maandag 11 december 2017

Archivaris van de wereld, Lia Tilon

De rijke bankier Albert Kahn had een ideaal, hij wilde wereldvrede promoten door begrip tussen de volkeren te kweken. Zijn idee was om de wereldbevolking vast te leggen op de gevoelige plaat, zodat mensen elkaar konden leren kennen. Mensen die elkaar kennen, krijgen begrip voor elkaar en vervolgens zal de vrede prevaleren. 

Albert Kahn had de mogelijkheid om tientallen fotografen op reis te sturen, naar alle uithoeken van de aarde voor zijn grote project, een archief te maken van de planeet.

Zijn jonge chauffeur Alfred Dutertre wordt ook opgeleid als fotograaf, en leert op verzoek van zijn werkgever de nieuwe techniek van kleurenfotografie, het maken van autochromes. Gemakkelijk gaat hem dit niet af, Dutertre twijfelt aan het nut van de hele onderneming en hij worstelt met zijn nieuwe functie. 

Want Kahn is niet alleen zijn werkgever, maar soms ook zijn leermeester en heel af en toe benadert hun relatie die van afstandelijke oom met favoriet neefje. Zeker als ze beiden op wereldreis gaan in 1908 en ze noodgedwongen samen de vreemde werelden en nieuwe culturen zien.

Het idealisme van Kahn verlaat hem eigenlijk nooit, het geloof in vooruitgang en dat de techniek de vooruitgang kan helpen drijft hem voort. In zijn landhuis in Boulogne bij Parijs ontvangt hij schrijvers, kunstenaars, filosofen en geleerden en natuurlijk de vele fotografen die voor hem op reis gaan om het archief te vullen.

Voor Dutertre liggen de zaken anders, nadat hij in de loopgraven is geweest, gelooft hij niet meer zo in de onderneming. Maar zijn twijfel uit hij nooit, hij wil Kahn niet teleurstellen. En als Albert Kahn een oude man is geworden en de wereld op het punt staat zich in een nog grotere wereldbrand te storten, laat Dutertre hem alleen die foto’s zien die gelukkige herinneringen oproepen, in de hoop de oude man voor de waarheid te behoeden.

Soms lees je een boek waar eigenlijk niet zo heel veel in gebeurd, maar dat toch blijft boeien en dat ook nog lang in je hoofd blijft zitten.

Archivaris van de wereld is geen boek waarin er actie op actie volgt, waarin het plot erg spannend is of waarin je meegezogen wordt in de vaart van het verhaal. Als je dat allemaal zoekt in een boek, dan moet je dit boek niet lezen.

Als je echter een fijngevoelig en bijna weemoedig verhaal mooi vindt, dan moet je dit boek wel lezen. Als je kunt genieten van een ‘klein’ verhaal, dan is dit een boek voor jou. En het is niet klein omdat er niks gebeurd, maar omdat verhaal het bijna verstild wordt verteld, zonder dramatische plotwendingen of grote overgangen.

Albert Kahn heeft echt bestaan en zijn chauffeur ook. Lia Tilon kwam bij toeval iets ter weten over de verzameling autochromes die nog altijd bestaat en besloot de weinige gegevens te gebruiken als inspiratie. Zoals ze zelf zegt; ‘ik heb feiten gebruikt om fictie te schrijven.’

Archivaris van de wereld is een mooi verhaal vol genegenheid, herinneringen en verlies. Een boek waar ik van heb genoten.

Uitgegeven in 2017 door uitgeverij Cossee
Bladzijdes: 247

zondag 10 december 2017

Filmtip op zondag (17)

In deze koude, grauwe dagen is het heerlijk om naar de bioscoop te gaan. Op dit moment draait Murder on the Orient Express, naar het bekende boek van Agatha Christie. Een nieuwe versie van dit verhaal, na de verfilmingen met Albert Finney en David Suchet.

In deze nieuwe versie speelt Kenneth Brannagh de beroemde Belgische detective Hercule Poirot die een kwestie in Bagdad heeft opgelost en vervolgens de Orient Express terug zal nemen naar Europa. Het vinden van een slaapplek blijkt onverwacht moeilijk, want alle couchettes zijn geboekt, maar er is nog net één plek vrij voor Poirot.

Tijdens de rit komen ze vast te zitten in de sneeuw en dan blijkt één van de passagiers te zijn vermoord. De politie kan er niet bij gehaald worden en iedereen heeft een alibi, dus niemand kan de moord hebben gepleegd.
De enige die hier licht in de duisternis kan brengen is Hercule Poirot, die er al snel achterkomt dat de dode een heel verleden had en dat oude misdaden lange schaduwen hebben.

De nieuwe versie is heel erg leuk om te zien. Prachtige opnames van oa de trein in de bergen en de steden en schitterende aankleding. Verder een sterrencast om je vingers bij af te likken, met onder andere Judi Dench, Willem Dafoe, Derek Jacobi, Johnny Depp, Penelope Cruz en de onvolprezen Michelle Pfeiffer die het samen met nog een aantal anderen een feest maken om naar deze film te kijken.

Kenneth Brannagh is Hercule Poirot en doet dit vrij behoorlijk.  Het is even wennen na zolang David Suchet in deze rol te hebben gezien en voor mij is hij de enige echte Poirot, maar Brannagh is niet onverdienstelijk.

Natuurlijk zijn er wat dingen bij verzonnen om het verhaal wat aan te kleden en zijn er in de personages wat zaken veranderd, maar de essentie van het verhaal staat overeind, en dat is het allerbelangrijkste. Ik heb alleen bezwaar tegen Poirot die mensen achtervolgt en beschoten wordt enzovoort, dit past niet binnen het personage!

Maar verder is dit een heel fijne nieuwe versie, waar ik heel erg van genoten heb.
Alle passagiers van de Orient Express

vrijdag 8 december 2017

Twee musea in Nice

Tijdens mijn verblijf in Nice in oktober heb ik twee mooie musea bezocht, die alle twee helemaal anders van karakter waren, maar ik heb beide met heel veel plezier bekeken. 

Villa Massena
Vlak naast het beroemde hotel Negresco staat in Nice de Villa Massena. In dit mooie herenhuis, dat op zichzelf al een bezoek waard is, is een museum gevestigd dat voornamelijk de geschiedenis van Nice weergeeft.

Op de onderste verdieping wordt de geschiedenis van de familie van wie de villa was uitgelegd. Ook zijn er allerlei herinneringen aan en parafernalia van Napoleon te vinden. Zo is er zijn dodenmasker, maar ook persoonlijke brieven en kleding die door Josephine gedragen is.

Op de tweede verdieping wordt de geschiedenis van Nice verteld, van het vissersplaatsje dat uitgroeide tot een mondaine badplaats waar de haute monde de winter kwam doorbrengen. Prachtige oude foto’s uit het midden van de 19e eeuw laten een strand vol vissersboten zien, toen de promenade er nog niet was. 

Maar er zijn ook allerlei voorwerpen, zoals kleding, juwelen, serviezen, meubels en foto’s die een beeld geven van Nice in de afgelopen anderhalve eeuw. 

Een ietwat eclectisch, maar wel fijn museum waar ik me erg goed vermaakt heb.

Yves Klein
Museum van moderne en contemporaine kunst (MAMCA)
Vlak aan het Place Garribaldi staat het moderne gebouw dat het museum voor moderne kunst is. Nice was vooral in de jaren na de Tweede Wereldoorlog een belangrijke plek voor hedendaagse kunstenaars om zich te ontwikkelen. 

Het museum heeft schitterende werken van onder ander Yves Klein, van wie ik eerlijk gezegd nog nooit had gehoord maar wiens werk ik wel heel mooi vond. Vooral zijn blauwe kunstwerken vond ik prachtig.

Ook zijn er installaties van andere Franse kunstenaars te zien zoals bijvoorbeeld Niki de Saint-Phalle. Niet alles is mooi, er is natuurlijk ook kunst te zien waar ik alleen maar mijn schouders over op kan halen, zo lelijk en stom is het (sorry). Maar heel veel is wél heel erg mooi of in ieder geval interessant!

Op het dak kun je genieten van schitterend uitzicht, maar ook van de tuin en de kunstwerken van Yves Klein die een bijzondere eenheid vormen. Ik heb hoogtevrees en de ronde ijzeren trappen vormden een beetje een uitdaging, maar ik heb het hele rondje gemaakt! 



Dit zijn natuurlijk niet de enige musea in Nice, deze stad herbergt er nog veel meer, die ik helaas deze keer niet heb kunnen bezoeken. Maar dat is een goede reden om nog eens terug te gaan.

woensdag 6 december 2017

maandag 4 december 2017

The beguiled, Thomas Cullinan

Het is 1864 en de Amerikaanse burgeroorlog is al drie jaar aan de gang. In het zuidelijke Virginia waar ook hard gevochten wordt, vindt een jonge pupil van een meisjesschool een noordelijke soldaat in het bos. Hij is zwaargewond en ze neemt hem mee naar de meisjesschool van Miss Martha en Miss Harriet Farnsworth.

Hier wordt korporaal John McBurney verzorgd en hij probeert hen voor zich te winnen, in de hoop dat hij langer kan blijven. Voor elk heeft hij een vriendelijk woord en bij iedereen probeert hij de juiste snaar te treffen. 

Miss Martha prijst hij om haar moed en eerlijkheid, bij Miss Harriet doet hij alsof hij net als zij de mooie dingen in het leven apprecieert. Bovendien probeert hij zich nuttig te maken door de verwaarloosde tuin op te knappen. 

Ook de studentes zijn niet veilig voor zijn vleierijen. De jongere meisjes zweert hij eeuwige vriendschap, en de oudere meisjes probeert hij te verleiden. Eerst met mooie woorden en beloftes, maar al snel met daden. 

Hierbij wedt hij op verschillende paarden, maar als Edwina Morrow erachter komt dat McBurney haar trouw heeft beloofd, maar een ander ’s nachts opzoekt in haar slaapkamer, kan ze zich niet beheersen en duwt hem van de trap, met uiteindelijk verschrikkelijke gevolgen voor iedereen.

Ik zal hier niet meer vertellen over het verhaal zelf, om niet te veel weg te geven, maar wat ik wel kan zeggen is dat The beguiled een zeer intrigerend verhaal is. 

Heel knap wordt de claustrofobische sfeer van een afgesloten huis weergegeven, waar de spanning steeds hoger op loopt. Er waren al grote verschillen tussen de overgebleven studentes, maar door de komst van de buitenstaander worden die op scherp gezet. Oude geheimen komen naar boven en worden tegen mensen gebruikt, en nieuwe onzekerheden steken de kop op met grote gevolgen.

Heel knap weet Thomas Cullinan aannemelijk te maken hoe de verhouding tussen McBurney en de vrouwen in de school verandert en waarom uiteindelijk iedereen tegen de indringer samenwerkt. Iedereen heeft haar eigen redenen hiervoor en doordat het verhaal vanuit verschillende gezichtspunten wordt verteld, krijg je langzaam het plaatje compleet. Het gevoel van naderend onheil wordt steeds sterker en tijdens het lezen krijg je al af en toe de aanwijzing dat er iets groots zal gebeuren.

Alle leerlingen en Miss Martha bij elkaar
The beguiled (2017)
Dit verhaal is nu twee keer verfilmd. In 1971 met Clint Eastwood in de rol van korporaal McBurney en dit jaar geregisseerd door Sophia Ford Coppola, met Nicole Kidman en Colin Farrell in de hoofdrollen.

Ik heb de versie van 1971 niet gezien, maar ik heb vorige week zowel het boek gelezen als de nieuwe versie gezien. En moet je misschien niet doen.

Eerst de positieve punten, want die zijn er zeker. Ik vond Nicole Kidman en Colin Farrell bijzonder goed in hun rollen. Het broeierige zuidelijke sfeertje wordt ook heel goed getroffen, met een groot afgelegen huis omringd door bomen vol mos. Het plot wordt vrij goed aangehouden en dat is fijn.

Maar er zijn echter ook een aantal zaken die ik beslist niet goed vind. Zo heeft Sofia Ford Coppola ervoor gekozen om de raciale verhoudingen er volkomen uit te halen. In het boek spelen die een grote rol, in de houding van de studentes en de aanwezigheid van de zwarte slavin Mattie. 

In de film is Mattie verdwenen en een bepaalde plotlijn waarin de rassenongelijkheid naar voren kwam, en die niet onbelangrijk is voor het verloop en de uitkomst van het verhaal, is ook geschrapt.

Sofia Ford Coppola heeft hiervoor de verklaring gegeven dat zij liever de hele raciale verhaallijn schrapte, dan hier te weinig aandacht aan te besteden. Dit is wel te begrijpen, (want dan was daar hoogstwaarschijnlijk ook kritiek op gekomen) maar de Amerikaanse burgeroorlog werd voor een groot deel over de afschaffing van slavernij gevoerd, dus het voelt niet correct om dit er helemaal uit te halen.

Verder waren er wat wisselingen met de personages. Miss Harriet was verdwenen en de oudste studente Edwina Morrow was nu een soort hulpdocente. Dit is volkomen in tegenspraak met haar karakter en haar situatie zoals die in het boek beschreven wordt. Verder is Kirsten Dunst een uitstekende actrice, maar als Edwina Morrow was zij volkomen verkeerd gecast, zoals iedereen die het boek kent zal begrijpen.

Om de school niet te klein te laten worden, is er nog een nieuwe studente, Jane, bij verzonnen, maar die had volstrekt geen enkele toegevoegde waarde, dus wat mij betreft hadden ze die weg kunnen laten.
Nicole Kidman als Miss Martha
Ik denk dat als ik het boek niet had gelezen, of langer geleden had gelezen, ik de film spannend en boeiend had gevonden en had genoten van de sfeer. Maar nu had ik het boek één dag voordat ik de film keek, uitgelezen en het lag nog te vers in mijn geheugen.
De verschillen tussen film en boek en vooral die punten die ik hierin niet goed vond, vielen me hierdoor te zeer op.

Kortom, een goede film met een sterke Nicole Kidman, maar het boek is beter.

Originele uitgave in 1966
Geen Nederlandse vertaling

vrijdag 1 december 2017

Tentoonstelling: De mooiste modernisten

Jan Altink, De haan bij het Blauwborgje, 1927/28
De Nederlandse meesters uit de 17e eeuw zijn wereldberoemd, maar in de periode 1870-1940 had de Nederlandse kunst een tweede Gouden Eeuw. 

In deze periode zie je veel schilders die bekendheid krijgen in binnen- en buitenland, die nieuwe inspiratie opdoen in het buitenland of juist in de natuur en die op geheel eigen manier de Nederlandse kunst weer op de kaart zetten.

In het Singer museum in Laren is er nu een tentoonstelling die deze ontwikkeling in de Nederlandse schilderkunst laat zien. 

De mooiste modernisten begint in 1870, als schilders als Anton Mauve de stad uitgaan en naar het platteland trekken. 
Anton Mauve,
Sneeuwlandschap bij ondergaande zon 
In Gelderland en rond Den Haag schilderen zij het landschap, zoals de Franse schilders van Barbizon ook doen. In hun steeds lossere manier van schilderen wordt de invloed van het Impressionisme ook steeds duidelijker.

Schilders als George Breitner of Isaac Israels verblijven in Parijs, en gebruiken weer thuis hun Impressionistische manier van schilderen juist om de stad, in alle drukte en levendigheid weer te geven. Vooral Amsterdam is hierbij een geliefd onderwerp, daarom worden deze schilders ook wel de Amsterdamse Impressionisten genoemd.
George Breitner, De dam, 1891

Willem Witsen, Wintergezicht op het Oosterpark 1900
Daarna zie je het Pointilisme opkomen, waarbij men probeert om het licht te vangen door een schilderij op te bouwen uit duizenden puntjes lichte kleur, die samen een geheel vormen. Als ik eerlijk ben, is dit niet mijn meest favoriete stijl, er is iets vlaks en glads aan deze schilderijen die mij niet heel erg aanspreekt.
Ferdinand Hart Nibbrig, Gezicht op Zoutelande, 1910-1915
Aan het begin van de 20e eeuw zie je echter weer nieuwe stijlen opkomen, zoals Fauvisme, Kubisme en Expressionisme, waarin kleur en licht op een andere manier worden gebruikt. Ongemengde kleuren geven aan het Fauvisme bijvoorbeeld iets sterks en vrolijks. Vooral de schilderijen van Jan Sluijters vond ik zeer aansprekend en mooi. Mooi ook vond ik dat veel schilders een ontwikkeling doormaken en soms beginnen in een bepaalde stijl, maar later doorgaan in een andere stijl.
Jan Sluijters, Spaanse danseres, 1906

Elsa Berg, Mallorca, 1914
Tussen de beide wereldoorlogen zie je groepen schilders en kunstenaars die elkaar inspireren en helpen, zo ontstaan bijvoorbeeld de Larense school en de Bergense school. In een overzicht van de Nederlandse kunst mag daarin de Groninger school van De ploeg niet ontbreken en mijn hart maakte een sprongetje toen ik niet alleen een werk van Hendrik Werkman, maar ook mijn geliefde Jan Altink zag hangen in dit overzicht.
Hendrik Werkman, Ochtendwandeling in de herfst, 1922
De tentoonstelling in het Singer museum in Laren is absoluut de moeite waard. Het neemt je niet alleen mee door een periode van bijna ongekende bloei in de Nederlandse kunst, het laat ook de verscheidenheid aan stijlen zien waar de Nederlandse kunstenaars goed in waren. En wat hadden wij goede kunstenaars in die periode!

Ik heb oude bekenden gezien en nieuwe kunstenaars ontdekt, en al die tijd was ik ook onder de indruk van de hoeveelheid schilderijen in deze tentoonstelling. 
Jan Altink, Haan bij het blauwborgje (detail)
De mooiste modernisten zijn nog t/m 7 januari 2018 te bewonderen in Laren, dus ga dat zien!

woensdag 29 november 2017

maandag 27 november 2017

Tsjaikovskistraat 40, Pieter Waterdrinker

Dit is een verhaal over Rusland. Geen historisch verhaal, hoewel er genoeg geschiedenis in voorkomt, geen chronologisch verhaal, maar wel een zeer persoonlijk verhaal.

Het is het verhaal van Pieter Waterdrinker die al tientallen jaren in Rusland woont, samen met zijn vrouw Julia en hun poezen. De laatsten spelen ook een grote rol.

Zij wonen op de Tsjaikovskistraat 40, in Sint Petersburg. Een straat waar de geschiedenis voor het oprapen ligt, verschillende bekende schrijvers en revolutionairen hebben hier gewoond (zelfs Lenin een tijdje) en je kunt er bijna niet aan ontsnappen. 

Hij moet een nieuw boek schrijven, zijn uitgever wil graag iets met de Russische Revolutie doen en bovendien heeft hij geld geleend aan zijn zwager, voor een zeil-onderneming. Maar heel veel zin heeft hij eigenlijk niet om de Revolutie nog eens in te duiken, zo fijn is die periode tenslotte niet geweest en hij ziet er tegenop om die ellende weer naar boven te halen en steeds op zijn netvlies te krijgen.

En in plaats daarvan wordt het een boek over Rusland en over hoe hij daar zelf is terechtgekomen. 

Als net afgestudeerde jurist die Russische kende gaat hij in de jaren ’80 naar Rusland, om daar een aantal Bijbels naar toe te smokkelen. Hij blijft er hangen, ontmoet een andere Nederlander en samen zetten ze een soort reisbureau op, dat reizen organiseert naar dit bijzondere land dat aan het hervormen is en waar al heel snel heel veel mogelijkheden zijn. 

Naast de reizen komt er altijd allerlei schimmige handel, maar ook leert hij Julia kennen met wie hij al die jaren samen zal blijven. Maar in plaats van handelen en dealtjes sluiten, wil hij eigenlijk veel liever schrijven. Of hij het kan weet hij niet, maar de droom blijft altijd hangen.

Uiteindelijk zal hij via de journalistiek inderdaad gaan schrijven, en opnieuw in Rusland terecht komen als correspondent en als romanschrijver.  

Pieter en Julia maken de omwentelingen in de jaren ’90 mee en de verschuivingen van communistische heilstaat naar het kapitalisme, waar men ook veel heil van verwacht. Maar zoals de Revolutie van 1917 niet dan ellende bracht, is ook de val van de Sovjet Unie in 1991 niet het breekpunt waar de mensen op hadden gehoopt. Corruptie en willekeur en een hele hoop ellende blijven onderdeel van het leven in Rusland. 

Maar tegelijkertijd zijn er geweldige zaken te vinden, zoals vriendschap, mooie literatuur, prachtige natuur en liefde voor poezen.

Pieter Waterdrinker noemt dit een autobiografische roman en dat maakt het ontzettend mooi, juist omdat het zo goed is gedaan. Je weet natuurlijk niet precies welke elementen helemaal waar zijn en waar de romanschrijver in hem zijn werk doet, maar dit geeft niet. En zoals jullie weten zeg ik dit niet vaak, omdat ik meestal dit soort vermenging irritant vind. Maar niet in dit boek.

Op briljante en ik zou haast willen zeggen lyrische wijze worden het leven van Pieter Waterdrinker toen, zijn leven nu en de geschiedenissen van Rusland verweven. Prachtige beschrijvingen wisselen absurde situaties af, en we gaan van de dagboeken van een dame die in de Tsjaikovskistraat woonde en de Revolutie meemaakte, naar de huidige stand van zaken. 

Mooie vergelijkingen worden er getrokken en sommige dingen worden zo uitbundig beschreven, dat ik de lange zinnen vol zijpaadjes met heel veel genoegen nog eens las. Op die manier kon ik ook langer van het boek genieten.

Ik werd tijdens het lezen een beetje verliefd op zijn vrouw, want zij lijkt mij een geweldig mens om mee te praten (te midden van de poezen) en ik heb gelachen om de frisse tegenzin waarin Pieter aan zijn boek werkt, terwijl ik warempel nieuwe dingen heb gehoord over de Russische revolutie en de gevolgen daarvan.

Kortom, Tsjaikovskistraat 40 is een magistrale roman. Een heerlijk geschreven en pakkend avontuur, dat ik eigenlijk niet weg kon leggen, en tegelijkertijd een bijzonder en interessant verhaal over Rusland en haar geschiedenis. Tsjaikovskistraat 40 gaat hoog eindigen in mijn persoonlijke top 10 van dit jaar, dat is al wel zeker.

Uitgegeven in 2017 door uitgeverij Nijgh en Van Ditmar
Bladzijdes: 430

vrijdag 24 november 2017

Dit en dat, november 2017

Nieuwe boeken
Vorige week had ik een keer heel veel tussenuren en hoewel ik dan meestal behoorlijk wat kan voorbereiden en doen, vind ik het ook wel prettig om de school uit te gaan. Een stuk wandelen, naar een museum en zo af en toe pak ik de tram richting de stad. 

Tsja, en dan kom ik wel eens ergens waar de verleiding wel heel erg groot is: namelijk in de twee Engelse boekhandels in de Kalverstraat, The English bookstore en Waterstones. En ik heb me deze keer niet helemaal kunnen inhouden.

Bij The English bookstore heb ik twee biografieën gekocht, elk voor maar 5 euro. De een gaat over de koningin-moeder en de ander over de verdachte in een bekende klassieke moordzaak in 1941 in Kenia. Ik heb hier eens een documentaire over gezien, maar de details weet ik niet meer en ik ben benieuwd.

Bij Waterstones heb ik heerlijk lopen snuffelen. Ik houd ervan om boeken op te pakken, de achterflap te lezen, een boek mee te nemen en eventueel weer terug te leggen als ik een ander boek zie dat me meer aanspreekt.

Opnieuw heb ik hier twee non-fictie boeken; de biografie over Evelyn Waugh sprong er meteen uit, hij is tenslotte de schrijver van mijn meest favoriete boek aller tijden. Bovendien zag ik een boek over de Franse Riviera in de periode 1920-1960. Die lijkt me ontzettend interessant en leuk om te lezen.

Verder zag ik de roman A gentleman in Moskow en deze kon ik niet laten liggen. Het laatste boek dat ik meenam is van de Nobelprijswinnares Svetlana Alexeivich, een Engelse vertaling van haar boek over de Russische inval in Afghanistan.

Een mooie oogst en ik heb nu al zin om in deze boeken te beginnen. Maar ik moet de komende periode niet te vaak in die tussenuren de stad ingaan!

Tentoonstelling: Nineveh
Meer dan 2700 jaar geleden was Nineveh, de hoofdstad van het Assyrische rijk, de grootste stad ter wereld. In de loop van de eeuwen is de stad echter in verval geraakt en was de locatie zelfs niet langer bekend, hoewel er nog altijd in allerlei bronnen naar deze stad verwezen werd.

Archeologen en historici hebben deze bronnen gebruikt om de stad terug te vinden en in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden is er nu een bijzondere tentoonstelling te zien over deze stad. 

In de tentoonstelling zijn meer dan 250 voorwerpen te zien uit Nineveh, zoals rolzegels, resten van gebruiksvoorwerpen , beeldjes en reliëfs, die ons niet alleen de informatie geven over de stad, maar ook over het historische proces om deze stad terug te vinden. Ook zijn er computeranimaties te zien, die een beeld geven van hoe de stad er in haar bloeitijd uitzag, erg indrukwekkend!

Helaas heeft de opgraving veel te leiden onder de oorlog (Nineveh ligt vlak bij het tegenwoordige Mosul) en zijn veel van de ruïnes vernield. De tentoonstelling in Leiden heeft dan ook de patronage van UNESCO gekregen, die daarmee aangeeft dat deze tentoonstelling van groot belang is. Een eer die niet vaak wordt verleend en nog nooit eerder aan een tentoonstelling in een Nederlands museum.
Nineveh is nog tot 25 maart 2017 in Leiden te zien. Er is een toeslag van 2.50 euro.

Life in squares (2015)
Toen deze serie op televisie kwam, heb ik het na 20 minuten uitgezet, op de een of andere manier vond ik het destijds een verschrikkelijke serie waar ik niet in kon komen.

Ik heb Life in squares echter een nieuwe kans gegeven en warempel, ik vond het nu wél een mooie serie. Grappig hoe dit kan verschillen in de tijd waarin je iets kijkt en hoe je jezelf voelt op dat moment.

De serie focust op Vanessa Bell als de spil van de Bloomsbury groep. Zij trouwde met Clive Bell en samen kregen ze twee zonen. 

Clive had echter een minnares en Vanessa was verliefd op de schilder Duncan Grant. Zij waren even geliefden, waar een dochter uit geboren werd, en zouden hun leven lang goede vrienden blijven. 

Zoals altijd is er veel onvervuld verlangen, Vanessa wil Duncan, Duncan wil mooie jongens en de mooie jongens willen aandacht.

Ja, er is seks te zien, maar ook weer niet zoveel zoals ik in mijn herinnering had. Ook komen er heel wat personages in voor en daaraan moet je in het begin even wennen: wie is wie? Maar dat went snel.
Prachtige aankleding en goede acteurs en dan is er met Life in squares toch heel veel te genieten. 

woensdag 22 november 2017

maandag 20 november 2017

Notes from an exhibition, Patrick Gale

Iedereen heeft herinneringen aan vroeger, dingen die je meeneemt, karaktertrekken die je van je vader of moeder hebt gekregen. Maar sommige families zitten wat ingewikkelder in elkaar dan anderen en is de erfenis wat moeizamer. 

De jonge Anthony ontmoet de fascinerende Rachel Kelly in de jaren ’60 in Londen. Hij komt uit een quakerfamilie uit Cornwall, zij is een kunstenares die echter niets loslaat over haar verleden. Ze trouwen en gaan wonen in Penzance, waar Rachel steeds meer bekendheid krijgt als schilderes.

Rachel is echter manisch depressief en dit drukt haar stempel op het gezin. Als het goed met haar ging, was er geen leukere moeder denkbaar. 

Maar aan de andere kant waren ze altijd op hun hoede, want Rachel was ook onberekenbaar. Ze kon scherp als een mes uit de hoek komen en haar kinderen verbaal om de oren slaan en als de depressie toesloeg was er geen zwarter gat en draaide alles daarom.

Gelukkig was Anthony de stabiele factor in het gezin, die met zijn eenvoudige en volstrekt eerlijke kijk op het leven de broodnodige rust bracht. Een quaker zijn is echter ook streven naar hoge idealen en dit kan soms ook weer een worsteling met zich meebrengen. Altijd denken dat je niet genoeg je best doet en teleurstelt.

Garfield, Morwenna, Hedley en Petroc krijgen van deze twee uitersten elk wat mee en ieder van hen gaat hier op zijn of haar eigen manier mee om.

Als Rachel overlijdt, moet iedereen in het reine zien te komen met het verleden en de demonen van vroeger onder ogen zien, terwijl eindelijk ook het verleden van Rachel zelf bekend wordt.

Notes from an exhibition is de tweede roman van Patrick Gale die ik las na A place called Winter en ik vond het een opnieuw een heel mooi boek. Heel bijzonder vind ik namelijk dat je merkt dat 
Patrick Gale groot mededogen heeft voor zijn personages. Hij is er een meester in om een situatie te beschrijven zodat je volkomen begrijpt waarom dit zo gebeurde en welke gevoelens de betrokkenen hierbij hadden.

Heel mooi gedaan is vooral de stem die hij aan de kinderen geeft. Die is anders dan die van de volwassenen, maar het verschil hoe een kind kijkt en dingen ervaart is volkomen natuurlijk beschreven. Bovendien weet hij zelfs de leeftijden van kinderen hierin goed weer te geven, een kind van vijf ziet de zaken anders dan een kind van tien.

De hoofdstukken worden verteld uit het gezichtspunt van verschillende personages en springen door de tijd heen, zodat je langzamerhand de diepere lagen ziet en steeds meer duidelijk wordt. Heel mooi worden de hoofdstukken ingeleid door bijschriften bij de schilderijen van Rachel, waardoor je net even iets meer te weten komt, of alvast een bepaald gezichtspunt hebt bij een hoofdstuk.

Knap komt naar voren hoe het quakerschap de gezinsleden steun geeft, maar ook zijn eigen eisen en verwachtingen stelt, terwijl de geestgesteldheid van Rachel een grote invloed heeft en niet gemakkelijk is voor het gezin, maar dit ook goede momenten opleverde.

Wat ik dus zo mooi vind, is de nuance die Patrick Gale aanbrengt. Niemand is zwart-wit, en een situatie heeft altijd twee kanten. Of zelfs meer. Het is gemakkelijk om Rachel een enorm kreng te vinden in de manier waarop zij soms volkomen aan anderen en hun gevoelens voorbij gaat, maar dit is ze niet. Net zoals haar ziekte geen excuus is voor de manier waarop ze soms anderen kwetst. 
Patrick Gale kiest geen kant, maar laat vol begrip zien hoe een familie kan werken en welke factoren daar allemaal invloed op hebben.

Langzamerhand wordt in Notes from an exhibition de complexe familiegeschiedenis duidelijk en de relaties die de familieleden onderling hebben, met al hun gekkigheden, bondgenootschappen, teleurstellingen en gevoel van eenheid. Een prachtige roman en erg de moeite waard.

Uitgegeven in 2008
Vertaald in het Nederlands als: Bijschriften

vrijdag 17 november 2017

Russen in Nice

Er is een heel sterke connectie tussen Nice en Rusland, zoals ik merkte toen ik daar een paar dagen doorbracht.
In het midden van de 19e eeuw werd Nice bekend en geliefd als een badplaats. Eerst kwamen de Engelsen er in groten getale, maar al snel volgden ook de Russen. Ook zij wilden de strenge winters ontsnappen en genieten van het milde klimaat aan de Middellandse Zee. Tot op de dag van vandaag is er in Nice een sterke Russische connectie zichtbaar en voelbaar.

Anton Tsjechov
Het klimaat was ook gunstig voor ziekten, vooral mensen met tuberculose werd aangeraden om een zacht klimaat op te zoeken.
De Russische schrijver Anton Tsjechov verbleef in 1897 enige tijd in Nice, in de hoop op herstel.
In dit pension heeft hij toen gelogeerd. Het staat in de Rue Gounoud, een zijstraat van de Rue de la Buffa.

Ter nagedachtenis is tegenover dat pension een straat naar hem genoemd.

Marc Chagall
In wat recentere tijden kwam de Russische kunstenaar Marc Chagall naar Nice. In 1948 vestigde hij zich hier, waar ook andere kunstenaars als Henri Matisse en Pablo Picasso in de buurt woonden. In 1973 werd in Nice het Marc Chagall museum geopend, waarin de prachtige werken te zien zijn geïnspireerd op de Bijbel boeken Genesis, Exodus en het Hooglied, en die hij in 1966 aan de Franse staat had geschonken.

Tsarenfamilie in Nice
Ook de Russische keizerlijke familie kwam graag in Nice.
Keizerin Alexandra, de weduwe van tsaar Nicolaas I kwam hier regelmatig, ook vanwege haar slechte gezondheid. Zij zamelde geld in zodat er in 1859 een Russische-orthodoxe kerk in Nice gebouwd kon worden, voor de groeiende Russische gemeenschap.

Haar zoon tsaar Alexander II vond het heerlijk om de trein te pakken naar Nice en kwam regelmatig. Zijn zoon, de tsarevich Nicolaas, bezocht Nice in 1865, maar vanwege een minder fijne reden. Hij was ziek geworden tijdens een reis door Italie en ging naar Nice om daar te herstellen. Helaas zou hij hier niet beter worden, maar overlijden. Zijn ouders waren door verdriet overmand en lieten op de plek waar Nicolaas was gestorven een kapel oprichten.
De kapel
Naast deze kapel is in 1912 een nieuwe, grote kathedraal gebouwd met de financiële steun van tsaar Nicolaas II. Deze kerk is nu de grootste Russische orthodoxe kerk buiten Rusland. Het is een typisch Russische kerk met de befaamde 'uienkoepels'. Heel bijzonder om zoiets opeens midden in een Franse stad te zien staan!

Tijdens de Russische Revolutie nam de Russische kerk in ballingschap in Parijs het zeggenschap over de kerk in Nice over zij hadden geen banden met Moskou, zowel niet politiek als religieus.

In 2010 bepaalde een Franse rechter echter dat de kerk toch onder de jurisdictie van het patriarchaat van Moskou valt, iets waar niet iedereen het mee eens is. Maar de kerk en het stuk grond waar de kerk op staat vallen officieel onder de Russische staat.

De kerk is in de afgelopen jaren gerestaureerd en opgeknapt en is een bezoek meer dan waard. Zowel van buiten als van binnen is het een prachtig gebouw. Binnen zijn een schitterende iconostase te zien en prachtige iconen. Hier heb ik natuurlijk geen foto's van!

Let op: tijdens een viering is het niet toegestaan om de kerk te betreden en buiten vieringen is gepaste kleding natuurlijk verplicht.
De kerk is te vinden aan, jawel, de Boulevard Tsarevich, ter herinnering aan tsarevich Nicolaas die hier is overleden.

woensdag 15 november 2017

Sint Joris


Dit monument om de Tweede Wereldoorlog te gedenken staat in Groningen, op het Martinikerkhof. Het beeld stelt Sint Joris voor, die de draak heeft verslagen. Het monument is in 1959 onthuld.

maandag 13 november 2017

Het geluk, Angelo Di Berardino

Ieder mens wil graag gelukkig zijn of in ieder geval enig geluk ervaren in het leven. Voor Wolf lijkt het geluk hem te hebben verlaten. Na een lang en goed huwelijk is zijn Miriam plotseling overleden. 

Ze hadden elkaar ontmoet in de jaren ’60, overtuigd van hun idealen. Maar in de jaren die volgden, moesten hun idealen het veld ruimen. De haren werden geknipt en de hippiekleren werden ingeruild voor de stropdas, de carrière en de Porsche.

Maar nu is Miriam er niet meer en Wolf weet niet wat hij moet doen. Hij besluit hun appartement in Antwerpen te verkopen en onderneemt een lange autorit naar Nice, waar hij zich voorgoed wil vestigen. 

Maar de rit is niet bepaald zonder problemen. En langzamerhand begin je als lezer je ook af te vragen waarom Wolf zoveel ongeluk heeft, is het karma en wat is er werkelijk gebeurd in die seconden voordat Miriam uit het raam viel?

Afgewisseld met de letterlijke reis van Wolf, volgen we Magnolia, die ook haar idealen had in de jaren ’60 voor een nieuwe en betere wereld. Maar ook zij heeft die ingeruild voor een burgerlijk bestaan dat haar weinig vreugde bracht. Nu, in de nieuwe fase van haar leven, is er misschien toch nog een kans op geluk.

Het geluk is het debuut van Angelo di Berardino, hoewel hij geen nieuwe schrijver is, hij heeft al verschillende dichtbundels op zijn naam.

Het verhaal is, ondanks de afwisseling tussen beide personen, behoorlijk rechttoe-rechtaan. Er is weinig verrassing te vinden in de lineair verlopende verhaallijnen. Leuk vond ik af en toe dat er af en toe informatie gegeven werd die de hoofdpersoon niet kon weten en ook geen weet van kreeg. Dat waren grappige terzijdes. Verder bood het verhaal, zowel dat van Wolf of van Magnolia, weinig spannends of onverwachts.

Op een gegeven moment duikt er echter een nieuw personage op, De Schrijver. Ook hij zoekt het geluk. Hij wil schrijven als zijn helden, maar op een gegeven moment gaan de door hem geschapen personages er met het verhaal vandoor. 

De schrijver probeert nog van alles om de regie terug te pakken, maar dit lukt hem niet helemaal. Magnolia en Wolf blijken weerbarstiger dan gedacht en het door de schrijver gedroomde einde, waarbij hij als het ware het verhaal in zou stappen, mislukt door de eigenwijzigheid van zijn eigen scheppingen.

Het geluk maakt wat mij betreft daarom de verwachtingen niet helemaal waar. Op zich vond ik de reis van Wolf en het leven van Magnolia prettig beschreven, het las lekker weg en het was interessant genoeg om te blijven lezen. Bovendien was ik heel benieuwd hoe de levens van Wolf en Magnolia elkaar eindelijk zouden kruisen.

Het optreden van De Schrijver vond ik op zich aardig gevonden. Het werkte een beetje bevreemdend en dat vond ik interessant, hoewel de noodgreep op het einde gekunsteld aan doet. Ik had denk ik gehoopt op iets meer; op een interessantere plotwending of daadwerkelijk nieuwe inzichten bij de personages. 

Bovendien vond ik de schrijfwijze soms wel heel erg simpel worden. Dat lag niet aan het Vlaams, want verloren gelopen is toch veel mooier dan verdwaald zijn, maar aan de soms wel heel korte zinnen en simpele inzichten die nooit verder lijken gaan dan de oppervlakte.

Kortom Het geluk is geen slecht boek en goed te lezen, maar werkelijk diepgaand wordt het eigenlijk nooit. Het blijft dus bij een aardig boek, en daar is ook niks mis mee op zijn tijd.

Uitgegeven in 2017 door uitgeverij Lannoo
Bladzijdes: 307

vrijdag 10 november 2017

Tentoonstelling: Nederlanders in Parijs in het Van Gogh museum

Parijs was in de 18e en 19e het middelpunt van de kunst. Van heinde en verre kwamen kunstenaars naar Parijs om nieuwe technieken te leren in de ateliers en academies en om meer bekendheid en succes te krijgen dan in hun eigen land. In Parijs waren de verkoopmogelijkheden van kunst nu eenmaal groter door de Salon, waar werken tentoongesteld werden om bekendheid te krijgen.

De Nederlandse kunstenaars waren geen uitzondering. Al vroeg in de 18e eeuw kwamen er schilders uit de lage landen naar Parijs toe.

De eersten waren Gerard van Spaendonck wiens bloemstillevens erg populair werden en Ary Scheffer, die als jongeman naar Parijs kwam en nooit meer zou vertrekken. Beiden maakten furore in Frankrijk en waren niet alleen geliefd bij het Franse publiek, maar zelfs aan het Franse hof.  

Ook in de latere jaren komen er kunstenaars naar de lichtstad, zoals Johan Jongkind, George Breitner, Vincent van Gogh, Kees Van Dongen en Piet Mondriaan, om er maar een paar te noemen. 

Zij verbleven voor korte of langere tijd in Parijs, maar de invloed van Parijs in hun werk was altijd onmiskenbaar. Ze huurden een studio of een kamer waar ze ook konden schilderen.
Notre Dame de Paris, vue de quai de la Tournelle, Johan Jongkind 1852
Montmartre was natuurlijk geliefd, niet alleen om te wonen , maar ook om te schilderen. De landelijke omgeving daar met de wijngaarden en molens vormden een bron van inspiratie. Maar alle aspecten van Parijs leverden inspiratie op, of het nu om de vele paarden, het uitgaansleven, het stadsgewoel of de obscure nachtclubs ging. Parijs had het allemaal en de Nederlandse kunstenaars zogen het op als een spons.

In de tentoonstelling in het Van Gogh museum, Nederlanders in Parijs 1789-1914 is de kruisbestuiving heel mooi te zien die er ontstond tussen de Nederlandse en Franse kunstenaars. 

Johan Jongkind raakte bevriend met Claude Monet en inspireerde hem om losser te schilderen en lichtere kleuren te gebruiken, terwijl Van Gogh vervolgens weer inspiratie bij Monet haalde. Breitner leerde de danseresjes van Edgar Degas kennen en introduceerde dit onderwerp weer in Nederland met zijn eigen schilderijen. 
Ballerina, George Breitner 1884
De verschillende schilders hangen naast elkaar zodat je de overeenkomsten kunt zien, in onderwerp, schilderstijl of kleurgebruik.

De tentoonstelling is mooi chronologisch ingedeeld. Op de onderste verdieping begint het met onder andere Van Spaendonck en Scheffer, op de tweede verdieping zijn onder andere Breitner, Van Gogh, Van Dongen en Mondriaan te bewonderen. Op de bovenste verdieping is nog een mooie collectie prenten te zien die een goed beeld geven van het landelijke Montmartre.
Boulevard de Clichy, Vincent van Gogh 1887
Door deze opzet zijn de doorgaande lijnen en de wederzijdse inspiratie heel goed te volgen.
De tentoonstelling laat niet alleen de zich ontwikkelende technieken en kleurgebruik zien, maar de 
verschillende Parijse onderwerpen geven ook een mooi beeld van Parijs in de 19e eeuw, net zoals de schitterende foto's die Breitner maakte van Parijse straatscenes.

Een stad die op alle gebieden vol in ontwikkeling was en die met recht de hoofdstad van de kunst was.

Bij de tentoonstelling is ook een prachtige catalogus verschenen, maar voor de bespreking daarvan  en voor nog meer achtergrond verwijs ik graag naar het mooie artikel van Koen (HIER)

De tentoonstelling Nederlanders in Parijs 1789-1914 is nog tot 7 januari 2018 te zien in het Van Gogh museum in Amsterdam. 

maandag 6 november 2017

De jaren, Virginia Woolf

Toen De jaren in 1937 uitkwam, waren de reacties niet heel positief. Veel van de mensen die het werk van Virginia Woolf bewonderden, vonden dit een stap terug. Geen experimentele manier van schrijven meer, maar een rechttoe-rechtaan familiegeschiedenis.

Anderen vonden het een boek dat niet meer ter zake deed. Het ging vooral over de positie van de vrouwen, maar in 1937 stond het fascisme voor de deur en was de dreiging van een nieuwe wereldoorlog overal voelbaar. 

Virginia Woolf’s boodschap deed gedateerd en ouderwets aan en het leek erop alsof ze niet meer bij de tijd was.

De jaren is het verhaal van de familie Pargiter. Het begint in 1880, als de vader van de familie een verhouding heeft met een andere vrouw, de meisjes in de bekrompen etiquette van die tijd geen kant op kunnen en eigenlijk iedereen wacht op de dood van de moeder, die hopelijk enige bevrijding brengt.

Wat volgt zijn eigenlijk een serie schetsen die door de jaren heen springen, tot aan de jaren ’30. In deze schetsen zien we hoe de verschillende leden van de familie leven. Sommigen weten hun dromen te verwezenlijken, voor anderen blijft het aanmodderen. 

Sommige familieleden doen een goed huwelijk, andere dochters storten zich in liefdadigheidswerk of op de opkomende vrouwenemancipatie en de strijd om het kiesrecht. Aan het einde van het boek zijn we vijftig jaar verder in de tijd en zijn de verschillende takken van de familie uit elkaar gegroeid, sommigen kennen elkaar amper nog.

Virginia Woolf had behoorlijk geworsteld met dit boek en de opzet was in de eerste instantie heel anders geweest. Ze had de bedoeling om de gedeeltes van de familiegeschiedenis steeds af te wisselen met een essay, maar gelukkig heeft ze al heel snel dit idee over boord gezet. De leesbaarheid is hierdoor waarschijnlijk enorm toegenomen, maar ik vrees dat mijn leesplezier bij dit boek niet heel erg groot was.

Kenmerkend voor Virginia Woolf is dat zij, ook in deze vertelling die vrij lineair verloopt, zich vooral concentreert op het innerlijke van haar hoofdpersonen. Over de situatie in de wereld buiten kom je alleen in een terloopse opmerking of gedachte iets te weten.

Voor mij vormt dit een probleem, als ik eerlijk ben. Als een roman zich voordoet als een historische roman die een beeld wil geven van de veranderde tijden, dan had ik persoonlijk graag meer historische achtergrond gezien. 

Ik zat er eigenlijk steeds op te wachten dat het nog zou komen en dat is ook de reden dat ik heb doorgelezen. Maar in plaats van een degelijke historische achtergrond kreeg ik vooral mijmeringen en overpeinzingen over de familie, over gevoelens en ander gedoe. En dit ging mij danig vervelen.

Wat het voor mij ook lastig maakte om goed in het verhaal te komen was dat je zo door de tijd springt en hele periodes overslaat. Bovendien spelen in elk jaar dat beschreven wordt, weer andere mensen de hoofdrol. Het was daardoor voor mij moeilijk om een goed beeld te krijgen van de mensen en de veranderingen die zij doormaken. 

Ik kreeg door het schetsmatige karakter weinig gevoel bij de personages en al over de helft van het boek had ik nog niet het idee dat ik iemand kende, of nog erger, eigenlijk kon niemand me echt heel erg boeien.

Voor mij is De jaren geen werk dat ik met heel veel plezier heb gelezen. Ik denk echter dat dit aan mij ligt en dat ik teveel op een historische achtergrond zat te wachten waarvan Virginia Woolf helemaal de bedoeling niet had om die te geven. Verkeerde verwachtingen kunnen je soms behoorlijk de das omdoen bij het lezen van een boek.
Ik denk dat anderen dit een heel mooi boek kunnen vinden, maar ik persoonlijk had moeite om het uit te krijgen.  

Originele titel: The years (1937)
Nederlandse uitgave 2017 door uitgeverij Athenaeum
Nederlandse vertaling: Barbara de Lange
Bladzijdes: 499
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...