen)

Als Remi zijn familie terug vindt en alles uiteindelijk goed komt in het laatste hoofdstuk, dan haal je toch nog even opgelucht adem. Remi, de jongen die alleen op de wereld was heeft eindelijk zijn familie gevonden.
Een prachtige klassieker.

Originele Franse titel: Sans famille
Uitgegeven in 1878
Deze Nederlandse uitgave 1974 door uitgeverij Lemniscaat

zondag 21 februari 2016

In memoriam: Umberto Eco

Toen ik een jaar of veertien was, las ik voor het eerst een echt grootste, historische en erudiete roman, ik las die zomervakantie namelijk De naam van de Roos van Umberto Eco en dit boek heeft zeer diepe indruk op me gemaakt. Ik genoot van de opzet van het boek volgens de monastieke getijden, de vele geschiedenis en de vele details die erin naar voren kwamen, de filosofische wendingen en natuurlijk de hoofdpersoon William of Baskerville.

Ik hield altijd al van de Middeleeuwen, maar ik denk dat dit boek er mede voor heeft gezorgd dat ik daadwerkelijk Middeleeuwse geschiedenis ben gaan studeren.

Eigenlijk was De naam van de Roos vanaf dat moment de standaard waar ik andere boeken op beoordeelde. Ook de boeken die daarna volgden, zoals De slinger van Foucault of Baudelino vond ik erg mooi, hoewel ik zijn een na laatste boek De begraafplaats van Praag niks vond.

Umberto Eco had middeleeuwse filosofie gestudeerd en doceerde aan de universiteit van Bologna. Hij kreeg in 2012 de Vrede van Nijmegen penning, omdat hij de Europese geschiedenis voor een groot publiek toegankelijk had gemaakt.

Gisteren is bekend geworden dat deze grote schrijver is overleden op 84 jarige leeftijd.

Kapitein Cook ontdekte Australie terwijl hij zocht naar Terra Incognita. Columbus dacht dat hij in India was, maar had Amerika ontdekt. De geschiedenis zit vol met gebeurtenissen die zijn voortgekomen uit verzonnen verhalen. 
Umberto Eco 1932-2016
bron voor de foto

vrijdag 19 februari 2016

Vooruitblik: Tentoonstellingen lente en zomer 2016

De komende maanden worden er in verschillende musea in Nederland weer heel mooie en bijzondere tentoonstellingen georganiseerd.
Hier staan er weer een paar bij elkaar die mij in ieder geval heel mooi lijken en waar ik er een paar toch zeker hoop te bezoeken. Ik hoop dat jullie door dit lijstje ook zin krijgen om een paar mooie dingen te gaan zien, want het is weer heel divers wat er allemaal komt. Wat is het toch fijn dat we zulke goede en gevarieerde musea in Nederland hebben!

Van Gogh museum, Amsterdam
Lichte zeden
Voor deze tentoonstelling stond ik in oktober jl. even in de rij in het Musée d’Orsay, maar op dat moment vond ik het zo benauwd dat ik uit de rij ben gestapt. Ik krijg dus nu een herkansing om de tentoonstelling alsnog te bekijken, want vanaf vandaag is deze in het Van Gogh museum in Amsterdam te zien.
Het gaat over de prostitutie in Parijs in de 19e eeuw, vereeuwigd door schilders als Toulouse-Lautrec, van Gogh, Manet en vele anderen. Maar behalve deze bekende beelden was er natuurlijk ook de grauwe werkelijkheid van de gevangenis en het bordeel.
De schilderijen zijn te zien, maar ook voorwerpen zoals een politieregister, zodat je een goed en compleet beeld krijgt.
19 feb tot 19 juli 2016
Meer informatie HIER

Bonnefantenmuseum, Maastricht
Hold your beliefs lightly
Grayson Perry is een belangrijke hedendaagse Britse kunstenaar. Het Bonnefantenmuseum heeft onlangs een aantal van zijn objecten aangekocht en organiseert nu deze tentoonstelling. Door middel van verschillende technieken, zoals schilderijen, wandtapijten, foto’s en keramiek probeert Grayson Perry de wereld om ons heen te duiden.  
26 feb tot 2 juni 2016
Meer informatie HIER


Gemeentemuseum Den Haag
Jan Toorop
Jan Toorop was rond 1900 één van de grootste Nederlandse kunstenaars. Hij was een groot vernieuwer die verschillende stijlen zoals Art-Nouveau en neo-impressionisme door elkaar gebruikte en zijn werk constant bleef ontwikkelen. De art nouveau is in Nederland bekend komen te staan als de sla-oliestijl, door de bekende tekening die Jan Toorop voor de slaolie heeft gemaakt.
In deze tentoonstelling hangen zo’n 150 werken van deze kunstenaar die zoveel invloed heeft gehad op de Nederlandse kunstwereld.
26 februari tot 29 mei 2016
Meer informatie HIER

Drents museum, Assen
Maya’s
De Maya’s zijn het bijzondere Indianenvolk uit Zuid Amerika en deze tentoonstelling in Assen probeert een zo volledig mogelijk beeld te geven van de cultuur van de Maya’s. De focus ligt op de periode 200-900 na Christus en de objecten die te zien zijn, zijn voor een deel afkomstig uit musea in Berlijn en Keulen, maar ook uit Guatemala zelf.
28 feb t/m 4 september
Toeslag 3 euro
Meer informatie HIER


Hermitage Amsterdam
Catharina de Grote
Catharina de Grote van Rusland is één van die tot de verbeelding sprekende keizerinnen geweest. Ze regeerde met vaste hand, voerde hervormingen door, correspondeerde met Voltaire en Diderot en had verschillende minaars. Haar belangstelling voor de wereld en de kunst was groot en zij legde dan ook een grote verzameling aan.
In de Hermitage in Amsterdam zal een overzicht te zien zijn van de belangrijke werken die Catharina heeft verzameld, zowel schilderijen als beelden als andere kunstzinnige objecten.
Voorjaar 2016 
Meer informatie HIER


Catharijneconvent, Utrecht
Franciscus is één van de populairste heiligen van de Katholieke Kerk en dat is niet voor niets. Maar wie was deze man uit Assisi? Hoe heeft hij geleefd, wat heeft hij bereikt en wat is zijn invloed geweest in alle eeuwen na zijn dood?
Het Catharijneconvent in Utrecht heeft Henk van Os gevraagd als gast conservator deze bijzondere tentoonstelling samen te stellen over deze bijzondere man.
5 maart 2016 tot 5 juni 2016
Meer informatie HIER



Singer Museum in Laren
Franse Modernisten
Een mooie tentoonstelling met werken van Derain, Bonnard, Marinot, Matisse en Dufy geven een goed beeld van de Franse modernistische kunstbeweging. De tentoonstelling is samengesteld in samenwerking met het Musée d’Art Moderne in Troyes.
22 april 28 augustus
Meer informatie HIER

Museum de Fundatie, Zwolle en Groninger Museum
Wilden en de Nieuwe wilden. Een dubbeltentoonstelling in Zwolle en Groningen.

Wilden in De fundatie
De Duitse expressionisten die begin 20e eeuw samenwerkten in de Brücke en Der blauwe Reiter wilden de kunst opnieuw uitvinden. Zij wilden hun innerlijke leven laten zien, en de gebruikelijke conventies van het schilderen aan hun laars lappen.
Kandinsky, Pechstein en Kirchner zijn hier goede voorbeelden van, zeker met hun felle kleuren en abstracte vormen.
In deze tentoonstelling ligt de nadruk vooral op het gedachtengoed van de beweging en de invloed die ze hadden en niet zozeer op de periode of de verschillende kunstenaars.
30 april t/m 18 september
Meer informatie HIER


Nieuwe wilden in Groninger museum
Duitse neo-expressionisme uit de jaren ’80
In de jaren ’80 van de 20e eeuw kon alles en stond de wereld op zijn kop. In Duitsland gingen jonge kunstenaar opnieuw kijken op welke manier ze de wereld konden vangen. Hiervoor grepen ze terug op de vroegere stromingen, maar gaven hier ook hun eigen draai aan. Het neo-expressionisme was geboren. In Groningen zijn vele voorbeelden van deze creatieve en vaak ludieke werken te zien.
30 april t/m 23 oktober 2016
Meer informatie HIER

maandag 15 februari 2016

Dit is wat ik doe, Lynsey Addario

De reden dat wij weten wat er in gebieden hier ver vandaan gebeurt en wat er plaats vindt aan de frontlinie, is omdat er dappere journalisten en fotografen zijn die juist hier hun werk doen.

In een oorlogssituatie moet je je instincten kunnen onderdrukken. De meesten van ons zullen weg willen rennen als er een bom afgaat, maar een oorlogsfotograaf rent er juist naar toe om vervolgens foto’s te maken.

Lynsey Addario had nooit kunnen vermoeden dat ze één van de meest gerespecteerde oorlogsfotografen zou worden, toen ze haar eerste fototoestel van haar vader kreeg toen ze dertien was.

Lynsey groeide op in Connecticut en had een vrij ongewone en excentrieke jeugd. Fotograferen was eerst een grote hobby, maar op een gegeven moment wilde ze hier serieus werk van maken. Bovendien wilde ze het fotograferen gebruiken om te kunnen reizen en iets van de wereld te zien.

Ze leerde het vak in Zuid Amerika, keerde terug in de Verenigde Staten, en begon opdrachten binnen te krijgen als freelance fotograaf. Dit was het eerste opstapje, maar daarna ging het steeds verder.

Lynsey Addario is een gedreven vrouw die heel sterk de roeping voelt het nieuws vast te leggen. Niet als adrenalinejunkie of uit kille ambitie, maar haar drijfveer is juist de gevolgen van een conflict voor de gewone burgerbevolking vast te leggen.

Lynsey Addario heeft foto’s gemaakt in Afghanistan, was aanwezig bij de eerste inval in Irak, maakte foto’s in Dafur, Zuid-Sudan, Libië, Gaza en nog vele andere plaatsen waar een conflict was.

Ze heeft als embedded journalist gewerkt in Afghanistan, maar is ook op eigen houtje of met een paar collega’s naar een oorlogsgebied gegaan.

Ze heeft zowel het nieuwsverslagen als reportages gemaakt, en haar foto’s zijn onder andere verschenen in de The New York Times en National Geographic. Haar harde werk en mooie foto’s hebben haar verschillende prijzen en een beurs opgeleverd en het respect van haar collega’s.

Af en toe heb je zo’n boek dat zo fascinerend en interessant is, dat je het bijna niet neer kunt leggen.
Ik zag Dit is wat ik doe in de boekhandel liggen en besloot het boek mee te nemen nadat ik de achterflap had gelezen. Daar heb ik absoluut geen spijt van gekregen.

Dit is wat ik doe geeft niet alleen een heel persoonlijk verslag van de conflicten die er in de afgelopen jaren zijn geweest, het laat ook zien hoe oorlogsverslaggeving te werk gaat. Het ene moment zit je in een hotel met de andere journalisten te wachten tot er iets gebeurt, de dag erop loop je rond met een kogelvrij vest, maak je foto’s van de slachtoffers van een bermbom of hoor je dat een collega is omgekomen.

Lynsey Addario laat zien hoe moeilijk het werk is, hoeveel voorbereiding eraan vooraf gaat en hoeveel gevaar ze soms lopen. Maar tegelijkertijd is er ook veel voldoening als ze die ene foto kunnen maken die op de voorpagina van de krant komt en misschien de kracht heeft om de publieke opinie te beïnvloeden

Daarnaast is het ook een heel persoonlijk verhaal; hoe kun je verantwoorden naar je familie wat je doet, hoe ga je om met de risico’s, hoe vindt je iemand met wie je je leven kunt delen en die begrijpt waarmee je bezig bent en hoe houd je je als vrouw staande?

Tot slot, maar zeker niet onbelangrijk, geeft dit boek ook een nieuw respect voor de vele dappere mannen en vrouwen die onder moeilijke en vaak gevaarlijke omstandigheden hun werk doen, en die het verslaan van het nieuws als hun roeping zien ondanks het gevaar voor eigen leven.

Dit is wat ik doe is een bijzonder interessant en fascinerend boek, met ook nog prachtige foto’s die Lynsey Addario heeft gemaakt.
Ik weet nu al dat dit boek in mijn non-fictie top 3 van dit jaar zal terechtkomen en daarom noem ik het ook een absolute, absolute aanrader!

Originele titel: It’s what I do. A photographers life of love and war
Uitgegeven in 2015
Nederlandse uitgave: 2015 uitgeverij De arbeiderspers
Nederlandse vertaling: Wim Scherpenisse
Bladzijdes: 399

vrijdag 12 februari 2016

Urban Jungle Bloggers: Jungle animals

Wat mij betreft is een huis kaal zonder deze drie dingen; boeken, katten en planten. Planten geven elk huis een mooier aanzien, bovendien worden mensen gezonder als er planten in een ruimte zijn. (het schijnt dat zelfs afbeeldingen van planten in dit opzicht al werken).

Ik houd van planten en wilde dan ook meer planten in mijn huis. Ik heb dit in twee fases gedaan, vorige maand had ik al iets gekocht en vorige week heb ik de rest in een hele bubs gekocht. Ik word hier ontzettend blij van en ben erg tevreden met mijn verzameling die mijn huis nog gezelliger maakt.

Nu was ik ook op het internet op zoek naar planten in huis en inspiratie op dit gebied en ik vond HIER de Urban Jungle Bloggers, een initiatief van Judith van Joelix.com en Igor van Happy Interior blog, een Nederlandse en een Duitser die elkaar in Parijs tegenkwamen en een diepe liefde voor planten bleken te delen.

Naast een blog met regelmatig heel veel planteninspiratie, hebben ze elke maand een thema. Het thema voor februari was Jungle animals. Dat kun je natuurlijk op allerlei manieren opvatten, maar met een huiskamertijger zou het gek zijn om ergens anders naar te kijken.

Silvia vindt planten tot op zekere hoogte best interessant en was net bezig om kopjes te geven aan deze schefflera, maar net toen ik een foto wilde maken, ging ze heel erg ongeïnteresseerd zitten doen en negeerde zogenaamd de planten door strak uit het raam te kijken.

Stiekem vindt ze het echter wel heel leuk dat je je ook goed kunt verbergen achter zo'n mooie plant.

Maar soms worden planten een beetje te intensief bestudeerd, dit Kindje-op-moeder's-schoot vertoonde steeds meer kale steeltjes, omdat Silvia zeer systematisch bezig was de blaadjes eraf te happen. Om daar vervolgens van op de bank te kotsen. Zo geven planten je nog meer vreugde :-(
Dit was mijn eerste deelname aan de Urban Jungle Bloggers, maar ik denk dat het niet de laatste keer zal zijn. Daarvoor vind ik het veel te leuk om ook mijn planten met jullie te delen.

woensdag 10 februari 2016

maandag 8 februari 2016

Elegant als een egel, Muriel Barbery

Renée Michel en Paloma Josse wonen samen in een appartementsgebouw in Parijs. Paloma is twaalf jaar oud en is een zeer intelligent en scherp kind, die duidelijk de hypocrisie ziet van de manier van leven van haar familie. Ze beseft dat ze geen zin heeft om op dezelfde manier te leven en wil op haar dertiende verjaardag zelfmoord plegen.

Renée Michel is de conciërge van het appartementengebouw, een volkse vrouw die vuilnisemmers leegt en het trappenhuis aanveegt en door de meeste rijke bewoners alleen wordt aangesproken als ze iets voor hen moet doen.

Niemand beseft dat Renée Michel een zeer intelligente vrouw is die meer van literatuur, filosofie, muziek en kunst weet dan alle bewoners bij elkaar. Ze doet er dan ook alles aan om dat te verbergen, net zoals Paloma ook haar ideeën en intelligentie niet aan haar omgeving kan laten zien omdat ze haar niet zouden begrijpen.

Pas als er een nieuwkomer in het gebouw komt te wonen, de Japanse meneer Ozu, herkennen ze in elkaar geestverwanten en vormt zich een onwaarschijnlijke, maar al snel hechte vriendschap.

Moeizaam begin
Bij sommige boeken moet je even doorbijten, de eerste pagina’s vormen een geworstel en eigenlijk vraag je je af waarom je door wil lezen. Dat werd snel duidelijk; het verhaal pakte me. Ik raakte gefascineerd door het verborgen leven van zowel Paloma als Renée en ik was heel benieuwd waar het naar toe zou gaan.

Wat leverde dan het geworstel op en wat deed me bijna het boek wegleggen? In dit geval was dat het geforceerde taalgebruik, zeker in de eerste hoofdstukken staan verschrikkelijke zinnen en constructies. Ik houd van mooie zinnen en poëtische beschrijvingen, ik houd niet voor niets van Philippe Claudel, maar in dit geval was er weinig poëtisch te vinden. Ik zag alleen een moeizaam voortslepen van te veel bijvoeglijke naamwoorden en ingewikkelde formuleringen, die de filosofische bespiegelingen geen goed deden.

Maar op een gegeven moment veranderde dit, ik kan alleen niet helemaal zeggen of dit kwam om dat de zinnen minder geforceerd werden of dat ik eraan gewend raakte. Feit is in ieder geval dat ik Elegant als een egel steeds mooier begon te vinden, eindelijk vond ik op de bladzijdes de schoonheid waar ik naar op zoek was.

Nu ik erover nadenk is dit wel typerend voor het boek, ook bij de beide hoofdpersonen moet je even doorbijten en verder kijken dan de eerste indruk voor je ziet wat er achter hun masker zit.

Egels
Renée Michel verbergt zich uit alle macht voor haar omgeving. Ze doet haar best om de archetypische conciërge te zijn en elke verwijzing naar iets groter of iets mooiers zorgvuldig te vermommen. Hier heeft ze verschillende redenen voor, een deel is angst om verraden en vernederd te worden als ze te gemakkelijk omgaat met de mensen die sociaal gezien boven haar staan, zoals een gebeurtenis uit haar jeugd haar heeft ingeprent.

Het is ook de angst van iemand die weliswaar heel veel weet, maar niet zeker weet of die kennis wel klopt en of alle verbanden wel gezien worden. Als autodidact weet je alleen maar wat je jezelf hebt geleerd, maar je weet niet wat je misschien gemist hebt.

Dan is het beter om naar buiten toe een lompe, slecht opgeleide volksvrouw te zijn en in de veiligheid van je eigen omgeving te genieten van Tolstoj, Mozart en Vermeer.  

Paloma is een beetje een betweterig kind, die niet helemaal doorheeft dat als je neerkijkt op mensen en onaardig tegen ze doet, dat niet bepaald hun beste kant naar voren brengt. Dit valt haar echter te vergeven omdat ze nog maar twaalf is. En zeer ongelukkig kind van twaalf, dat weinig sturing krijgt, of in ieder geval niet de sturing die ze nodig heeft en dat helemaal zelf achter het geheim van volwassen worden moet komen. 

Iets dat voor ieder kind al lastig is, maar als je ook nog eens volkomen buiten je omgeving staat omdat je zo compleet anders denkt, is helemaal verschrikkelijk. 

Het is dan ook geen wonder dat Paloma over een vrij melodramatisch einde nadenkt, maar nog niet helemaal doorheeft dat het melodramatisch is, omdat ze daarvoor de levenservaring mist.

Het is een buitenstaander, iemand die niet opgevoed is met dezelfde culturele stereotypen en daar dus dwars doorheen kijkt, die ziet wat er in de kern van Paloma en Renée schuilt.
Prachtig vond ik de beschrijvingen van de bezoekjes die Renée bij meneer Ozu aflegt, langzaam haar wantrouwen afleggend en genietend van de vriendschap en de culturele uitwisseling die haar geboden worden. 
Muriel Barbery
Prachtig zijn ook de vele filosofische theorieën die aan bod komen op verschillende manieren, vooral de vraag waarom we kunst maken en wat de zin van schoonheid is. Muriel Barbery is filosofe en dat is hierin goed te merken. Voor sommigen zal het misschien iets teveel van het goede zijn, maar ik vond het een bijzonder mooie toevoeging die ervoor zorgt dat je nog lang over het boek na denkt.

Ik heb in verschillende besprekingen veel kritiek op het einde gelezen, maar ik persoonlijk vond het wel heel mooi en ontroerend. Ik kon tenminste een paar tranen niet onderdrukken.

Elegant als een egel vond ik een zeer bijzonder en mooi boek. Geen boek dat je even snel erdoor heen jast, maar waar je de tijd voor moet nemen en waar je langzaam in moet komen. Eerst de stekels voorbij voor je de elegantie en de schoonheid van de egel ziet.
Subliem.

Originele Franse titel: L’élégance du hérisson
Uitgegeven in 2006
Nederlandse uitgave 2008 door uitgeverij Prometheus
Nederlandse vertaling: Edu Borger
Bladzijdes: 315

vrijdag 5 februari 2016

De goed geklede vrouw (volgens de Baedeker)

In de jaren ’50 en ’60 is er een serie van 25 boeken uitgegeven die de huisvrouw bij haar taak kon helpen, de Baedeker voor de huisvrouw. De onderwerpen varieerden van koken, de was, kinderopvoeding, klusjes in huis tot handwerken en natuurlijk de huisvrouw zelf.

In deel 12, Uzelf mevrouw, staan allerlei wenken over hoe je jezelf moet verzorgen, etiquette en kleding advies.

Het is bijzonder vermakelijk om dit te lezen. Zo heb je volgens dit boek als een goedgeklede vrouw de volgende garderobe nodig: (er wordt hier nog even extra bij gezegd dat het om een gewone huisvrouw gaat, zonder bijzondere maatschappelijke verplichtingen)

-        wintermantel
-        gabardine regenmantel
-        tussenbeide mantel of lichtgewicht regenmantel
-        een zwart of donkerblauw of donkergrijs mantelpak
-        een lichtgrijs, beige of lichtbruin mantelpak
-        twee nette donkere wollen japonnen
-        een gekleed zijden japonnetje
-        twee eenvoudige zomerjurken
-        een gekledere zomerjurk
-        een wollen rok voor het werk in huis
-        een katoenen rok voor het werk in huis voor in de zomer
-        een niet te groot aantal twinsets en blouses
-        zomermantel

Op zich is het idee van een minimale basisgarderobe absoluut nog toepasbaar, het is alleen wel heel leuk om te zien dat de lijst van nu zo verschillend is van de lijst van toen.

Je werd geacht deze kleding in een basiskleur te nemen, want niets is zo onrustig voor uw omgeving om u telkens in andere kleuren te zien verschijnen. Het is maar dat je het weet!


Sommige ideeën zijn gelukkig echt niet meer van toepassing, zoals het advies om een nylon onderbroekje onder je wollen onderbroekje te dragen voor het behoud van je wollen broekje.
Of je tegenwoordig je ondergoed bij de HEMA of bij Marlies Dekkers haalt, maakt niet uit, maar ik denk dat er toch niemand meer van ons nog de combinatie van wol en nylon prettig zou vinden.

Je kunt je ook heel erg verbazen over de neerbuigende toon die regelmatig gebruikt wordt, zoals in het volgende stukje:
Een huismoeder uit een klein provinciestadje die weleens in Amsterdam komt om er boodschappen te doen, verschijnt strijk en zet met een zelfgemaakte imitatie van een Parijse avondhoed, met reusachtige struisveren die om de kin van haar welgedaan, vriendelijk gezicht krullen en haar alleen maar belachelijk maken. Jammer! Ze zou er met een eenvoudige hoed zoveel aardiger uit zien.

Er werd streng gewaarschuwd tegen opvallen en een jas kopen in een te felle kleur was not done.
Vuurrode of knalgroene mantels zijn alleraardigst….voor kleine meisjes die dan toch op zijn minst nog één ander manteltje erbij dienen te hebben. Een mondaine vrouw, met heel veel kleren voor veel gelegenheden, kan zich, als zij chic en jong is, ook nog wel permitteren er, als aardigheid, één vuurrode mantel bij te hebben om die af en toe eens te dragen.

Ach ja, het was maar al te duidelijk dat men ervan uit ging dat de lezeres van de Baedeker geen mondaine chique vrouw was...
Geen rode mantel in zicht, wel een heel wufte hoed.
Een waarschuwend woord is er ook ten aanzien van slacks, oftwel de spijkerbroek. Een dergelijke ongegeneerde dracht- en dan nog uitsluitend voor jonge meisjes en piep-jonge vrouwtjes- is alleen bedoeld voor een bepaald soort huishoudelijke karweitjes waarbij men zich vuil maakt, voor tuinieren en voor werk in een hoenderpark of kennel, of voor uitgesproken sportieve doeleinden buiten.

Make-up advies werd ook gegeven. Ook hier was het doel om de huisvrouw voor fouten te behoeden, vooral de valkuil met de heersende mode mee te willen doen.

Nog even een woord over het blauwe, groene, paarse of zwarte oogpotlood dat tegenwoordig bij een bepaalde groep jongeren zo in de mode is […] Dit hulpmiddel is in wezen alleen bedoeld voor toneel en cabaret; in het gewone, dagelijkse leven, en vooral bij daglicht staat het verschrikkelijk ordinair. Meestal maakt het jonge meisjes en vrouwen tien jaar ouder en het ontneemt aan de ogen elke natuurlijke en menselijke uitdrukking. Het is aan u, te beslissen of u er ook zo uit wilt zien.

Ogenschaduw (eyeshadow) werd voor de meeste vrouwen niet wenselijk geacht, maar als je dan toch dit hulpmiddel wilde gebruiken moest je je wel aan de regel houden: blauw bij kunstlicht en groen of brons voor overdag. Andere kleuren werden opnieuw geschaard onder de theater make-up en waren niet geschikt voor de gewone huisvrouw.

Toch is de Baedeker al op de hoogte van moderne technieken en ideeën en die zijn soms handiger dan het oude. In geval van mascara, dat veelal nog in de vorm van een blokje werd gebruikt, wordt er waarderend gesproken over een nieuwe uitvinding: verschillende fabrikanten hebben iets nog beters in de handel gebracht: een halfvloeibare mascara in een metalen buisje, dat door een stift met een borsteltje wordt afgesloten.

Naast alle achterhaalde onzin staat er natuurlijk ook best iets in dat nuttig is of dat nog altijd klopt. Zo wordt er gemeld dat dure crèmes niet per se beter zijn dan goedkopere crèmes en dat er een duidelijk verband is tussen teveel zonnebaden en huidkanker. Kijk, dat is advies waar je nog altijd iets aan hebt. 

Eerlijk is eerlijk, deze dames zien er ontzettend chic uit.
Ik heb het boek laatst weer eens uit de kast gehaald en werd even helemaal geïnspireerd. Ik denk dus dat ik mijn gekleurde oogpotloden weggooi, net zoals mijn eye-schadow in alle kleuren behalve blauw en dat ik in een gekleed zijden japonnetje op zoek ga naar die gabardine regenmantel. Zou je die nog ergens kunnen krijgen?

maandag 1 februari 2016

De wandelaar, Adriaan van Dis

Mulder is een man die houdt van schoonheid én van schoon. Hij woont in een mooi appartement in Parijs, levend van een erfenis en kan zijn dagen doorbrengen met het bezoeken van musea, het dragen van mooie, dure kleren en het poetsen van zijn appartement. Elke dag wandelt hij een vaste route, die hem langs enkele parken en monumenten voert.

Tijdens een avondwandeling staat een kraakpand bij hem in de buurt in de fik, de bewoners, veelal illegalen, komen om. Een hond springt uit de vlammen en komt meteen naar Mulder toe die tussen de toeschouwers staat. De hond wil van geen wijken weten en klampt zich aan hem vast en ondanks zichzelf neemt Mulder de hond mee. In de eerste instantie alleen om het dier te wassen, maar al snel blijkt de hond heel wat meer nodig te hebben.

Twee wandelaars
Vanaf nu is het niet meer Mulder alleen die door de stad loopt, maar de Hond en Mulder lopen samen.
De Hond kent iedereen en groet ook iedereen, en iedereen kent de Hond. En omdat Mulder de Hond vergezelt, zien de mensen hem ook staan. Hij wordt aangesproken en raakt tegen wil en dank betrokken bij de andere kant van de stad, de kant die hij niet kent omdat hij die nooit heeft willen zien.

Samen met de Hond bezoekt hij de slachtoffers van de brand, gaat hij naar begrafenissen en herdenkingsdiensten en bezoekt hij buurten die hij nooit eerder heeft bezocht en die bijna niet bij Parijs lijken te horen. In ieder geval niet bij zijn Parijs.

Dankzij de Hond is Mulder niet langer onzichtbaar, beschermd door zijn rijkdom en afgewende blik, maar wordt hij meegenomen in de verhalen van de mensen die op straat leven, de zwervers, de illegalen en de vluchtelingen.

Ondertussen is de brand in het kraakpand een aanleiding voor heel veel protesten, de stad ontploft als de deling tussen arm en rijk, legaal en illegaal, blank en zwart, buitenwijk en centrum zich verdiept. Iedere groep grijpt de gebeurtenissen aan om hun eigen grieven naar voren te brengen en de spanning in de stad is om te snijden.

Mulder moet zijn weg zien te vinden in een stad die niet langer voelt als zijn stad, maar die een vreemde is geworden. Gelukkig fungeert de Hond als een soort anker hierin. Deze zwerver, deze wandelaar die al zoveel heeft meegemaakt, blijkt meer levens te hebben beroerd dan Mulder ooit had kunnen denken.

De verzetsheld
Door de confrontatie met de nieuwe wereld wil Mulder ‘iets doen’, hij voelt zich daartoe geroepen, geïnspireerd door de hond en diens vermogen om door het vuil heen te kijken. Hij voelt zich ook een ander persoon, iemand die actie kan ondernemen. 

De valse naam die hij in de eerste instantie opgaf bij de politie speelt daarbij ook een rol. Hij gebruikte een naam van het monument waar hij elke dag ging kijken, de naam van een verzetsstrijder. Maar dat was iemand die ‘iets deed’, net zoals Mulder nu zelf wil doen. Maar ook als ‘Nicolas Martin’ is hij er niet helemaal zeker van wat hij wil doen en gemakkelijk valt het hem zeker niet.

Je zou eigenlijk kunnen zeggen dat Mulder een beetje aanrommelt, maar dat is denk ik ook het punt dat Adriaan van Dis wil maken. Ieder van ons kent de verhalen van de vluchtelingen, ziet de zwervers in de straten, maar hoeveel van ons doen werkelijk iets structureels? Vaak blijft het bij een momentopname  of gebeurt het in een emotionele opwelling en als die weer wegebt, is het probleem voor ons weer voorbij.
 
Adriaan van Dis
Een verhaal als dit zou al snel kunnen uitmonden in clichés, maar gelukkig is Adriaan van Dis een bijzonder goede schrijver, die ook een thema als dit zo kan verwerken tot een indringend verhaal waarin van alles verwerkt is, maar waarvan je geen moment denkt ‘ja, zo kan het wel weer’. Bovendien is het ook vaak heel grappig, omdat je sommige situaties meteen voor je ziet.

In prachtige zinnen weet Adriaan van Dis Mulder tot leven te brengen; een wat pedante man, maar ook een romanticus die nog altijd denkt aan de vrouw die hem eens verlaten heeft en eigenlijk nog altijd op haar wacht. Iemand die het ook niet helemaal weet, maar wel zijn best doet, ondanks zijn tekortkomingen.
Iets doen is tenslotte beter dan niets doen.

Ik genoot ook erg van de gesprekken tussen Pére Bruno, de priester van de nabijgelegen kerk en Mulder, waarbij Mulder zoekende is en zich wanhopig vastklampt aan zijn zekerheid dat hij nergens naar zoekt omdat hij zeker weet dat er niks is.

Hond, met zijn trouw en zijn mooie ogen en zijn liefde voor de mens, heeft een transformerende rol.
Als alles weer tot rust komt en Hond een nieuw thuis heeft gevonden, kan Mulder weer alleen wandelen, maar het is de vierpotige wandelaar die van hem een nieuw mens heeft gemaakt.

Opvallend vond ik dat dit boek in 2007 is uitgegeven, maar dat heel veel situaties nog altijd zo zijn als hier worden beschreven. Er zijn nog altijd groepen die zich uitgesloten voelen, die uitgestoten zijn, er zijn nog altijd zwervers en vluchtelingen en schrijnende situaties. 
En zo af en toe ontploft de boel en lijkt er iets te veranderen, tot het stof weer neerdaalt en alles weer naar het oude terugkeert.

Ik moet iets bekennen, ik was vroeger als jong meisje al een beetje verliefd op Adriaan van Dis en eigenlijk ben ik dat nog. Ik vind het zo’n leuke man met zo’n mooie stem en hij lijkt me ontzettend aardig, bovendien vind ik hem zo erudiet, zonder dat hij er arrogant bij is.

Heel veel van zijn boeken heb ik echter nog niet gelezen. Kortgeleden heb ik wel Stadsliefde gelezen en daar heb ik erg van genoten, maar dit was geen roman, alleen prachtige impressies van Parijs.

De wandelaar was de eerste echte roman die ik van hem gelezen heb, maar ik heb natuurlijk meteen een aantal van zijn andere boeken aangeschaft, want ik wil nu meer Adriaan van Dis lezen.
De wandelaar smaakte naar meer!

Uitgegeven in 2007 door uitgeverij Augustus/ Atlas Contact
Bladzijdes: 219
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...