vrijdag 18 augustus 2017

Grigori R. (2014)

Grigori Raspoetin is een fascinerend figuur in de geschiedenis. Er gaan verschillende verhalen over hem de ronde, was hij een wonderdoener, een gebedsgenezer, een charlatan, een domme boer of een heilige?

Hij werd geboren zo rond 1870 in een klein dorpje in Siberië. Hij stond in zijn jeugd bekend als een dronkenlap en ruziezoeker, maar op een gegeven moment ging hij op weg om God te vinden. Hij liet zijn vrouw en kinderen achter en voegde zich bij de vele Russen die als pelgrims kloosters en heilige plekken bezochten. Langzamerhand begon zijn roem als genezer en ziener te groeien.

Tsaar Nicolaas II en zijn vrouw Alexandra hadden al eerder te maken gehad met verschillende heilige pelgrims en genezers. Eerst toen ze nog wanhopig probeerden om een zoontje te krijgen als troonopvolger, en daarna, toen het zoontje geboren was, om hem te helpen bij de erfelijke ziekte hemofilie waaraan hij leed.

Via via werd Raspoetin aan het hof geïntroduceerd en zijn invloed groeide snel. Niet alleen wist hij bij Alexei de pijn weg te nemen, hij wist ook Alexandra gerust te stellen. De tsaar en zijn vrouw begonnen zich steeds meer op Raspoetin te verlaten, ook als het om advies over staatszaken en politiek ging. 

De publieke opinie keerde zich mede hierdoor steeds meer tegen de tsaar en zijn regering en voor een aantal mensen was het genoeg. Raspoetin werd vermoord en nog geen twee jaar later was er een einde gekomen aan het leven van de tsarenfamilie met wie zijn lot zo nauw verbonden was geweest.

In Rusland is in 2014 de serie Grigori R. gemaakt, acht afleveringen van elk vijftig minuten over Raspoetin.

Het begint met Alexander Kerenski, de leider van de Voorlopige Regering die na het aftreden van de tsaar in maart 1917 de macht had gekregen, een onderzoek wil naar de misdaden van Raspoetin. Hij geeft deze opdracht aan inspecteur Swietten, die alle volmachten krijgt om de mensen te bespreken en de plekken te bezoeken die nodig zijn om alle informatie boven water te krijgen.
Andrei Smolyakov als Swietten
Swietten gaat naar het geboortedorp van Raspoetin, spreekt met diens vrouw en later met zijn dochter en de politieagenten die Raspoetin moesten volgen. Bovendien bezoekt hij de voormalige hofdame en vriendin van tsarina Alexandra, Anna Vyroebova, in de gevangenis en probeert het hele plaatje compleet te krijgen.

Swietten is een sceptische man, die niks op het eerste gezicht gelooft, maar langzamerhand stapelen de getuigenissen zich op in het voordeel van Raspoetin. Ja, hij was een onbehouwen boer, maar al het geld dat hij kreeg gaf hij weg en hij was oprecht in zijn genezingen.

De conclusie die Swietten bereikt is dan ook niet wat Kerenski had verwacht en zoals de politieke situatie nu is, moet misschien zelfs Swietten vrezen voor zijn leven.

Grigori R. is een geweldige serie, ongelofelijk spannend en interessant, historisch vrij behoorlijk correct (niet onbelangrijk) en ook nog zeer goed gespeeld. 

Vladimir Mashkov zet een onvergetelijke Raspoetin neer. Iemand die met een enkele blik een heleboel emoties kan overbrengen en door wie Raspoetin langzamerhand iemand wordt die je niet alleen begrijpt, maar van wie je kunt houden. Dit had ik zeker niet verwacht, maar ik heb bijvoorbeeld gehuild bij de scenes waarin hij vermoord werd. Het gebeurt niet vaak dat een serie of een film mijn mening over een gebeurtenis of persoon uit de geschiedenis bijstelt, maar dat is hier wel gebeurt. Voor mij is Rapoetin niet langer een charlatan uit op eigen gewin, maar een behoorlijk oprecht iemand die uiteindelijk verwikkelt raakte in gebeurtenissen waar hij niet meer uit kon komen. 
Vladimir Mashkov als Grigori Raspoetin
Geweldig is ook de werkelijk beeldschone Ekaterina Klimova die Anna Vyroebova speelt, die altijd in Raspoetin heeft geloofd en ook nu hij dood is en zij in de gevangenis zit, zijn nagedachtenis niet in de steek laat.
De werkelijke Anna was een stuk minder mooi en ook minder sympathiek naar ik begrijp, maar voor deze serie geeft dat niet. 
Ekaterina Klimova als Anna Vyroebova
Andrei Smolyakov speelt Swietten op een uiterst sympathieke manier. De man die observeert en alle mensen die hij spreekt vastlegt in een tekening, de man die probeert om menselijkheid en fatsoen te laten zegevieren en af en toe behoorlijk daadkrachtig uit de hoek kan komen, je zou bijna willen dat ook hij een daadwerkelijk historisch persoon is.

Verder kan ik nog zeggen dat de aankleding perfect is en de muziek prachtig, dat verhoogt echt de Russische sfeer.
Raspoetin en Vyroebova
Is er ook maar iets aan te merken op deze serie? Nee, volgens mij niet. Ik kan alleen maar zeggen dat ik het absoluut geweldig vond en dat ik eigenlijk geen superlatieven genoeg heb om te vertellen hoe goed deze serie is. Ik kan dus alleen maar iedereen aanraden om zelf te kijken. (en wat ben ik blij dat ik de DVD heb en ik elk moment opnieuw kan gaan kijken!)

maandag 14 augustus 2017

Voor wie de klok luidt, Ernest Hemingway

Het verhaal
Het verhaal van Voor wie de klok luidt is niet heel ingewikkeld. Het is een typische oorlogssituatie, bijna een die je herkent uit een oude oorlogsfilm waarin de held een bijna onmogelijke taak krijgt en de nodige moeilijkheden moet overwinnen om die taak tot een goed einde te brengen.

In dit geval is het de Amerikaanse vrijwilliger in de Spaanse burgeroorlog Robert Jordan die een brug moet opblazen als een bepaalde aanval van de Republikeinse kant gaat beginnen. Door het opblazen van de brug, zullen de tegenstanders niet in staat zijn hun manschappen naar de aanval te brengen en dus niet mee kunnen doen.

Robert Jordan wordt door de oude Anselmo de bergen in gebracht, naar de partizanen onder leiding van Pablo en Pilar. Hier ontmoet hij de mensen die hem zullen helpen met het aanbrengen van de dynamiet onder de zwaar bewaakte brug.

De nationalisten zitten niet stil en brengen al manschappen en materieel naar de andere kant van de bergen en leveren strijd met een andere partizanen groep. Ondertussen bemoeilijken de onderlinge verhoudingen in de groep, de onverwachte sneeuw en Robert Jordan’s liefde voor het getraumatiseerde meisje Maria de missie behoorlijk. Robert Jordan zal nog een aantal lastige keuzes moeten maken voor hij de brug kan opblazen.

Burgeroorlog
De Spaanse burgeroorlog begon in 1936, toen generaal Franco in opstand kwam tegen de linkse regering die in 1931 op democratische wijze aan de macht was gekomen nadat de koning afstand had gedaan van de troon.

De maatregelen van de regering, gericht tegen de grootgrondbezitters, de kerk en het leger, waren niet heel populair bij iedereen en daarom ontstond er een breuk in de Spaanse samenleving. Een deel van de bevolking steunde de linkse regering (de Republikeinen), een ander deel steunde de rechtse opstandelingen (Nationalisten). 

De internationale gemeenschap hield zich doelbewust buiten deze strijd, maar enkele landen deden wel mee. Duitsland en Italië steunden in het geheim de rechtse troepen en de Sovjet Unie stuurde adviseurs en wapens naar de Republikeinen. Bovendien waren er duizenden vrijwilligers die naar Spanje trokken om te vechten tegen generaal Franco, zij vormden de Internationale brigades.

De Republikeinen zouden de oorlog verliezen en generaal Franco zou nog tot zijn dood in 1973 aan de macht zijn.

Ernest Hemingway was naar Spanje gekomen om deze burgeroorlog te verslaan. Hij vond het verschrikkelijk dat dit door hem zo geliefde land zo verscheurd werd en te maken kreeg met geweld van alle kanten.

Hij schreef deze roman die uitkwam in 1940, om de wereld op de oorlog te wijzen en duidelijk te maken hoe vreselijk vooral de burgerbevolking onder het geweld leed. Hemingway kiest hierin partij voor de gewone burgers, en laat duidelijk zien dat beide kanten in het conflict het lijden veroorzaken. 
Ernest Hemingway
Schrijfstijl
Voor wie de klok luidt is in veel opzichten een typische Hemingway. Zijn held, Robert Jordan is een man van weinig woorden, die onder moeilijke omstandigheden (de oorlog), het juiste wil doen (zijn missie tot een goed einde brengen). Hij is eerlijk in zijn gevoelens en speelt geen toneel.

De mensen die hij ontmoet zijn de eenvoudige Spanjaarden, boeren en plattelanders, die behoorlijk wat wijsheid hebben zoals de oude Anselmo. Duidelijk wordt ook dat er van beide kanten verschrikkelijke dingen gebeuren en dat er eigenlijk weinig verschil is tussen de Republikeinen en de Nationalisten. 

Robert vecht weliswaar aan de kant van de communisten, maar dat is meer omdat zij volgens hem de morele opperhand hebben en niet omdat hij zelf een overtuigde communist is. Hij volgt vooral het voorbeeld van zijn grootvader die ook in een strijd verwikkeld was en probeerde om het juiste te doen, ook in moeilijke omstandigheden.

Bij een Hemingway gaat het om de cadans van de zinnen, de herhalingen, de soberheid. In een boek van Hemingway vind je geen uitgebreide filosofische verhandelingen of breed uitgesponnen rechtvaardigingen vol abstracte en complexe ideeën. De mensen laten door hun daden zien uit welk hout ze gesneden zijn, pas daarop kun je ze beoordelen.

Het taalgebruik in het Engels is bijzonder, het schijnt namelijk dat de roman leest alsof sommige dialogen rechtstreeks uit het Spaans vertaald zijn, er worden woorden en zinsconstructies gebruikt die in het Engels niet heel gangbaar zijn, maar die daardoor wel authentiek aandoen. Ik heb de Nederlandse vertaling gelezen, ook een heel goede trouwens, daar valt niets op af te dingen, maar alleen die eigenaardigheid is niet meer terug te vinden.

Kritiek
Er is natuurlijk allerlei kritiek geweest op dit boek. De personages zouden te simpel zijn en vooral feministen vonden het karakter van Maria, het meisje op wie Robert Jordan verliefd wordt, van bordkarton. 

Nu moet ik eerlijk bekennen dat een romantische insteek een oorlogsroman over het algemeen niet beter maakt naar mijn idee en ik moest ook even zuchten toen Maria op de proppen kwam. De relatie tussen haar en Robert Jordan gaat heel snel en in de eerste instantie vond ik dat ongeloofwaardig. 

Dit wordt echter door henzelf ook besproken, maar daarbij wordt duidelijk dat de gewone omgangsvormen in een oorlogssituatie niet gelden. Als elk moment je laatste kan zijn, pak je wat je pakken kunt en geniet je van het ogenblik. Je maakt grootste toekomstplannen, hoewel je niet weet hoe ver je zult komen in die toekomst.

En als je daarbij bedenkt dat de verschillende mensen in de partizanengroep voor de verschillende kranten in Spanje staan, en Maria misschien wel Spanje zelf vertegenwoordigt, dan besef je dat de kritiek niet terecht is.

Voor wie de klok luidt is een prachtige roman, met recht een klassieker te noemen en opnieuw het bewijs dat Ernest Hemingway een groot schrijver was. De verwijzingen naar de zelfmoord van Robert Jordan's vader en de manier waarop Hemingway zelf is gestorven, maakt het extra triest. 

Originele titel: For whom the bell tolls (1940)
Deze Nederlandse uitgave 2016 door uitgeverij Atlas Contact
Nederlandse vertaling J. Van Dietsch
Bladzijdes: 573

zondag 13 augustus 2017

Boekentip op zondag (9)

Inspecteur Konrad Sejer heeft in zijn verhoorkamer een kleine vrouw zitten. Ragna Riegel kan door een ongeluk alleen maar fluisteren, verder is ze verlegen en weinig opzienbarend. Ragna zit in de verhoorkamer omdat ze een verschrikkelijke misdaad heeft begaan, en naarmate het verhoor vordert, begrijpen we hoe Ragna tot de verschrikkelijke daad is gekomen.

De Noorse schrijfster Karin Fossum heeft een aantal bijzonder goede literaire thrillers geschreven. Bij haar gaat het altijd om de psychologie van de mensen die ergens toe komen, wat zijn hun beweegredenen en onder welke omstandigheden kan iedereen een moordenaar worden?

Konrad Sejer is een fijne constante in haar boeken, sympathiek en begrijpend en iemand die daadwerkelijk probeert om tot de kern van mensen te komen.

De fluisteraar is opnieuw een bijzonder goed boek van Karin Fossum, waarin ik in ieder geval pas op het einde begon te begrijpen hoe het werkelijk zat en ik eerdere aanwijzingen opeens ook in een ander licht zag. (altijd fijn als dat gebeurt)
Aanrader voor iedereen die nog een goed boek voor de vakantie zoekt.

Noorse titel: Hviskeren (2016)
Nederlandse uitgave 2017 door uitgeverij Marmer
Nederlandse vertaling: Lucy Pijttersen
Bladzijdes: 362

vrijdag 11 augustus 2017

Vijf op vrijdag: Parijs

Vorige week was ik een paar dagen met vriendin M. in Parijs. We vonden het leuk om samen weer even weg te gaan, maar niet te ver en niet te lang. Parijs was perfect.
Steile trappen in Montmartre
De Seine blijft mooi

Pere Lachaise

Jardin du Luxembourg, een van de chiqueste en best onderhouden
parken waar ik ooit ben geweest

Als afsluiter op de laatste ochtend nog even langs
het Canal St. Martin


woensdag 9 augustus 2017

Tentoonstelling Steve McQueen in Parijs

Soms krijg je een onverwacht cadeautje als je op reis gaat, en vorige week kreeg ik er een toen ik een paar dagen in Parijs was. Ik zag namelijk affiches van een tentoonstelling over Steve McQueen, in een galerie die mooi in het centrum lag en dus goed te bereiken was.

Dit was te leuk om voorbij te laten gaan, dus de volgende dag hebben wij deze tentoonstelling bezocht.

De tentoonstelling is behoorlijk groot en er is veel te zien. Er wordt aandacht geschonken aan Steve McQueen als een man van stijl, de filmster en zijn passie voor racen met motors en auto's.

Er zijn prachtige foto's te zien, zowel uit zijn privéleven als uit de films. Veel hiervan kende ik wel, maar er zaten zeker ook minder bekende foto's tussen.

Er waren ook wat extra bijzondere zaken, zoals kleding, de voorpagina van een Franse krant waar de dood van Steve McQueen werd verteld, de auto die gebruikt werd in Bullit en zijn motor. (dat waren niet altijd de originelen, maar dit vond ik niet erg).

Tenslotte draaide er nog een heel interessante documentaire over zijn leven en films, die echt de moeite waard was.

Door deze diversiteit is de tentoonstelling echt een eerbetoon aan de King of Cool, en geweldig om te bezoeken. Een echte fan (zoals ik) geniet hier, maar ook voor iemand die niet bekend is met Steve McQueen (zoals vriendin M.) is er veel te genieten.


De tentoonstelling Steve McQueen, style, is nog tot 30 augustus te zien in de Galerie Joseph, Rue de Turenne 116 in Parijs. De toegangsprijs is 8 euro.

maandag 7 augustus 2017

Cécile en Elsa, strijdbare freules, Elisabeth Leijnse

Cécile en Elsa de Jong van Beek en Donk werden in 1866 en 1868 geboren, als kinderen van de vooruitstrevende aristocraat Jan de Jong van Beek en Donk en zijn vrouw Anna.

Ze groeiden op als eigengereide jongedames, die hun mening niet onder stoelen of banken staken. Zo waren ze vóór Wagner, tegen katholieken, tegen burgerlijke mensen, vóór de verheffing van de arbeiders en lichtelijk antisemitisch. 

De freules stoorden zich over het algemeen niet aan normale conventies. Van hun ouders hadden ze meegekregen dat ze aan hun adellijke afkomst verplicht waren zich in te zetten voor de minder bedeelden.

De beide zusjes waren in hun jeugd aan elkaar verknocht, verenigd in de liefde van een toegefelijke vader en de zorg voor een aan morfine verslaafde moeder. Ze zouden beiden terechtkomen in een huwelijk dat niet geconsumeerd werd. 

Cécile trouwde met de schatrijke burgerlijke zakenman Adriaan Goekoop, die zij Paul noemde omdat ze Adriaan een lelijke naam vond. Voor Cécile was Paul vooral patiënt en niet zozeer echtgenoot en hoewel hij zijn best deed om haar bij te houden, werd uiteindelijk een scheiding uitgesproken.

Elsa trouwde met de katholieke componist Alphons Diepenbrock en zou zichzelf jarenlang op het tweede plan zetten omdat haar man als componist en kunstenaar steun nodig had. Pas nadat Diepenbrock na negen jaar huwelijk verliefd werd op een jonge leerlinge, kreeg hij het ook voor elkaar om bij zijn vrouw twee dochters te verwekken.
Het gezin Diepenbrock
Cécile was ondertussen het boegbeeld van de nieuwe beweging voor vrouwenemancipatie in Nederland geworden. Ze wist haar organisatievermogen en niet te onderschatten overredingskracht hiervoor in te zetten. Zo was ze de drijvende kracht achter de tentoonstelling voor vrouwenarbeid en schreef de feministische roman Hilda van Suylenburg, die destijds veel indruk maakte.

Maar de verhouding tussen de twee zusters begon toch minder te worden. Cécile nam het Elsa kwalijk dat ze tijdens de scheiding de kant van Paul had gekozen en Elsa nam Cécile kwalijk dat ze zich overal mee bemoeide.

Na haar scheiding ging Cécile naar Frankrijk waar ze opnieuw trouwde met de Pools-Joodse chemicus Michel Frenkel. Cécile was altijd nogal uitgesproken geweest in haar opvattingen en nu werd ze steeds fanatieker in haar liefde voor Frankrijk. 

Cécile op latere leeftijd
Ze werd zelfs lid van de reactionaire groepering Action Française en tijdens de Eerste Wereldoorlog bekeert ze zich tot het katholicisme, omdat volgens haar alleen een sterke kerk Frankrijks beschaving kon beschermen. Dit was ook de reden dat ze steeds antisemitischer werd, net zoals haar echtgenoot (nota bene zelf Joods). Voor hen was het Jodendom een bedreiging van de eenheid van Frankrijk.

Elsa zou in 1920 ook katholiek worden, om haar echtgenoot dichterbij te komen. Lang had ze zich verzet en had ze vol minachting het katholicisme van haar man beschouwd. Met moeite was ze akkoord gegaan met de eis om de kinderen Rooms op te voeden. Maar in 1920 volgde ze in het voetspoor van haar zuster en bekeerde ze zich.

Maar voor Elsa was het meer een persoonlijke en niet zozeer en politieke keuze, haar bekering maakte de laatste maanden van haar huwelijk een stuk beter dan de jaren ervoor en zorgde ervoor dat ze het uiteindelijke verlies van Diepenbrock beter kon dragen.

En waar Cécile steeds radicaler werd, kreeg Elsa juist meer inzicht in de situatie voor de Joden in de jaren ’30, nadat een jonge Joods-Duitse vluchteling een tijdlang bij haar thuis woonde. Met schaamte herinnerde ze zich hoe gemakkelijk ze zich vroeger schamper had uitgelaten over Joden.

Elsa zou in 1939 sterven, tot het laatst een trouwe beschermster van de erfenis van de componist met wie ze al die jaren getrouwd was.

Cécile stierf in 1944, naar verluidt net op tijd om een proces wegens collaboratie te voorkomen.

Elisabeth Leijnse
Cécile en Elsa, strijdbare freules is een ontzettend boeiende biografie. Soms heb je dat een biografie halverwege inzakt en als er twee mensen besproken worden is soms de één een stuk interessanter dan de ander. Daar is hier geen sprake van. Elisabeth Leijnse is erin geslaagd om de beide zussen evenveel tijd een aandacht te geven en ze zo te beschrijven dat je aandacht geen moment verslapt.

Bovendien is het bijzonder goed en prettig geschreven. Geen rare, kromme zinnen, maar helder en compact, met precies genoeg details om het interessant te maken en te weinig omwegen om het langdradig te laten worden.

Niet alleen de levens van de twee zussen komt naar voren, maar ook heel mooi wordt de tijd waarin zij leefden duidelijk. Dit vloeit heel gemakkelijk en natuurlijk in het verhaal, zonder dat het onderbroken wordt door langdradige details.

De verhoudingen tussen de socialisten en de feministen worden interessant neergezet en duidelijk wordt waarom ze niet samenwerkten, hoewel beide groeperingen hetzelfde doel hadden.

De haat en nijd tussen de verschillende vrouwen in de vrouwenbeweging, de problemen met het opzetten van de Tentoonstelling voor vrouwenarbeid, de ontwikkelingen binnen Nederlandse muziekwereld  en de invloed die Cécile en Elsa uitoefenen op wat bijvoorbeeld het begin van de Vogelbescherming zou worden, komen allemaal aan bod.

Cécile en Elsa, strijdbare freules heeft in 2016 niet alleen de Libris geschiedenisprijs, maar ook de Biografieprijs gekregen en deze prijzen zijn naar mijn idee volkomen verdiend, dit is een van de beste biografieën die ik ooit heb gelezen.

De roman Het grote zwijgen van Erik Menkveld gaat ook over Diepenbrock, zijn vrouw Elsa en hun huwelijk en de verhoudingen die ze hadden. Een prachtige roman die je moeiteloos naar het begin van de 20e eeuw transporteert en de mensen tot leven brengt. Ik heb het boek in ieder geval ademloos uitgelezen, want het taalgebruik is ook schitterend. En ik vond het leuk om de interpretatie van een romanschrijver te lezen, toen ik de feiten en de historische achtergrond al goed kende.
Ook dit boek raad ik ten zeerste aan, een mooie aanvulling. 

Uitgegeven in 2015 door uitgeverij De Geus
Bladzijdes: 507

zondag 6 augustus 2017

Gedicht op zondag (8)

Ik drink op mijn verwoeste huis,
Op 't leven boos en grauw,
De eenzaamheid ons beider kruis,
en ik drink ook op jou, -
En op de mond die mij beloog,
De wereld koud en wreed,
En op het doodlijk kille oog,
Op God die ons vergeet.

De laatste toast, Anna Achmatova (1934)
Uit Werken (Russische bibliotheek)
in de vertaling van Margriet Berg en Marja Wiebes

vrijdag 4 augustus 2017

Casa Romana in Leiden

Heb je altijd al willen weten hoe de Romeinen leefden? Dan is nu je kans. In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is de tentoonstelling Casa Romana te zien, waarin we een kijkje nemen in een Romeins huis.

Niet het eerste de beste huis, maar een mooie villa. We komen 's ochtends binnen via de poort (eerst langs de hond) en zien het huisaltaar waar de Pater Familias elke ochtend de goden eert.

Vervolgens zien we de vrouw des huizes die zich klaarmaakt voor de dag, de kinderen die spelen en naar school moeten, de boekrollen in de bibliotheek, en gaan we via de eetkamer en de keuken naar de slaapkamer, waar de dag ten einde komt.

Op die manier krijgen we niet alleen een idee van de indeling van huizen in het oude Rome, maar ook hoe de Romeinen hun dag doorbrachten.

De tentoonstelling is ruim opgezet en heel leuk gedaan, de wandschilderingen en mozaïeken op de vloer geven nog een extra idee van een Romeins huis.
Romeinse sieraden
Zo mooi is het oude Romeinse glaswerk en de sieraden zou je zo nog kunnen dragen. Ik vind het altijd leuk om verhalen te bedenken bij dit soort voorwerpen en me te beseffen dat echte mensen deze voorwerpen hebben gemaakt, gekocht, gebruikt en gekoesterd.

Ik vond op de tentoonstelling vooral de combinatie van opgegraven voorwerpen uit de Romeinse tijd én de voorwerpen uit de 18e, 19e en 20e eeuw, die geënt waren op Romeinse kleding of voorwerpen, heel bijzonder en mooi.

Rome is altijd belangrijk gebleven, ook na de val van Rome. Maar nadat in de 18e eeuw de opgravingen in Pompei en Herculaneum begonnen en er steeds meer bekend werd over de culturele rijkdom van het oude Rome, zie je dat er in Europa steeds meer belangstelling kwam voor deze klassieke beschaving. Mensen wilden kleding dragen die leek op die van Romeinse beelden, bustes van bewonderde mensen op de schoorsteenmantel hebben staan of vazen met Romeinse taferelen in huis hebben.

Rome is meer dan 2000 jaar later nog altijd een bron van inspiratie en fascinatie en dat laat deze tentoonstelling ook heel mooi zien.

Casa Romana is nog tot 17 september 2017 te bewonderen in Leiden.

woensdag 2 augustus 2017

maandag 31 juli 2017

Broederstrijd, Antonio Pennacchi

In Het Mussolinikanaal leerden we de familie Peruzzi kennen, volgelingen van Mussolini die een nieuwe boerderij kregen in de drooggemaakte moerrassen onder Rome.

In dit deel gaat de oorlog verder en zien we hoe het de familie gaat in de oorlog en in de chaotische jaren daarna.

Broederstrijd is een mooi vervolg op Het Mussolinikanaal en het is geschreven in dezelfde sappige stijl vol grappige dialogen en anekdotes. Hierbij maakt het niks uit of nu een ruige oom of een politicus aan het woord is, of één van die knettergekke familieleden die schijt aan alles hebben en die het lot naar hun hand zetten, desnoods door er stenen naar te gooien. 

Kenmerkend zijn de vele zijpaadjes die samen het verhaal vormen. Zo beginnen we op bladzijde één met neef Diomedes die het geld jat van een bank die getroffen is door een bom en krijgen we vervolgens een relaas over de jeugd van Diomedes en hoe hij uiteindelijk via allerlei avonturen en sterke verhalen bij die bank is terechtgekomen. Pas negentig bladzijdes later zegt de verteller (een van de vele Peruzzi-neven)

Enfin, voordat ik verder ga moet ik zeggen dat ik niet weet of het nou wel of niet waar is, dat verhaal van Diomedes, en de bank, het geld en de kruiwagens. Dat is wat mijn familie vertelde en precies zo vertel ik het aan u. Maar Diomedes zei dat het niet waar was.

Een zwart neefje dat toreador in Spanje wordt, het huwelijk tussen oom Benassi en tante Santapace, wie de vader is van kleine Pericles, de neven die communist worden, de neven die fascist blijven en de neven die zich aansluiten bij de gewone partizanen. Al deze verhalen vormen het kleurrijke familieverhaal van de Peruzzi’s.

Zij waren fascist tijdens de oorlog, sommigen uit overtuiging, anderen uit noodzaak en na de oorlog werden sommigen communist en anderen sloten zich aan bij de Christen-democraten. Sommigen uit overtuiging, anderen uit noodzaak.

Mooi wordt ook uitgelegd waarom veel Italianen geloofden in Mussolini en de eenheid die ze voor het eerst voelden, in een land dat altijd zo verbrokkeld is geweest.

Dit maakt duidelijk dat overtuigingen nooit zwart-wit zijn, maar afhangen van de omstandigheden. Zo zijn de Duitsers bondgenoten, zo zijn het vijanden en je moet je maar aanpassen aan de veranderingen.

Ondanks dat ik veel heel mooi vond en ik heb genoten van deel één en deel drie van het verhaal, kwam Broederstrijd voor mij toch niet helemaal in de buurt van Het Mussolinikanaal, dat ik prachtig vond.

Daarvoor is Broederstrijd in sommige gedeelten te fragmentarisch en zwalkt het tussen teveel personen waardoor je van iedereen iets en van niemand veel weet en het moeilijk is om betrokken te blijven bij de personages.

Soms ging het één alinea over een van de neven, soms een paar bladzijdes, maar daarna ging het weer over heel andere mensen. Bijna onophoudelijk trekken in deel twee allerlei voorbeelden voorbij van partizanen en politici die samen de geschiedenis van de oorlog in Italië en de vrede daarna vorm moesten geven, maar daar blijft het bij. Het werd bijna een opsomming die een enorme onderbreking vormde, in plaats van een integraal onderdeel van het verhaal.

Gelukkig ging het in deel drie weer grotendeels over de kleurrijke schreeuwlelijkers die de Peruzzi-clan vormden. Ik benieuwd of er nog een derde boek gaat komen, waarin de belevenissen van de Peruzzi’s in de jaren ’50 en ’60 aan bod komen. 
Het einde van dit tweede boek biedt daar wel ruimte voor, al is de verteller nu even gestopt met zijn verhaal om voor zijn bijen te zorgen. We hopen dat hij terug komt om verder te vertellen.

Originele Italiaanse titel: Canale Mussolini, parte seconde
Uitgegeven in 2015
Nederlandse uitgave 2017 door uitgeverij De bezige bij
Nederlandse vertaling: Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd
Bladzijdes: 472

vrijdag 28 juli 2017

To walk invisible (2016)

Een paar van de mooiste klassiekers in de Engelse literatuur zijn geschreven door drie zussen in een pastorie in Yorkshire. Ik heb het natuurlijk over Charlotte, Emily en Anne Brönte.

De zusters Brönte hebben niet alleen prachtige boeken achtergelaten, maar ook een romantisch levensverhaal. Hun moeder overleed vroeg en hun twee oudere zusjes overleden ook op jonge leeftijd. De vier overgebleven Bröntes, Charlotte, Branwell, Emily en Anne brachten hun tijd door met het schrijven van verhalen over landen die ze zelf bedacht hadden.

To walk invisble is een bijzondere film, ik denk namelijk dat als je geen biet afweet van de Bröntes, je na deze film nog altijd niet heel veel wijzer bent. De film concentreert zich op de drie jaar waarin de zusjes hun boeken publiceerden en waarin tegelijkertijd hun broer Branwell ten onder ging aan drank en uitspattingen. Hun geliefde broer elke keer te moeten oprapen als hij weer eens was gevallen, en hem steeds verder zien afglijden, eiste zijn tol van alle familieleden, vooral omdat ze er helemaal niets tegen konden doen.

To walk invisible is op twee manieren op te vatten, ten eerste wilden de zusters hun identiteit geheim houden omdat ze wisten dat ze als vrouwelijke auteurs niet heel serieus genomen zouden worden en na publicatie veel harder beoordeeld zouden worden.

Ten tweede wilden ze hun succes verbergen voor hun broer Branwell. Ook hij had talent voor schrijven en tekenen, maar voor hem was het belangrijker om zich over te geven aan drank en zijn eigen genoegens. Hij leek niet te begrijpen dat je om iets te bereiken ook door moet zetten.

Hoewel ze van hem hielden, was het voor Charlotte, Emily en Anne duidelijk dat ze niets van Branwell hoefden te verwachten als hun vader zou overlijden, ze zouden zelf in hun onderhoud moeten voorzien. Daarom besloten ze om te proberen hun verhalen uit te laten geven.

Ik vond To walk invisible een heel mooie film, waarin ze hun best hebben gedaan om het leven van de zusjes zo realistisch mogelijk te maken. Ze waren niet arm, maar hadden het ook niet bepaald breed en moesten gewoon meewerken in het huishouden.
Chloe Pirrie, Charlie Murphy en Finn Atkins als Emily, Anne en Charlotte
Filmen in de echte pastorie was niet mogelijk, maar ze hebben voor de film het huis van de Bröntes gewoon nagebouwd, zodat je wel een heel goed beeld krijgt.

De acteurs spreken ook met het accent van Yorkshire, dat, nadat je er een minuut aan moet wennen, heel goed te volgen is.

De verschillende karakters zijn goed getroffen. Finn Atkins speelt Charlotte als de oudere zuster die fel is en gedreven, maar ook weet dat zij voor haar zusters moet zorgen. Emily, gespeeld door Chloe Pirrie, is hard en ontzettend recht door zee, maar tegelijkertijd gevoelig en het meest kwetsbaar van allemaal. Charlie Murphy speelt Anne, die de vredestichtster is tussen Emily en Charlotte en de enige is die door Emily helemaal wordt vertrouwd. Ontroerend zijn de scenes tussen die beide zusjes.

Adam Nagaitis als Branwell en Jonathan Price als vader Brönte, zijn ook zeer goed in hun rol.
Adam Nagaitis als Branwell
Ik heb maar twee minpunten te noemen bij deze film. Ten eerste had het voor mij zo een zesdelige serie mogen zijn, ik had graag meer gezien over het leven van de Bröntes!

Het einde, waarin we de pastorie zien zoals die er nu uitziet, compleet met winkeltje, voelt een beetje gek aan. Ik neem aan dat de bedoeling is om te laten zien dat de nalatenschap van de Bröntes nog altijd doorwerkt, maar ieder van ons die hun boeken kent, weet dat wel. 

Maar behalve die laatste twee minuten, heb ik hier met heel veel plezier naar gekeken. 

maandag 24 juli 2017

Alles voor het moederland, Michel Krielaars

Voor Joden was er in het Rusland van de 19e eeuw weinig plek. Ze mochten maar in bepaalde steden wonen, bepaalde beroepen uitoefenen en toegang tot de universiteit was gelimiteerd. Regelmatig waren er pogroms waarbij in een stad de Joodse bevolking het zwaar te verduren kreeg en vaak overleefde een groot deel van de Joodse gemeenschap zo’n pogrom niet.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in de revolutionaire beweging veel Joden actief waren. In een nieuw Rusland zouden de oude grenzen weggevaagd worden, alleen mensen zouden gelijk zijn en er zou een einde komen aan discriminatie.

Isaak Babel (1894-1940) en Vasili Grossman (1905-1964) waren twee schrijvers die ervan overtuigd waren dat de revolutie een betere maatschappij zou brengen. Zij conformeerden zich in de eerste instantie aan de nieuwe regels voor literatuur, maar al snel bleek dat ze alleen maar propaganda mochten schrijven.

Isaak Babel schreef uiteindelijk niets meer, maar was verdacht door zijn reizen naar het buitenland. Hij werd in 1939 gevangen genomen en werd in 1940 roemloos door de geheime dienst doodgeschoten. Zijn lichaam is in een massagraf terechtgekomen en zijn boeken werden in beslag genomen. De aanwezigheid van Isaak Babel moest zoveel mogelijk worden uitgewist. Pas na de dood van Stalin kwam er een uitgave in de Sovjet Unie uit met zijn verzamelde verhalen.

Vasili Grossmann bleek lange tijd onaantastbaar. Waar anderen werden opgepakt tijdens de grote terreur van Stalin eind jaren ’30, wist hij de dans te ontspringen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de Russische leiding volkomen overrompeld werd door de Duitse inval, werd Vasili Grossman oorlogscorrespondent. 

Zijn manier van schrijven liet de verschikkingen van de oorlog spreken en maakte duidelijk wat soldaten en burgers te lijden hadden. Tegelijkertijd was het regime blij met zijn artikelen omdat ze de heldendaden van het Russische volk onderstreepten.

Na de oorlog nam Stalin steeds meer maatregelen tegen de Joodse bevolking, een nieuwe vervolging was begonnen. Grossman verzette zich hiertegen, maar dat had tot gevolg dat hij bijna geen opdrachten meer kreeg en zijn werk niet meer gepubliceerd werd.

In zijn laatste grote roman Leven en lot vergelijkt hij de dictaturen van Stalin en Hitler met elkaar en komt hij tot de conclusie dat er in de uitvoering weinig verschil zat en ook niet voor de mensen die het moesten ondergaan. Deze roman mocht niet uitgegeven worden in de Sovjet Unie. Grossman had in het buitenland kunnen publiceren, maar hij had gezien hoe dit voor Boris Pasternak was afgelopen en bovendien was hij nog altijd te trouw aan het regime.

Pas aan het einde van zijn leven zag hij definitief in dat het communisme zeker geen heilstaat had gebracht en gaf hij toestemming zijn werk in het buitenland uit te geven. Hijzelf heeft dat niet meer meegemaakt. Hij stierf in 1964 en pas in 1980 kwam zijn werk in Zwitserland uit. In Rusland duurde het tot 1989 tot Leven en lot gepubliceerd werd.

Voor zowel Babel als Grossman speelde hun Joods zijn in de eerste instantie niet zo’n grote rol. Ze wilden zich er juist van losmaken en hoopten op een eerlijke behandeling in de nieuwe Sovjet Unie. 

Langzamerhand bleek dat ook in de Sovjet Unie de Joden een groep te zijn die er niet bij hoorde en die naar believen gebruikt kon worden als zondebok. Isaak Babel heeft de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt, maar Vasili Grossman wel. Zijn moeder was door de nazi’s vermoord en op het einde van zijn leven werden zijn Joodse wortels steeds belangrijker. Op het einde wilde hij zelfs begraven worden op een Joodse begraafplaats, maar dat is niet gelukt omdat zijn echtgenote die niet chique genoeg vond.

Van Michel Krielaars heb ik eerder Het brilletje van Tsjechov gelezen, het boek waarmee mijn liefde voor Tsjechov begonnen is. Ik had dus hoge verwachtingen van Alles voor het moederland en ik ben blij dat die verwachtingen zijn waargemaakt.

In dit nieuwe boek weet Michel Krielaars de levens van Grossman en Babel te vermengen met de geschiedenis van Rusland in het algemeen, en dat van de Joden in Rusland in het bijzonder. Hij probeert inzichtelijk te maken waarom schrijvers als Babel en Grossman zo positief over de Revolutie waren en dat zo lang bleven, terwijl de verschrikkingen bekend werden, en hij slaagt hier goed in.

Daartussen door vlecht hij de observaties van nu en wat er vandaag de dag nog van de geschiedenis te merken is. In sommige opzichten is dat beschamend weinig, maar soms zijn er prettige verrassingen. De herdenkingen van de Stalin-terreur worden door het huidige regime vaak verboden, maar aan de andere kant zijn steeds meer Russen zich bewust dat de herinneringen belangrijk zijn.

Alles voor het moederland is bijzonder goed geschreven, interessant en weet  nieuwe situaties en gebeurtenissen voor het voetlicht te brengen, ondanks dat ik best wel wat heb gelezen over de (schrijvers tijdens de) Stalintijd.
Opnieuw een zeer goed boek.

Uitgegeven in 2017 door uitgeverij Atlas Contact
Bladzijdes: 334

zondag 23 juli 2017

Kunst op zondag (7)

Vincent van Gogh, Bospad 1887
In het Van Gogh museum is er op dit moment een kleine tentoonstelling te zien: Van Gogh, Rousseau, Corot: in het bos. 

Voor de 19e eeuw was het voor schilders bijna niet mogelijk om de buitenlucht te schilderen, omdat er geen verf in tubes was. Er werden buiten schetsen gemaakt die later in het atelier werden uitgewerkt.

Maar in de 19e eeuw werd er verf in tubes geproduceerd en konden de schilders naar buiten trekken. Bekende landschapsschilders waren Theodore Rousseau en Camil Corot, die in de bossen van Fontainebleau geinspireerd raakten door het spel van licht door de takken heen en de schaduw op de grond.

Voor Vincent van Gogh was de natuur altijd al belangrijk geweest, ook als jongen zwierf hij het liefst over de hei en door de bossen en als kunstenaar had hij bewondering voor het pionierswerk van Rousseau en Corot, die probeerden om de werkelijkheid op hun doeken te vangen. Ook voor hem werd dit steeds belangrijker.

In het Van Gogh museum hangen er nu een aantal werken bij elkaar om het verband tussen deze schilders aan te geven. Het is geen grote tentoonstelling, het is één zaal met ongeveer 30 werken. Ik moet eerlijk bekennen dat de landschappen en bosgezichten van Rousseau en Corot mij niet zo heel erg aanspraken. Ik kreeg de indruk dat ze zich vooral arm kochten aan donkerbruine en donkergroene verf.
De schilderijen van Vincent van Gogh die hierbij hangen zijn wel prachtig. Bij hem zie je daadwerkelijk dat licht tussen de bladeren en zijn kleurgebruik is ontzettend mooi. De schilderijen van Vincent van Gogh maken deze tentoonstelling, ondanks de kleinheid, toch de moeite waard.

Van Gogh, Rousseau, Corot: in het bos is nog tot 10 september 2017 in het Van Gogh museum in Amsterdam te zien.

vrijdag 21 juli 2017

Zomervakantie

Het is weer zomervakantie (eindelijk!). En wie beter dan Marilyn Monroe  aan het strand om dat ultieme gevoel van vrijheid weer te geven?

maandag 17 juli 2017

De lessen, Michela Murgia

Eleonora is een actrice. In haar vak geeft ze alles en is ze bereid om risico’s te nemen en daarom is ze gevierd op de podia in Italië en het buitenland.

Daarnaast neemt ze soms een leerling aan. Niet om te leren acteren, maar om die voor te bereiden op het leven in de grote wereld. 

Ze leert hen om kwaliteit te herkennen, mensen in te schatten, kunst te waarderen. 

Ze leert hen tafelmanieren als het nodig is, en hoe je je moet kleden. 

Bovendien leert ze hen zich te bewegen in grote gezelschappen en conversaties te voeren met iedereen daar aanwezig. 
Haar opleiding is een soort privé -finishing school.

Eleonora heeft haar leven goed voor elkaar. Ze is succesvol en heeft goede vrienden en een mooi appartement. Ze laat op deze paar zeer selecte vrienden na, niemand al te dicht bij komen. Zeker haar leerlingen niet, die goed moeten beseffen dat hun leertijd een zakelijke overeenkomst is en niks anders. 

Dit zijn lessen die Eleonora zichzelf heeft moeten leren, na haar jeugd met een tirannieke vader en een zwakke moeder en een broer die haar, als het hem uitkwam, kon verraden.

Als er een nieuwe leerling komt, moet Eleonora die lessen opnieuw tegen het licht houden. 

Chirú is een jonge violist die aan Eleonora vraagt hem onder haar hoede te nemen. Ondanks haar eigen twijfels en de twijfels van de mensen die haar na staan, neemt zij hem inderdaad als leerling aan. Maar waar ze bij de eerste lessen nog degene is die weet in welke richting het gaat, blijkt al snel dat Chirú zich ontwikkelt in een richting die Eleonora niet had voorzien.

Michela Murgia (1972)
Michela Murgia is niet de eerste de beste. Zij heeft een boekenprogramma op de Italiaanse televisie en is theoloog, schrijfster en criticus. 

Ik vond De lessen een prachtige roman. Het eerste dat opvalt is het ontzettend mooie en beheerste taalgebruik. Michela Murgia is in staat om filosofische ideeën en bijzondere gedachtewisselingen in een bijna moeiteloos proza te beschrijven, dat het bijna poëtisch wordt.

De herinneringen aan Eleonora’s kindertijd, een belangrijke factor in de vrouw die ze is geworden, zijn schrijnend, zonder dat ze dik aangezet worden. In een paar scene’s, in een aantal beschrijvingen komt de gezinsleden naar voren, ieder in de eigen rol die ze gespeeld hebben.

De lessen gaat over volwassen worden, wat je meeneemt uit je kindertijd, keuzes maken en loslaten. En gaat vooral over transformatie. Je kunt een bepaalde richting kiezen en jezelf vertellen dat dit is wat je wilde, maar dat wil niet zeggen dat je daaraan vast moet blijven houden.

Mooi vond ik ook dat het verhaal nergens ontspoorde in een cliché en niet de richting op gaat die je misschien in het begin denkt. Heel knap laat De lessen zien hoe Eleonora de waarheden die ze zelf heeft geleerd los moet laten en het leven opnieuw moet leren bekijken.

Een schitterend boek.

Originele Italiaanse uitgave: Chirú (2015)
Nederlandse uitgave: 2017 door uitgeverij Wereldbibliotheek
Nederlandse vertaling: Manon Smits
Bladzijdes: 220

vrijdag 14 juli 2017

Santo Stefano in Bologna

De Santo Stefano vanaf het plein.
Links zie je de ronde 'Heilige graf kerk'
Een van de meest bijzondere kerken die ik ooit heb bezocht, is de Santo Stefano in Bologna. Dit is namelijk een complex van zeven kerken, waarvan de oudste al in de 4e eeuw is gebouwd.

Oudste kerk
De oudste kerk zou gebouwd zijn op het amfitheater waar twee van de eerste Bolgonese martelaren, Vitale en Agricola, rond het jaar 304 zijn gestorven omwille van hun geloof.

Oorspronkelijk heette deze kerk de Sint Pieter, omdat er een inscriptie was gevonden met de naam Symon, de naam van de latere apostel Petrus. Men dacht op dat moment dat Petrus in Bologna begraven was en niet in Rome. 

De bisschop van Rome kon dat natuurlijk niet over zijn kant laten gaan, want er kon tenslotte maar één echt graf van Sint Pieter zijn! Hij liet het dak van de kerk in Bologna halen en vulde de kerk met aarde, tot ze in Bologna toegaven en de kerk de naam van de Heilige Vitale en Agricola gaven. 
Het kerkje van Vitale en Agricola
Jeruzalem
Bisschop Petronius van Bologna (later ook de beschermheilige van de stad) liet een eeuw later naast de kerk van Vitale en Agricola een nieuwe kerk bouwen, boven op een tempel van Isis. Deze kerk heeft een kenmerkende hoekige ronde vorm, een verwijzing naar de Heilige Grafkerk in Jeruzalem.

In de eeuwen erna kwamen er nog een aantal kerken bij, verbonden aan elkaar met binnenpleintjes. Tegenwoordig zijn er trouwens nog maar vier kerken over, maar het staat nog altijd bekend als ‘le sette chiese’.
Mooie fresco's
De zeven kerken stonden ook symbool voor de verschillende momenten uit het leven en de dood van Jezus Christus. Zo is er dus een kerk die verwijst naar zijn dood, maar er is ook de San Stefano van het Kruis, het binnenplein van Pilatus en de Kapel van de rouwsluier van Maria. 
Dit haantje in de binnenplaats van Pilatus verwijst naar de haan van Petrus.

Dante, Maria en monniken
Het schijnt dat Dante hier lange tijd heeft verbleven en geïnspireerd raakte door de beeldhouwwerken op het binnenplein en hier een paar kwellingen uit de hel op heeft gebaseerd.

Tot 2000 lag in dit complex het lichaam van de Heilige Petronius, maar dat is daarna verhuisd naar de San Petronio, de grote kathedraal van Bologna.

Het complex van Santo Stefano huist ook een Benedictijns klooster en een klein museum waar voorwerpen uit de rijke geschiedenis te zien zijn.

Hier wordt ook een doek bewaard die aan Maria zou hebben toebehoord en een keer per jaar wordt deze doek rondgedragen in een processie door de wijk. Volgens de traditie moeten de prostituees van Bologna dan wel uit de buurt blijven.

In dit bijzondere gebouw heb je tientallen eeuwen geschiedenis bij elkaar. Voeg daarbij dat het driehoekige plein voor de kerken ontzettend gezellig is, en dan begrijp je dat wanneer je Bologna bezoekt, je de Santo Stefano zeker niet mag overslaan!

maandag 10 juli 2017

Open zee, Catherine Poulain

Lily is net aangekomen in Alaska en wil per se mee op een van de vissersboten waarbij gevist wordt op heilbot, koolvis en kabeljauw. Ze is niet de meest voor de hand liggende kandidaat, aangezien ze een kleine en frêle Française is.

Toch is er een schipper die het met haar aandurft, maar Lily zal moeten bewijzen dat de schipper geen vergissing heeft gemaakt door haar aan te nemen. Ze moet even hard werken als de mannen en krijgt niets cadeau, maar haar doorzettingsvermogen en taaiheid winnen het respect van de andere zeelui aan boord.

Voor wie nog romantische illusies over het zeemansleven koestert, opent deze roman de ogen. Er is geen romantiek in de visserij. Het rauwe leven wordt indringend beschreven en als lezer wordt je meegezogen in de hectiek als de lijnen met aas moeten worden binnengehaald en alle vissen ter plekke moeten worden schoongemaakt om opgeslagen te worden in het ruim. Hierbij wordt er soms vierentwintig uur achter elkaar gewerkt.

De kans op ongelukken aan boord is bijzonder groot en ook Lily ontspringt die dans niet, een stekel van een vis in haar hand zorgt voor een ontsteking die fataal had kunnen worden en verder zijn er allerlei ongelukken en ongemakken.

Tegelijkertijd is er de eenheid van de bemanning aan boord die samen naar één doel werken en de ultieme vrijheid van de zee. Niet voor niets eist Lily dat zij ook zij wordt ingedeeld om wacht te houden in het midden van de nacht, als de stuurhut en de zee alleen voor háár zijn.

Voor Lily is dit alles wat ze wilde en ze is er volkomen op gericht. Hoewel zeeman Jude met wie ze een korte affaire heeft met haar naar Hawaï wil en daar wil settelen, kiest Lily voor haar eigen vrijheid.

In haar toekomst lonkt het vissen op de Bering zee en vooral de ultieme proef waar veel ervaren vissers voor terug deinzen; het vissen op krab. Of ze daar daadwerkelijk uitkomt weten we niet, maar als er iemand een kans heeft om die droom te verwezenlijken, is het Lily.

Ik vond het echter jammer dat we nooit meer over Lily zelf te weten komen. Ze is gevlucht uit Frankrijk, maar dat is alles, van haar achtergrond en de redenen om te vluchten horen we niks. De enige aanwijzing die wordt gegeven is dat de plaats waar zij vandaan komt wordt verbasterd tot ‘messentrekkers’, en daar blijft het bij.

Ik had graag beter willen begrijpen waar haar enorme drive vandaan kwam en dat kan alleen als je iemand beweegredenen kunt doorgronden, maar bij Lily is daar geen sprake van.

Catherine Poulain (1960)
Aan de andere kant kan dat ook net de bedoeling zijn geweest. Tenslotte heeft iedereen die Lily daar bij de Final Frontier leert kennen een verleden waar hij of zij liever niet aan denkt en iedereen is wel voor iets op de vlucht. Daar, in de armoedige kroegen waar iedereen probeert zijn pijn te verdrinken of met drugs te verdoven, is iemands verleden niet zo belangrijk. Het gaat erom dat je vist.

De meeste nieuwelingen in Alaska hebben nog de droom dat ze met vissen geld genoeg zullen verdienen om een nieuw en beter leven op te bouwen, ver bij de kou en de zee vandaan. De oudgedienden weten dat dit ijdele hoop is en dat voor de meesten hier het eindstation is en dat er niets anders wacht dan zee, vis en drank. 

En voor sommigen, zoals Lily, is deze plek de enige plek waar ze volkomen zichzelf kunnen zijn. Onder de eindeloze hemel en in de peilloze zee  is iedereen gelijk en valt al het andere weg.

Open zee is daarmee geen opgewekt of optimistisch boek, maar wel een die het lezen meer dan waard is, omdat het je niet loslaat. Een volkomen onbekende wereld ging voor me open en de obsessie van Lily sloeg een beetje over, waardoor ik het boek niet weg wilde leggen.

Wat ik helemaal bijzonder vind is dat de schrijfster, Catherine Poulain zelf jarenlang in Alaska heeft gewoond en op vis heeft gevist. Zij heeft haar eigen ervaringen gebruikt in deze debuut roman. Ze had echter geen verblijfs- of werkvergunning en is op een gegeven moment Alaska weer uitgezet. 
Tegenwoordig is ze schaapherder in Frankrijk.

Als je haar hoort praten, kun je je bijna niet voorstellen dat dit frêle vrouwtje met de zachte en verlegen stem zo volstrekt buiten alle begaande paden heeft geleefd, maar blijkbaar is zij een van die mensen met een ijzeren kern die in staat is volkomen haar eigen gang te gaan en niet terugschrikt voor ongemak of eenzaamheid. Iemand die juist dat ongemak en die eenzaamheid nodig heeft om bij zichzelf te komen. 

Ik vind haar in ieder geval een bijzondere vrouw die ook nog een heel mooi boek heeft geschreven. heel mooie boeken kan schrijven.

Originele Franse uitgave: Le grand marin (2016)
Nederlandse uitgave: 2017 door uitgeverij Cossee
Nederlandse vertaling: Prescilla van Zoest
Bladzijdes: 348

zondag 9 juli 2017

Foto op zondag (6)

Donderdag jl. na de diploma-uitreiking kwam ik thuis met een tas vol cadeautjes en een arm vol bloemen, maar vooral met een hart vol lieve woorden van waardering van mijn leerlingen en hun ouders. Zo ontzettend lief, het was om stil van te worden.
Ik heb het mooiste beroep ter wereld.

vrijdag 7 juli 2017

Tentoonstelling: Cuban Art Now

Augustusregen op een januaridag
Alejandro Campins
In het Singer museum in Laren is op dit moment de tentoonstelling Cuban Art Now te zien, waar belangrijke contemporaine kunstenaars uit Cuba verzameld zijn.

Een Nederlands echtpaar dat op Cuba woonde, maakte hier kennis met de nieuwste stromingen in de Cubaanse kunst en besloten om een aantal werken te kopen. Deze verzameling breidde zich uit en de tentoonstelling die nu te zien is, is het grootste overzicht van hedendaagse Cubaanse kunst.

In de vaak kleurrijke werken van de Cubaanse kunstenaars zie je dat ze geïnspireerd worden door het Cubaanse landschap. Maar ook de cultuur, de geschiedenis en natuurlijk de politieke situatie komen op verschillende manieren terug.

Ondanks deze overeenkomsten vond ik het heel bijzonder om te zien dat elke kunstenaar een volkomen andere aanpak en stijl van schilderen heeft.
Zo zijn de werken van  JEFF (José Emilio Fuentes Fonseca) onmiddellijk te herkennen aan de kinderlijke stijl en de vrolijkheid die eruit spreekt, ondanks dat de onderwerpen niet altijd heel vrolijk zijn.
De visser, JEFF

Mannen met baarden, JEFF
Het mooist vond ik persoonlijk de schilderijen van Alejandro Campins. Bijna alle schilderijen uit zijn zaal spraken me aan en ik zou ze zo bij mij thuis aan de muur hangen. Zijn manier van schilderen en het kleurgebruik vond ik prachtig.

Vraag het me, Alejandro Campins

Stad der doden, Alejandro Campins
Heel erg vrolijk werd ik ook van de schilderijen van Flavio Garciandia, die met zijn schilderijen van bonen ook een dikke knipoog geeft aan collega kunstenaars als Malevich of Ad Reinhardt.
Witte bonen, of Malevich en Reyman in Havanna, 
Er waren niet alleen schilderijen, maar ook een paar objecten (olifantjes!!) die ik bijzonder leuk vond.
Olifanten van JEFF

Zelfportret, Weerbericht en Zonder titel, Eduardo Ponjuan
Cuban Art Now is geen heel grote, maar wel een mooie en gevarieerde tentoonstelling, waar heel veel valt te genieten. Ik vind het vooral bijzonder dat je werken van deze kunstenaars niet zo snel hier in Europa ziet en zeker niet in zo'n hoeveelheid bij elkaar.
Cuban Art Now is nog tot 24 september 2017 te zien in het Singer museum in Laren.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...